Sunday, 26 April 2026

Oblivion. Alice Phoebe Lou

Alice Phoebe Lou begon een jaar of twaalf geleden als straatmuzikant in Berlijn, maar heeft inmiddels een stapel prachtalbums op haar naam staan, waaraan deze week het uiterst sobere maar zeer intieme Oblivion wordt toegevoegd.

Ik hou altijd wel van bijzondere vergelijkingen en wat te denken van deze: “Oblivion takes the confessional poetry of artists like Joni Mitchell, the vocal tenderness of Billie Eilish and combines those with the calm, collected lament of storytellers like Leonard Cohen”. Is het een onzinnige vergelijking? Nee, al blijft Alice Phoebe Lou wel een unieke en bijzonder eigenzinnige muzikante. Op haar nieuwe albums doet de Zuid-Afrikaanse voor de afwisseling eens alles zelf. Het levert een behoorlijk ingetogen geluid op, waarin alles draait om de stem van Alice Phoebe Lou en die is zoals altijd prachtig. Oblivion is het zesde album van de muzikante uit Berlijn en het zesde prachtalbum op rij. 

Alice Phoebe Lou werd geboren in Zuid-Afrika, maar vertrok op haar 19e naar Europa om zich eerst in Amsterdam en later in Berlijn te vestigen. Ze verdiende in eerste instantie haar geld met straattheater, maar koos uiteindelijk voor de muziek. Ze timmerde als straatmuzikant aan de weg bij het metrostation Warschauer Straße, maar kreeg als snel de kans om haar muziek uit te brengen. 

Het resulteerde in 2016 in haar debuutalbum Orbit, dat ik reken tot mijn favoriete albums aller tijden. Alice Phoebe Lou laat op Orbit een bijzonder eigen geluid horen. Het is een geluid dat opvalt door sprookjesachtige muziek met invloeden uit de folk en de jazz, maar het is vooral de stem van Alice Phoebe Lou die opzien baart. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen en het is bovendien een stem die je direct de wereld van Alice Phoebe Lou in sleurt. 

Met Orbit maakte Alice Phoebe Lou een niet of nauwelijks te overtreffen album, maar ook alle andere albums die ze tot dusver maakte zijn van hoog niveau en laten een zeer karakteristiek geluid horen. Ik heb niet alleen een enorm zwak voor Orbit, maar koester ook Paper Castles (2019), Glow (2021), Child's Play (2021) en Shelter (2023). Niet zo gek dus dat het deze week verschenen Oblivion het album is waar ik het meest naar uit keek deze week. 

Alice Phoebe Lou doet sinds haar debuutalbum precies waar ze zelf zin in heeft en dat siert haar. Voor het deze week verschenen Oblivion liet de Zuid-Afrikaanse muzikante haar band maar eens thuis en koos ze voor het in haar eentje muziek maken. Dat is niet makkelijk, maar het is een kunst die Alice Phoebe Lou als voormalig straatmuzikant uitstekend beheerst. 

Oblivion is een stuk soberder ingekleurd dan de vorige albums van de muzikante uit Berlijn. Alice Phoebe Lou heeft op haar nieuwe album genoeg aan haar akoestische gitaar of de piano en voegt incidenteel nog wat synths toe. Het album herinnert aan singer-songwriter albums uit een ver verleden, maar bevat ook de unieke handtekening van Alice Phoebe Lou. 

Oblivion laat vooral invloeden uit de folk en de jazz horen en mist het sprookjesachtige karakter van bijvoorbeeld Orbit. De muziek speelt op het nieuwe album van Alice Phoebe Lou een bijrol, want alles draait om haar stem. Dat is zeker geen straf, want het is de stem van de Zuid-Afrikaanse muzikante, die haar vorige albums zo’n uniek karakter gaven. Ook op Oblivion zingt Alice Phoebe Lou prachtig en weet ze de luisteraar aan de speakers te kluisteren. 

De zang op het album is vooral zacht, maar heeft het bezwerende karakter dat ook de zang op de vorige albums kenmerkte. Alice Phoebe Lou kan flink variëren met haar stem, waardoor Oblivion een sober maar zeker geen eenvormig album is geworden. Af en toe verlang ik wel naar de bijzondere muziek die de vorige albums van Alice Phoebe Lou zo betoverend mooi maakte, maar Oblivion maakt op een andere manier indruk. Het album straalt een bijzondere rust uit, maar wordt ook gekenmerkt door een hoge mate van intimiteit. 

