donderdag 17 augustus 2017

Living In The Night. Dan Hair

Dan Hair is het alter ego van de Nederlandse muzikant Daan van Haren, die met Living In The Night een uitstekend debuut heeft afgeleverd.
 
De uit Nijmegen afkomstige muzikant werkt vooral ’s nachts, wat de titel van zijn debuut verklaart. Alle nachtelijke uren hoor je terug in zijn songs die vaak een fluisterzachte basis hebben. Deze lome en uiterst ingetogen basis levert muziek op die in eerste instantie vooral herinnert aan de muziek van Elliott Smith.

Dat is mooi vergelijkingsmateriaal, maar het is ook vergelijkingsmateriaal waaraan veel van de soortgenoten van Daan van Haren uiteindelijk niet kunnen tippen.

Dat het Dan Hair wel lukt om overeind te blijven ligt vooral aan het feit dat Living In The Night weliswaar hoorbaar is geïnspireerd door het werk van Elliott Smith, maar vervolgens een eigen weg bewandelt.
 
Dan Hair kiest voor een geluid waarin ook flink wat invloeden van de muziek van Sparklehorse zijn te horen, waarmee we inmiddels twee songwriters die de jaren 90 op indringende wijze kleur gaven hebben genoemd.
 
Wanneer Dan Hair zich laat beïnvloeden door het werk van Elliott Smith en Mark Linkous van Sparklehorse (die wordt geëerd in een van de songs) betovert de Nijmegenaar met intieme popliedjes van een bijzondere schoonheid. Deze schoonheid krijgt vervolgens glans door de bijzondere accenten die Dan Hair toevoegt aan zijn muziek. Dit kunnen opvallend rauwe gitaarhalen zijn, maar ook subtiele bijdragen van blazers, strijkers, piano of synths.
 
Het afwisselen van fluisterzachte passages met stevigere of avontuurlijkere klanken voorziet Living In The Night van flink wat dynamiek, wat bij Dan Hair zelf en bij zijn platenmaatschappij namen als Eels en Grandaddy oproept. Ook dat zijn namen die inderdaad met enige regelmaat opduiken bij beluistering van het debuut van Dan Hair, maar hier blijft het niet bij.
 
De songstructuren op het debuut van Daan van Haren doen regelmatig aan het latere werk van The Beatles denken, met hier en daar de muziek van Electric Light Orchestra als ‘guilty pleasure’. De meeste raakvlakken hoor ik misschien nog wel met de uiterst lome en bezwerende muziek van Spain, ook een vergelijking om trots op te zijn.
 
Door de intimiteit van de muziek van Dan Hair is Living In The Night een plaat die aandacht vraagt van de luisteraar, maar deze luisteraar wordt vervolgens rijkelijk beloond met songs die steeds meer geheimen en schoonheid prijs geven. Living In The Night is me hierdoor in korte tijd zeer dierbaar geworden en is nog lang niet gestopt met groeien.
 
Het knappe is dat Dan Hair muziek maakt die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar op hetzelfde moment vol zit met onverwachte uitstapjes en verrassende wendingen. Het maakt van Living In The Night een plaat die in brede kring aandacht verdient en vervolgens respect zal afdwingen.
 
Daan van Haren heeft in de kleine uurtjes een aantal bijzondere songs in elkaar geknutseld en het zijn songs die betoveren, benevelen en imponeren. Heel veel aandacht krijgt het debuut van Dan Hair nog niet, maar dit is nu precies zo’n plaat waarvoor blogs als deze bestaan. Ga dit zeker horen.

Erwin Zijleman

Je kunt Living In The Night hier kopen:

http://www.kroese-online.nl

woensdag 16 augustus 2017

Elvis is dead for 40 years

Who remembers where he was when he heard the news that Elvis had died?

I do. I was having lunch on a farm called Meroo outside of Mudgee in New South Wales. Having started on the sheep shearing at 06.00 on a cold, crisp morning that soon turned into a warm, winter's day. My role in the whole was to clean the wool after a man called Clive had shorn a sheep in a matter of minutes. All the shit, prickly stuff and what ever else got caught in the fleece that did not belong there had to be taken off. I did that for days on end. At 12.00 we set out to lunch at the farm, walking from the shack in a paddock on the other side of the dirt road. An Australian phenomena showed itself when we walked. As soon as we stepped put of the shade of the shack, a swarm of flies flew up to settle on the backs of the persons in front of me (so undoubtedly on my own as well). They travelled along right until the moment we reached the shade of the house and disappeared as mysteriously as they appeared. How many flies cover the earth of Australia?, is a question I can't even fathom to answer.

Over lunch the radio was turned on for the news. With one reason only: the wool prices in the different towns around the farm. Where best to bring it to at the end of the day? It was at this news bulletin that I heard Elvis had died, which was a shock. The date was August 17. It was years later that I found out that his official date of his demise was 16 August.

