zaterdag 30 april 2016

Is The Is Are. DIIV

One of the better read posts on this blog, is about the previous album of DIIV, 'Oshin'. Over three years down the line there is a new album, with another somewhat puzzling title "Is The Is Are". What has not changed, is the floating, psychedelic singing and guitar playing. Like The Cure in its best days in the second half of the 80s.

Zachary Cole Smith, guitarist, singer and songsmith of DIIV, went through a lot in the past years to get to the point of releasing Is The Is Are. Some lows, some highs and hard work. To quote something I found on Wikipedia but originally comes from NME, 6 June 2015:

"I know I have to stay alive at least until the album's done. This is one shot at immortality, if I ever have one. I know it's by far the most important thing I'll ever do. That's very empowering, no matter what fucked-up shit is going on. Every day is a struggle, but I have to be the best I can, stay sober and finish this record."

In other words a now or never album. Is it delivered?, is the question on Is The Is Are.

The fact that I have started this post on first listening, while only half way through the album, gives away something I guess.

As a somewhat riper listener to Is The Is Are I turned back to my review of 'Oshin'. A lot of the things that I wrote on that album in October 2012 still hold true. So three and a half year and no progression? That is one way to look at it. The other is that Is The Is Are holds many a fine (guitar) melody, while Zachery Smith Cole's lightweight voice floats over the songs. How can an artist sing such a repetitive, near-boring song like 'Bent (Roi's Song)' and come up with such a fluttering beautiful riff, to end it all with an utterly dark and boring guitar "solo"? Luckily the riff returns. 'Bent (Roi's Song)' is as dark as the quote above.

DIIV is at its best when it can emulate the The Cure guitar sound. Robert Smith's guitar playing is all over the record, again. It gives Is The Is Are a touch of lightness that 80s music is not supposed to have. It was the end of the world as we know it, remember? DIIV thrives on this light touch, these layers of guitars and each sounding lighter than the other. Reverb and delay are all around.

'Valentine' is one of the song by DIIV that is more direct. The staccato playing propels the song forward, with a few beautiful guitar licks that are smeared out over different parts of the song. Sky Ferreira, Cole Smith's partner, sings on 'Blue Boredom (Sky's Song)'. As she sings in very much the same way, a unity in form remains. That form is something that could be held against DIIV. The songs are somewhat uniform. Where The Cure went of in all sorts of darkness on its first albums, something that sincerely turned me off from listening at the time, DIVV keeps the tempo up. 'A Forest' as a blueprint? The tempo is what keeps this album very interesting and the melodies that are added do the rest in most of the songs.

This is the strong point of Is The Is Are. Cole Smith found all these fine melodies on his guitar and not just one in a song, no several. A lot of time went into finetuning, I'm sure. Something that keeps the album interesting, with something new to discover with each spin.

DIIV may have taken a long time to come up with Is The Is Are. The wait was worth it. DIIV is a very interesting indie rock band to follow.


You can listen to 'Dopamine' here:

or buy at Bol.Com

vrijdag 29 april 2016

When Shadows Return To The Sea. Martha Bean

Mijn jaarlijstje over 2015 heeft veel en zeer uiteenlopende reacties opgeleverd. Hieronder uiteraard ook de nodige tips. De plaat die me met afstand het meest werd aangeraden is When Shadows Return To The Sea van Martha Bean; een plaat die een aantal lezers zelfs helemaal bovenaan hun jaarlijstje hadden staan.
Nu had ik de plaat van Martha Bean al maanden in huis, maar ik had tot voor kort niet de tijd genomen om er naar te luisteren. Een hele goede reden hiervoor had ik niet. Ik ging er van uit dat het een plaat vol traditionele Britse folk zou zijn en daar ben ik niet altijd voor in de stemming, maar zo af en toe kan ik er erg van genieten. Geen enkele reden dus om de plaat te lagen liggen, maar het is toch gebeurd.

When Shadows Return To The Sea van Martha Bean is echter zeker geen traditionele Britse folk plaat. Martha Bean verrast immers met een tijdloze en werkelijk prachtig georkestreerde singer-songwriter plaat.
Een aantal songs op de plaat zijn intiem en ingetogen, maar Martha Bean kan ook flink uitpakken met een meeslepend geluid vol al even meeslepende strijkers. In de meer ingetogen tracks schuurt ze inderdaad dicht tegen de Britse folk uit de jaren 60 en 70 aan, maar When Shadows Return To The Sea bevat ook uiteenlopende invloeden van veel recentere datum.
De muziek van Martha Bean laat zich niet heel makkelijk vergelijken met de muziek van anderen. De Britse muziekpers, die het talent van Martha Bean inmiddels heeft ontdekt, noemt uiteenlopende namens als Nick Drake, Joan As Policewoman, Madeleine Peyroux, Norah Jones, Jeff Buckley en zelfs Radiohead.
Ik moet bekennen dat ik de meeste van deze namen niet terug hoor op het debuut van Martha Bean. In de wat uitbundigere tracks hoor ik veel van Kate Bush, maar deze vergelijking is in andere songs weer totaal onzinnig. De wat donkerdere tracks doen me meer dan eens denken aan de muziek van de door mij zeer bewonderde Fiona Apple, maar ook deze vergelijking gaat lang niet altijd op.
Ik hou het er maar op dat Martha Bean op haar debuut een fascinerend eigen geluid heeft ontwikkeld. Het is een geluid vol echo’s uit het verleden, maar de prachtige songs en al even mooie verhalen van Martha Bean staan ook met beide benen in het heden. When Shadows Return To The Sea is ook nog eens een plaat die alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Inderdaad jaarlijstjes materiaal.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Song Of The Sea':

Of kopen op Bol.Com

donderdag 28 april 2016

Good Advice. Basia Bulat

De Canadese singer-songwriter Basia Bulat heeft de afgelopen jaren gewerkt aan een fraai, maar helaas relatief onbekend gebleven oeuvre.
Drie jaar na het uitstekende, met leden van The Arcade Fire gemaakte, Tall Tall Shadow, is Basia Bulat terug met Good Advice.
Voor haar nieuwe plaat bleef Basia Bulat eens niet in haar vaderland Canada, maar trok ze naar de Verenigde Staten. Dit deed ze deels om therapeutische redenen, maar in Jim James (My Morning Jacket) heeft ze ook een producer gevonden die de muziek van Basia Bulat een volgend zetje in de goede richting kan geven.
De lange roadtrip naar Louisville, Kentucky, bood Basia Bulat de mogelijkheid om na te denken over het op de klippen lopen van haar relatie en inspireerde haar uiteindelijk tot een bijzondere break-up plaat.
Good Advice heeft een ander geluid dan de vorige platen van Basia Bulat, maar het is vooral een plaat met meer emotie. Jim James hoorde de soul in de stem van de Canadese singer-songwriter en heeft Good Advice voorzien van een warm en grotendeels organisch geluid dat put uit de archieven van de soulmuziek, maar ook een betrekkelijk lichtvoetig karakter heeft. Het is een geluid dat uitstekend past bij de bijzondere stem van Basia Bulat, die dit keer ook nog eens alle ellende van zich af zingt, wat haar stem meer diepgang en impact geeft.
Basia Bulat experimenteerde op haar vorige platen flink met elektronica en ook deze elektronica heeft een plekje gekregen op Good Advice, al is het wel vintage elektronica van een aantal decennia geleden. Het levert een bijzonder geluid op, waarin de prachtige gitaarlijnen en het gloedvolle orgeltje prachtig samenvloeien met de spaarzaam ingezette elektronische klanken.
Good Advice is in tekstueel en vocaal opzicht een echte breakup plaat, maar klinkt door de flirts met elektronica en betrekkelijk toegankelijke popliedjes lang niet altijd zo zwaar als de gemiddelde plaat in deze categorie, waardoor je er ook best vrolijk van mag worden. Al met al een mooie volgende stap in de carrière van Basia Bulat en wederom een plaat die beter is dan zijn al niet misselijke voorgangers.

