Sunday, 31 May 2026

All The Right Weaknesses. Brown Horse

Brown Horse komt vrij snel na haar terecht zo bejubelde debuutalbum Reservoir op de proppen met All The Right Weaknesses, waarop de Britse band haar alt-country geluid verrijkt met een heerlijk gruizige gitaar vibe.

Het beste alt-country album werd vorig jaar niet in de Verenigde Staten gemaakt maar in het Verenigd Koninkrijk. De Britse band Brown Horse leverde met Reservoir een album af dat herinnerde aan de betere albums uit het genre. Maar net een jaar later is Brown Horse alweer terug met haar tweede album waarop de band haar geluid verder heeft ontwikkeld. Ook All The Right Weaknesses bevat flink wat invloeden uit de countryrock en de alt-country, maar het album klinkt ook wat ruwer en steviger. Wat is gebleven zijn de uitstekende songs en de prima zang. De oogst binnen de alt-country viel de afgelopen jaren wat tegen, maar wat is dit een topband.

De Britse band Brown Horse debuteerde begin vorig jaar met het prachtige Reservoir, waarop invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 samenvloeiden met invloeden uit de alt-country uit de jaren 90. Het album deed me meer dan eens denken aan Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass van The Jayhawks uit de eerste helft van de jaren 90 en dat zijn wat mij betreft twee van de beste alt-country albums aller tijden. 

Brown Horse stond na de release van haar debuutalbum vooral op het podium en heeft de energie van het podium meegenomen naar de studio. Het deze week verschenen All The Right Weaknesses werd in slechts een week opgenomen en live ingespeeld, wat het album voorziet van veel vaart en energie. 

Brown Horse is zoals gezegd een Britse band, maar de band uit Norwich klinkt ook op haar tweede album weer vooral Amerikaans. Ook op All The Right Weaknesses laat de band zich stevig beïnvloeden door alt-country uit de jaren 90 en countryrock van nog twee decennia eerder, maar het tweede album van Brown Horse klinkt ook ruwer dan het debuutalbum en verkent ook zeker invloeden uit de rockmuziek. 

Op Reservoir trok het geweldige gitaarwerk van Nyle Holihan al de aandacht, maar de Britse muzikant krijgt op All The Right Weaknesses nog veel meer ruimte en heeft de songs van Brown Horse vol gestopt met geweldige riffs. Door het gitaarwerk schuift de muziek van Brown Horse op het nieuwe album van de band ook wel wat de kant op van de (blues)rock bands uit de jaren 70 of schuift de band zelfs op richting 90s indierock, maar door de pedal steel en de banjo blijven ook invloeden uit de country belangrijk. 

Ik heb persoonlijk wel wat met het lekker ruwe en energieke en vooral door gitaren gedomineerde geluid op All The Right Weaknesses, dat net wat eigenzinniger en ook wel wat eigentijdser klinkt dan het geluid op het debuutalbum van de band. Het is een geluid dat direct aanspreekt en vervolgens steeds beter wordt.

Ook op het tweede album van Brown Horse trekt de opvallende stem van Patrick Turner de aandacht. Het is een stem die de muziek van Brown Horse voorziet van onderscheidend vermogen, maar ik vind de stem van de Britse muzikant ook erg mooi. Patrick Turner neemt op All The Right Weaknesses het grootste deel van de zang voor zijn rekening, maar er is vergeleken met het debuutalbum een wat grotere rol voor de stem van Phoebe Troup, die ook zeer verdienstelijk zingt. 

Het tweede album van Brown Horse stond na een maandenlange tour in een vloek en een zucht op de band, maar ondanks het feit dat er maar net iets meer dan een jaar is verstreken sinds het debuutalbum van de band laat Brown Horse flinke groei horen. Meerdere leden van de band schreven mee aan de songs, die van een constanter en hoger niveau zijn. De zang van Patrick Turner is net wat minder expressief en wat mij betreft mooier, terwijl de muziek van de band wat steviger en uitbundiger klinkt. 

Een ding is niet veranderd en dat is dat Brown Horse ook met All The Right Weaknesses weer een geweldig album heeft gemaakt. Het is een album dat zeker in de smaak zal vallen bij liefhebbers van countryrock en alt-country, maar ook een ieder die makkelijk valt voor (indie)rock zal zeer gecharmeerd zijn van het tweede album van Brown Horse. Ik had zo snel na Reservoir nog geen tweede album van Brown Horse verwacht, maar All The Right Weaknesses is een zeer aangename verrassing.

