donderdag 17 augustus 2017

Living In The Night. Dan Hair

Dan Hair is het alter ego van de Nederlandse muzikant Daan van Haren, die met Living In The Night een uitstekend debuut heeft afgeleverd.
 
De uit Nijmegen afkomstige muzikant werkt vooral ’s nachts, wat de titel van zijn debuut verklaart. Alle nachtelijke uren hoor je terug in zijn songs die vaak een fluisterzachte basis hebben. Deze lome en uiterst ingetogen basis levert muziek op die in eerste instantie vooral herinnert aan de muziek van Elliott Smith.

Dat is mooi vergelijkingsmateriaal, maar het is ook vergelijkingsmateriaal waaraan veel van de soortgenoten van Daan van Haren uiteindelijk niet kunnen tippen.

Dat het Dan Hair wel lukt om overeind te blijven ligt vooral aan het feit dat Living In The Night weliswaar hoorbaar is geïnspireerd door het werk van Elliott Smith, maar vervolgens een eigen weg bewandelt.
 
Dan Hair kiest voor een geluid waarin ook flink wat invloeden van de muziek van Sparklehorse zijn te horen, waarmee we inmiddels twee songwriters die de jaren 90 op indringende wijze kleur gaven hebben genoemd.
 
Wanneer Dan Hair zich laat beïnvloeden door het werk van Elliott Smith en Mark Linkous van Sparklehorse (die wordt geëerd in een van de songs) betovert de Nijmegenaar met intieme popliedjes van een bijzondere schoonheid. Deze schoonheid krijgt vervolgens glans door de bijzondere accenten die Dan Hair toevoegt aan zijn muziek. Dit kunnen opvallend rauwe gitaarhalen zijn, maar ook subtiele bijdragen van blazers, strijkers, piano of synths.
 
Het afwisselen van fluisterzachte passages met stevigere of avontuurlijkere klanken voorziet Living In The Night van flink wat dynamiek, wat bij Dan Hair zelf en bij zijn platenmaatschappij namen als Eels en Grandaddy oproept. Ook dat zijn namen die inderdaad met enige regelmaat opduiken bij beluistering van het debuut van Dan Hair, maar hier blijft het niet bij.
 
De songstructuren op het debuut van Daan van Haren doen regelmatig aan het latere werk van The Beatles denken, met hier en daar de muziek van Electric Light Orchestra als ‘guilty pleasure’. De meeste raakvlakken hoor ik misschien nog wel met de uiterst lome en bezwerende muziek van Spain, ook een vergelijking om trots op te zijn.
 
Door de intimiteit van de muziek van Dan Hair is Living In The Night een plaat die aandacht vraagt van de luisteraar, maar deze luisteraar wordt vervolgens rijkelijk beloond met songs die steeds meer geheimen en schoonheid prijs geven. Living In The Night is me hierdoor in korte tijd zeer dierbaar geworden en is nog lang niet gestopt met groeien.
 
Het knappe is dat Dan Hair muziek maakt die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar op hetzelfde moment vol zit met onverwachte uitstapjes en verrassende wendingen. Het maakt van Living In The Night een plaat die in brede kring aandacht verdient en vervolgens respect zal afdwingen.
 
Daan van Haren heeft in de kleine uurtjes een aantal bijzondere songs in elkaar geknutseld en het zijn songs die betoveren, benevelen en imponeren. Heel veel aandacht krijgt het debuut van Dan Hair nog niet, maar dit is nu precies zo’n plaat waarvoor blogs als deze bestaan. Ga dit zeker horen.

Erwin Zijleman

Je kunt Living In The Night hier kopen:

http://www.kroese-online.nl

woensdag 16 augustus 2017

Elvis is dead for 40 years

Who remembers where he was when he heard the news that Elvis had died?

I do. I was having lunch on a farm called Meroo outside of Mudgee in New South Wales. Having started on the sheep shearing at 06.00 on a cold, crisp morning that soon turned into a warm, winter's day. My role in the whole was to clean the wool after a man called Clive had shorn a sheep in a matter of minutes. All the shit, prickly stuff and what ever else got caught in the fleece that did not belong there had to be taken off. I did that for days on end. At 12.00 we set out to lunch at the farm, walking from the shack in a paddock on the other side of the dirt road. An Australian phenomena showed itself when we walked. As soon as we stepped put of the shade of the shack, a swarm of flies flew up to settle on the backs of the persons in front of me (so undoubtedly on my own as well). They travelled along right until the moment we reached the shade of the house and disappeared as mysteriously as they appeared. How many flies cover the earth of Australia?, is a question I can't even fathom to answer.

Over lunch the radio was turned on for the news. With one reason only: the wool prices in the different towns around the farm. Where best to bring it to at the end of the day? It was at this news bulletin that I heard Elvis had died, which was a shock. The date was August 17. It was years later that I found out that his official date of his demise was 16 August.

Yes, the man was much older than I am, but with 42 not at an age he is supposed to die. In fact he could have been alive today at the age of 82 and record another comeback album with Rick Rubin or some such. Even be touring.

All this was not to be. Elvis is dead today for 40 years.

Who was Elvis to me? Somebody from an era that I wasn't around. The first song I remember is the classic 'In The Ghetto', followed by the monumental 'Suspicious Minds', two hits from 1969. In the 70s I got to know his oldest songs better and his latest hits.

No matter what, I never truly became an Elvis fan. Despite the fact that I like to play some of his old rock and roll hits in the cover band I play(ed) in, it is not something that I play at home. Coincidentally I heard 'A Little Less Conversation A Little More Action' in the Junkie XL remix this morning, which triggered this post. Tom Holkenborg gave an obscure, mediocre Elvis song the boost it needed, giving him his last #1 hit song. At the time I liked this version a lot and found out that I still do.

What I do hear in the old rock and roll songs, is the energy Elvis and his band managed to capture on record. What I hear truly is what I am meant to hear and can imagine how exciting it must have sounded at the time. Something new was happening that caught the youth of America and beyond by the throat to not let go. In some of his later songs, the post 1968, recordings I recognise the class with which Elvis was able to surround himself. Whether it was in a song like 'Burning Love', 'Way Down' or 'Guitar Man', it all holds something worthwhile.

Elvis Presley in the end is a tragic figure. Someone who became more famous than was good for him. Perhaps he just was not smart enough to deal in a sensible way with his fame and riches. I don't know, these are just observations from far off. Fact is, that he leaves behind a legacy which will keep him famous and well-known for eternity. And forever connected with work on a sheep farm in a far off country in my individual case.

Wo.

dinsdag 15 augustus 2017

U2, The Joshua Tree Tour 2017. Amsterdam ArenA, 31 juli 2017

Foto: HareD
Door de vakanties komt dit verslag wat later dan de bedoeling was op de site. Toch nemen we jullie graag nog even mee terug naar de laatste dag van juli als U2 voor de tweede maal het podium bestijgt in Amsterdam.