Erwin Zijleman

Je kunt her luisteren naar 'Infamous':

of kopen op Bol.Com

woensdag 27 april 2016

4 1/2. Steven Wilson

Not many prog rock albums make it to these pages. For a simple reason: I am not a fan of this sort of music. Often I find it too difficult and it tends to all sort of sounding the same. There are exceptions. For some reason I like Flying Colors a lot. While they totally qualify as a progrock band, still I like most of its songs. And now there's 4 1/2.

Steven Wilson is an artist with a gigantic output under different names, although in the past years he has released mostly under his own name as a solo artist. Most renowned is Porcupine Tree, a progrock band that Wilson was active in since 1991.

Although I have listened to some of his solo albums of the past five years, there wasn't a single one that I wanted to return to. I did with 4 1/2 and just don't ask me why. Perhaps it started with the opening riff of the album. Neil Young 100%. I wanted to start singing "Be on my side and I'll be on your side", when 'My Book Of Regrets' took a different turn. The guitar part from 'Down By The River' returns later on, but in the meantime a whole playbook of progrock is opened No cliché is shunned, including a Pink Floyd mid 70s sequence. And I start listening again.

The dreamy 'Year Of The Plague' reminds me of Pink Floyd again. Instrumental all atmosphere hardly a song structure in sight. It just floats around the room. 'Happiness III' has a great vocal melody. Wilson rocks out, being driven onwards by a hard hitting drummer. While the warm Hammond sound and piano give of a feeling like a luxurious bath, 'Happiness III' gets very direct and almost poppy as well. The chorus is so strong that it could have been a hit single in another era.

My attention starts slipping some in the long intro of 'Sunday Rain Sets In'. It is as lazy as a Sunday can be though. So the mood is set just right. The change that sets in is as prog rock as things come. UK, Brand X and all that bands that were so trending around 1979 come to memory and I remember exactly why I have hardly ever listened to those jazz-prog-rocking albums since: in the end this music does not touch me emotionally. All prowess, no feeling. In 'Vermillioncore' this mood is deepened, but gets a metal edge and I come back on track. The composition really rocks out. The mood changes into an underwater sequence and I'm lost once again.

It all ends with the Pink Floyd opening of 'Don't Hate Me. There are bits here that I truly like. There are the dreamy vocals of Ninet Tayeb and the solo's on Fender Rhodes piano and saxophone that make 'Don't Hate Me' a very attractive song to listen to. It goes through severe mood changes, but takes the listener by the ear and travel through them all.

The end result of this very serious listen to 4 1/2 is mixed. It is a collection of leftovers and a re-recording. It lacks a central focus, but that may be one of the reasons why I have come back to the album. There are a few (parts of) tracks I like. So, here's another foray into a progrock album by


You can listen to 'Vermillioncore' here:

or buy on Bol.Com

dinsdag 26 april 2016

Nashville Obsolete. Dave Rawlings Machine

Dave Rawlings en Gillian Welch maken inmiddels bijna 20 jaar samen muziek. In die twintig jaar zijn de twee niet altijd even productief geweest, wat heeft geleid tot eindeloze speculaties over het writer’s block van met name Gillian Welch. Zinloze speculaties als je het mij vraagt.
Dave Rawlings en Gillain Welch hebben inmiddels zeven platen op hun naam staan. Vijf op naam van Gillian Welch en met de release van Nashville Obsolete inmiddels twee op naam van Dave Rawlings Machine. Zeven platen in bijna twintig jaar is misschien niet heel veel, maar het zijn wel zeven platen van uitzonderlijke klasse.
Het geldt ook weer voor Nashville Obsolete van Dave Rawlings Machine. Net als op het in 2009 verschenen A Friend Of A Friend neemt Dave Rawlings in vocaal opzicht het voortouw, maar in muzikaal opzicht zijn de platen van Gillian Welch en Dave Rawlings Machine nauw met elkaar verweven.
Nashville Obsolete is een akoestische plaat, die vaak genoeg heeft aan akoestische gitaren, de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Dave Rawlings en Gillian Welch en wat strijkers.

Nashville Obsolete bevat maar 7 tracks, maar heeft desondanks een speelduur van bijna 45 minuten. Waar veel muzikanten moeite hebben om de aandacht langer dan een aantal minuten vast te houden zijn Dave Rawlings en Gillian Welch meesters in het subtiel opbouwen van spanning, waardoor ook een song van bijna 11 minuten geen seconde verveelt.
In muzikaal opzicht vinden Rawlings en Welch nog altijd inspiratie in de Amerikaanse folk, waarbij net zo makkelijk wordt terug gegrepen op de stokoude folk uit de Appalachen als op de toegankelijke folkrock uit de jaren 70 of de fraaie verhalen van Bob Dylan.
Nashville Obsolete is een rustgevende plaat, waarop het draait om de details. Het gitaarwerk is van grote klasse, de strijkers zijn uitermate trefzeker en de vocalen zijn ook dit keer hartverscheurend mooi. Het levert een plaat op die niet onder doet voor de al even briljante voorgangers. Dave Rawlings en Gillian Welch zijn misschien niet de meest productieve muzikanten, maar in kwalitatief opzicht geven ze vrijwel iedereen het nakijken. Ook deze keer weer.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'The Weekend':

of kopen op Bol.Com

maandag 25 april 2016

It Takes A While. The Rhythm Junks

Someone is pondering over something here. What, we may never know or it could take a while. Whatever the cover is trying to tell us, The Rhythm Junks have released it's fourth album and all the previous ones have gone ignorantly by me.

The Rhythm Junks' central man is Steven De bruyn, harmonica player par excellence. As things go in Belgium active in other bands, like El Fish, and collaborations. This band is around since 2004 and started when El Fish stopped. At least for a while. The harmonica is all over the record, giving it a blues feel, where the music certainly is alternative rock with influences from all around the world.

The Rhythm Junks are a trio. Jasper Hautekiet (bass) and Tony Gyselinck, dubbed of the best jazz drummers of Belgium. There's no jazz on It Takes A While, although 'Hunters Of The Heart' has a jazzy undertone with its shuffled drumskins. Toots Tielemans could have played the song. For a band that has no guitarist, no keyboardplayer, no horns, strings, etc. there are many interesting sounds coming out of this record. De bruyn plays the omnichord, whatever that may be and the bass works with some nice pedal effects.