Erwin Zijleman

Saturday, 30 May 2026

The Boys Of Dungeon Lane. Paul McCartney

How many McCartney albums does one need, is a valid question in 2026? It appears one more. At first listening, it is clear that The Boys Of Dungeon Lane is not just an average Paul McCartney album that is easy to ignore.  It's an urgent album with several songs that go way beyond the average.

One eye-catching detail is certainly worth noting. Andrew Watt has produced the album and has received co-writing credits of several songs. The recordings started in 2021 and continued for years. And let Watt also be the one who kicked life in Paul's contemporaries The Rolling Stones as well, with Paul playing bass on a song on 'Hackney Diamonds' and the upcoming album (10 July). Both dinosaurs of the beat, R&B and pop era still sound like themselves with Watt in the producer's seat, but certainly with a fresh sounding tinge. If not pure and pleasant surprises.

As I wrote before, Paul's voice is not what it used to be. It is in steady decline from overuse in the past decades, from 1957 right op to 2026, or sixty-nine(!) straight years. Where in the end that stopped me from playing 'McCartney III' more, his previous solo album from 2020. So far, I am not bothered much on The Boys Of Dungeon Lane. Somehow he manages to use his voice in different ways, where the wear and tear is less obvious. Strangely enough it is when he uses it in a mildly higher register.

Paul McCartney turns 84 in the coming weeks but there is not much suggesting his age. Again he played most of the instruments himself, only assisted here and there by Andrew Watt. Again an analogy with The Rolling Stones. Some of the lyrics look back at his youth, see eg 'Down South' about George Harrison I'd say and then we are talking about the 1950s. The album title is a street in Speke that led to the river Mersey, where boys went out to play. Something I can completely relate to, despite having grown up ten-fifteen years later. The adventures are sort of similar, as there wasn't much else to do then but explore the surrounding neighbourhoods.

Musically, The Boys Of Dungeon Lane is as varied as can be expected. From an acoustic ballad to a wild rocker, you'll find it on the album. With one of the highlights the duet with Ringo Starr, 'Home To Us', perhaps one of the most Beatlesque songs McCartney ever released or better, what The Beatles might have sounded had they all lived until 2026 and decided to make music together once more. Besides that, 'Home To Us' is so much alive, belying the age of the two protagonists. It deserves to be a hit, but certainly is in my universe.

From the opening song it is clear that Paul McCartney means business. 'As You Lie There' has a few faces to it. From the soft McCartney, to the harder rocking Paul. It is all there and more. This is the song by a man who was challenged to get more out of the original idea. It starts out oh so soft and nostalgic, with Paul sing-talking, looking back to a once upon a long ago. From quiet reminiscing to desperation, all within a minute. The accompaniment changes to something bordering a symphonic rock ballad. Next up is a great guitar solo and Paul shouting out his despair once again, and still more to come. It's clear this is a man on a mission and not just presenting us with another record. In a way, 'As You Lie There' reminds me of 'Band On The Run', because of all the changes.

The album continues with McCartney in a minor rocking mode. 'Lost Horizon' has a nice shuffle sound without overdoing it. Again he makes the most of his 2020s voice. It can be said that 'Lost Horizon' sounds familiar, but it has a freshness that I haven't heard for a long time from McCartney. All over the album there is a rock element that pops up and that makes all the difference for me. I'm quite convinced this is Andrew Watt's contribution. Next up is an acoustic song, that was the first single from the album, 'Days We Left Behind', holding the title to the album. Here it is that I wished his voice was better, because this is a really beautiful song and deserved his voice from twenty or more years ago. By the way, in 2026 it has become possible to miss a new Paul McCartney single, as no one alerted me to it.

Sure, there are a few songs in the typical McCartney style that appeals less to me, but they are not bad songs and that rock element that seeps in. As I read somewhere today, "this is as good as his best work in the past 50 years". That makes 'Silly Love Songs' as a single, when Paul still scored hits. Several songs can more than compete, so I agree with the writer. Like I said, it seems I need another bunch of silly Paul McCartney songs anyway. One question remains, reading about starting working with Andrew Watt in 2021, who came first, Paul or Mick c.s.?

Wout de Natris - van der Borght 

Friday, 29 May 2026

Gift Horse. Cloud Cafe

Gift Horse van Cloud Cafe doet af en toe wel wat denken aan een Amerikaanse band die de laatste jaren stevig aan de weg timmert, maar de Amsterdamse band heeft ook een bijzonder mooi en overtuigend debuutalbum afgeleverd.