Zeker als je het album met volledige aandacht en enig volume beluistert lijkt het wel of Alice Phoebe Lou naast je staat, wat met grote regelmaat zorgt voor kippenvel. Alice Phoebe Lou gaat de afgelopen twaalf jaar op bijzondere en ook succesvolle wijze haar eigen weg en doet ook op Oblivion weer op fraaie wijze haar eigen ding. Het dwingt wederom heel veel respect af.

Erwin Zijleman

Friday, 24 April 2026

Wild And Clear And Blue. I’m With Her (2)

Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz maakten aan het begin van 2018 indruk met het debuutalbum van hun project I’m With Her en herhalen dit kunstje nu met het nog net wat betere tweede album.

Laat Wild And Clear And Blue van I’m With Her uit de speakers komen en je hoort muzikanten en zangeressen van wereldklasse. Dat klopt ook, want Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz zingen als engeltjes en kunnen ook nog eens geweldig spelen. Zet ze in een studio met topproducer Josh Kaufman en je hebt alle ingrediënten voor een geweldig album. De drie hadden op hun debuutalbum een voorliefde voor traditionele rootsmuziek en die liefde hoor je ook op Wild And Clear And Blue, al klinkt het album ook wel wat moderner. Het past allemaal prachtig bij de geweldige stemmen van de drie, die goed zijn voor pure magie in de wonderschone harmonieën.

Drie geweldige zangeressen bij elkaar zetten en een album laten maken is zeker geen garantie op succes of voor een goed album, maar in het geval van Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz pakte het in 2018 uitstekend uit. Het eerste album van de gelegenheidsband I’m With Her, opgenomen in de studio van Peter Gabriel in het Britse band en geproduceerd door topproducer Ethan Johns, was immers een uitstekend album, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een hoog niveau aantikte. 

Nu zijn Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz ook niet zomaar drie zangeressen. Ze hebben alle drie hun sporen in de Amerikaanse rootsmuziek ruimschoots verdiend en Sara Watkins en Sarah Jarosz zijn niet alleen uitstekende zangeressen maar ook nog eens virtuoze muzikanten. Je hoorde het allemaal op See You Around, het debuutalbum van I’m With Her. 

Het is een album dat wat prijzen in de wacht sleepte, maar in Nederland volgens mij niet zo heel veel deed, maar toen ik het de afgelopen week nog eens beluisterde, was ik echt diep onder de indruk van het weergaloze snarenwerk op het album, van de prachtige stemmen van Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz en van de wonderschone harmonieën van de drie. 

Op See You Around verwerkten de drie vooral invloeden uit de bluegrass en de Appalachen folk in hun songs, maar er waren ook subtiele uitstapjes naar omliggende genres. Ik luisterde weer eens naar See You Around omdat in de lijsten met albums van deze week een nieuw album van I’m With Her opdook. Na de hernieuwde kennismaking met I’m With Her was ik heel nieuwsgierig naar het nieuwe album van het drietal en Wild And Clear And Blue heeft me zeker niet teleur gesteld. 

Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz deden de afgelopen jaren veel andere dingen, maar jaren na het debuutalbum van I’m With Her was er gelukkig weer tijd voor het gelegenheidsproject dat gelukkig geen eenmalig gelegenheidsproject is gebleken. De drie trokken dit keer naar upstate New York waar Wild And Clear And Blue werd opgenomen. 

De drie gelouterde zangeressen en muzikanten zagen ook dit keer de meerwaarde van een producer van naam en faam en rekruteerden niemand minder dan Josh Kaufman, die de afgelopen jaren een indrukwekkend cv heeft opgebouwd met zijn werk voor onder andere Cassandra Jenkins, The Hold Steady, Anaïs Mitchell, Mary Chapin Carpenter en zijn eigen band Bonny Light Horseman. 

Ook op het nieuwe album van I’m With Her wordt in muzikaal opzicht flink uitgepakt met vooral weergaloos snarenwerk (variërend van de mandoline tot de viool), maar Josh Kaufman heeft het allemaal geïntegreerd in een smaakvol geluid dat nergens over the top klinkt en dat alle ruimte biedt aan de zang. 

Die zang is ook dit keer om van te watertanden, want Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz zingen alle drie prachtig, maar als hun stemmen samenvloeien wordt het nog wat mooier en indrukwekkender. Ook op het tweede album is I’m With Her niet vies van Appalachen folk en bluegrass, maar het album klinkt ook wat moderner en dat bevalt me wel. Gelegenheidsbands vallen eerlijk gezegd meestal vies tegen, maar wat I’m With Her laat horen is wederom prachtig.

