Sunday, 9 August 2026

Obituary. Jerney Kaagman (1947 - 2026)

There is no denying the impact of a singer like Jerney Kaagman on a pre-pubescent boy in 1970/71. She led the band Earth & Fire with teased hair and ever more provocative clothing. Besides all the eye candy, the band made incredibly good music to go with Jerney's looks.

The members of Earth & Fire formed a band in the later 1960s hailing from the villages around The Hague. They met with their settled colleagues Golden Earring(s) with that band's principal songwriter George Kooymans providing Earth & Fire's first single, released late in 1969 to chart early in 1970. 'Seasons' was a huge hit immediately and a song I still love to hear right up to this day. That Jerney Kaagman was not the absolute front singer at that time, she joined only a few months before the recording, shows that the lead vocals are shared between her and guitarist Chris Koerts. Although the band did not call itself a symphonic rock band yet, the concept of moving beyond a one dimensional pop song, is already clear in the intro that returns throughout the song, the rocking start and the dreamy coda. 'Seasons' is one of the most innovative debut singles in this country.

It is a bar that Earth & Fire regularly met again throughout the first years of its career. First, the band went off in a hardrock direction with its self-penned top 10 singles 'Ruby Is The One' and 'Wild And Exciting'. The twins Chris and Gerard Koerts were the principle songwriters, sometimes joined by bass player Hans Ziech. In hindsight the songs are more wild and exciting than truly good, but still so much fun to hear today. The band's hits made a great string right up to 1974's 'Love Of Life'. After that the band seemed to lose focus and left its rock roots for disco influenced songs, with a loss of popularity as a result.

Despite this the band's biggest hit was still around the corner. In 1979 the song 'Weekend' was released, seen as a toss away kind of song and then it happened. Jerney Kaagman performed on TV in her now iconic blue suit and the rest is history, a number one hit, written by keyboard player Gerard Koerts in several European countries. It did not save the band. There were no big hits left and the original members bar Jerney Kaagman had already left or left after 'Weekend'.

Kaagman had a career in music at a managerial and musician representation level after Earth & Fire folded. Her last feat was as a stern juror in the Dutch version of 'Idols'. She kept having Parkinson's disease private for quite some time. Later she became the face of the Parkinson Disease Patients Foundation, in which a good personal friend afflicted with the disease, played a role in.

With Kaagman all but one of the original members of Earth & Fire have passed away. What remains, is a string of hitsingles that I love to hear. The mystique in songs like 'Invitation' and 'Storm And Thunder', the huge sound of 'Maybe Tomorrow Maybe Tonight', the symphonic poprock quality of 'Memories', the super fast guitar solos of Chris Koerts. Music to really cherish.

I was to young for the albums at the time and the only one I now own, second hand, is 'Song Of The Marching Children'. Let's call it a time document, but not something I play a lot, if ever. The 'Greatest Hits' suffices for me and I'll even listen to the disco thingies in between.

With Jerney Kaagman the second of two The Netherlands' super female singers of the late 60s has passed away. Mariska Veres and Jerney Kaagman, what more did a young boy need to dream of playing in a band with them?

Wout de Natris - van der Borght 

Friday, 7 August 2026

How Will I Live Without a Body? Loma (2)

Loma stond een paar jaar op een laag pitje, maar met het wonderschone How Will I Live Without a Body? hebben Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski hun beste album tot dusver gemaakt.

De Amerikaanse band Loma ontstond min of meer bij toeval, maar is, zeker na de release van haar derde album, niet meer weg te denken. Op de eerste twee albums van de band combineerden Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski de prachtige stem van Emily Cross met mooie en avontuurlijke klanken en dat doet Loma op How Will I Live Without a Body? op nog veel indrukwekkendere wijze. De songs van de Amerikaanse band strelen hier en daar genadeloos het oor, maar kunnen ook behoorlijk ongrijpbaar klinken. De bijzondere muziek wordt gecombineerd met de geweldige stem van Emily Cross, die nog mooier zingt dan op de vorige albums. Loma is terug en dat is geweldig nieuws.

