Showing posts with label Keltisch. Show all posts
Showing posts with label Keltisch. Show all posts

Thursday, 24 May 2018

The Two Worlds. Brigid Mae Power

In de nazomer van 2016 trok het titelloze debuut van de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power met name in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten de nodige aandacht.
 
Dat was volkomen terecht, want de plaat benevelde, betoverde en intrigeerde met muziek die begon bij de Laurel Canyon platen van Joni Mitchell en de psychedelica van Jefferson Airplane en eindigde bij de muziek van The Cocteau Twins, This Mortal Coil en zeker ook P.J. Harvey. (Lees die recensie hier: http://wonomagazine.blogspot.nl/2017/01/brigid-mae-power-brigid-mae-power.html)
 
De mix van 70s folk, 60s psychedelica en 80s 4AD zweverigheid had ook zeker Nederlandse muziekliefhebbers aan kunnen of zelfs moeten spreken, maar de plaat deed hier helaas weinig.
 
Ook de deze week verschenen tweede plaat van Brigid Mae Power duikt in Nederland vooralsnog niet op in de lijstjes met de belangrijkste releases van de week en dat is ook dit keer doodzonde. Ook op The Two Worlds creëert Brigid Mae Power immers weer een hele bijzondere sfeer en maakt ze indruk met songs die vergeleken met haar debuut nog flink wat emotie toevoegen.
 
Brigid Mae Power woonde enkele jaren in de Verenigde Staten en had daar een gewelddadige relatie die flinke krassen op haar ziel heeft achtergelaten. Inmiddels is Brigid Mae Power teruggekeerd naar het Ierse Galway, waar ze opgroeide, wat niet alleen de kans gaf om te reflecteren op de vervelende jaren die achter haar liggen, maar ook de nodige herinneringen aan haar jeugd naar boven brachten, wat de plaat een emotionele lading geeft.
 
The Two Worlds sluit aan op het zo verrassende debuut van de Ierse singer-songwriter, maar legt andere accenten. Invloeden uit de zweverige 80s muziek zijn dit keer minder nadrukkelijk aanwezig, waardoor de nadruk ligt op folk en psychedelica uit de jaren 60 en 70 en met name het werk van Joni Mitchell een belangrijke inspiratiebron is.
 
Vergeleken met het debuut klinkt The Two Worlds ook organischer. De door Peter Broderick geproduceerde en analoog opgenomen plaat kiest voor een akoestische basis waarin de akoestische gitaar en met name de piano een belangrijke rol spelen en waaraan vervolgens strijkers en subtiele elektronica zijn toegevoegd.
 
De songs op The Two Worlds zijn zoals gezegd geworteld in psychedelica en folk van een aantal decennia geleden, maar Brigid Mae Power verwerkt ook op knappe wijze invloeden uit de Keltische muziek in haar songs en heeft zich bovendien laten beïnvloeden door de platen van haar producer Peter Broderick.
 
Ik vond het debuut van de Ierse singer-songwriter al een hele bijzondere en knappe plaat, maar de songs op The Two Worlds zijn nog een stuk beter. The Two Worlds is een plaat die je in slaap sust en weer ruw wakker schudt, die betovert met wonderschone klanken maar ook pijn doet vanwege alle emotie en die de ruimte vult met sprookjesachtige klanken maar ook continu de fantasie prikkelt.
 
Zeker wanneer je het debuut van Brigid Mae Power niet kent is The Two Worlds een plaat die je even op je in moet laten werken, maar wanneer de plaat je eenmaal te pakken heeft is loslaten voorlopig geen optie. In Nederland krijgt de plaat vooralsnog weinig aandacht, maar dat moet echt gaan veranderen. Wat een prachtplaat.

Erwin Zijleman


Je kunt The Two Worlds hier beluisteren en kopen:

https://tompkinssquare.bandcamp.com/album/the-two-worlds


Here's the link to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

Thursday, 9 April 2015

Modern blues. The Waterboys

Er zijn niet zo gek veel grote bands uit de jaren 80 die er in zijn geslaagd om tot op de dag van vandaag relevant te blijven. Veel van de grote bands uit de jaren 80 vielen snel na het decennium uit elkaar of kenden vele en hele diepe dalen, maar het geldt niet voor The Waterboys.
 
De uit Londen afkomstige band rond de Schot Mike Scott behoorde in de jaren 80 op zijn minst tot de subtop en leverde met A Pagan Place (1984), This Is The Sea (1985) en Fisherman’s Blues minstens drie klassiekers af.
 