Erwin Zijleman

Thursday, 23 April 2026

Momoko. Momoko Gill

Momoko Gill is een zeer getalenteerde muzikante en een geweldige zangeres en levert na het vorig jaar verschenen Clay, dat ze maakte met Matthew Herbert, nu met Momoko een bijzonder knap en wonderschoon solodebuut af.

Bij eerste beluistering van Momoko van Momoko Gill was ik vooral onder de indruk van de stem van de Britse muzikante. Het is een jazzy stem, maar ook een stem met veel soul. Alleen door de stem van Momoko Gill vond ik haar solodebuut al een topalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album dat zich beweegt tussen jazz, R&B en soul en elektronische muziek. Het is muziek vol hoogstandjes, maar op een of andere manier klinken de songs van Momoko Gill ook toegankelijk. De Britse muzikante beweegt zich op zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar op een of andere manier intrigeert het debuutalbum van Momoko Gill me hopeloos.

De Britse componist, multi-instrumentalist en zangeres Momoko Gill maakte vorig jaar met de Britse muzikant en producer Matthew Herbert het album Clay. Het in de zomer van 2025 verschenen Clay is een bijzonder indrukwekkend album met muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Het is in muzikaal opzicht een razend spannend en knap album, maar het is ook een album waarop Momoko Gill diepe indruk maakt als zangeres. 

Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het album van Momoko Gill en Matthew Herbert en dat is het feit dat ik dit bijzondere album pas deze week heb ontdekt. Ik kwam Clay op het spoor dankzij het deze week verschenen solodebuut van Momoko Gill, dat door Matthew Herbert werd opgenomen, maar door de Britse muzikante zelf werd geproduceerd. 

Clay en het deze week verschenen Momoko hebben één ding gemeen en dat is de echt prachtige stem van Momoko Gill, die zich in één klap schaart onder de beste Britse zangeressen van het moment. In de openingstrack, eigenlijk meer een ouverture, lijkt de Britse muzikante nog even verder te gaan waar haar samenwerking met Matthew Herbert vorig jaar ophield, maar Momoko begeeft zich al snel op andere terreinen, al gaat de vergelijking met Clay zeker niet altijd mank. 

De Britse muzikante was de afgelopen jaren als multi-instrumentalist en zeker als drummer te horen op een aantal aansprekende Britse jazzalbums en ook haar debuutalbum staat vol muzikaal vuurwerk. De namen die opduiken in de imposante lijst met credits zeggen me eerlijk gezegd niet zoveel, maar ik volg de Britse jazz ook zeker niet op de voet. Uit een aantal recensies begrijp ik dat Momoko Gill zich op haar debuutalbum heeft omringd met de crème de la crème van de Britse jazzscene en dat is te horen. 

De muziek op Momoko is echt prachtig en is het grootste deel van de tijd gelukkig niet het soort jazz waar ik nerveus van word. Veel songs op het debuutalbum van Momoko Gill vallen in de categorie lome jazz met uitstapjes richting soul, R&B en psychedelica. Het blijft jazz, wat betekent dat er wel heel veel noten tegelijk worden gespeeld, maar het zit me in tegenstelling tot veel andere jazzmuziek niet in de weg. 

Bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe geweldig bijvoorbeeld het drumwerk is, maar ook alle andere instrumenten klinken echt prachtig en bouwen samen een even spannend als gloedvol geluid op. Wanneer Momoko Gill de organische klanken verruilt voor elektronica doen de invloeden uit de jazz een stapje terug en komt Portishead in beeld als vergelijkingsmateriaal, wat minstens even fascinerend klinkt. 

De songs van Momoko Gill zitten knap in elkaar en zijn vaak behoorlijk complex, maar ik vind de songs van de Britse muzikante over het algemeen genomen ook toegankelijk. In muzikaal opzicht vraagt Momoko flink wat aandacht en energie en ook de songs van de Britse muzikante vereisen aandachtige beluistering, maar uiteindelijk draait wat mij betreft alles om de stem van Momoko Gill. 

Het is een stem die vorig jaar opzien baarde op het album dat ze samen met Matthew Herbert maakte, maar op Momoko vind ik de zang van de muzikante uit Londen nog net wat mooier. Momoko Gill zingt niet alleen loepzuiver, maar beschikt ook over een warme stem, die nog een prachtige laag toevoegt aan haar fascinerende muziek, die iedere keer als je denkt te weten waar je aan toe bent nog een keer van kleur verschiet. Wat een album.

Erwin Zijleman