Er is al veel geschreven over de U2 concerten in Amsterdam, veel ook dat aansluit bij mijn beleving tijdens het tweede concert, op zondag. Absoluut waanzinnig was de combinatie van de prachtige en indrukwekkende films en projecties van Anton Corbijn, in combinatie met een concert dat stond als een huis. Dat was niet alleen leuk, iedereen, inclusief ikzelf, stond wel heel vaak en veel met de smartphone te filmen of te fotograferen. Af en toe kon je vanaf het veld het podium niet zien door de omhooggehouden camera’s.

Alle nummers van The Joshua Tree, het album dat 30 jaar geleden uitkwam en nu centraal stond tijdens deze concerten en in zijn geheel en op volgorde werd gespeeld, zijn de moeite van een live performance waard. Zeker ook Red Hill Mining Town, over de Engelse mijnstakingen van de jaren tachtig, dat nooit eerder live werd gespeeld. Prachtig om te horen, wel jammer dat de uitvoering eigenlijk net iets minder indringend was dan op de CD. Maar toch, een pareltje.

Foto: HareD
Persoonlijk was ik ontroerd door het spelen van A Sort of Homecoming, een van mijn favoriete U2 nummers, van het album The Unforgettable Fire. Mooi gezongen, zo heerlijk.

Ook wel waar was de licht kritische opmerking dat het allemaal redelijk routineus verliep, het dak ging er bij band en publiek slechts zelden helemaal af. Memorabele uitzondering was echter het allerlaatste nummer, I Will Follow. Dit was destijds, in 1980, de doorbraakhit voor U2, met Nederland als voorloper. Dat heeft Bono wel meer gezegd tijdens concerten in Nederland (het was mijn zesde U2 concert in totaal, waarvan vijf in Nederland). Ook nu speelden zij het weer, dit keer als afsluiter van het concert. Maar het leuke was dat Bono improviseerde. Het leek erop dat ze eerst nog een keer het podium af zouden gaan, want Larry was al achter de drumkit vandaan gelopen en Adam en The Edge hadden hun gitaren al afgedaan.  Maar Bono sprak eerst met Larry en Adam en daarna met The Edge. Ze pakten hun instrumenten weer en speelden I Will Follow, waarbij werkelijk iedereen aan het springen en juichen was.

Foto: HareD

HareD

maandag 14 augustus 2017

Until. Hope Sandoval And The Warm Inventions

Toen Mazzy Star er na het geweldige Among My Swan uit 1996 de brui aan gaf, vond zangeres Hope Sandoval in voormalig My Bloody Valentine drummer Colm O'Ciosoig, die al sinds het briljante Loveless uit 1991 op de bank zat, een muzikale medestander.
 
Als Hope Sandoval And The Warm Inventions maakten ze met  Bavarian Fruit Bread uit 20001 en Through The Devil Softly uit 2009 twee uitstekende platen, die het gemis van de twee legendarische bands uit de jaren 90 voor mij voor een belangrijk deel verzachtte.
 
In 2013 keerden zowel Mazzy Star als My Bloody Valentine terug met een prima plaat en leek de rol van het project van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig uitgespeeld, maar gisteren verscheen er toch weer een nieuwe plaat van Hope Sandoval And The Warm Inventions.
 
Ik ben er persoonlijk heel blij mee, want ik vond de twee platen van het soloproject van Hope Sandoval beter dan de terugkeer van Mazzy Star (en die van My Bloody Valentine) en ook Until The Hunter laat weer prachtig horen dat er leven is na of naast Mazzy Star.
 
Op Until The Hunter kiezen Hope Sandoval, Colm Ó Cíosóig en de hen omringende muzikanten voor een prachtig ingetogen geluid. Het is een geluid waarin de nog altijd prachtige stem van Hope Sandoval het best tot zijn recht komt. Het is een stem die in de loop der jaren alleen maar beter is geworden en inmiddels veel meer kan dan heerlijk zwoel klinken.
 
Waar Mazzy Star en My Bloody Valentine voor een deel vertrouwden op gruizige gitaren is de instrumentatie op Until The Hunter ingetogen, warm en stemmig. Met name de gitaarlijnen zijn van een betoverende schoonheid en kronkelen prachtig om de warmbloedige vocalen van Hope Sandoval heen.
 
De meeste songs op de plaat kiezen bedwelming als wapen en citeren nadrukkelijk uit de zweverige archieven van de psychedelica, maar Hope Sandoval en haar collega muzikanten schuwen op Until The Hunter ook het experiment niet en kleuren bovendien meerdere keren buiten de lijntjes van het vertrouwde geluid. Het zeker niet onaardige duet met Kurt Vile laat horen dat de stem van Hope Sandoval ook in een wat meer rootsy klankentapijt uitstekend gedijt en zo zijn er op Until The Hunter nog wel meer uitstapjes die naar meer smaken.
 
Hope Sandoval And The Warm Inventions maken ook op hun derde plaat weer muziek die het uitstekend doet in de herfst en winter, maar de schoonheid van deze plaat zal zeker niet verbleken wanneer de zon schijnt en de temperatuur naar zomerse waarden klimt.
 
Het soloproject van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig was in eerste instantie misschien vooral een doekje voor het bloeden, maar met deze derde plaat hebben de twee het niveau van de voormalige en op papier nog steeds actieve broodheren op zijn minst geëvenaard. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder de mooiste van het hele bijzondere muziekjaar 2016.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Let Me Get There':

https://www.youtube.com/watch?v=pyRJYnAndT0

zondag 13 augustus 2017

Ouï. Camille

De Franse singer-songwriter (en actrice) Camille (Dalmais) begon haar muzikale carrière als ‘zuchtmeisje’ in de succesvolle Franse band Nouvelle Vague (die met speels gemak new wave klassiekers transformeerde in zwoele Franse pop met een vleugje Bossa Nova), maar maakt sinds het begin van het huidige millennium buitengewoon fascinerende soloplaten.
 
Sinds het bijzondere, zeer veelzijdige en deels Engelstalige Ilo Veyou uit 2011, hebben we het moeten doen met een aardige live-plaat (Ilo Lympia), maar vorige week lag er bijna uit het niets gelukkig weer eens een nieuwe plaat van de uit Parijs afkomstige singer-songwriter op de mat.
 
Waar de vorige platen van de Française alle kanten op schoten, heeft Camille dit keer een wat eenvormige plaat gemaakt. Ouï is bovendien een plaat die net wat minder lijkt te experimenteren dan we van Camille gewend zijn. Een ieder die nu denkt dat Camille dit keer op de proppen komt met zwoele en verleidelijke maar monotone Franse kauwgomballenpop, komt echter bedrogen uit.
 
Camille gebruikt voor alle songs op Ouï een vergelijkbaar recept, maar het is zeker geen alledaags recept. Waar de Française in het verleden nog wel eens uitpakte met een volle en uitbundige instrumentatie, moet Ouï het doen met uiterst spaarzaam ingezette en wat kille synths en over het algemeen genomen sobere percussie. Hier en daar vliegt de instrumentatie wat uit de bocht en eenmaal flirt Camille zelfs met funky dance, maar in de meeste tracks kiest Camille voor een behoorlijk ingetogen geluid.
 