Ook na de jaren 80 stonden The Waterboys, met Mike Scott als enige constante waarde, echter garant voor kwalitatief zeer goede albums. De productiviteit van de band was misschien niet altijd optimaal, maar als The Waterboys een plaat uitbrachten was het bijna altijd een goede.
 
Het geldt ook weer voor Modern Blues, dat de opvolger is van het licht pretentieuze maar wel erg goede An Appointment With Mr. Yeats uit 2011. Modern Blues laat niet alleen horen dat de band rond Mike Scott nog altijd garant staat voor prima platen, maar laat bovendien horen dat The Waterboys zich keer op keer weten te vernieuwen.
 
Ook Modern Blues wordt natuurlijk gekenmerkt door het uit duizenden herkenbare, soms wat Dylanesque, stemgeluid van Mike Scott, maar in muzikaal opzicht klinkt de nieuwe plaat van The Waterboys weer anders dan al zijn voorgangers. Waar Mike Scott op de vorige plaat van de band aan de haal ging met de gedichten van de Ierse dichter William Butler Yeats, komt hij op Modern Blues weer op de proppen met zijn eigen songs of beter gezegd teksten.
 
Modern Blues blijkt een vlag die de lading uitstekend dekt, want invloeden uit de blues zijn prominent aanwezig op de nieuwe plaat van The Waterboys, maar worden door Mike Scott ook verwerkt in een geluid dat onmiskenbaar klinkt als The Waterboys. Mike Scott manifesteerde zich tot dusver vooral als folkie, maar de blues blijkt hem te passen als een maatkostuum.
 
Het in Nashville opgenomen Modern Blues klinkt vaak tijdloos en oerdegelijk, maar klinkt op hetzelfde moment groots, monumentaal en urgent. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, met een hoofdrol voor de gitaren van Mike Scott en de viool van Steve Wickham, maar ook in vocaal opzicht weet Mike Scott zeer te overtuigen.
 
Omdat Modern Blues ook nog eens vol staat met songs waarvan je niet alleen heel vrolijk wordt, maar die ook nog eens na één keer horen voorgoed in je kop zitten, is het een plaat die met recht een enorme verrassing kan worden genoemd. Dat weet je acht tracks lang, waarna de tien minuten durende afsluiter alle twijfel definitief wegneemt.
 
The Waterboys wisten ook na hun meest succesvolle dagen het niveau van de klassiekers te benaderen, maar Modern Blues kan er zomaar overheen. Het is een prestatie van formaat van Mike Scott en zijn medemuzikanten, maar Modern Blues is vooral een plaat die al heel snel memorabel is en garant staat voor een gelukzalige glimlach gedurende de hele speelduur. Geweldige band, fantastische plaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Destinies entwined':

https://www.youtube.com/watch?v=7_4EhpohXNQ


Thursday, 26 February 2015

The Gloaming. The Gloaming

Je hebt van die platen waarbij het kwartje lange tijd maar niet wil vallen. Al maanden lees en hoor ik jubelverhalen over het debuut van The Gloaming, maar de plaat kon mij tot voor kort maar niet bekoren. Mooie ingetogen Ierse folk met verrassende invloeden, dat wel, maar het raakte me niet, waardoor de verveling uiteindelijk toe sloeg.
 
Dat veranderde pas nadat de Nederlandse promotor van de plaat me de cd ook fysiek had opgestuurd en ik tijdens autoritten de tijd kon nemen voor deze plaat. Dat heeft het debuut van The Gloaming kennelijk nodig, want langzaam maar zeker heeft het debuut van The Gloaming me betoverd en veroverd.
 
The Gloaming bestaat uit een aantal Amerikaanse en een aantal Ierse muzikanten, van wie de Amerikaan Thomas Bartlett, die als Doveman een aantal prachtige platen heeft gemaakt, voor mij de bekendste is.
 
De Ierse muzikanten lijken in eerste instantie hun stempel te drukken op de muziek van The Gloaming. Dat ligt vooral aan de instrumentale intermezzo’s met strijkers en aan de in het Gaelic gezongen teksten.
 
Het zijn precies deze twee ingrediënten van de muziek van The Gloaming die me in eerste instantie het meest in de weg zaten. De instrumentale intermezzo’s zaten op het eerste gehoor goed in elkaar maar hadden voor mij geen meerwaarde, terwijl de in een voor mij overstaanbare taal gezongen teksten de aandacht wegtrokken van de muziek. Inmiddels hoor ik wel de meerwaarde van de instrumentale intermezzo’s en draagt het gebruik van het Gaelic alleen maar bij aan de magie van de muziek van The Gloaming.
 