Voorman Jonathan Meiburg van de Amerikaanse band Shearwater hoorde in 2016 het tweede album van het eveneens Amerikaanse duo Cross Record. Hij was zo onder de indruk van dit album dat hij het duo uitnodigde als support act van Shearwater, maar hier bleef het niet bij. Uiteindelijk dook Jonathan Meiburg samen met Emily Cross en Dan Duszynski van Cross Record een Texaanse studio in en was Loma geboren. 

Het aan het begin van 2018 verschenen titelloze debuutalbum van Loma werd gezien als een album van een gelegenheidsband of wat oneerbiediger als een tussendoortje, maar de eerste muzikale verrichtingen van Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski bleken een zeer aangename verrassing. Het debuutalbum van Loma imponeerde door de prachtige stem van Emily Cross, maar ook het combineren van invloeden uit zeer uiteenlopende genres en de ongebreidelde experimenteerdrang van Loma spraken zeer tot de verbeelding. 

Toen eind 2020 Don’t Shy Away verscheen werd Loma nog steeds een gelegenheidsband genoemd, maar het tweede album van Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski, die dit keer niemand minder dan Brian Eno naar de studio haalden, bleek nog indrukwekkender dan het al zo goede debuut. Deze week verschijnt met How Will I Live Without a Body? het derde album van Loma en laat het drietal horen dat het nog wat beter kan. 

Het derde album van Loma kwam er niet zonder slag of stoot, want de coronapandemie dreef de drie muzikanten ver uit elkaar, waarna andere projecten, als het boek van Jonathan Meiburg, de aandacht opeisten. In Engeland werd de gezamenlijke inspiratie weer gevonden en het levert een fascinerend album op, dat wat mij betreft zijn twee voorgangers makkelijk overtreft. 

Na de samenwerking met Brian Eno hebben Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski wederom een grote naam weten te strikken, want op How Will I Live Without a Body? duikt ook Laurie Anderson op, die inmiddels de kracht van AI heeft ontdekt. Ook How Will I Live Without a Body? is echter weer een typisch Loma album. 

Het is een album dat betovert met de stem van Emily Cross, die op het derde album van Loma bijna onwaarschijnlijk mooie zang laat horen. De bedwelmend mooie stem van de Amerikaanse muzikante wordt deels gecombineerd met fraaie en bijzonder stemmige en voornamelijk organische muzikale passages, maar Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski zoeken, bijgestaan door Laurie Anderson ook nadrukkelijk het experiment. 

Hier en daar zijn behoorlijk eclectische passages toegevoegd aan de muziek op het album, wat de songs op How Will I Live Without a Body? iets overweldigends maar ook iets ongrijpbaars geeft, wat wordt versterkt door uiteenlopende achtergrondgeluiden. De muziek van Loma was op de eerste twee albums al van een bijzondere schoonheid, maar op het derde album klinkt de muziek van de Amerikaanse band nog veel mooier en fascinerender. 

Steeds weer verrast Loma met bijzondere klanken en verrassende wendingen, maar ondertussen heeft de muziek van de band ook een bijna hypnotiserende uitwerking, die nog eens wordt versterkt door de waanzinnig mooie stem van Emily Cross. Voor mij is na How Will I Live Without a Body? één ding zeker: Loma is geen gelegenheidsband, Loma is een wereldband en het is een wereldband die voor mij een van de meest bijzondere albums van 2024 tot dusver heeft gemaakt.

Erwin Zijleman

Wednesday, 5 August 2026

Below The Waste. Goat Girl

De Britse band Goat Girl maakte de afgelopen jaren al twee hele goede albums en voegt met het duidelijk anders klinkende Below The Waste een fascinerend hoofdstuk toe aan haar nu al fascinerende oeuvre.

De eerste twee albums van de Londense band Goat Girl werden terecht overladen met zeer positieve recensies. De Britse band liet zich op deze albums vooral inspireren door postpunk, maar sleepte er vervolgens van alles bij, waardoor Goat Girl niet het zoveelste bandje was dat zich fantasieloos liet inspireren door de hoogtijdagen van het genre. Op haar derde album slaat Goat Girl net wat andere wegen in. Het tempo op Below The Waste ligt een stuk lager, de sfeer is donkerder en de songs zijn gelaagder en experimenteler. Het is absoluut even wennen, maar de schoonheid en kracht van het nieuwe geluid van Goat Girl komen snel aan de oppervlakte. Fascinerende band.