De instrumentatie is sober en kaal, maar Ouï is desondanks een vol klinkende plaat. Camille vult de lege ruimte makkelijk met haar mooie en warme stem, maar heeft ook nog uit meerdere lagen bestaande koortjes toegevoegd.
 
Het levert een verre van alledaags geluid op en het is een geluid dat zeker niet iedereen zal kunnen waarderen, wat ook wel blijkt uit flink wat minder positieve recensies van de nieuwe plaat van de Franse lieveling van de critici. Zelf was ik ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van het voornamelijk Franstalige Ouï (alleen de protestsong Seeds is Engelstalig), maar Ouï heeft me langzaam maar zeker voor zich gewonnen.
 
De sobere synths op de plaat en de subtiele percussie vervliegen bij eerste beluistering vrij makkelijk, maar hebben na enige gewenning een bezwerend of zelfs hypnotiserend effect. Hetzelfde geldt voor de mooie en uiteindelijk toch ook weer verleidelijke vocalen van Camille, die al haar songs voorziet van een bijzonder keurmerk, maar af en toe ook op meer conventionele wijze de sterren van de hemel zingt. De koortjes vind ik af en toe wel wat over the top, maar dat is een kwestie van smaak. Bovendien voorzien ze Ouï van dynamiek, die zeker welkom is op de verder vrij sobere plaat.
 
Camille heeft al met al weer een bijzonder klinkende plaat aan haar zo mooie oeuvre toegevoegd. Het is een plaat waaraan je moet wennen, maar dat geldt voor alle platen van de Française.  Wanneer je eenmaal gewend bent aan het nieuwe geluid van Camille openbaart zich al snel een sprookjesachtig muzikaal landschap. Kom bij Camille niet om de zoete sprookjes met de gelukkige afloop, maar verwacht alle kanten op geslingerd te worden, precies zoals de muzikante uit Parijs dat al zo mooi en avontuurlijk deed op haar vorige platen. Het duurde even, maar ook Ouï is voor mij inmiddels weer een plaat om te koesteren.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Fontaine De Lait':

https://www.youtube.com/watch?v=RPOy8PXrXQs

zaterdag 12 augustus 2017

VINE. Jen Gloeckner

“Weird and wonderful”, zo omschrijft The Irish Times de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikante Jen Gloeckner.
 
Deze Jen Gloeckner is voor mij een grote onbekende, maar VINE komt hier inmiddels al enige tijd uit de speakers en is een plaat die ik steeds mooier en interessanter vind.
 
Speurwerk leert dat Jen Gloeckner opgroeide in Dubuque, Iowa, en nog steeds werkt vanuit deze plaats aan de oevers van de Mississippi. Ze heeft inmiddels drie platen op haar naam staan, maar de vorige twee heb ik gemist.
 
VINE is de opvolger van het in 2010 verschenen Mouth Of Mars en werd bij Jen Gloeckner thuis in Dubuque, Iowa, opgenomen. Verwacht echter geen ingetogen luisterliedjes, want VINE van Jen Gloeckner is een opvallend groots klinkende plaat.
 
In muzikaal opzicht heeft de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter raakvlakken met de muziek van Massive Attack, Portishead, de Twin Peaks soundtrack en zelfs Enya. VINE valt op door een vol klinkende instrumentatie vol invloeden uit de triphop, dreampop, ambient en new age. Het is muziek die aanmoedigt tot wegdromen, waarna Jen Gloeckner je meeneemt op een fascinerende reis langs wonderschone maar soms ook spookachtige landschappen.
 
Overdaad ligt op de loer bij een instrumentatie als die op VINE, maar Jen Gloeckner vliegt nergens uit de bocht. De muziek op de nieuwe plaat van Jen Gloeckner is vaak groots en meeslepend, maar neemt ook met grote regelmaat gas terug. Het ene moment verleidt de plaat met subtiliteit, bijvoorbeeld in de fraaie gitaarlijnen, de stemmige pianopartijen, de fraaie strijkers of het bijzondere fluitspel. Hiertegenover staan groots klinkende passages met zwaar aangezette drums, breed uitwaaiende of uit jankende gitaren en een fraai en vol elektronisch en atmosferisch klankentapijt, maar van overdaad is nergens sprake.
 
VINE is een plaat vol dromerige, zweverige en vaak bezwerende klanken, maar Jen Gloeckner kan new age achtige of psychedelische geluidstapijten zomaar verruilen voor aangenaam klinkende popliedjes, die heel af en toe wel wat denken aan die van Lana del Rey.
 
In muzikaal opzicht is VINE een buitengewoon fascinerende plaat, maar ook in vocaal opzicht raakt Jen Gloeckner de juiste snaar. De Amerikaanse singer-songwriter kan heerlijk soulvol klinken, kan prachtig fluisteren, maar kan de volle klanken op de plaat ook aanvallen met krachtige vocalen.
 
VINE is een plaat die je een paar keer moet horen voor je er een oordeel over velt. Bij eerste beluistering vond ik het intrigerend maar ook overweldigend en veelomvattend. Naarmate ik VINE vaker hoorde begonnen alle mooie details in de muziek van Jen Gloeckner echter op te vallen.
 
VINE is een plaat die bestaat uit vele lagen en in alle lagen is heel veel moois verstopt. Het is knap hoe Jen Gloeckner zeer verschillende invloeden weet te verbinden en het is misschien nog wel knapper hoe de Amerikaanse muzikante stevig experimenteert, maar toch ook muziek maakt die zich uiteindelijk makkelijk opdringt.
 
Op VINE gebeurt soms zoveel dat het je soms duizelt, maar eenmaal gewend aan het betoverende geluid op de plaat valt alles op zijn plek. Ik lees in Nederland tot dusver helemaal niets over VINE van Jen Gloeckner, maar deze plaat verdient echt alle aandacht.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar VINE luisteren en het album kopen:

https://jengloeckner.bandcamp.com/album/vine

vrijdag 11 augustus 2017

A Scanner Darkly, Original Soundtrack by Graham Reynolds

Recently a few movie scores were dropped into my digital mailbox. Now I have never been one for soundtracks. Usually music passes me by during a movie, being focused on the pictures and text in front of me. Some pieces of soundtrack are inescapable, like the weird music by Angelo Badalamenti for 'Twin Peaks' and Ennio Morricone's music in 'Once Upon A Time In The West'. Other moments are when "real" songs come by and recognition kicks in. So the number of soundtracks in my collection is one by Bill Wyman, only because he was a Rolling Stone at the time and the one I already mentioned. That may be it, one or two musicals excluded.

Now A Scanner Darkly. What does this music mean without the picture? Nothing. So the music has to stand its own ground. Also nothing in the music I'm hearing leads me to the thought that I ought to go and see it. I strongly doubt it even will make cinema's here.