The Gloaming maakt zoals gezegd muziek die is geworteld in de traditionele Ierse folk. Dat is muziek die ik slechts in zeer beperkte mate in de platenkast heb staan, waardoor ik erg moest wennen aan deze folk variant. De muziek van The Gloaming beperkt zich echter zeker niet tot de Ierse folk. De Amerikaanse muzikanten van de band hebben hun bagage uit de Amerikaanse folk en de jazz meegenomen en krijgen alle ruimte om deze invloeden in te brengen in de muziek van The Gloaming.
 
Deze muziek krijgt vorm in een aantal lange tot zeer lange tracks, die zich bijna zonder uitzondering zeer langzaam voortslepen. De muziek van The Gloaming moet het zeker niet hebben van snel effectbejag. In de meeste tracks wordt uiterst langzaam naar een climax toegewerkt.
 
Dat is zeker in het begin even wennen, maar wanneer je de songs wat beter kent hoor je continu de onderhuidse spanning die de muziek van The Gloaming zo’n bijzondere lading geeft. Deze lading is samen met het muzikale vakmanschap dat van de plaat afdruipt voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de magische uitwerking die de muziek van The Gloaming uiteindelijk heeft.
 
Het is muziek waarin meerdere werelden elkaar niet uitsluiten maar omarmen, met uniek klinkende muziek als resultaat. Liefhebbers van Ierse folk zullen waarschijnlijk makkelijker vallen voor de muziek van The Gloaming dan muziekliefhebbers die niet thuis zijn in dit genre, maar inmiddels weet ik uit eigen ervaring dat geduld loont. Als je het debuut van The Gloaming de tijd geeft om te groeien hoor je uiteindelijk muziek die een geheel eigen universum creëert. Het is een universum waarin stress, haast en geldingsdrang ontbreken, maar onder de oppervlakte gebeurt er van alles.
 
Absoluut één van de meest bijzondere platen van de afgelopen tijd en misschien ook wel één van de mooiste.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'The sailor's bonnet': 

https://www.youtube.com/watch?v=usva3chWf5w

Wednesday, 21 January 2015

The January Kairos by .No

Another month, another Kairos, the radio program by .No on Concertzender. Wo. delves again into music he usually does not hear and gives his unsalted version of the truth, according to Wo. that is.

The start of this Kairos is esoteric. The mystery of the mist in the fjords of Norway. Is that he hulk of a Viking ship I see there, passing through the fog? Filled with the barter of drunk Medieval sailors and the loot of long lost European cities. Like a movie that is played, soundless. The sound of the reel is mystified by the mind. My fantasy creates loops around it. The sound of long deceased Gregorian choirs in the large cathedrals spins in and out of my mind. That is the image the Seetyca's 'Bleakscapes 4' evokes in my mind. In this collaboration the German musician collaborated with the Oregon Origo String Quartet and Etheocles Stevens, who is
responsible for the lead singing. Again .No presents me with a piece of music that I would never have contemplated playing in my wildest dreams, let alone while awake. Seetyca's music is intriguing and has a pure sort of beauty, that kept me listening though the long song or better drones.

What happens next is that I was under the impressions that the song changed its structure and that Etheocles Stevens got a larger role, until I realised that .No had me again. This is a totally new song that merges with the drones and comes out solo. 'Her Sacred Spirit Soars' is a vocal composition, with male and female voices that move  around  and about each other in all sorts of counter melodies which remind me of the church of my youth. The composition of Eric Whitacre is sung by the Eric Whitacre singers. He also has a virtual choir, singers from around the world that come together online. Whether this composition is part of that, I can't tell. Complexly structured, 'Her Sacred Spirit Soars' has a deep inner beauty. Not my cup of tea, but certainly worth while listening to.

From a churchlike choral to the ambient music of ex-Roxy Music member, producer and of course solo musician Brian Eno. 'Lantern Marsh' from his album Ambient #4 ON LAND, is a slow composition with little development, with the sort of instrument as a part of the whole that clangs and rattles in the wind, hanging on a porch or veranda. There are sounds that could be the wind coming towards the hanging contraption in a slow but deliberate way; bringing nothing but more heat. The drone is the reflection of heat and light close to the horizon. Not exciting enough for me, but the music stirs my imagination with vivid images and senses.

