Showing posts with label desert blues. Show all posts
Showing posts with label desert blues. Show all posts

Monday, 21 March 2022

Aboogi. Imarhan

2021 was het jaar van Afrique Victime van Mdou Moctar, die het stokje doorgeeft aan de Algerijnse band Imarhan, die met Aboogi een album heeft gemaakt dat kan worden geschaard onder de hoogtepunten van de “woestijnblues”.

Het was een curiositeit toen het twintig jaar geleden opdook, maar inmiddels is de “woestijnblues” uit de landen rond de Sahara een zeer interessant genre. De Algerijnse band Imarhan bracht al twee prima albums uit, maar zet een volgende stap met het geweldige Aboogi. Het is een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en vol dynamiek, maar het is ook een bezwerende of zelfs hypnotiserende luistertrip, die zomaar kan uitgroeien tot een van de mooiste in het genre. Aboogi neemt je mee naar andere werelden waar het heerlijk wegdromen is, wat weer fraai contrasteert met de naar verluidt politieke en maatschappijkritische teksten.

Ik weet nog goed hoe het Britse muziektijdschrift Uncut aan het begin van dit millennium voor het eerst en zeer beeldend schreef over het genre dat vaak wat oneerbiedig wordt omschreven als “woestijnblues”. Het is muziek die op de kaart werd gezet door de Toeareg band Tinariwen, die een paar jaar later gezelschap kreeg van de band Tamikrest. 

De afgelopen jaren doken meerdere bands op in het genre, dat vorig jaar een enorme boost kreeg door alle waardering voor Afrique Victime van de uit het Afrikaanse Niger afkomstige Mdou Moctar. Er was bijna geen jaarlijst te vinden waarin dit album niet voor kwam, waardoor bands in het genre in 2022 waarschijnlijk kunnen rekenen op extra belangstelling. 

Ik bespreek zo nu en dan albums die in het hokje “woestijnblues” passen en heb de afgelopen jaren een flink zwak gekregen voor de muziek van de uit Algerije afkomstige band Imarhan. Imarhan leverde met haar titelloze debuut uit 2016 en met Temet uit 2018 twee uitstekende albums af en keert deze week terug met album nummer drie. 

Ik ben benieuwd of Imarhan met Aboogi net zo gaat scoren als Mdou Moctar vorig jaar, maar aan de kwaliteit van het album zal het zeker niet liggen. De muziek van Imarhan is misschien net wat minder toegankelijk dan de muziek van Mdou Moctar, maar de verschillen tussen de twee albums moeten zeker niet overdreven worden. 

Aboogi opent met behoorlijk ingetogen akoestische klanken en de wat bezwerende vocalen die we kennen uit de muziek die in en rond de Sahara wordt gemaakt. Op een gegeven moment gaat het tempo wat omhoog en duiken de ook voor het genre zo karakteristieke elektrische gitaren op. De muziek van Imarhan krijgt vervolgens een bijna hypnotiserend karakter, waarna de muziek van de band je meesleept op een bijzondere luistertrip. 

Het is een luistertrip waarin de akoestische klanken meestal domineren en het tempo over het algemeen laag is. Het akoestische gitaarspel op het album is keer op keer van een bijzondere schoonheid en komt prachtig uit de speakers. Door de combinatie van akoestische en elektrische gitaren en het lage tempo heeft de muziek van Imarhan vaak iets psychedelisch. 

Deze psychedelische kant van de muziek van Imarhan wordt versterkt door de bijzondere zang op het album, waarbij mannenstemmen domineren, flink wat verschillende stemmen worden ingezet, vaak bezwerende koortjes worden ingezet en de Soedanese zangeres Sulafa Elyas tekent voor het hoogtepunt op het album. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi de muziek op het album is, maar ook in vocaal opzicht is Aboogi een knap in elkaar stekend album. Nog meer dan Mdou Moctar vorig jaar slaagt Imarhan er in om een unieke sfeer te creëren met vaak redelijk subtiel ingekleurde songs. 

Zeker de zich uiterst langzaam voortslepende passages zijn prachtig, maar het is knap hoe de Algerijnse band met wat eenvoudige percussie het tempo op kan voeren en de muziek van de band voorziet van dynamiek. Die dynamiek komt ook terug in de zang op het album, die ook fluisterzacht kan klinken. 

Ook ik nam Afrique Victime van Mdou Moctar vorig jaar op in mijn jaarlijstje, maar nu ik Aboogi van Imarhan een paar keer heb gehoord, vind ik dit eigenlijk een beter album. Laten we hopen dat het minstens net zoveel aandacht krijgt als die overigens zeer terechte jaarlijstjesplaat van vorig jaar. 