Let me change my tack here. I just found that the film is from 2006, so no, I haven't seen it or heard of it. The film was produced by Richard Linklater and featured Keanu Reeves and Robert Downey Jr. among others. It sounds like a movie for sci-fi and drug aficionados.

Graham Reynolds is a revered musician, who plays jazz in a trio, but also is the composer of symphonies and operas. This is not surprising hearing this soundtrack. Very different sounds, compositions and moods come by. From a string composition to combinations of instruments like violins with xylophone as a lead instrument. Modern soundscapes come by with 'Twin Peaks' like lead guitars and mystery in all the way the music is treated with effects. As if time goes backwards instead. The twangy surf guitar followed by a saxophone will be underneath a funny part, without much text.

The fact that I have listened to this soundtrack a few times shows that it is listenable as a independent piece. Then I am ignoring my need to have melodies to sing along to, the kind of interactions with songs that step up and kick me in the face. On this soundtrack nearly all is in the background, subdued, as it can not take too much away from what is happening on the screen. The moment I start listening to music in a theatre, something has gone wrong horribly with the movie. So many of the compositions on this album just go by. The others that are somewhat louder undoubtedly will be a sequence under a chase or something rather exciting. Others are just sounds. Meant to be subjected to pictures and don't really have a right as an existence on their own.

So, do sountracks and I go together? No, not really. It was fun to try it out for once and A Scanner Darkly has its moments, but I'm simply a song man.

Wo.

donderdag 10 augustus 2017

In Between. The Feelies

De uit Hoboken, New Jersey, afkomstige band The Feelies debuteerde in de lente van 1980 met het volstrekt briljante Crazy Rhythms.
 
Het was een plaat die het beste van de muziek van The Velvet Underground en Talking Heads leek te verenigen en imponeerde met stekelige gitaarsongs, een vleugje van het ongrijpbare van Jonathan Richman en (natuurlijk) krankzinnige ritmes.
 
Het was helaas ook een plaat die vooral door de critici de hemel in werd geprezen, maar niet werd opgepikt door een breed publiek.
 
The Feelies maakten gedurende de jaren 80 nog twee platen en aan het begin van de jaren 90 ook nog een, maar deze waren niet zo indrukwekkend als Crazy Rhythms (maar nog altijd de moeite waard) en trokken nog minder aandacht. In de jaren die volgden groeide Crazy Rhythms echter uit tot een nauwelijks verkrijgbare klassieker, waarvoor steeds hogere bedragen moesten worden betaald (ik telde er zelf ooit 80 dollar voor neer).
 
Toen The Feelies in 2011 weer opdoken met het sterke Here Before, was het briljante debuut van de band gelukkig weer gewoon verkrijgbaar en was ook het andere werk van de band te beluisteren via de streaming media. Hierop dook vorige week ook In Between op; het eerste levensteken van The Feelies in een jaar of zes.
 
De plaat begint een knisperend kampvuur, fluitende vogels en sjirpende krekels. Het is een voorteken van hetgeen dat komen gaat, want de gitaarmuziek van The Feelies is op In Between wat minder stekelig dan we van de band gewend zijn. Op In Between domineren akoestische gitaren, lome vocalen en zonnig klinkende songs. Dat ligt direct bijzonder lekker in het gehoor, maar van The Feelies verwacht je net wat meer.
 
Dat meer krijg je ook, want onder de warme deken van akoestische gitaren zit ook dit keer het zo bijzondere geluid van The Feelies verstopt. Gitaristen Glenn Mercer en Bill Million draaien ook dit keer hun repeterende gitaarloopjes op bijna onnavolgbare wijze in elkaar en waar het er in eerste instantie op lijkt dat In Between grossiert in zonnige klanken, hoor je bij herhaalde beluistering toch ook weer het stekelige dat alle platen van The Feelies typeert.
 
In Between is meer laid-back dan Crazy Rhythms en lijkt de invloeden van Talking Heads dit keer te hebben verruild voor invloeden van R.E.M, maar invloeden van The Velvet Underground zijn daarentegen gebleven, zeker wanneer het stekelige het warme en zonnige even overheerst.
 
Crazy Rhytms is uiteindelijk een baanbrekende en uiteindelijk ook invloedrijke plaat gebleken, maar ook ruim 35 jaar later maken The Feelies nog muziek die veel interessanter is dan die van de meeste andere gitaarbands. In Between begint misschien als kampvuurplaat, maar is uiteindelijk een plaat waarop The Feelies bijna net zoveel indruk maken als op hun onvolprezen debuut uit 1980.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar 'In Between' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=BbwqnwMAkzA

woensdag 9 augustus 2017

Gilded. Jade Jackson

Jade Jackson groeit op in Santa Margarita; een klein dorp zonder al te veel vertier in California. Volgens de overlevering moest ze het thuis doen zonder computer en tv, waardoor ze was aangewezen op de goed gevulde en opvallend gevarieerde platenkast van haar ouders, waarin traditionele country werd geflankeerd door Britse punk en new wave.
 
Jade Jackson stond op haar 13e voor het eerst op het podium als muzikant en had op haar achttiende een collectie songs waarop menig ervaren singer-songwriter jaloers zal zijn.
 
Ze werd uiteindelijk ontdekt door de voorman van de punkband Social Distortion, die de jonge Jade Jackson meenam als support act en uiteindelijk ook haar debuut zou produceren. Dat debuut van de inmiddels 24 jaar oude Jade Jackson is deze week verschenen en is als je het mij vraagt een sensationeel debuut geworden.
 
Gilded werd zoals gezegd geproduceerd door Mike Ness van Social Distortion, maar is ver verwijderd van de muziek die de man normaal gesproken maakt. Jade Jackson heeft immers een onvervalste rootsplaat afgeleverd en wat is het een goede rootsplaat.
 
De hand van Mike Ness beperkt zich tot een hier en daar net wat steviger geluid en incidenteel een punky attitude, waardoor het debuut van Jade Jackson wel wat doet denken aan de platen van Lucinda Williams of aan de rauwere uitspatting van Allison Moorer (The Duel). Gilded bevat echter ook volop meer ingetogen songs.

Rootsmuziek slaat de klok op Gilded en het is rootsmuziek die opvalt door heerlijke gitaren en prachtige bijdragen van onder andere de viool en de pedal steel. Voor het pedal steel werk tekent de gelouterde virtuoos Greg Leisz, terwijl voor de vioolbijdragen Sara Watkins werd aangetrokken.
 
Het zegt iets over het vertrouwen dat de platenmaatschappij heeft in Jade Jackson. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, want de jonge singer-songwriter uit California straalt enorm veel zelfvertrouwen uit. Dat hoor je in haar songs, die volwassener klinken dan je van een 24-jarige verwacht en dat hoor je in haar stem, die verrassend veel emotie en doorleving laat horen en ook nog eens buiten de lijntjes durft te kleuren.
 