Direct bij eerste beluistering was ik niet alleen zeer gecharmeerd, maar ook onder de indruk van het debuutalbum van de Amsterdamse band Cloud Cafe. Gift Horse is een geweldig gitaaralbum met vooral invloeden uit de indierock en hier en daar wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, maar Cloud Cafe weet ook de fantasie te prikkelen met fraai gitaarwerk en een uitstekend spelende ritmesectie. Het combineert prachtig met de emotievolle stem van Tara Wilts, die de raakvlakken met de muziek van Big Thief in eerste instantie versterkt, maar de songs van de Amsterdamse band uiteindelijk een bijzonder eigen karakter geeft. Prachtdebuut.

Cloud Cafe is een Nederlandse band, die deze week met Gift Horse haar debuutalbum heeft uitgebracht. Het is een debuutalbum dat onmiddellijk associaties zal oproepen met de muziek van de Amerikaanse band Big Thief. Net als Big Thief combineert de band uit Amsterdam invloeden uit de indierock met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in een wat gruizig en door gitaren gedomineerd geluid. De combinatie van invloeden en het geluid van Cloud Cafe zijn niet het enige dat doet denken aan Big Thief, want de stem van zangeres Tara Wilts herinnert met enige regelmaat aan die van Adrianne Lenker, zeker wanneer ze met net wat meer emotie zingt. 

Dat Cloud Cafe zich laat inspireren door Big Thief vind ik overigens niet zo gek, want de Amerikaanse band is wat mij betreft een van de beste en meest interessante bands van het moment. Cloud Cafe is ook zeker niet de enige band die de inspiratie zoekt bij het Amerikaanse voorbeeld, want ook bands als Wednesday, Florist, Ratboys en Florry leverden de afgelopen jaren albums af die flink deden denken aan de albums van Big Thief. Daar zaten een aantal geweldige albums tussen en ook Gift Horse van Cloud Cafe vind ik een geweldig album. 

De band uit Amsterdam heeft om te beginnen een serie zeer aansprekende songs geschreven. Het zijn opvallend melodieuze songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar de songs van Cloud Cafe kunnen ook voorzichtig ontsporen in gitaargeweld en gaan bovendien de verrassende wendingen niet uit de weg. Het levert een gevarieerd album van een hoog niveau op.

De Amsterdamse band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten. Gitarist David Coehoorn weet continu te verrassen met fantastisch gitaarwerk. De Amsterdamse muzikant kan uit de voeten met hoge en gruizige gitaarmuren, maar speelt ook wonderschone en zeer melodieuze solo’s en vult ook de andere ruimte die wordt opengelaten met fraaie gitaarakkoorden, die steeds weer net wat anders klinken en hier en daar unieke geluiden laat horen. 

Ook de ritmesectie, die bestaat uit bassist Tom Radsma en drummer Dirck Kroes trekt continu de aandacht. De baspartijen en het drumwerk ondersteunen de gitaren op degelijke wijze, maar ook de ritmesectie van Cloud Cafe speelt inventief. Het komt allemaal fraai samen met de stem van Tara Wilts, die in bepaalde stembuigingen wel wat heeft van Adrianne Lenker, maar waar ik de zang van de Big Thief zangeres met enige regelmaat op het randje van vals vind zitten, is de zang van Tara Wilts het hele album bijzonder mooi. 

Bij beluistering van Gift Horse blijft de naam van Big Thief zo af en toe voorbij komen, maar na herhaalde beluistering verdwijnt de vergelijking ook wat uit beeld en hoor ik ook zeker het eigen geluid van Cloud Cafe, dat in een aantal songs wat andere regionen van de indierock opzoekt, variërend van gruizige 90s indierock tot de melodieuzere tegen dreampop aanleunende indierock. 

Ik noemde hierboven al een aantal Amerikaanse bands die zich hebben laten inspireren door Big Thief, maar Gift Horse van Cloud Cafe vind ik beter dan de meeste van deze albums. Het is knap hoe de Amsterdamse band hier en daar ontzettend veel dynamiek in haar songs stopt, maar op hetzelfde moment het melodieuze karakter van haar songs bewaakt. Uiteindelijk is het daarom veel te makkelijk om direct het etiket Big Thief op de muziek van Cloud Cafe te plakken, want de Nederlandse band heeft met Gift Horse echt een heel erg mooi album afgeleverd. Ga dat horen.