What I like a lot about It Takes A While is that songs can go anywhere. The Rhythm Junks work with rhythms and sounds, while songstructures are essentially game for variation. At heart a song is drums and bass, with De bruyn and Hautekiet singing (harmonies). Reproducing some of the songs live is impossible in a trio setting. Singing and playing a harmonica at the same time unfortunately is impossible for one person. That doesn't withhold the band from touring the whole world. Many an interesting country has been visited.

The Rhythm Kings are able to work themselves up in very different ways. Alternative rock is one aspect. The band even hints at Royal Blood in the bass sound, ever so faintly I admit, but only to show where a whole bunch of variation can take a band. So far superior to the British duo, that still has to move beyond the hype. Rock The Rhythm Kings style, meeting The Black Keys somewhere along the way ('The Game Is Up'). On the other side of the band's spectrum the melancholy ballads work really well. Listen to the ballad 'Winter Bones' and notice how subtly moods are shifted, how sweet the harmonica is played, underscoring the soft emotions.

In the lyrics some aspects of the modern world are taken on. The title of the opening song gives a hint: 'Headphone city'. Yes, I live in a headphone city to, travel in a headphone train, etc. Modern travelling comes by as is "Calling myself", something no one did 20 years ago.

The superb way The Rhythm Junks can play with a rhythm, doing right to its name, is shown best in 'Shopping Again'. The drums sound like it is so easy, the bass plays light and distorted, the harmonica is almost a percussive instrument. The song swings in an odd yet very convincing way.

What hinders me a little is the Belgian accent in the singing. This is obviously the best De bruyn can do. With some voices an accent is charming, unfortunately not with his voice's timbre. I'm not complaining too hard though. When the most poppy song on the album comes by, 'Trying To Listen', I'm pulled back into the album and listen to the free flowing melody instead.

It Takes A While is an album with a lot to discover. The album definitely does not give away its secrets in one go. Adventurous, well coloured in and above all interestingly good.


You can listen to 'Trying To Listen' here:

or buy on Bol.Com:

zondag 24 april 2016

Suicide Songs. MONEY

The Shadow Of Heaven van de Britse band MONEY noemde ik zo’n tweeënhalf jaar geleden een jaarlijstjesplaat, maar desondanks zag ik de onlangs verschenen tweede plaat van de band uit Manchester bijna over het hoofd.
Dat zou doodzonde zijn geweest, want Suicide Songs vind ik nog een flink stuk beter dan het al zo sterke debuut van de band.
De plaat opent direct imponerend met het prachtige I Am The Lord, dat alles heeft wat een klassieke popsong moet hebben. De lome psychedelische klanken en de geweldige zang van voorman Jamie Lee herinneren aan het beste van The Verve, terwijl de Indiaase klanken doen denken aan de psychedelische platen van The Beatles en aan de eerste soloplaat van George Harrison.
In de tracks die volgen roept de muziek van MONEY veel vaker de vergelijking met de beste muziek van The Verve op, maar telkens schuiven ook andere grootheden uit de geschiedenis van de Britse popmuziek aan. MONEY kiest hierbij lang niet altijd voor de makkelijkste weg, maar overtuigt uiteindelijk makkelijk met haar bijzondere songs.
Het zijn songs die aanmoedigen tot flink wegdromen, maar de muziek van MONEY straalt ook continu urgentie uit. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de zang van Jamie Lee, die er continu in slaagt om je als luisteraar te raken met zijn emotievolle vocalen en zijn vaak wat zwaarmoedige teksten. Het zijn teksten vol leed en ellende, maar Suicide Songs vind ik desondanks zeker geen deprimerende plaat.
De intense songs van de band zijn immers stuk voor stuk wonderschoon. Die schoonheid hoor je in de prachtige instrumentatie waarin fraaie blazers en strijkers opduiken, die schoonheid hoor je in de prachtige overvolle productie waarin steeds weer naar een climax wordt toegewerkt en die schoonheid hoor je in de prachtige songs waarin meer gebeurt dan je in één keer kunt bevatten. De stem van Jamie Lee snijdt dwars door al deze schoonheid heen en voorziet de muziek van MONEY van een donkere ziel.
Suicide Songs is direct bij eerste beluistering een indrukwekkende plaat, maar de ware schoonheid van de muziek van de Britse band moet zich dan nog openbaren. Het debuut van de band noemde ik terecht een jaarlijstjesplaat, maar Suicide Songs is nog vele klassen beter en schaart zich onder het prachtige stapeltje meesterwerken van 2016.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'You Look Like A Side Painting On Both Sides Of The Sky':

of kopen op Bol.Com

zaterdag 23 april 2016

On Waves. Noam Weinstein

De Amerikaanse singer-songwriter Noam Weinstein trok in 1999 van Boston naar New York en sloot zich aan bij de Greenwich Village songwriting community van dat moment (die heel wat minder bekend is geworden dan de legendarische groep singer-songwriters die gedurende de jaren 60 opereerde vanuit deze inmiddels zeer hippe wijk).
17 jaar later heeft hij een handvol platen op zijn naam staan, maar het eerder dit jaar verschenen On Waves is mijn eerste kennismaking met het werk van Noam Weinstein.
On Waves werd gemaakt in een periode vol heftige emoties, waarin Noam Weinstein’s moeder overleed, maar waarin hij ook vader werd. Het zijn emoties die aan bod komen op de bijna 55 minuten durende en maar liefst 15 tracks tellende plaat.
On Waves is zeker geen verstilde singer-songwriter plaat vol leed, maar een verrassend vol en ook verrassend tijdloos klinkende plaat vol memorabele popsongs. Noam Weinstein heeft niet beknibbeld op de muzikanten die mochten bijdragen aan zijn plaat, waardoor zelfs een blazerssectie mocht aanschuiven.
Deze blazerssectie geeft de songs van de Amerikaan iets zwoels, lichtvoetigs en toegankelijks, maar dat is zeker niet de enige kant van Noam Weinstein. Waar de muziek op On Waves af en toe opschuift richting het beste van Hall & Oates, herinneren de vocalen en de songs aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 (ik hoor op een of andere manier van John Lennon).
In een deel van de songs op On Waves domineert de singer-songwriter pop van weleer, maar Noam Weinstein kan ook uitstekend uit de voeten in meer ingetogen en direct ook meer roots georiënteerde songs. Hier en daar doet het me denken aan Elvis Costello, maar dan wel een Elvis Costello die de punky attitude aan zich voorbij heeft laten gaan en vasthoudt aan de overvloed van de vroege jaren 70.
Het zijn de vol klinkende songs die direct overtuigen, maar de ingetogen en over het algemeen melancholische songs maken uiteindelijk de meeste indruk. Het is knap hoe Noam Weinstein muziek maakt die herinnert aan het verleden, zonder dat je makkelijk kunt aanwijzen wat nu precies is geïnspireerd door muziek van weleer.
On Waves zal liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek vrij makkelijk verleiden, maar het is ook een plaat waarvan je moet leren houden. Ik vond het direct bij eerste beluistering een aangename plaat, maar vond het ook een plaat die redelijk snel vervloog. Pas na herhaalde beluistering bleven de mooie popliedjes van Noam Weinstein hangen, waarna ze een voor een dierbaar werden.
Noam Weinstein opereerde bijna twee decennia in de anonimiteit, maar mag daar met deze uitstekende plaat best eens uit komen.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Last Reincarnation':

On Waves van Noam Weinstein ligt nog niet in Nederland in de winkel, maar kan worden verkregen via iTunes (zie de link hieronder). Een fysiek exemplaar kan worden verkregen via:

vrijdag 22 april 2016

Prince (1958-2016) IM

Yesterday evening, diner time. Another great artist past away, which one? Prince. Too young, too early, perhaps by his own hand, OD. Too dumb? At 57 I tend to think so. It's not youthful exuberance and not being able to see the implications, is it?