Wanneer dan ook de instrumentatie nog eens beter en net wat gedurfder klinkt dan op de gemiddelde rootsplaat, durf ik wel te voorspellen dat de platenmaatschappij met Gilded van Jade Jackson goud in handen heeft.

Dat is leuk voor de kassa, maar ook in artistiek opzicht is het debuut van Jade Jackson een hele interessante plaat. Jade Jackson stapt op Gilded op gloedvolle en gedreven wijze door het landschap van de Amerikaanse rootsmuziek en kan zowel uit de voeten in meer traditioneel aandoende countrymuziek als in de muziek die sinds de jaren 90 alt-country wordt genoemd.
 
Ook in vocaal opzicht maakt Jade Jackson indruk met een eigen geluid, dat duidelijk anders klinkt dan dat van al haar leeftijdsgenoten in Nashville. De jonge singer-songwriter beschikt over een expressief stemgeluid, dat zich stevig opdringt en ook makkelijk bruggen slaat richting pop en rock.
 
Uiteindelijk overheerst echter de Amerikaanse rootsmuziek, dat met Jade Jackson een bijzonder getalenteerde aanwinst in huis heeft. Een van de memorabele debuten van 2017, let maar op.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar Gilded luisteren en het album kopen:

https://jadejackson.bandcamp.com/

dinsdag 8 augustus 2017

Life. Love. Flesh. Blood. Imelda May

Ik had tot dusver niet zo heel veel met de platen van de Ierse singer-songwriter Imelda May.
 
De muzikante uit Dublin imponeerde op haar tot dusver verschenen platen absoluut met haar soulvolle strot, maar in muzikaal opzicht vond ik het, mede dankzij haar zwak voor 80s new wave en rockabilly, allemaal net wat te lichtvoetig of te pompeus.
 
Er was helaas een liefdesbreuk voor nodig om Imelda May in een andere richting te bewegen. Het einde van haar huwelijk heeft Imelda May geïnspireerd tot een heuse breakup plaat en wie kan deze mooier produceren dan de gelouterde T-Bone Burnett?
 
De Amerikaanse topproducer heeft de nieuwe plaat van Imelda May prachtig ingekleurd en heeft de Ierse singer-songwriter een andere plaat laten maken dan we van haar gewend zijn.
 
Voor de fraaie inkleuring van Life. Love. Flesh. Blood kon T-Bone Burnett uiteraard een beroep doen op muzikanten die het liefdesverdriet van Imelda May op zeer doeltreffende wijze uit hun instrumenten kunnen laten komen.
 
Het gitaarwerk van topgitaristen als Marc Ribot en T-Bone Burnett, de piano van Patrick Warren, het orgel van Carl Wheeler en de drums van Jay Bellerose zijn zoals altijd prachtig en leggen een bijzonder fraaie basis waarop Imelda May kan schitteren.
 
Dat schitteren laat ze overigens ook nog over aan Jools Holland die los mag gaan op zijn piano en voor Jeff Beck, die tekent voor het meest indrukwekkende gitaarspel op de plaat.
 
Imelda May was op haar vorige platen niet vies van bombast, maar manifesteert zich op Life. Love. Flesh. Blood als een crooner van formaat. Het einde van haar huwelijk is haar overduidelijk niet in de koude kleren gaan zitten. In veel van de teksten staan liefdesverdriet en hartzeer centraal en zingt Imelda May met flink wat emotie en gevoel. Dat doet ze in een aantal tracks opvallend ingetogen, maar Imelda May gaat ook een paar keer helemaal los.De stem van de Ierse singer-songwriter doet nog altijd wat denken aan die van Chrissie Hynde, maar is soulvoller en veel krachtiger.
 
Life. Love. Flesh. Blood staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die vol passie worden vertolkt. Dat laatste is uitsluitend de verdienste van Imelda May zelf, maar zonder T-Bone Burnett was Life. Love. Flesh. Blood nooit zo’n bijzondere plaat geworden.
 
De Amerikaanse producer heeft de plaat voorzien van een traditioneel aandoend rootsgeluid dat beelden van duistere en broeierige nachtclubs aan de oevers van de Mississippi op het netvlies tovert. Imelda May is in deze nachtclubs de zangeres en zingt al het leed dat haar is overkomen op indrukwekkende wijze van zich af.
 
Op hetzelfde moment heeft T-Bone Burnett hier en daar ook een randje Phil Spector en een randje Motown toegevoegd aan de plaat, wat Life. Love. Flesh. Blood voorziet van veel dynamiek, wat weer prachtig past bij alle dynamiek in de stem van de Ierse singer-songwriter.
 
Ik had zoals gezegd tot dusver niet zo heel veel met de platen van Imelda May, maar Life. Love. Flesh. Blood is in alle opzichten een prachtplaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar songs van het album:

https://www.youtube.com/playlist?list=PLxKHVMqMZqUSImTiQ0-cJ7W7TFI4FFllR

maandag 7 augustus 2017

Kidal. Tamikrest

Het zijn mooie tijden voor de liefhebbers van de Noord-Afrikaanse woestijnrock, want een paar weken na de release van de nieuwe plaat van Tinariwen, duikt ook Tamikrest weer op met een nieuwe plaat.
 
Tamikrest stond voor mij altijd wat in de schaduw van Tinariwen, maar met Chatma leverde de vanuit Mali opererende band in 2013 een plaat af die wat mij betreft moet worden geschaard onder het beste dat de woestijnrock tot dusver heeft voortgebracht.
 
Op haar nieuwe plaat eert Tamikrest haar historische thuisbasis; Kidal.
 
Kidal is een plaats in Noord-Mali en ligt midden in de Zuidelijke Sahara. Het was in het verleden één van de belangrijke culturele, commerciële en strategische centra van de Toeareg, maar momenteel is het vooral een broeinest van moslim extremisme. Kidal is ook de plek waar Tamikrest ooit werd geformeerd, wat het eerbetoon aan de voormalige thuisbasis van de band voorziet van nog wat extra emotionele lading.
 
In muzikaal opzicht borduurt het in Bamako opgenomen Kidal voort op zijn voorganger. In de bakermat van de Mali blues werd de band bijgestaan door producer Mark Mulholland en David Odlum (die in het verleden verantwoordelijk was voor de mix van een aantal platen van Tinariwen). De Schot en de Ier hebben Kidal voorzien van een fantastisch klinkend geluid, maar verder is Tamikrest gelukkig vooral zichzelf gebleven.
 
Ook op Kidal staat het zo kenmerkende gitaargeluid uit de Noord-Afrikaanse woestijnrock centraal. Het is bluesy gitaarspel vol Afrikaanse invloeden dat zich op ingenieuze wijze door de bezwerende ritmes op de plaat heen slingert.
 
Net als op Chatma kiest Tamikrest ook op Kidal weer vooral voor zich langzaam voortslepende songs. Het zijn songs waarin de gitaren zorgen voor de spanning, terwijl de lome ritmes en de soms bijna hypnotiserende vocalen zorgen voor de bezwering.
 