'Lantern marsh' melts into 'How can I recognise my home' by Estonian composer Veljo Tormis. The composition is sung in Estonian by Eve Härma en Kadri Ratt while Marrit Gerretz-Traksmann plays the piano. Lone chords and notes, the vocal melody repeats itself regularly giving off the impression of a bedtime song for little children who do not want to sleep yet. Because of the language, but also faintly in the melody, the composition reminds me of the Finnish Complaint Choir. Also, this song, in a different arrangement, can easily be on the record of one of those modern folky girl duos or trios.

In 'Luminous insects' by Matthew Cooper & Mark T. Smith a million things happen. There is a composition, looped?, underneath samples of a million things, sounds and people in conversation, until a slow trance sounding synth comes in and I'm waiting for David Guetta's foghorn to sound and announce the moment the dancers are supposed to let it rip on the heavy beats; that of course never come. The melody just fades out leaving us with everything underneath that is also then faded out also.

And melts with the guitar sounds of Hans Kockelmans, who plays Francois Dufaut's 'Gigue'. Again Kockelmans shows his prowess on the guitar in this home recording. The guitar sound is so neat. This short composition is played just for me as if in the room. By far the most intimate recording on this Kairos.

The mix into I Am Oaks' 'Firm hands' from the band's latest album 'Ols songd' is more abrupt than usual for Kairos. Almost as if Hans Kockelmans plays a chord horribly wrong. It made me pay attention alright. 'Firm hands' is I Am Oak's composition that reminds me most of the late St. Thomas. A fine folk song, subdued and strong at the same time. 'Ols songd' was reviewed on this blog last year.

From Utrecht folk to Japanese flute. Kohachiro Miyata plays the traditional 'Honshirabe', which translates into "basic melody", if I'm to believe You Tube, where the song can be found in other versions as well. What can I say, someone blows on a flute Long, lingering notes. That's all that I can write here and add that it sounds somewhat mysterious. The theme of this Kairos? Mystery?

The flute is slowly mixed into the intro sound of 'All the years have fallen away' by Karine Eps, a duo, Chris Gowers and Frazer McGowan. A song in which the guitar and tape (hiss) mixes with the lone piano chords played by McGowen. All of a sudden the line "She's a visitor" is repeated over and over. A soft chant. Something that could be part of an art exhibition. Something from a video artist, in a video in which it is never clear what I'm looking at. The people and their going abouts may be understandable, but not within the presented context. Again mystery in sound and meaning. Robert Ashley's 'She's a visiter' is played over 'All the years have fallen away' until the tapes and loops take over created by the Dutch Ensemble MAE. Experimental electronics, a choir singing drones, weird sounds and hisses, the chant going on uninterrupted. A seance?, a gathering of witches?, it is hard to hear, but mysterious this composition is. And very far out out. Too far? Yes, it is. For me that is.

Next Douglas Dare comes by again. By now we can call Douglas Dare a .No favourite, having heard him in some previous Kairos episodes as well. 'Clockwork' is this month's choice. Ensemble MAE's hisses flow into Dare's piano playing. Listening to 'Clockwork' I can imagine this song in the charts if Dare tweaks the composition just a little in the right places. This song is as powerful as Hozier's 'Take me to church' and certainly James Bay's 'Hold back the river', both songs that chart as I write. 'Clockwork' holds the same power as those to songs do. It is a beautiful song and by far my favourite of this set. (Yes, .No, I know it's the most traditional sort of song here, but still.)

Kairos ends with a Dutch language song, 'Ben ook maar een mens' van Hans Andeweg. Again a DIY recording from Dutch soil. With a text that is what we call Kleinkunst, "Small art". I haven't got a translation here that does right to this word. Andeweg sings in a way that is from years back. The late Frans Halsema seems a large influence here. The song is melancholy and there are some surprising instruments that come into the song, that certainly lift the quality (and fun aspect). A beautiful, small song 'Ben ook maar een mens' is.

Wo.

You can listen to January's Kairos here:

http://bit.ly/1IfUXPk

Friday, 31 October 2014

I'm not bossy, I'm the boss. Sinead O'Connor

I think I know what a song title on the next album of Sinead O'Connor will be. See if you can figure that one out also. On the cover of her new album Sinead looks like Joan Jett in her The Runaways period. Don't expect any girl punk though. Looking that way and sounding that way are two very different things. The self-assured rock chick look, doesn't match the mood and lyrics of I'm not bossy, I'm the boss. Just like the self-certified boss doesn't appear so bossy either. Not all is well in the world of Sinead O'Connor. The results are the better for it as I'm not bossy... is a fine album.