Prince was never my cup of tea really. I'll admit though that there are some very good songs by the man and to some of them I danced a lot in the 80s and early 90s. 'Kiss', 'U Got The Look', 'Never Take The Place Of Your Man', 'Alphabet Street', 'Sexy MU', '1999'. Yes, they got me moving alright. And there's 'Purple Rain' of course. And a song I'd never heard before, that they played on the radio right after I found out, 'Sometimes It Snows In April'.

The moment Prince started playing his funk, it all became too far out for me, but obviously he touched a lot of people and has a large and loyal fan base around the world.

I went to see him play in 1987 in Galgenwaard, Utrecht. As I said, there were some good songs, but unfortunately he put most of them in a sort of medley and that was it for me. The 'Sign Of The Times tour' it was called. That was the only prince album I ever bought and there are two second hand ones and a present. All in their sleeves since the 80s.

As a person he most probably was extremely obsessive and always working, like true artists are. Always working on the next idea, no matter the consequences. Living in a world of his own. And difficult for himself and the whole world around him. He pre-ended his hitscoring career himself, before time and ageing did that for him. The TAFKAP period was not the smartest of career moves, although he may have felt better himself.

There were three great "disco" artists that broke really big in the 80s that were born in 1958. It is 2016 and there is only one left, Madonna. As I said, too early.

On top a picture of what I think is my favourite Prince single. With Sheena Easton of all people in the female vocal role: 'U Got The Look'.


You're Dreaming. The Cactus Blossoms

Laat 100 muziekliefhebbers luisteren naar You’re Dreaming van The Cactus Blossoms en laat ze na afloop één naam noemen. Ik weet bijna zeker dat er minstens 90 met The Everly Brothers op de proppen zullen komen en waarschijnlijk zijn het er 99.
Het was ook de naam die bij mij al na enkele noten naar boven kwam en dat is niet zo gek. The Cactus Blossoms laten zich op You’re Dreaming beïnvloeden door rock ’n roll, folk en country uit de late jaren 50 en vroege jaren 60 en vertrouwen voor een belangrijk deel op de prachtig bij elkaar passende stemmen van de broers Jack Torrey en Page Burkum (waarom ze verschillende achternamen hebben weet ik nog steeds niet).
Jack Torrey en Page Burkum zijn allebei voorzien van een prachtige stem, maar wanneer de stemmen van de twee samenvloeien in wonderschone harmonieën gebeurt er iets; net zoals er iets gebeurde wanneer Phil en Don Everly samen zongen.
Bij een rondje Spotify kom ik meer dan eens uit bij een verzamelaar van The Everly Brothers en verbaas ik me altijd over het feit dat dit soort muziek eigenlijk niet meer gemaakt wordt. Die verwondering kan in het vervolg achterwege blijven, want The Cactus Blossoms doen oude tijden herleven.
You’re Dreaming werd geproduceerd door JD McPherson, die samen met de prima muzikanten op de plaat goed is voor een kunststukje. De instrumentatie op You’re Dreaming is sober maar zit vol prachtige details. Het valt niet mee om zo ingetogen te spelen als de muzikanten op de plaat van The Cactus Blossoms, maar de muzikanten op deze plaat beheersen het tot in de perfectie. Het zorgt voor wonderschone intermezzo’s (met name het gitaarwerk is schitterend), waarna de geweldige vocalen het keer op keer af mogen maken.
The Everly Brothers zijn ongetwijfeld de belangrijkste inspiratiebron geweest voor de Amerikaanse broers, maar You’re Dreaming laat ook invloeden van onder andere Hank Williams, Roy Orbison, Johnny Cash en Buddy Holly horen.
Met al deze invloeden en een voorliefde voor stokoude rock 'n roll en country zijn The Cactus Blossoms natuurlijk ver verwijderd van de gemiddelde hedendaagse rootsmuzikant, maar You’re Dreaming blijkt volstrekt tijdloos en door de hoge kwaliteit van de instrumentatie, de productie en de vocalen ook nog eens een waardig alternatief voor al het moois uit het verleden. Ik zet hem nog maar eens op en het is weer genieten.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'You're dreaming' (live):

of kopen op Bol.Com

donderdag 21 april 2016

Abbey Road. The Beatles

For a while Wo. has taken us back to his early days when he discovered that piece of paper called 'Veronica Top 40' and found out that the music in it was broadcasted on the radio on Saturday afternoons. That music that he listened to on the radio were hits and golden oldies and tips. In this series he listened to the albums behind those hits. Albums that for the most he had never listened to before, with a few notable exceptions. This time around a very noticeable exception: the final recorded The Beatles album, Abbey Road.

Where to start on my favourite The Beatles album? Where to start on one of the best albums ever made? Let me take you back to the fall of 1969.

In the fall of 1969 my life about to make a major change. From a city boy I was about to be transplanted to the country, to a village in the south. A village where it proved impossible to receive my favourite radio station! Where the Top 40 was something unknown. A disaster for someone who lived on listening to music on the radio. Just before that move, The Beatles released 'Come Together', there fourth single that year, and the second not to make the number 1 spot. It was a difficult single that I did not really get at the time.

One of my friends, living in the apartment below us, had to older brothers. The eldest had bought 'Abbey Road', making it the first The Beatles album I was aware of being released. We all gathered in the living room for a listening session. I remember being distinctly disappointed, as I didn't know a single song beyond the first one and lost interest to listening fairly fast. Albums were not my thing at the time. Looking back, it was no surprise. I wasn't interested in 'A Hard Days Night' of 'Help' either at the time. I wonder whether Jan, the elder brother, still plays his 'Abbey Road' copy. I got mine in 1978 and play it to this day.

Abbey Road, I won't go into the story behind it here, as it so well known, is an amalgam of brilliant songs and starting to become songs, making up a sort of pop symphony. It starts with the only single of the album, 'Come Together', John Lennon's dive into blues and rock and roll in a very different way than the traditional one. This song is so much better than I was able to recognise in 1969. Just listen to what Ringo is doing and tell me that he isn't an extremely inventive drummer. The groove is fantastic, the timing great, the singing impeccable and then all these little extras in the guitar playing and electric piano then move in and out of the song.

The form George Harrison reaches in 'Something' is one of the things that still make me sad that The Beatles broke up. What album would have been released in 1970 or 1971 after 'Let It Be'? The Beatles now had three fantastic songwriters instead of two. 'Something' should have been released as a single also right after 'Come Together'. It is beauty caught in music.