Ondanks twee zeer memorabele albums is de Britse band Goat Girl de cultstatus nog niet helemaal ontgroeid, maar desondanks heeft het deze week verschenen derde album van de band niet te klagen over aandacht en dat is ook dit keer volkomen terecht. 

Clottie Cream (Lottie Pendlebury), Naima Jelly (Naima Bock), L.E.D. (Ellie Rose Davies) en Rosy Bones (Rosy Jones) debuteerden in het voorjaar van 2018 met een fascinerend titelloos album, waarop het viertal uit Londen er in veertig minuten maar liefst 19 tracks doorheen joeg. De muziek van Goat Girl werd vooral in het hokje postpunk geduwd, maar verwerkte net zo makkelijk invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, lo-fi en de jazz en hier bleef het niet bij. 

Het memorabele debuutalbum van Goat Girl, dat terecht opdook in flink wat jaarlijstjes, werd aan het begin van 2021 overtroffen door het nog veel betere On All Fours. Op het album, waarop de aan een solocarrière begonnen Naima Bock werd vervangen door Holly Hole (Holly Mullineaux), koos Goat Girl voor meer invloeden uit de postpunk en bovendien voor langere songs, waarvan er dit keer dertien in 55 minuten pasten. On All Fours was in muzikaal en vocaal opzicht klassen beter dan het debuutalbum van de Londense band, maar de songs van het viertal liepen gelukkig nog altijd over van avontuur. 

We zijn inmiddels weer ruim drie jaar verder en deze week keert Goat Girl terug met een nieuw album. Ellie Rose Davies heeft de band inmiddels verlaten, waardoor Goat Girl is gereduceerd tot een trio. Rosy Jones, Lottie Pendlebury en Holly Mullineaux kiezen op Below The Waste ook voor een wat ander geluid, maar het is nog altijd typisch Goat Girl. 

Vergeleken met de vorige twee albums van de band uit Londen klinkt Below The Waste flink trager en veel donkerder. De springerige popsongs die de vorige albums zo leuk maakten schitteren door afwezigheid en ook de opgewekte koortjes en zwierige synths zijn op het nieuwe album nauwelijks te horen. Goat Girl schuift op haar derde album nog wat verder op richting de postpunk en verrast hiernaast met nogal stemmige en soms sober ingekleurde tracks, die hier en daar ook folky kunnen klinken. 

De meeste tracks op Below The Waste zijn overigens minder sober dan ze lijken. Goat Girl heeft een album gemaakt dat met name bij beluistering met de koptelefoon tot leven komt. De songs van het Britse drietal bestaan uit meerdere lagen en blijken veelkleuriger dan op het eerste gehoor het geval lijkt. Met name de bassen en gitaren spelen een dominante rol in het nieuwe geluid van Goat Girl, hier en daar verrijkt met onder andere viool, piano en een flinke handvol andere instrumenten. 

Het is allemaal prachtig geproduceerd door de band en door John Spud Murphy, die eerder mooie dingen deed voor onder andere Lankum. De donkere klanken worden gecombineerd met de fraai onderkoelde zang die ook de vorige albums zo bijzonder maakte en die ook dit keer zorgen voor wat extra schoonheid en eigenzinnigheid in het geluid van Goat Girl. 

Ook ik moest even wennen aan Below The Waste, dat een aantal verleidingen van de vorige twee albums mist, maar wanneer je het album een paar keer gehoord hebt komen steeds meer fraaie details aan de oppervlakte en worden de donkere songs van Goat Girl steeds mooier en indringender. Het kost dus even wat moeite, maar hierna kun je alleen maar concluderen dat de teller voor Goat Girl nu op drie fascinerende prachtalbums staat.

Erwin Zijleman

Tuesday, 4 August 2026

Big Swimmer. King Hannah (2)

Het Britse duo King Hannah maakte op haar debuutalbum geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar maakt op Big Swimmer indruk met een spannend, gruizig en indringend geluid.