Two and a half year ago Sinead O'Connor surprised me with her album 'How about I be me and you be you' (http://wonomagazine.blogspot.nl/2012/03/how-about-i-be-me-and-you-be-you-sinead.html). The first album by her I listened to since 1990. I can't remember why I decided to listen to the album, but I haven't regretted it for one second. The same goes for I'm not bossy... The mix of stout ballads and polite rockers have the exact right tone and mood to like instantly. The ultimate intenseness of 'The lion and the cobra' has disappeared and the ultimate sadness of 'Nothing compares 2U' has made room for the sort of wisdom and resignedness that comes with living.

The album starts with a straight reference to 'Nothing compares 2U' though. The keyboard sound in the background echoes the soundscapes of O'Connor's greatest hit. Comparisons stop there as a drum kicks in and makes 'How about I be me' come alive. The beauty remains though. It's a song about love, but also hurt and insecurity. Longing for something that may not be within reach right now. Sinead O'Connor sings it with the right voice, the right tone and the instruments behind her do everything right to make this song a huge success. In 1992 it would have been the right song to continue her career with. In 2014 I'm very glad to be able to enjoy it.

'Dense water deeper down' gives everyone listening to the song the opportunity to enjoy Sinead while being made love to. Is there something like aural voyeurism? Auraeurism? On the other hand it's on display, so it's not secret is it? No avoiding it except to skip the song. For that it is to good. Like the more up tempo 'Kisses like mine' is. Convincing this song is, again. O'Connor seems to have found a new muse and the right persons to write songs with, like producer John Reynolds and lead guitarist Graham Kearns. Together they create the circumstances in which O'Connor is able to do what she is good at: singing in a great way on the turnpike of indierock, pop and rock with a dash of mystical Irish folk.

The freedom these styles allow her ranges from the almost bluesrock of the fine rocking 'The voice of my doctor' all the way to the ethereal 'Streetcars'. With in between the soft starting, hard ending 'Harbour'. On I'm not bossy... Sinead is able to take different side roads, but all lead to a great song. Even better than on her two first albums and on her previous album. Slowly but surely I'm starting to realise that I'm not bossy.., may well be the best album she released to date. She even gets away with a James Brown pastiche, called 'James Brown'. Including some sax playing by Seun Kuti.

So now we have two songs from Ireland called 'Take me to church' within a few months. Both very much interesting to listen to. (There may follow a review of Hozier's album in the coming weeks. Still deciding on it.) A bit inconsistent this 'Take me to church' is lyrically though. After a couple of love songs singing "What have I been writing love songs for? I don't want to sing them any more"? Forgiven as this song and the love songs are as good as they are on this album.

Having listened more often to I'm not bossy, I'm the boss I start to realise why this album appeals to me more than any of Sinead O'Connor's previous records. The balance in music is much better, but also she herself seems to be just this little less angry, which makes it  not only easier to listen to her, but also seems to bring out her strengths so much better. Distributed in the right dosages everything comes out better. With age comes wisdom? It very much seems like it, judging this fine, fine record.

Wo.

You can listen to 'Take me to church' here:

https://www.youtube.com/watch?v=jMzY_KQIKjU

Thursday, 4 September 2014

Tincian. 9Bach

Een tip op de steeds waardevoller wordende muzieksite musicmeter.nl attendeerde me onlangs op Tincian van 9Bach.
 
9Bach is een band uit Noord-Wales die hele bijzondere muziek maakt. Dat bijzondere wordt voor een belangrijk deel bepaald door de teksten, die in het Welsh (Cymraeg) worden gezongen. Een enkeling zal de taal misschien kennen van het album (Mwng) waarop de Super Furry Animals zich volledig tot het Welsh beperkten en verder raakt de taal stevig aan het Iers-Gaelisch, dat in het verleden vaak door Clannad werd gebruikt. Het is een taal die geen enkel aanknopingspunt biedt, maar het is ook een taal die zich prima leent voor het maken van muziek.
 
Het eerder genoemde Clannad is ook direct belangrijk vergelijkingsmateriaal voor de muziek van 9Bach, dat net als Clannad flink wat invloeden uit de Keltische volksmuziek en de New Age verwerkt in haar muziek.
 
Net als Clannad beschikt 9Bach bovendien over een zeer getalenteerde zangeres. Deze zangeres, Lisa Jen, beschikt over een prachtig en opvallend helder stemgeluid en een bijzondere techniek. In eerste instantie deed Tincian me door de zang vooral denken aan Portugese Fado platen die ik in huis heb, al zet de afwijkende instrumentatie je bij deze vergelijking keer op keer op het verkeerde been.
 