'Maxwell's Silver Hammer' is McCartney at his worst, but also funniest. As a point of interest, a modern sound at the time enters the song in the form of an early synthesizer. Still, the song is of the kind that it is excusable. There are not many artists that can get away with a droll song like this one. So in the end I have to admit that I simply like it a lot.

'Darling' is the song in which Sir Paul makes up immediately. (That The Beatles never sued 10CC for 'Donna', is still beyond me.) Where the despair and anger for this song come from is a fair question, as Paul was recently married to Linda Eastman. This desperate rock ballad is a good one. The lead guitar and the piano drive Paul on into a great singing performance. On top of that are the little aahh and oohs topping things off. Great song.

Ringo is allowed to shine in the next song. His second contribution to The Beatles repertoire, 'Octopus' Garden'. His own take on a ride in the yellow submarine. The nice thing about this carnival ride kind of song is that the rest of the band does its best to make it a really good song. The harmonies, the guitars all make it a serious song, a worthy The Beatles song by the drummer.

The weirdest, roughest The Beatles song is on the end of side one. John Lennon sings his lust for Yoko in the most direct form possible: "I want you". There's no beating around the bush, he goes for his goal in a very direct way.  'I Want You (She So Heavy)' is a dark song, as if not all is alright. The lead guitar is despondent, the Hammond organ crying out loud. The long coda brings things to a close, but whether to a good one it is anyone's guess.

George Harrison's second contribution is at the same time another one of his best songs. 'Here Comes The Sun' is one of the most precious pop songs, with that beautiful lead guitar gliding progression. Harrison wasn't the best singer, but his nasal voice suits this song like a glove. His prowess in songwriting shows by the little twists the song takes. There's no need for a straightforward song if one can come up with these beautiful interludes.

Next up is a keyboard that sort of reflects the riff of 'I Want You (She's So Heavy)'. Instead of that darkness, The Beatles come up with their best vocal performance. A classical composition is how I'd like to describe it. George Martin did some arranging around it, is my guess, but the song is nearly bare. The singing simply brings me to my knees each time I hear it.

'Because' is the start of a song cycle that moves from one fragment of a song into the other. All the fragments of songs that were lying around, couldn't be finished or whatever. Together they make one sliding movement towards the end, making it a sort of one composition until the very, very end, 'Her Majesty', which is set apart. Just before we reached that ominously called song 'The End', which proved to be the end. The second side of Abbey Road is The Beatles at the absolute top of its game.

There's no need to call out the individual songs on side 2. From beginning to end it is simply brilliant, harmonies, arranging, melodies, individual performances, vocals, as if the five Beatles, including producer George Martin, put all their talent into this effort, balled into these 20 minutes. To make it beyond perfect. Side two of Abbey Road is the single best album side to date. There's no other word for it.

After finishing Abbey Road The Beatles should have gone touring just like The Stones, but didn't. Our loss, but the Fab Four is caught in its prime forever. There's no decline for The Beatles, just for its individual members.


You can listen to 'Because' here

or buy on

woensdag 20 april 2016

Not To Disappear. Daughter

Not To Disappear is Daughter's second album, following 'If You Leave', that did not make it into these pages. It was not special enough in my opinion to get me into action. Something changed though. In some of the reviews I read something about the "difficult second album syndrome" that befell Daughter,  but I'm not detecting it. Not To Disappear is a dark album, but a solid one in its darkness. In fact, the music is so solidly mixed that at times I feel like that guy wading through a road of molten tar in that commercial from some years back. And coming back up.

Reading up on the band I read that music started in earnest for singer Elena Tonra when she was given a copy of Jeff Buckley's 'Grace'. No matter how different Daughter's music sounds, the influence is discernible. In the guitar and atmosphere. Unlike Buckley, Tonra almost hides in the music. Her soft, vulnerable voice is almost mixed into the music. Just another instrument and not a true leading lady. Her voice reminds me of Suzanne Vega. The same sort of whisper-singing or Beth Orton.

Tonra is accompanied by her partner, Swiss born Igor Haefeli on guitars and bass and drummer Remi Aguilella, who is French. Together they are responsible for a music that is ever so fleeting. There is so much atmosphere that it is suffocating when I'm not in the mood for Daughter. When I am however, some of the songs are so beautiful. Just listen to the lead guitar of 'Mothers'. Close your eyes and the notes carry you away to wherever you'd like to go.

Dance influences really enter the spectre in 'No Care'. There are hints at dance throughout Not To Disappear, but not like in the almost violent 'No Care'. There's no love lost in this song. Relentless the beat is kept up. Together with (parts of) 'To Belong' and 'Fossa' it is possible to imagine an audience starting to dance at a Daughter show and not just standing, listening enraptured as in a high mass of shared misery and anxiety. Over a whole album like Not To Disappear there has to be a release offered somewhere. Daughter has built that into the album at the right point. Not that I personally care for a song like 'No Care', it is the right song in the right place.

Not To Disappear is not a subtle album. As I wrote it is dense, a wall of sound, all thrown in together. That makes it an album which is tiring. I can't possibly listen to it the whole day, but taken in the right doses, this is just right. Whether the relationship deepens, remains to be seen. For now it is just fine.


You can listen to 'Doing The Right Thing' here:

or buy on

dinsdag 19 april 2016

As We Make Our Own Way (Unknown Harbours). Sophia

It's years ago that I heard music by Sophia, as Robin Proper-Sheppard calls his vehicle to let his music loose on the world. Somewhere in the mid 00s I bought a cd called 'People Are Like Seasons', which I liked a lot. The mix of the soft, somewhat brooding songs with few loud, certainly brooding, songs worked a miracle. After that I seem to have lost sight (hearing to be more exact) of Sophia. With As We Make Our Own Way something like twelve years down life's path we are reconnected after having missed two albums from which the last one is of 2009.

Despite the more than one decade, my appreciation of Proper-Sheppard's music has not changed a lot. Neither has his approach to his songs. Although this album is more of a band setting and the louder songs prevail, the mood is instantly recognisable. This could be perceived as something negative, but it isn't. Perhaps because twelve years is a long time and I might have written something different if this was the sixth album or so since then, but I tend more towards that the songs are simply good.

Let me start with the most elementary song, 'Baby Hold On', which is the one before last on the album. A voice, a beautifully sounding acoustic steel-snared guitar, light drums and later on an organ. Robin Proper-Sheppard does not need more to implore his baby to hang on in there. The element making it great is that he is just asking in a slightly resigned way, not sitting desperately on his knees. "I'm trying to get home", is the message. The music says it for him. A spot on song. No more brooding in 'Baby Hold On'.

And then the final song, 'It's Easy To Be Lonely' still has to come. The lonesome piano notes do all the work here for Sophia.  And here I sit thinking that 'Baby Hold On' was the price winning song on As We Make Our Own Way. Well, do I have news. 'It's Easy To Be Lonely' slowly builds up into an epic song, with a whole orchestra of sounds coming up behind the band. Horns and strings are all there bringing the song and the album to an extremely satisfying climax.