Waar gitaarsolo’s in de westerse rockmuziek bijna altijd garant staan voor spierballenvertoon, zijn de gitaristen van Tamikrest meesters in het creëren van heerlijke dromerige en vaak wat psychedelisch aandoende gitaartapijten vol herhaling.
 
Vergeleken met de vorige platen van Tamikrest zijn de vrouwenvocalen vrijwel volledig naar de achtergrond gedrongen, wat ik persoonlijk jammer vind. Tamikrest kruipt hierdoor wat dichter tegen Tinariwen aan, maar doet al lang niet meer onder voor de voormalige grote broer.
 
Het is bijzonder hoe onze, of in ieder geval mijn westerse oren gewend zijn geraakt aan de muziek uit de Noord-Afrikaanse woestijn. Wat ik een jaar of 15 geleden nog bijzonder exotisch vond klinken en wat toen bovendien nadrukkelijk tegen de haren instreek, voorziet de hectiek van onze samenleving nu onmiddellijk van de broodnodige rust. Het is de rust die Tamikrest uiteindelijk weer hoopt te vinden in haar thuisbasis Kidal, maar dat zal helaas nog wel wat tijd gaan vragen.
 
Tamikrest imponeerde ruim drieënhalf jaar geleden met het bijzonder fraaie Chatma en levert nu met Kidal een plaat af die de status van de band bevestigd. Met Kidal uit de speakers en de ogen dicht ben je even in Kidal, waar het vandaag onbewolkt is en de temperatuur oploopt richting een graad of 40 (Celsius). Rustig aan dus en genieten maar.

Erwin Zijleman

Je kunt Kidal hier beluisteren en kopen:

https://tamikrest.bandcamp.com/album/kidal

zondag 6 augustus 2017

Pleasure. Feist

De Canadese singer-songwriter Leslie Feist leek tien jaar geleden, op het in commercieel opzicht zeer geslaagde The Reminder, nog te kiezen voor de honingzoete en hitgevoelige pop, maar koos op het na een stilte van vier jaar verschenen Metals gelukkig weer voor een wat avontuurlijker geluid, al waren haar lieflijke popliedjes bij de juiste dosering ook niet te versmaden.
 
Voor opvolger Pleasure heeft Leslie Feist bijna zes jaar de tijd genomen. Het levert haar meest avontuurlijke plaat tot dusver af en het is een plaat die aansluit bij de avontuurlijke bands uit de Toronto scene (onder wie het geweldige Broken Social Scene) waarin ze ooit op jonge leeftijd opdook.
 
Feist betoverde tien jaar geleden misschien nog met lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke suikerlaag, maar kiest nu voor een betrekkelijk kaal en rauw geluid en behoorlijk ingetogen en soms zelfs bijna verstilde songs.
 
De instrumentatie op Pleasure mag best kaal worden genoemd. Zeker in de eerste tracks staan eenvoudige en opvallend rauw klinkende gitaarakkoorden centraal. Het zijn soms wat bluesy aandoende gitaarakkoorden, die bij mij vooral associaties oproepen met de eerste twee platen van PJ Harvey.
 
De rauwe en vaak eenvoudige akkoorden staan lijnrecht tegenover de warme, soms in meerdere lagen opgenomen vocalen van Feist, wat een fraai contrast oplevert. Voor de verdere inkleuring wordt hier en daar wat sprookjesachtige elektronica of soms wat basale percussie ingezet, maar veel is het niet, buiten de enkele keer dat een compleet koor opduikt of Jarvis Cocker een spoken word bijdrage levert.
 
Door het gitaarwerk had ik onmiddellijk associaties met de eerste albums van PJ Harvey, maar ook de songs en de vocalen van Feist doen op Pleasure meer dan eens denken aan de vroege platen van de Britse muzikante.
 
Waar de zoete en kleurrijke popliedjes van Leslie Feist zich in het verleden snel en genadeloos opdrongen, is Pleasure een plaat die tijd vraagt. Op het eerste gehoor is het een wat rommelig klinkende plaat vol songs die flink tegen de haren instrijken en zeker niet direct blijven hangen.
 
Ik denk dan ook dat veel liefhebbers van het oudere werk van Feist teleurgesteld zullen afhalen, maar ik ben zelf, zeker na enige gewenning, behoorlijk onder de indruk van de nieuwe plaat van de Canadese singer-songwriter.
 
Zeker bij beluistering met de koptelefoon vallen naast de rauwe gitaaruithalen en de mooie vocalen ook de nodige details op en verder blijken de nieuwe songs van Feist te groeien wanneer je Pleasure vaker hoort. Feist produceerde het album samen met de al even geheimzinnige Mocky en de Franse producer Renaud Letang, die flink buiten de lijntjes mogen kleuren, wat pas na enige gewenning effect sorteert.
 
Waar bij eerste beluistering vooral de wat rauwe en rommelige klanken (en zelfs een sample van metal band Mastodon) het meest in het oor springen, hoor je bij herhaalde beluistering toch ook voldoende van de intieme folkliedjes waarmee Leslie Feist ooit opdook. Zo zacht en zoet als vroeger zijn ze niet, maar boeiend is de nieuwe plaat  van Feist absoluut.
 
Pleasure is een plaat die respect afdwingt vanwege de keuze voor een bijzonder nieuw en wat tegendraads eigen geluid, maar het blijkt al snel ook een plaat vol mooie en eigenzinnige popliedjes. Leslie Feist is lang weggeweest, maar maakt nog altijd muziek die er toe doet. Sterker nog, Pleasure is misschien wel haar beste plaat tot dusver, al zal het in de meeste gevallen even duren voor je er zo over denkt.

Erwin Zijleman

Je kunt hier op Soundcloud luisteren naar Pleasure:

https://soundcloud.com/feist-1/pleasure

zaterdag 5 augustus 2017

A Kind Revolution. Paul Weller

Het is een indrukwekkend en fascinerend oeuvre dat Paul Weller op zijn naam heeft staan.
 
De Brit maakte zeven baanbrekende platen met The Jam (waaronder toch zeker vier klassiekers), minstens drie hele goede platen met The Style Council en een dozijn soloplaten.
 
Tussen zijn twaalf soloplaten zitten maar heel weinig zwakke platen en inmiddels ook een aantal klassiekers, waardoor Paul Weller absoluut gerekend moet worden tot de grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek.
 
De afgelopen jaren is de Brit misschien iets minder productief dan in zijn jongere jaren (Paul Weller is inmiddels 59) maar het zijn nog altijd platen van hoog niveau.
 
Zo imponeerde Paul Weller in 2012 met het behoorlijk stevige en venijnige Sonik Kicks, terwijl hij op het twee jaar geleden verschenen Saturn’s Pattern weer wat meer opschoof richting zijn vroegere solowerk.
 
A Kind Revolution is, als ik goed geteld heb, de dertiende soloplaat van Paul Weller en het is weer een hele goede. A Kind Revolution ligt in het verlengde van zijn voorganger en is ver verwijderd van het rauwe Sonik Kicks. Toch is het ook weer een andere plaat dan het goed ontvangen Saturn’s Pattern, dat een wat psychedelisch aandoend geluid liet horen.
 