Deze instrumentatie gaat een stuk verder dan hetgeen dat gebruikelijk is in de Keltische volksmuziek en de New Age. 9Bach verwerkt ook op subtiele wijze elektronica in haar muziek en experimenteert hiernaast flink met het combineren van meerdere lagen vocalen (wat één keer een bijna Laurie Anderson achtige song oplevert).
 
Zeker wanneer de elektronica wat zwaarder wordt aangezet en wordt gekozen voor opvallende ritmes, doet Tincian me in muzikaal opzicht voorzichtig denken aan Portishead in haar meest ingetogen momenten, maar door de totaal andere vocalen blijft er van deze vergelijking uiteindelijk weinig overeind. Tincian roept bij beluistering constant meerdere associaties op (ik moet ook nog steeds heel vaak aan Kate Bush denken), maar de muziek van 9Bach is uiteindelijk uniek.
 
Je zou verwachten dat muziek met teksten in een absoluut niet te volgen taal veel tijd nodig heeft, maar dat valt in de praktijk erg mee. Ik was eigenlijk direct bij eerste beluistering verkocht en koester Tincian van 9Bach sindsdien.
 
De kracht van de muziek van 9Bach schuilt voor een belangrijk deel in de prachtige stem van Lisa Jen, maar de avontuurlijke instrumentatie, die steeds weer anders maar altijd verrassend klinkt en uiteindelijk ook opvalt door prachtige gitaarlijnen en onnavolgbare pianoloopjes, draagt zeker bij aan het bijzondere effect dat de muziek van 9Bach sorteert.
 
Omdat 9Bach niet goed of eigenlijk helemaal niet in een hokje valt te duwen, zal het niet meevallen om aandacht te trekken met Tincian, maar deze plaat verdient echt een zetje in de rug. 9Bach maakt op Tincian immers avontuurlijke en tegelijkertijd wonderschone muziek. Het is muziek die zijn gelijke niet kent, die eenvoudig overtuigt en vervolgens nog heel lang beter wordt.
 
Absoluut één van de meest bijzondere platen van het moment dus en als je het mij vraagt ook één van de beste. Ik heb mijn voordeel gedaan met de fraaie tip op MusicMeter (Willem bedankt) en dit verdient navolging. Op grote schaal.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'llwybrau':

https://www.youtube.com/watch?v=6oRpzFIkmqg

Monday, 11 June 2012

The marble downs. Trembling Bells feat. Bonnie 'Prince' Billy

You can listen to 'I made a date (with an open vein)' here.

Ever since I've started following Will Oldham's career and I was late compared to some, he has seldom not surprised me with his new record and collaborations. In 2012 it's an album with a band called Trembling Bells, which I had never before heard of. The marble bells sort of shoots of left and right and every once in a while through the middle, but never in a straight line. The music reminds me mostly of the song 'All around my hat' of the British seventies folk band Steeleye Span.(Correction, I just read on Wikipedia that they still exist.)

The connection to British folk is not so strange, as Trembling Bells originate from the British isles, Glasgow to be exact. The links to days gone by are plentiful. From folk rock to a guitar sound Mike Oldfield would have been proud of on 'Tubular bells': "slightly distorted guitar".

Ever since I have the album in my possession, I keep playing it more and more. It started with my first surprise of hearing Oldham harmonising with the classic folk rock voice of Lavinia Blackwell. A Joan Baez light, a little Sandy Danny and the Steeleye Span lady, Maddy Prior. Followed by the very different outings in which he ventures, successfully. Not just folk. There are portions of psychedelic rock served and Bonnie 'Prince' Billy-like songs with a full band, fat drums, electric guitar, organ and bass. Nothing like his latest albums 'Wolf Roy' and "The Cairo Gang'. His singing is slightly different as it is a tat more hastened than usual and he gets away with it just fine.

The album kicks in in a very sixties way. It could be "Race with the devil' by Gun, 'The legend of Xanandu' by Dave Dee and co, before the drumming becomes fiercer, the organ pounds in, but the guitar is contained, despite being almost as distorted as the Gun song of 1969. With Lavinia almost wailing oohhs in an almost opera way. Will Oldham starts singing and the song takes really off in a folk rock vein, that sets the sphere for most of The marble downs. 'I made a date (with an open vein)' is a strong opener, that only would have been better if it had been recorded by Jefferson Airplane in 1967. The Bach like organ solo would have been missing then, so that compensates more than enough. This quality is kept up for most of the album.'Ferrari in a demolition game' sounds like the intro to the 'Blackadder' theme of the first series. Very classic rock indeed. The contrast with the rocky, up-tempo 'Ain't nothing wrong with a little longing' couldn't have been greater.