Erwin Zijleman

Saturday, 19 March 2022

Agadez. Etran de L'Aïr

Mdou Moctar zette de Afrikaanse “woestijnblues” vorig jaar weer stevig op de kaart en geeft het stokje door aan zijn landgenoten Etran de L'Aïr, die met Agadez een opwindend en bezwerend album hebben gemaakt.

Etran de L'Aïr uit Agadez in Niger speelde 25 jaar op bruiloften en partijen, maar trok twee jaar geleden de aandacht met een veelbelovend debuutalbum, dat helaas wel wat te lijden had onder de matige geluidskwaliteit. Het deze week verschenen Agadez klinkt gelukkig veel beter en maakt de belofte van het debuut meer dan waar. Etran de L'Aïr maakt typische woestijnblues, maar waar de gitaren in het genre wel eens naar de achtergrond verdwijnen, staan ze bij de band uit Niger weer volledig in de spotlights. Het levert een opwindend album op dat stevig bezweert en hypnotiseert en dat laat horen dat de Afrikaanse woestijnblues weer springlevend is.

De Afrikaanse “woestijnblues” leek de afgelopen jaren wat uit beeld te verdwijnen, maar vorig jaar was er Afrique Victime van de uit Niger afkomstige muzikant Mdou Moctar, die met zijn album terecht in menig jaarlijstje opdook. 2022 is voor het genre prachtig begonnen met Aboogi van het uit Algerije afkomstige Imarhan, dat deze week gezelschap krijgt van Etran de L'Aïr, dat met Agadez haar tweede album aflevert. 

Het eerste album van de band, die op dat moment de kost verdiende als bandje voor bruiloften en partijen, verscheen oorspronkelijk in 2018, maar kreeg in 2020 opeens veel aandacht. Het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker koos het album in 2020 zelfs als album van het jaar, maar in Nederland deed het debuut van Etran de L'Aïr niet zo veel. 

No. 1 was op zich een bijzonder album, met zeven lange en bezwerende tracks, maar het met een eenvoudige mobiele telefoon opgenomen album klonk echt voor geen meter, wat mijn luisterplezier stevig beperkte. Deze week is het tweede album van de band uit Niger verschenen en Agadez klinkt niet alleen veel beter, maar maakt ook de belofte van het toch wat obscure debuutalbum volledig waar. 

Agadez is een stad in het noorden van Niger en ligt in de Sahara. Het is een eeuwenoude handelsstad in de woestijn, maar het is ook de stad die momenteel de hoofdstad van de woestijnblues wordt genoemd. In deze stad timmert Etran de L'Aïr al zo’n 25 jaar aan de weg in het bruiloftencircuit en al die ervaring hoor je op het tweede album van de band. 

Bij bands voor bruiloften en partijen denk ik vooral aan bands die zouteloze covers spelen en op een gegeven moment de vogeltjesdans inzetten, maar in Niger gaat het er heel wat opwindender aan toe. Etran de L'Aïr laat op Agadez horen dat het mee kan met de smaakmakers binnen de woestijnblues. De muziek van de band uit Niger bevat alle ingrediënten die de woestijnblues zo’n aantrekkelijk genre maken, maar waar de invloed van de gitaren de afgelopen twee decennia wat kleiner leek te worden, staan deze gitaren centraal in de muziek van Etran de L'Aïr. 

Vergeleken met het debuutalbum zijn de songs wat korter en hierdoor ook toegankelijker geworden, maar de muziek van de band uit Niger heeft nog altijd een hoge bezweringsfactor. De band heeft een buitengewoon swingend spelende ritmesectie, maar het zijn de gitaren die de meeste aandacht trekken. Net als bijvoorbeeld Tinariwen in haar jongere jaren hoor je volop invloeden uit de bluesmuziek, waar Etran de L'Aïr vervolgens een geheel eigen draai aan geeft. 

De gitarist van de band soleert er stevig op los, terwijl de rest van de band de geoliede machine laat draaien. Ook de zang op Agadez sluit aan bij de zang die we inmiddels kennen in het genre, maar de gitaren staan in de meeste songs op de eerste plek. Het levert een bezwerende of zelfs hypnotiserende luistertrip op en dit keer klinkt het gelukkig fantastisch, waardoor de muziek van de band niet uit een blikken doosje lijkt te komen, maar je 40 minuten lang eregast bent op een broeierige bruiloft in de woestijn. 

Alle credits voor The New Yorker, dat de kwaliteit van de band twee jaar geleden al op de juiste waarde wist te schatten, maar op het geweldige Agadez hoor je pas echt hoe goed Etran de L'Aïr is. Grote kans dat dit album het ereplekje van Mdou Moctar gaat overnemen dit jaar.

Erwin Zijleman