Erwin Zijleman

Thursday, 28 May 2026

Lucius. Lucius

Met de fantastische stemmen en de betoverend mooie harmonieën van Holly Laessig en Jess Wolfe kun je geen slecht album maken, maar op het nieuwe album is Lucius ook in muzikaal opzicht weer op de juiste weg.

Met Wildewoman leverde de Amerikaanse band Lucius in 2013 een in alle opzichten fascinerend album af. Het album prikkelde uitvoerig de fantasie, maar betoverde met de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe, die nieuwe dimensies toevoegden aan het begrip harmonieën. De albums die volgden waren in muzikaal opzicht wat minder spannend, maar bleven overeind door de zang. Op het deze week verschenen titelloze nieuwe album slaat Lucius ook in muzikaal opzicht weer interessantere wegen in, waardoor het onaantastbare Wildewoman weer binnen bereik komt. Dat de zang ook op het nieuwe album weer van een torenhoog niveau is zal inmiddels niemand meer verbazen.

Holly Laessig en Jess Wolfe debuteerden in 2009 als Lucius met het album Songs From The Bromley House. Het in eigen beheer uitgegeven album is inmiddels wat weggemoffeld, ook door de twee zelf, al is het nog wel te koop op hun bandcamp pagina. Het is een album dat laat horen dat Holly Laessig en Jess Wolfe geweldig kunnen zingen, maar het album is zeker niet zo goed als het in 2013 verschenen Wildewoman, dat inmiddels wordt gezien als het debuutalbum van Lucius. 

Wildewoman, dat overigens pas in 2014 in Nederland werd uitgebracht, is nog altijd met afstand mijn favoriete Lucius album. Het is een album met sensationeel goede zang, maar ook met fantastische en lekker eigenzinnige songs, die continu dingen doen die je niet verwacht. 

Lucius was sinds Wildewoman te horen op talloze albums, waaronder albums van de groten op aarde, want de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe doen iets met een song. De albums die Lucius sinds Wildewoman maakte blonken stuk voor stuk uit door fantastische zang, maar in muzikaal opzicht werd het allemaal wat minder spannend en voor mij soms zelfs wat te gepolijst. 

Vanwege het vleugje disco en het snufje ABBA moest ik wel even wennen aan het in 2022 verschenen Second Nature, maar de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe trokken me uiteindelijk toch weer over de streep. Desondanks begon ik met enige zorg aan het deze week verschenen titelloze album van Lucius, want er zou een moment kunnen komen waarop alleen geweldige zang niet meer voldoende is. 

Bij eerste beluistering van het nieuwe album van Lucius bleek gelukkig direct dat mijn zorg niet nodig was. Het nieuwe album van Lucius klinkt interessanter en een stuk minder gepolijst dan zijn voorganger. De pure pop van Second Nature is vervangen door een indiepop geluid met uitstapjes richting indierock. 

Holly Laessig en Jess Wolfe bepalen nog altijd het geluid van Lucius, maar het is inmiddels ook al een tijdje een band en dat hoor je op het nieuwe album beter dan op de vorige albums. Lucius beperkt zich op haar nieuwe album niet tot de indiepop van het moment en sleept er af en toe wat invloeden uit de jaren 80 bij, wat je vooral hoort in de bijdragen van de synths, die prachtig combineren met de gitaren, die een veel voornamere rol spelen dan op de vorige albums van Lucius. 

Het nieuwe album is misschien nog niet zo goed en avontuurlijk als Wildewoman, maar ik vind het echt veel beter dan zijn voorganger(s). Lucius heeft een veelzijdig album gemaakt, dat in iedere song net wat anders klinkt. Ik vind niet alle songs op het album even goed, maar de beste momenten op het titelloze album zijn van een ontzettend hoog niveau. Dat ligt ook dit keer vooral aan de zang, want wat zingen Holly Laessig en Jess Wolfe weer geweldig. 

De twee beschikken over behoorlijk verschillende stemmen, die individueel makkelijk overtuigen, maar de magie ontstaat wanneer de stemmen van Holly Laessig en Jess Wolfe samen komen in waanzinnig mooie harmonieën. Het zijn harmonieën waarin de stemmen van de twee elkaar op bijzondere wijze versterken en op hetzelfde moment contrasteren. Het zorgt ook dit keer voor de nodige kippenvel momenten, zeker voor een liefhebber van dit soort harmonieën als ik. Lucius leek in muzikaal opzicht wat minder interessant te worden, maar vindt op het nieuwe album weer de juiste weg.