The marble downs is in every way a treat. A mix of many styles which are handled well by band and guest singer. 'Excursions into assonance' has some great variations which make it a fantastic song. 'My husband's got no courage in him' is pure folk of old. Just singing and harmonising as if a song delivered from way before recording times. And then a glass is smashed to the ground. The band burst out in 'Riding', from Oldman's The Palace Brothers days with a haunted vibrato guitar lick in there. This gives the song a tremendous sixties sound, but is not the strongest song on the record. It all ends with a Robin Gibb cover from 1970: 'Lord bless all'. So unbeknown to the artists when they recorded the song, they end with a fair tribute to the late Bee Gees singer. (Click for the In Memoriam on WoNoBloG here.) If I'm honest this song could have been skipped as far as I'm concerned, but this last miss takes nothing away from what I've already heard before.

After collaborations with Matt Sweeney ('Superwolf', 2005) and Tortoise ('The brave and the bold', 2006), here's another great collaboration by Bonnie 'Prince' Billy. It shows off his many talents in a shining way. Like well polished marble. This takes nothing away from the performance of Trembling Bells, a true revelation.

Wo.

You can order The marble downs here or here

Tuesday, 29 May 2012

Het draailierfestival in Marolles


Foto Marolles, Wil
Verbaasd, verrast en verrukt was ik over het optreden van de muziekanten van de nostaligische draailieren.
 
Ik moet toegeven dat ik de enige van het gezelschap was die NOOIT van draailieren gehoord had, laat staan beluisterd.

Tijdens onze vakantie was ik op bezoek bij vrienden in Marolles. Via pamfletten her en der geplakt, werden we op de 21st juni naar de Montenoison gelokt,  een berg met een prachtig klein oud kerkje erop. En natuurlijk ook een bijbehorende begraafplaats. Want ook in Frankrijk is er niemand onsterfelijk.
Dansen op muziek van de draailier, foto Wil


Door de plaatstelijke 'buurtvereniging' was er een  picknick georganiseerd - maar wel zelf je lekkernijen meenemen -  opgeluisterd door de leden van de École de musique de Haute-Nievre. Ik heb een stukje van de muziek opgenomen met mijn foto-camera maar helaas via dit medium niet te beluisteren.

Foto Marolles, Wil
Het was een prachtige avond  waar jong en oud zichtbaar genoot van de klanken , de sfeer en de harmonie. Zelfs een moeder en dochtertje 'draaiden' een dansje. (zie foto ) .Het was alsof de tijd even stilstond: een Monet-achtig tafereel. Veel mooier dan ik het in woorden kan uitdrukken.

Wil

Friday, 13 April 2012

Actors & liars. AlascA

Het orgeltje helemaal aan het begin van het album zette mij bij eerste beluistering flink op het verkeerde been. Zou er een The Madd-achtig jaren 60, garage feestje gaan losbarsten? Alles behalve. Het blijkt de opmaat naar een album vol gedegen songschrijversmuziek, uit Nederland, dat is dan toch een overeenkomst met The Madd. Een Nederlander die ik wel terecht kan noemen, is Blaudzun. AlascA zie ik in staat om uiteindelijk de laatste cd van Blaudzun, Heavy fruit, naar de kroon te steken in 2012. 'I will go', een prachtige ballade, zou zo op het repertoire van Johannes Sigmund c.s. kunnen staan.

Zet een banjo in bij popliedjes en de vergelijking met Mumford & Sons is direct getrokken, maar waar ik bij de fakkeldragers van de indie-folk of hoe het ook in een hoekje geduwd is, snel klaar was met luisteren, heb ik Actors & liars regelmatig op de speler aanstaan. Dat begint natuurlijk bij de liedjes. Die klinken prettig, zijn fraai gearrangeerd met traditionele folk instrumenten, zoals we die ook van The Dubliners tot Dropkick Murphies kennen. Op Actors & liars ondersteunen deze instrumenten in principe prima popnummers, soms langzaam, soms wat sneller. Het beste illustreert het titelnummer deze stelling. Een prima ballade, die draait om een prachtige pianopartij, maar er klinkt ook een banjo en allerhande bellen spul, maar de basis is een geweldige popsong, die af en toe breed uitwaaiert. De productie van Alan Branch verdient dan ook zeker een pluim vanwege het prachtige ruimtelijke geluid. Qua klank komt AlascA geregeld in de buurt van "oude" Engelse folk als bijvoorbeeld Fairport Convention en kent in een aantal nummers de rust van Cat Stevens en toch vind ik het, op dit moment in de tijd, beter dan alle genoemde bands, m.u.v. Dropkick Murphies, maar dat laatste is geen vergelijking.