As We Make Our Own Way starts out small as well. A piano is played lightly with bass notes drawing out a counter melody. 'Unknown Harbours' is an instrumental presaging the album which really bursts loose with 'Resisting'. Sophia goes all out in the intro of the song. As a monolith the band sounds here, after which it all drops away when Proper-Sheppard starts singing. Coldplay the older way, think its second album, is a description of the intro and the chorus. It shows the contrasts within which Sophia operates. From dreamy ballads to full out rock and all extremely convincing.

Sophia manages to keep this level up throughout the album. The softer touches contrast in a brilliant way with the loud variety of the band, almost a Jeckell and Hyde this Sophia is. The difference with the aforementioned band is, that As We Make Our Own Way is so much more organic sounding that there is almost no comparison. It may have taken Sophia seven years to come up with a new album, it is an album that is easily one of the better that I have heard in 2016. One of the great releases and noted in pencil for the end of year list.


You can listen to 'Resisting' here:

or buy on Bol.Com:

maandag 18 april 2016

A Congress Of Treasons. Grant Peeples And The Peeples Republik

My first all acoustic record. Songs of treason, betrayal and misdirection. Record begins and concludes with a poem”.
Met deze summiere informatie begon de Amerikaanse singer-songwriter Grant Peeples een paar maanden geleden de crowdfunding campagne voor zijn nieuwe plaat; een plaat die op dat moment overigens al zo goed als klaar was.
A Congress Of Treasons van Grant Peeples And The Peeples Republik is inderdaad een wat meer ingetogen plaat dan zijn voorgangers, maar het is wederom een uitstekende plaat geworden.
Ik was persoonlijk zeer onder de indruk van de vorige twee platen die Grant Peeples me stuurde en ook deze nieuwe gaat er weer in als koek.
Grant Peeples en zijn band maken traditioneel aandoende rootsmuziek met vooral invloeden uit de country en folk. Het is rootsmuziek waarin de verhalen centraal staan en die verhalen vertelt Grant Peeples vol overgave. Het zijn verhalen die vaak politiek geëngageerd zijn, maar ook over de donkere kant van de liefde kan de muzikant uit Tallahassee, Florida, prachtig vertellen.
De muziek op A Congress Of Treasons doet weliswaar wat traditioneel aan, maar Grant Peeples slaagt er ook dit keer weer in om anders te klinken dan de meeste van zijn soortgenoten, bijvoorbeeld door op bijzondere wijze blazers in te zetten of door geen traditionals van stal te halen maar songs van Jack White en Amanda Shires te coveren.
A Congress Of Treasons is een volledig akoestische plaat, maar het is door het rijke instrumentarium zeker geen hele sobere plaat. Er schoven nogal wat topmuzikanten aan voor de plaat en dat hoor je. Met name de gitaren, violen en de al eerder genoemde blazers klinken prachtig, maar ook de fraaie vrouwenstemmen dragen nadrukkelijk bij aan het eindresultaat en hetzelfde geldt voor de warme productie van Elisabeth Williamson. De rauwe strot van Grant Peeples en zijn gedreven voordracht maken het feest compleet. 

Grant Peeples en zijn maken muziek zonder opsmuk, maar het is muziek die recht uit het hart komt en dat voel je.
Grant Peeples eindigde het verzoek om donaties voor de nieuwe plaat met de volgende zinnen: “If this project doesn't get funded, it'll all be okay. The world won't come to an end. I won't burn my guitar. I'll go paint something on the wall of a cave somewhere”. Ik ben er van overtuigd dat Grant Peeples prachtig kan schilderen, maar ben heel blij dat ook deze plaat er weer is gekomen. Op naar de volgende, want Grant Peeples schaar ik inmiddels tot de smaakmakers binnen het rootsgenre.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Treason Is The Reason':

A Congress Of Treasons van Grant Peeples And The Peeples Republik ligt niet in Nederland in de winkel, maar kan worden verkregen via cdbaby ( of de website van Grant Peeples (

zondag 17 april 2016

Heart Out Of Its Mind. Eriksson Delcroix

Eriksson Delcroix is een Belgische band die is geformeerd rond Bjorn Eriksson (voorheen Maxon Blewitt en Zita Swoon) en Nathalie Delcroix (bekend van Laïs).

Bjorn Eriksson maakte een paar jaar geleden een filmsoundtrack vol vergeten Amerikaanse rootsmuziek, waarna hij samen met Nathalie Delcroix imponeerde met een debuut vol fraaie bluegrass, country en folk.
Twee jaar na For Ever is Eriksson Delcroix terug met Heart Out Of Its Mind en deze plaat is nog overtuigender dan het al zo verrassend sterke debuut.
Ook op Heart Out Of Its Mind maakt het Belgische duo weer indruk met prachtige vocalen die herinneren aan de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris, aan die van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra of aan die van Johnny Cash en June Carter, maar het zijn ook duetten die een duidelijk eigen weg in slaan.
Vergeleken met het debuut laat Heart Out Of Its Mind een veel avontuurlijker en broeieriger geluid horen (een pluim voor de geweldige muzikanten is op zijn plaats). Nashville en de Appalachen zijn dit keer verruild voor de woestijn van Arizona, alwaar invloeden uit de muziek van Calexico en de soundtracks bij Spaghetti westerns fraai samenvloeien.
De instrumentatie is soms groots en meeslepend, maar ook vaak klein en ingetogen. In beide gevallen valt op hoe mooi de stemmen van Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix bij elkaar kleuren en hoe zeer deze stemmen elkaar versterken.
Heart Out Of Its Mind is een plaat die nadrukkelijk op de voorgrond kan treden, maar is ook een plaat die genoegen kan nemen met een bescheiden plekje op de achtergrond. Juist de songs waarbij het in eerste instantie vooral heerlijk wegdromen is, blijken over een bijna oneindige groeipotentie te beschikken. In de subtiele maar veelzijdige instrumentatie hoor je steeds weer nieuwe dingen, terwijl met name de stem van Nathalie Delcroix je steeds makkelijker doet smelten.
Heart Out Of Its Mind moet concurreren met platen van heel wat Amerikaanse rootsplaten, maar de 'Belgicana' van Eriksson Delcroix is de concurrentie uiteindelijk makkelijk de baas. For Ever was al goed, maar Heart Out Of Its Mind is nog tien keer beter. Wereldplaat.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Lay Low':

of kopen op Bol.Com

zaterdag 16 april 2016

.NoWordsNeedeD, 16-04-2016


P.S. Wo. tells all (as usual).

.No really wanted to know what my thoughts on this music are. The answer is simple. This is beautiful. It reminds me of 'Air' by Bach. A piece of music that I only know from early classical prog rockers Ekseption.

With this church music composition called 'Nigro Sum' by composer Giovanni Pierluigi da Palestrina I just close my eyes and let myself be carried off to wherever the mood takes me. Something like green pastures, flowers in bloom on a white clouded, sunny day. Totally at ease and relaxed.


vrijdag 15 april 2016

Snowstar Records 12,5 jaar. Tivoli Cloud Nine, Utrecht, donderdag 14 April 2016

Stairway to heaven, dat is toch wel de juiste omschrijving van de klim naar Cloud Nine of beter het zaaltje daarnaast. Voor het eerst maakte ik de klim bij daglicht en dan blijkt past echt hoe de stad Utrecht aan je voeten ligt als je eenmaal boven bent gearriveerd. De open, ronde ramen aan de zijwand tonen een hijskraan en de stad richting station. Alleen al het vinden van de zaal zelf en de doorkijkjes over de stad onderweg maakt een bezoek aan Tivoli/Vredenburg de moeite waard. Er lijkt werkelijk geen einde aan het aantal roltrappen en daarna gewone trappen te komen.