Op A Kind Revolution laat Paul Weller horen dat hij in meerdere genres uit de voeten kan. De plaat opent met twee tracks die met enige fantasie in het hokje rock passen, maar wanneer in de derde track gas wordt teruggenomen, winnen soul en rhythm & blues verder aan terrein en lijk je af en toe ten luisteren naar een vergeten soulklassieker uit de jaren 70. 

A Kind Revolution is een warme en organisch klinkende plaat, die met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de Britse en zeker ook de Amerikaanse popmuziek en door het rijke oeuvre van Paul Weller zelf heen stapt.
 
Paul Weller toont zich op zijn nieuwe plaat bijzonder veelzijdig, want naast rock, soul en rhythm & blues, biedt de nieuwe plaat van de Brit ook ruimte aan invloeden uit de jazz, gospel, funk, psychedelica en zelfs Latin. Hiermee zijn we er nog niet, want wanneer tijdgenoot Boy George opduikt voor gastvocalen, zoekt Paul Weller zelfs nadrukkelijk de dansvloer op.
 
Paul Weller dook ooit op als ‘angry young man’, maar straalt op zijn 59e rust uit. A Kind Revolution is een heerlijk ontspannen plaat en het is een plaat die volstrekt tijdloos klinkt. De wat meer soulvolle ballads of de funky tracks hadden net zo makkelijk uit de jaren 70 kunnen komen, maar wanneer Paul Weller op gloedvolle wijze New York eert of samen met Boy George uitpakt met stuwende elektronische dansmuziek, ben je toch opeens weer in het heden beland.
 
Paul Weller is de afgelopen jaren alleen maar beter gaan zingen en maakt op A Kind Revolution indruk met zijn soulvolle zang. Ook in muzikaal opzicht is het genieten, want het broeierige en bij vlagen moddervette geluid knalt uit de speakers. De luxe editie van A Kind Revolution laat alle tracks ook nog eens zonder zang horen en ook dat klinkt verrassend goed.
 
Het moet genoeg zeggen over het vocale en muzikale vuurwerk op de nieuwe plaat van Paul Weller, die nog maar eens een prachtplaat toevoegt aan zijn al zo rijke en imponerende oeuvre.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Woo Sé Mama'

https://www.youtube.com/watch?v=aElFFCXCvAQ

vrijdag 4 augustus 2017

Melodrama. Lorde

De uit Nieuw-Zeeland afkomstige Ella Yelich-O'Connor is net 16 als op Soundcloud haar eerste EP opduikt, The Love Club. Sindsdien kennen we Ella Yelich-O'Connor als Lorde.
 
Nog geen jaar later is Lorde dankzij de hitsingle Royals een wereldster en imponeert ze met haar debuut Pure Heroine.
 
Het debuut van Lorde viel dankzij de aanstekelijke singles in de smaak bij een breed publiek, maar bleek dankzij de eigenzinnige onderlaag ook interessant voor muziekliefhebbers die normaal gesproken hun neus ophalen voor popprinsessen.
 
Met Pure Heroine deed Lorde wat Lana del Rey eerder deed; schaamteloos commerciële popmuziek maken die ook in artistiek opzicht interessant is. Het is vervolgens de vraag hoe het verder gaat met een muzikante die creatief en eigenzinnig is, maar ook een potentiële goudmijn voor de platenmaatschappij die haar onder contract heeft staan. Lana del Rey, die 10 jaar ouder is dan Lorde, bleef verrassend overeind, maar lukt dit een meisje dat de tienerjaren nog maar net ontgroeid is ook?
 
Lorde keert iets minder dan vier jaar na haar debuut terug met Melodrama. De studio in Auckland werd voor de tweede plaat verruild voor een studio in New York, waar een heel legioen aan hippe producers op de Nieuw-Zeelandse popprinses stond te wachten. Het zijn de producers die hebben gesleuteld aan het geluid van Taylor Swift, Rihanna, Beyonce en Justin Bieber en (helaas) ook hun sporen hebben nagelaten op de tweede plaat van Lorde.
 
Melodrama klinkt op het eerste gehoor minder spannend en minder eigenzinnig dan Pure Heroine en lijkt gezwicht voor het grote geld. Je kunt het de piepjonge Lorde nauwelijks kwalijk nemen, maar bij eerste beluistering was ik toch vooral teleurgesteld.
 
Melodrama kwam echter tot leven toen ik de plaat met de koptelefoon beluisterde. Natuurlijk klonk de plaat nog steeds hitgevoelig en domineerde de pure pop, maar dat was op Pure Heroine niet anders. Het debuut van Lorde beschikte uiteindelijk over een dubbele bodem en dat is op de tweede plaat van Lorde niet anders.
 
De vroegrijpe tiener van vier jaar geleden is getransformeerd in een jonge vrouw die ook de schaduwkanten van de liefde heeft ervaren en van haar hart geen moordkuil maakt. Het geeft de lichtvoetige popliedjes van Lorde een bijzondere lading. Ook in vocaal opzicht klinkt de Nieuw-Zeelandse gelukkig nog steeds anders dan de meeste van haar soortgenoten, wat ook Melodrama weer iets rauws en oorspronkelijks geeft.
 
Lorde is op haar tweede plaat in het keurslijf van de radiovriendelijke popmuziek gedrongen, maar heeft gelukkig ook nog genoeg ruimte gekregen om hier aan te ontsnappen. Ook de songs op Melodrama zitten nog vol verrassende wendingen en ook dit keer is de onderlaag donker en avontuurlijk.
 
In het begin was ik nog even afgeleid door de aanstekelijke refreinen en de dansvloer beats, maar als je daar eenmaal aan gewend bent, openbaart zich, met name bij beluistering met de koptelefoon, een fascinerend muzikaal landschap waarin Lorde laat horen dat ze nog steeds de getalenteerde en heerlijk eigenzinnige muzikante van vier jaar geleden is.
 
De Nederlandse muziekpers moet er helaas niet veel van hebben, maar ik zie inmiddels ook de nodige zeer lovende recensies opduiken. Het zijn recensies waar ik me volledig in kan vinden. Lorde is misschien in een keurslijf gedrongen, maar ontworstelt zich keer op keer aan dit keurslijf als Houdini in zijn beste dagen. Hele knappe plaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar 'Green Light' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=dMK_npDG12Q

donderdag 3 augustus 2017

Bedroom Crimes. Oren Lavie

De Israëlische muzikant Oren Lavie leverde precies tien jaar geleden met The Opposite Side Of The Sea een wonderschone, maar helaas nauwelijks opgemerkte, plaat op.
 
Toen een paar maanden geleden bijna uit het niets zijn nieuwe plaat Bedroom Crimes opdook, ging ik er van uit dat ik een aantal platen had gemist, maar dat blijkt niet het geval.
 