King Hannah leverde twee jaar geleden een veelbelovend debuutalbum af, dat herinnerde aan een aantal grote bands en muzikanten, maar dat ook genoeg eigen potentie liet horen. Die komt er uit op het deze week verschenen Big Swimmer dat is geïnspireerd door een lang verblijf in de Verenigde Staten. De invloeden die op het debuutalbum zo’n grote rol speelden zijn nog steeds aanwezig, maar King Hannah is op haar tweede album vooral zichzelf. Hannah Merrick zingt echt prachtig, terwijl Craig Whittle flink tekeer gaat op zijn gitaren. Big Swimmer staat bol van de onderhuidse spanning en houdt je bijna 50 minuten aan de speakers gekluisterd. King Hannah is de belofte inmiddels ver voorbij.

King Hannah, het duo uit Liverpool dat bestaat uit Hannah Merrick en Craig Whittle, debuteerde in het voorjaar van 2022 prachtig met I'm Not Sorry, I Was Just Being Me, dat de belofte van de EP’s die aan het album vooraf gingen volledig waar maakte. Ik omschreef de muziek van King Hannah ruim twee jaar geleden als een mix die bestaat uit gelijke delen Portishead, Mazzy Star en PJ Harvey en dat zijn namen die waarschijnlijk goed gaan scoren als ik ooit mijn lijstje met de beste albums aller tijden ga opstellen (iets dat ik overigens niet van plan ben). 

De inspiratiebronnen lagen er soms nog wel wat dik bovenop op I'm Not Sorry, I Was Just Being Me, maar het album liet wat mij betreft ook voldoende een eigen geluid horen. Alle reden om uit te zien naar het tweede album van het Britse duo en dat album is deze week verschenen. Big Swimmer heeft de afgelopen week flink wat aandacht gekregen en was misschien zelfs wel de meest besproken nieuwe release van deze week. Daar valt niet veel op af te dingen, want King Hannah heeft inderdaad een sterk album afgeleverd. 

Het is een album dat opent met een verrassend ingetogen en folky passage, waarin de stem van Hannah Merrick prachtig klinkt. Het is een passage die een nieuwe dimensie toevoegt aan het geluid van King Hannah, ook wanneer de gitaren in het tweede deel van de titeltrack van het album wat steviger klinken en zeker in muzikaal opzicht weer iets van Mazzy Star opduikt in de muziek van het Britse duo. Bij beluistering van de openingstrack wist ik ook direct weer wat ik ruim twee jaar geleden zo goed vond aan de muziek van King Hannah. 

In New York, Let’s Do Nothing voegt King Hannah nog een nieuwe dimensie toe aan haar muziek en dat is een dimensie waar ik iets minder enthousiast over ben, al is de praatzang van Hannah Merrick mooier dan de gemiddelde praatzang. De muzikante uit Liverpool blijft gelukkig ook gewoon zingen, op de achtergrond begeleid door behoorlijk stevig gitaarwerk, dat af en toe de speakers uit mag knallen. 

De invloeden van Mazzy Star en PJ Harvey hebben we in de eerste twee tracks gehad, waarna in The Mattress op zijn minst een vleugje Portishead opduikt. Ik kan me slechtere inspiratiebronnen voorstellen en bovendien heeft King Hannah op haar tweede album een duidelijker eigen geluid dan op het debuutalbum. Het door het touren door de Verenigde Staten beïnvloede album klinkt psychedelischer en vaak ook steviger dan het debuutalbum, terwijl ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hun weg hebben gevonden naar het geluid van King Hannah, dat vaak opvalt door een bijzondere onderhuidse spanning. 

In muzikaal valt op dat het gitaarwerk mooier en veelzijdiger is dan op het debuutalbum en ook de zang, vind ik buiten de paar passages met gesproken woord, mooier dan op I'm Not Sorry, I Was Just Being Me. Vooral de wat soberder ingekleurde en zich langzaam voortslepende songs op het album zijn prachtig, zeker wanneer de stem van Hannah Merrick samenvloeit met gruizige gitaarlijnen en een subtiele ritmesectie. Zeker als je het album een paar keer heb gehoord vergeet je het eerder genoemde vergelijkingsmateriaal en hoor je alleen nog maar King Hannah, dat in twee jaar wat mij betreft is uitgegroeid tot een grote band.

Erwin Zijleman