Er was een tweede stairway to heaven, die van de muziek die uitgebracht wordt op het Snowstar Records label. "Het meest christelijke label van Nederland", zoals iemand vanuit de zaal riep??? Als dat slaat op de soms zeer contemplatieve muziek die Snowstar uitbrengt, dan sluit ik mij direct aan.

Zij die dit blog volgen, weten inmiddels dat de twee redacteuren fan zijn. Aan mij de eer om het 12,5 jarig feestje bij te wonen. Een feestje met maar liefst drie labelartiesten achter elkaar op het podium. Kim Janssen, broeder Dieleman en Ian Fisher. Ook was het een mooie gelegenheid en leuk om de mensen waarmee normaal e-mail over releases plaatsvindt eens de hand te kunnen schudden. Bij deze nogmaals: ik ben onder de indruk van de kwaliteit die dit label onder zich heeft weten te verzamelen.

Kim Janssen
Voor mij een kennismaking met zijn muziek. De naam heb ik wel eens voorbij zien komen, maar daar was het bij gebleven. Op het podium stond zanger/gitarist Janssen geflankeerd door een bassist, die zijn publiekelijke doop beleefde en een pianiste en in de rug gedekt door een drummer. De zaal werd vrij moeiteloos stil. De zachte luisterliedjes ontvouwden zich stukje bij beetje en maakte door de subtiele dynamiek zeker indruk. Plaats daaroverheen een prettige stem en mooie samenzang en de avond kende een prachtig begin.

Het optreden werd deels gebruikt om nieuwe nummers live te testen. Nou, dat zit wel goed. Een ervan is zo mooi, dat ik niet te lang zou wachten met uit brengen. De wereld kan nog wel een paar meer practhnummers aan. Uit het antwoord op een vraag uit de zaal, bleek dat dat toch nog wel even kon duren.

Al met al een prettige kennismaking met Kim Janssen, die wat mij betreft in de nabije toekomst zeker uitgebreid mag worden.

broeder Dieleman
Moet ik nog meer schrijven over broeder Dieleman? Nee, totdat er nieuw werk uitkomt, heb ik genoeg geschreven over zijn indrukwekkende platen. Maar nu toch even wel. Ik beleefde mijn broeder Dieleman podiumdebuut. Met een aantal verrassingen. Op drums zat een man die jarenlang platen aan mij verkocht in Leiden en op de contrabas, is dat niet....? Inderdaad, Peter, de bassist van Bløf. "Die woont bij mij om de hoek". Samen met zangeres Janine en producer Pim op keyboards, synths en andere elektronica creërden zij de magische achtergrond voor de nummers van Tonnie Dieleman.

In zijn teksten blijft Dieleman heel dicht bij de natuur en vooral vogels in het Zeeuwse landschap. In zijn muziek komt alles voorbij wat het leven iets mystieks geeft, de vragen die resteren of onbeantwoord blijven. Muziek en elektronica die door eindeloos puzzelen bij elkaar worden gebracht en toch volkomen organisch klinken. Zo stevig als zuigende Zeeuwse klei.

Dat gebeurt live ook. Voor alles is de muziek sfeer. Dat is dan ook de enige overeenkomst met Kim Janssen voor hem. Stap voor stap bouwt de band deze sfeer op. Door middel van elektronica rond de keyboards. Door stemmen en geluiden te sampelen en in loops af te spelen. Door een banjo met een strijkstuk te bespelen, wat een krassend geluid geeft, eng, als uit een andere, minder prettige wereld. Door met brushes op een contrabas wrijven, weeft een bijzonder ritmisch effect de sfeer in. De drums zorgden voor accenten en sfeer, zelden wat normaal onder ritme wordt verstaan. Samen trekken de bandleden een geluidsmuur op waar je als luisteraar in wordt getrokken, tenzij je jezelf laat afstoten. Er lijkt mij echt geen tussenweg. En dan komt pas de "echte" zang, het verhaal, met "Uut De Bron" als hoogtepunt.

Als een duiveluitdrijver liep Dieleman over het podium in 'Lovenpolder/Boerengat'. Klepperend met houtjes en een touw met bellen rondslingerend, bijna als een middeleeuwse monnik aan de zelfkastijding. Een microfoon is ook maar een ding, dat door beide zangers gelaten werd voor wat het was, als dit de sfeer verhoogde. Won de duivel of de broeder? Dat was niet te zien. De grote lach op Dieleman's gezicht na het uitzetten van de loop kon op beide duiden.

Groots optreden en zo indrukwekkend als zijn platen. Broeder Dieleman is een origineel talent, die in staat is en wordt gesteld om te doen wat hij wil.

Ian Fisher
Een Amerikaan in Europa, die typsiche Amerikaanse muziek maakt, maar liedjes maakt die raken. Hij begon met het openings- en titelnummer van zijn nieuwe cd, 'Nero'. De languitgerekte, op het gehoor vertraagde versie van 'Nero' maakte direct heel veel indruk. Hier stond een origineel talent dat met de vorm van zijn eigen nummers durft te spelen.

Fisher werd begeleid door Duitsers en Oostenrijkers met country boorduurplaatjesoverhemden in drie kleuren -een raar gezicht en gehoor om ze Engels te horen praten met een duidelijk Duits accent. Het laatste past niet bij de muziek, het eerste niet bij duitstaligen. Voor de rest kan ik onmogelijk bezwaar hebben, want hier stond een band. Ze spelen Fisher's muziek, maar zijn wel een eenheid na een paar maanden toeren door Europa.

De twee kanten van Ian Fisher kwamen goed uit tijdens de show. Hij heeft een aantal prachtige singer-songwriter, meer akoestische ballades en redelijk rechttoe rechtaan countryrockers in zijn repertoire. In beide genres blinkt hij uit. Hij voegt iets toe aan een genre dat op zich overvol zit. Samen met zijn band bracht hij dit vol verve, overtuiging en zelfvertrouwen, met een strot met zoveel power. De pedal steel gitaar gaf aan alles een overtuigende country saus en authenticiteit, die Fisher op zich niet nodig heeft. Hij overtuigt op zichzelf ook voldoende is mijn inschatting. Een echt podiumdier dat leeft voor zijn muziek en dit ook uitstraalt.

Één nummer mocht dan tot twee keer toe de mist in gaan, we lachten samen wat en gingen verder, keken niet meer terug. Prima optreden met andere woorden dat werd afgesloten met het muzikaal uitzonderlijk en rekstueel bijna vlotte 'Almost Darling'. Prachtig einde aan een goede show.

Zo kwam er een einde aan het 12,5 jaar Snowstar Records feest. Met een stapel platen onder de arm liep ik richting trein. Nog een paar weken, dan komt er weer een nieuwe release aan: The Fire Harvest. Wordt vervolgd.