Erwin Zijleman

Wednesday, 27 May 2026

The Cords. The Cords (2)

Eva en Grace Tedeschi zijn twee piepjonge Schotse zussen, die als The Cords een heerlijk of zelfs onweerstaanbaar debuutalbum hebben afgeleverd, dat een flinke dosis zonnestralen en ruwe energie over je uit stort.

Eva en Grace Tedeschi zijn de middelbare school nog maar net ontgroeid, maar leveren als The Cords een album af dat de nodige opzien zou moeten baren. De Schotse zussen groeiden op in de jaren 10 en 20, maar citeren op hun debuutalbum vooral uit de muziek die in de vorige eeuw werd gemaakt. Invloeden komen in eerste instantie uit de jaren 90, maar ook invloeden uit eerdere decennia spelen een rol op het album. Jengelende gitaren en heerlijke koortjes staan centraal in de songs van The Cords, die meestal genoeg hebben aan twee minuten. Ik werd er direct bij eerste beluistering heel erg vrolijk van en sindsdien is het debuutalbum van de Schotse zussen alleen maar beter en aanstekelijker geworden.

Je hebt van die albums waarvan je direct bij eerste beluistering zielsgelukkig wordt en die ook na meerdere keren horen nog altijd een flinke dosis positieve energie over je uit storten. Het titelloze debuutalbum van The Cords is zo’n album. Ik was binnen een minuut overtuigd van de kwaliteiten van het album en sindsdien is het een album waar ik maar geen genoeg van kan krijgen en dat goed is voor een steeds bredere glimlach. 

The Cords is een duo dat wordt gevormd door de zussen Eva en Grace Tedeschi, die opgroeiden in het Schotse Inverkip, maar inmiddels Glasgow als thuisbasis hebben. De Schotse zussen zijn nog onder de twintig, maar verwerken op het debuutalbum van The Cords invloeden die van ver voor hun geboortejaren stammen. 

Het zijn invloeden uit de janglepop die in de jaren 90 werd gemaakt, maar The Cords maken ook het soort muziek dat het in dezelfde periode goed deed op het roemruchte label Sara Records. Uit de jaren 90 komt ook nog een vleugje dreampop voorbij, maar Eva en Grace zijn ook niet vies van 70s punk, 60s garagerock en ik hoor ook nog wel wat van de Phil Spector girlpop uit de jaren 50. 

Het zijn invloeden die zijn gegoten in popsongs die gemiddeld genoeg hebben aan twee minuten. Het zijn popsongs waarin heerlijk gitaarwerk en de stemmen van de Schotse zussen de hoofdrol spelen en het strakke drumwerk alles aan elkaar smeedt. The Cords hebben in veel van hun songs een voorliefde voor heerlijk jengelende gitaren, maar het gitaarwerk op het debuutalbum van Eva en Grace Tedeschi kan ook steviger en gruiziger klinken. Zeker de songs waarin de gitaren jengelen als in de hoogtijdagen van de jangle pop zijn onweerstaanbaar lekker en sleuren je terug de zomer in, maar het debuutalbum van The Cords heeft zeker baat bij de variatie die is aangebracht in het gitaarwerk. 

De Schotse zussen proppen dertien songs in een half uurtje en de meeste songs worden er in een razend tempo doorheen gejaagd. Net als het wat eenvormig dreigt te worden gaat het tempo wat omlaag en zeker op de tweede helft van het album kruipt de muziek van The Cords ook wat dichter tegen een band als Lush aan, wat ik altijd goed nieuws vind. 

Het gitaarwerk op het album is niet het enige dat het gevoel van gelukzaligheid veroorzaakt dat zich bij beluistering van het debuutalbum van The Cords meester van mij maakt. Ook de stemmen van Eva en Grace Tedeschi maken op het debuutalbum van hun band behoorlijk wat indruk. De twee kunnen heerlijk onderkoeld zingen, maar zijn ook verantwoordelijk voor geweldige koortjes en heerlijke harmonieën. 

Zowel het gitaarwerk als de zang is goed voor ultieme verleiding, maar de songs van The Cords rammelen ook bijzonder aangenaam. Het voorziet de songs van de Schotse zussen van nog wat extra charme. Ik vond het album van Eva en Grace Tedeschi in eerste instantie vooral charmant, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ik het vind. 

Het debuutalbum is gezien de leeftijd van de twee echt een razend knap album, maar de muziek van The Cords is inmiddels ook niet voor niets omarmd door de crème de la crème van de Schotse popmuziek. Het debuutalbum van The Cords verschijnt in een week met echt heel veel nieuwe albums, maar dit album mag zeker niet ondersneeuwen.

Erwin Zijleman