De via Tel Aviv, New York en Berlijn in Los Angeles terecht gekomen muzikant heeft ook een bloeiende carrière als schrijver (onder andere van geweldige kinderboeken) en als (toneel)regisseur en kwam de afgelopen tien jaar kennelijk niet toe aan het maken van muziek. Met Bedroom Crimes is Oren Lavie echter terug als muzikant en heeft hij wederom een hele mooie plaat afgeleverd.
 
Bedroom Crimes opent prachtig. Mooie, klassiek aandoende, pianoklanken begeleiden de wat hese stem van Oren Lavie, die vervolgens gezelschap krijgt van niemand minder dan Vanessa Paradis. Het is een opener die de lat hoog legt voor de rest van de plaat, waarop Oren Lavie het (helaas) zonder Vanessa Paradis moet doen.
 
Ook zonder de verleidelijke vocalen van de Franse zangeres blijft Oren Lavie echter makkelijk overeind. Bedroom Crimes overtuigt met een wonderschone en vooral stemmige instrumentatie, waarin mooie pianoklanken en flink wat strijkers het klankentapijt domineren. Het past prachtig bij de bijzondere stem van Oren Lavie, die in de meest ingetogen momenten raakt aan de vocalen van David Sylvian, maar minstens net zo vaak opschuift richting de wat toegankelijkere en minstens even mooie vocalen van Chris Rea.
 
Als liefhebber van vrouwenstemmen, vind ik de openingstrack van Bedroom Crimes het mooist, maar ook de rest van de plaat houdt mijn aandacht moeiteloos vast. Ondanks het feit dat Oren Lavie vaak hetzelfde recept gebruikt voor zijn songs, dringt Bedroom Crimes zich genadeloos op. De instrumentatie op de plaat is buitengewoon smaakvol en ook de stem van de Israëlische muzikant houdt je nadrukkelijk bij de les.
 
Bedroom Crimes is een plaat die het uitstekend doet op lome zondagochtend of late avonden en betovert met prachtige klanken en een stem vol warmte en gevoel. Het inzetten van een klassiek aandoende orkestratie is zeker niet nieuw in de popmuziek, maar toch klinkt de muziek van Oren Lavie net weer wat anders dan die van de meeste van zijn soortgenoten.
 
Bedroom Crimes is een plaat vol beeldende klanken, die verder worden opgetild door de verhalen die Oren Lavie vertelt. Het zijn klassiek aandoende klanken die zijn verrijkt met invloeden uit de chamber pop en de (Franse) filmmuziek en hier en daar verder worden opgetuigd met veel moderner klinkende elektronica of een snufje jazz.
 
In eerste instantie is Bedroom Crimes vooral een plaat die de ruimte voorziet van bijzonder aangename, gloedvolle  en wonderschone klanken, maar de songs van Oren Lavie winnen snel aan kracht en laten steeds meer kleuren en diepgang horen.
 
De plaat die in eerste instantie vooral mijn aandacht trok vanwege de bijdrage van Vanessa Paradis, is de afgelopen weken snel uitgegroeid tot een van mijn favorieten van het moment en de rek is er echt nog lang niet uit. Prachtplaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar Bedroom Crimes luisteren en het album kopen:

https://orenlavie.bandcamp.com/

woensdag 2 augustus 2017

14 Steps To Harlem. Garland Jeffreys

Garland Jeffreys kende ik lange tijd alleen maar van de twee redelijk succesvolle singles die hij in de jaren 70 (Matador) en jaren 90 (Hail Hail Rock & Roll) uitbracht.
 
Inmiddels ken ik de Amerikaanse singer-songwriter van een prachtig oeuvre, dat in eerste instantie in de jaren 70, 80 en 90 een aantal hele mooie platen heeft opgeleverd (met Ghost Writer uit 1977 als mijn persoonlijke favoriet).

 
Het oeuvre van de singer-songwriter uit New York stopte lange tijd in 1997, maar sinds Garland Jeffreys in 2011 begon aan zijn tweede jeugd presteert hij gelukkig weer op de toppen van zijn kunnen en is hij misschien nog wel productiever dan in zijn jonge jaren.

 
Na The King Of In Between uit 2011 en Truth Serum uit 2013, is 14 Steps To Harlem al weer het derde album uit de tweede jeugd van Garland Jeffreys. Het is wederom een hele sterke plaat, die laat horen dat de inmiddels 72 jaar oude muzikant nog lang niet versleten is.

 
14 Steps To Harlem volgt in grote lijnen vrijwel hetzelfde recept als alle vorige platen van de Amerikaan. De muziek van Garland Jeffreys is verankerd in de rock ’n roll uit de jaren 50, maar sleept er vervolgens van alles bij.

 
De muzikant uit New York is niet vies van soul en blues, maar verloochent ook zijn deels Puerto Ricaanse wortels niet. Wanneer invloeden uit de rhythm & blues domineren schuurt ook 14 Steps To Harlem weer dicht tegen de platen van Van Morrison aan, maar Garland Jeffreys zaagt ook op zijn nieuwe plaat weer nadrukkelijk aan de stoelpoten van de Rolling Stones, raakt af en toe aan de muziek van Springsteen en Southside Johnny, doet wel wat denken aan de geweldige platen van Ian Hunter en heeft, zoals altijd, ook een zonnig klinkend reggae deuntje in de aanbieding.

 
Ook 14 Steps To Harlem is daarom weer een heerlijke muzikale smeltkroes met invloeden uit uiteenlopende genres, maar de songs van Garland Jeffreys vallen ook op door al het gevoel dat de Amerikaan in zijn vocalen legt en door de bijzondere verhalen die hij vertelt.

 
In het verleden waarin dit vaak verhalen waarin misstanden in de Amerikaanse samenleving (en met name racisme) meedogenloos aan de kaak werden gesteld. Op zijn nieuwe plaat blikt Garland Jeffreys vooral terug op zijn leven in New York, op zijn bijzondere muzikale carrière en op alle collega muzikanten die ons inmiddels ontvallen zijn, waaronder Lou Reed, wiens Waiting For The Man een fraaie vertolking krijgt (de beste van de wat overbodige covers op de plaat).

 
Hopelijk kan Garland Jeffreys nog een tijdje mee, want ook 14 Steps To Harlem is weer een plaat die makkelijk overtuigt met tijdloze popsongs vol emotie en urgentie en een instrumentatie vol vakmanschap, die zowel in de wat stevigere songs als in de sfeervolle ballads goed tot zijn recht komt.


Garland Jeffreys is zeker niet de enige ouwe rot die nog uitstekende platen maakt, maar vergeleken met de meeste van zijn leeftijdsgenoten is hij nog verrassend goed bij stem. Het geeft 14 Steps To Heaven hopelijk het zetje in de rug dat nodig is om deze plaat de aandacht te geven die de muziek van Garland Jeffreys zo verdient, want ook 14 Steps To Heaven is weer een grootse plaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier naar '14 Steps To Harlem' luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=4HGNM45L63A