Voor wie meer wil weten over het label en haar artiesten:

Alle foto's genomen door Wo.

donderdag 14 april 2016

A must watch: 2 Cellos

That is if you like to hear what you can do with Beethoven's '5th' and Led Zeppelin's 'Whole Lotta Love'. Who wins?


Charismo. The Hackensaw Boys

The world had to wait for too long for a new record by The Hackensaw Boys. At the same time it is not often that I can sing along to songs that have not been released yet, from hearing them live through the past years. The suffering is over. The aptly titled Charismo is here.

The charismo is the percussive instrument worn and played by Brian Gorby. An instrument made up from things usually found in trash bins like cans in all shapes and sizes, bound together to be brushed, hit, caressed. Whatever it takes to get the right percussive sound for a song. There may be others in the world that play it, then I haven't seen them. Jason Neuhardt, nick-named "Salvage", the band's then charismo player was my first in 2004, later replaced by Brian Gorby.

Charismo starts so pleasantly familiar. A banjo, violin and a mandolin play just a few notes against each other before after a few seconds the guitar and charismo kick in the rhythm. The blue grass sounds of The Hackensaw Boys sooth the busy minds of everyday life straight away. David Sickmen's voice, a little rougher each year it seems, does the rest. 'Don't Bet Against Me' is all a fan could wish for an opening of the first full length record in nine years (and two EPs with new songs in 2011). The mood that Sickmen knows how to catch in his songs is all there.

The album was produced by Larry Campbell. (His own record was reviewed not too long ago on this blog by Erwin Zijleman.) Campbell does not need an introduction, I think. He caught The Hackensaw Boys on their neatest. The rough edges were filed and sanded away. The band definitely plays under a restraining order it seems. This results in more mid-tempo songs, where the distinctions are made by Sickmen's ballads and more contemplative songs and Ferd Moyse's fiddle driven country torched songs. This does make the record more recognisable compared to the four or five composers per record in the past. I can't deny that I miss a bit of the poked up The Hackensaw Boys fire on Charismo.

If I ignore that fact, there is enough to enjoy on Charismo. The album holds some beautiful, bittersweet ballads that are truly good to listen to. David Sickmen knows how to capture things that happen to all of us during our lives like love, belonging, heritage, loss, life, in his own imagery and mood. It always touches on several sides of a subject and can move anyone who opens him or herself to it. On the side the band captures some pure magic every once in a while during those songs as well.

Ferd Moyse in general touches upon the more worldly subjects and underscores them with explosions on his fiddle. The songs that help shows come totally alive. With a song like 'Wolves Howling' Moyse shows that it is not necessarily up tempo he excels in. While the instrumental change in the song is big fun.

(And at that point I put the review aside for some days and something happened with renewed listening sessions.)

Another great feature of Charismo is that Jimmy Stelling still plays the banjo. He no longer, again, is part of the band, which saddens me as he is made to play this music by this band. I know no other banjo player who gives you the impression he is the lead guitarist in a punk band. His stance on stage is super cool and gave The Hackensaw Boys a serious attitude. On top of that he's a nice guy.

With playing the record some more, my impression of Charismo gets better and better. There are many fine details to be found and the recording production and mix are plain good. It is on these moments that I realise that Larry Campbell did a fine job and caught The Hackenboys Boys on its best in the studio. Rest assured: that restraining order was never implemented. Just listen to 'Limousine Lady' and 'Ol' Nick'. These songs fly off, incendiary.

On top of all that Charismo holds some real beauty. 'The Sweet' is a beautiful, bittersweet song. "If the salt don't kill me, it will be the sweet". That's modern life for you caught in one sentence. By then it is totally clear that Charismo has grown on me. It simply had to get in a spot where I stop comparing it to all that went before and give it the spot it deserves by itself. It has and all I have to do right now is state that The Hackensaw Boys has done it again. A top album by a top band. This early summer in The Netherlands and Europe. Catch them where you can.


You can listen to 'C'Mon Baby Don't Bet Against Me (live)' here:

or buy Charismo on

woensdag 13 april 2016

Tattooed Body Blues. Ansatz Der Maschine

Was ist in eine Nahme? Is that correct German? I notice I don't know for sure anymore. When this cd was dropped in my mailbox and I read the band name, I have to say that I expected anything but what I've heard several times since that moment. Ansatz Der Maschine? Industrial rock? Krautrock? New Neue Deutsche Welle, from Belgium? Anything but the dreampop touching on triphop I'm listening to.

Ansatz Der Maschine is the vehicle of Belgian, more precise, West-Flanders, musician Matthijs Bertel. This is the first album that he releases under this name since 2012 and the fourth in total. Tattooed Body Blues is totally in sign of the times. Dreamy, escapism, far from the madding crowd. This album deals in atmospherics. As such it comes close to a Dutch band like Maggie Brown, most so in 'Insomnia' and Belgian band The LVE. The song that comes closest to indiepop. There's also a Lily & Madeleine or First Aid Kit connection because of the many female vocalists on the album. Just listen to 'Song X' to know what I mean. It is the electronica and soft beats that make it all different though.

Bertel is responsible for large chunks of this album. Most of the music is played by him, the lyrics with one exception are his, background voices are his. On top of this he brings in different lead singers, a drummer and specific instruments like a cello, horn, guitarists, a harp, etc. Keyboards and electronics are the basis of Tattooed Body Blues. Over that basis the guests do their thing, that give a song its definite feel. That basis becomes the song in the instrumentals, e.g. 'Cold' and final song 'Highlands'. Here Bertel shows himself in his full, dreamy glory. Like a modern day Jean Michel Jarre.

Tattooed Body Blues is an ideal album for the Sunday morning, after breakfast with the Saturday newspaper on the coach. An ultimate relaxing moment. But that is not the whole of the story. The second one is that it is a great album to listen to with a headset on and just listen to all the sounds and the way they are interwoven. Another great way to relax. This works as well when I turn the volume up while playing this record. The whole production comes alive instantly.

In the songs with vocals my mind brings me straight to Massive Attack, although I could mention Portishead as well. The vocal music of Ansatz Der Maschine seems to lack the, hints at, beats, while the atmospherics certainly are similar. The slow, accented beats are there, but somehow I seem to forget about them even while listening to the singing, which is all so dreamy. When the beats do appear up front, like in 'Highlands', Bertel provides them with much more of an own signature. Scratching sounds are mixed with all sorts of electronic bleeps and hiccups. In the traditional songs Matthijs Bertel is much more conservative than in his instrumentals, which is where he comes from or so I understand. The exception here is the first single 'Burning Fuel', where the two worlds really get together. Despite that he used different singers for all songs, when the album is finished I have the impression to have listened to one singer, with the notable male exception in 'Insomnia'. This has to do with the dreamy quality of those songs.

Before summing up, I have to compliment the choice of photo on the cover. Sheer beauty Leen Verstraeten captured there.

Tattooed Body Blues is an album with two faces. Instrumentals that tend towards soft dance tracks with a lot of melody over the beats and dreampop of a high quality in which different singers excel. Ansatz Der Maschine, and it does on this album, leaves a lot to discover in the songs. Different layers slowly present themselves with each spin. An album to truly like.


You can listen to 'Burning Fuel' here:

or buy on Bol.Com