Ik zit geregeld te genieten van de samenzang tussen de heren Bond en Jonk. (Ja, de band komt uit Volendam.) Dat element beheerst de band ook al, want in 'Traveler's vesper' steken ze iedereen van CSNY tot Fleet Foxes naar de kroon en winnen het moeiteloos van de laatste. Ware schoonheid en de benadering van perfectie (als het einde niet zo sullig was). Weliswaar hebben alle heren een vrij hoge stem en wekt lead zanger Frank Bond de indruk niet over een enorm volume te beschikken (ex-kerkkoor lead zanger?). Dat hoeft ook niet bij deze muziek. AlascA weet zijn luisterlied naar een hoog niveau te tillen, wat de sprong naar een groter publiek rechtvaardigt. U, lezer, krijgt dan ook een dringend luister advies mee.

Was ik recentelijk op dit blog enthousiast over de Britse band Dry the River, die in hetzelfde slootje vist, AlacsA verdient dit nog meer. De spanningsboog van 'Never cry wolf' is vrijwel perfect. 'Dejá vu' is instrumentaal, maar dat viel mij eigenlijk pas op na vele malen beluisteren, alsof er ergens gezongen wordt, maar ik niet meer kon zeggen waar. Prachtig mooi ook, overigens.

Alweer een prima product uit eigen land in 2012. Dat begint een aardig rijtje te worden. Ik geloof waarlijk niet dat Nederlandse bands heel veel onder hoeven te doen voor die uit het buitenland. Concluderend kan ik zeggen dat de titel van het openingsnummer, 'Phanta rei', de lading van Actors & liars volkomen dekt. Telkens hoor ik weer een nieuw geluid of loopje, weggestopt melodietje, waardoor het lijkt alsof ik als het ware telkens een andere plaat op zet. Heel goed gedaan, heren.

Wo.

Zelf bijdragen aan WoNoBloG? Dat kan. Laat een reactie achter en wij nemen contact met je op.

Thursday, 22 March 2012

Faun in 013

Gisteren (21 maart 2012) met vriend Evert naar Faun in 013 in Tilburg.
Faun, ik kende ze niet. Een Duitse band. Middeleeuwse muziek en folk vanuit verschillende windstreken in Europa. Vijf multi-instrumentalisten (nummer 6 had kennelijk een snipperdag), die een heel breed repertoire in de folk bestrijken. Nadeel is wel dat de authenticiteit vaak wat ver te zoeken is. Af en toe is het gewoon een soort maaltijdsoep van allerlei folkkliekjes. Apropos maaltijdsoep: vóór de pauze was het geluid echt bagger.En enkele musici waren niet in vorm. Misten noten en slagen, zetten verkeerd in en kregen het 'Keltisch jodelen' maar niet voor elkaar. De ingetogen ballads klonken gewoon vals en heel geforceerd.
Het leek ook wel alsof ieder zijn of haar eigen partij zat te spelen zonder zich echt iets van de anderen aan te trekken. Het leek het niet te gaan worden. En na de pauze was het dan ook merkbaar rustiger in de zaal. Dat was kennelijk wat de dames en heren nodig hadden: een echt intiem concert. Of misschien had er iets speciaals in hun thee gezeten. Maar in ieder geval speelden en zongen ze echt de sterren van de hemel. De band was opeens een band die ballads heel intiem en integer speelde en daarna volkomen los ging. Prachtige nummers uit Spanje, Hongarije, de Skandinavische landen, Bretagne, Ierland en wat al niet. Er zaten enkele bekende traditionals tussen, maar veel eigen nummers. Af en toe een brok in mijn keel en af en toe volledig uit mijn dak. Virtuoos! Beheerst (de Duitsers hebben daar zo'n mooi woord voor: überlegen!). En na twee toegiften had ik er eigenlijk nog niet genoeg van. Grandioos! Aparte vermelding verdient Fiona Rüggeberg, zangeres, (f)luitiste en doedelzakspeelster. Werkelijk fenomenaal wat ze deed. Maar als ik dat schrijf, doe ik draailierspeler Stephan Groth en percussionist Rüdiger Maul ernstig te kort. Dus dat schrijf ik dan maar niet. Blijft over het kippenvel en de goede herinneringen aan een heerlijke avond. En toen we om 23.20 buiten stonden moest ik nog met de trein van Tilburg naar Amersfoort Schothorst. Dat lukte niet meer. Ach Nederland...

.No