Yes, the man was much older than I am, but with 42 not at an age he is supposed to die. In fact he could have been alive today at the age of 82 and record another comeback album with Rick Rubin or some such. Even be touring.

All this was not to be. Elvis is dead today for 40 years.

Who was Elvis to me? Somebody from an era that I wasn't around. The first song I remember is the classic 'In The Ghetto', followed by the monumental 'Suspicious Minds', two hits from 1969. In the 70s I got to know his oldest songs better and his latest hits.

No matter what, I never truly became an Elvis fan. Despite the fact that I like to play some of his old rock and roll hits in the cover band I play(ed) in, it is not something that I play at home. Coincidentally I heard 'A Little Less Conversation A Little More Action' in the Junkie XL remix this morning, which triggered this post. Tom Holkenborg gave an obscure, mediocre Elvis song the boost it needed, giving him his last #1 hit song. At the time I liked this version a lot and found out that I still do.

What I do hear in the old rock and roll songs, is the energy Elvis and his band managed to capture on record. What I hear truly is what I am meant to hear and can imagine how exciting it must have sounded at the time. Something new was happening that caught the youth of America and beyond by the throat to not let go. In some of his later songs, the post 1968, recordings I recognise the class with which Elvis was able to surround himself. Whether it was in a song like 'Burning Love', 'Way Down' or 'Guitar Man', it all holds something worthwhile.

Elvis Presley in the end is a tragic figure. Someone who became more famous than was good for him. Perhaps he just was not smart enough to deal in a sensible way with his fame and riches. I don't know, these are just observations from far off. Fact is, that he leaves behind a legacy which will keep him famous and well-known for eternity. And forever connected with work on a sheep farm in a far off country in my individual case.

Wo.

dinsdag 15 augustus 2017

U2, The Joshua Tree Tour 2017. Amsterdam ArenA, 31 juli 2017

Foto: HareD
Door de vakanties komt dit verslag wat later dan de bedoeling was op de site. Toch nemen we jullie graag nog even mee terug naar de laatste dag van juli als U2 voor de tweede maal het podium bestijgt in Amsterdam.

Er is al veel geschreven over de U2 concerten in Amsterdam, veel ook dat aansluit bij mijn beleving tijdens het tweede concert, op zondag. Absoluut waanzinnig was de combinatie van de prachtige en indrukwekkende films en projecties van Anton Corbijn, in combinatie met een concert dat stond als een huis. Dat was niet alleen leuk, iedereen, inclusief ikzelf, stond wel heel vaak en veel met de smartphone te filmen of te fotograferen. Af en toe kon je vanaf het veld het podium niet zien door de omhooggehouden camera’s.

Alle nummers van The Joshua Tree, het album dat 30 jaar geleden uitkwam en nu centraal stond tijdens deze concerten en in zijn geheel en op volgorde werd gespeeld, zijn de moeite van een live performance waard. Zeker ook Red Hill Mining Town, over de Engelse mijnstakingen van de jaren tachtig, dat nooit eerder live werd gespeeld. Prachtig om te horen, wel jammer dat de uitvoering eigenlijk net iets minder indringend was dan op de CD. Maar toch, een pareltje.

Foto: HareD
Persoonlijk was ik ontroerd door het spelen van A Sort of Homecoming, een van mijn favoriete U2 nummers, van het album The Unforgettable Fire. Mooi gezongen, zo heerlijk.

Ook wel waar was de licht kritische opmerking dat het allemaal redelijk routineus verliep, het dak ging er bij band en publiek slechts zelden helemaal af. Memorabele uitzondering was echter het allerlaatste nummer, I Will Follow. Dit was destijds, in 1980, de doorbraakhit voor U2, met Nederland als voorloper. Dat heeft Bono wel meer gezegd tijdens concerten in Nederland (het was mijn zesde U2 concert in totaal, waarvan vijf in Nederland). Ook nu speelden zij het weer, dit keer als afsluiter van het concert. Maar het leuke was dat Bono improviseerde. Het leek erop dat ze eerst nog een keer het podium af zouden gaan, want Larry was al achter de drumkit vandaan gelopen en Adam en The Edge hadden hun gitaren al afgedaan.  Maar Bono sprak eerst met Larry en Adam en daarna met The Edge. Ze pakten hun instrumenten weer en speelden I Will Follow, waarbij werkelijk iedereen aan het springen en juichen was.

Foto: HareD

HareD

maandag 14 augustus 2017

Until. Hope Sandoval And The Warm Inventions

Toen Mazzy Star er na het geweldige Among My Swan uit 1996 de brui aan gaf, vond zangeres Hope Sandoval in voormalig My Bloody Valentine drummer Colm O'Ciosoig, die al sinds het briljante Loveless uit 1991 op de bank zat, een muzikale medestander.
 
Als Hope Sandoval And The Warm Inventions maakten ze met  Bavarian Fruit Bread uit 20001 en Through The Devil Softly uit 2009 twee uitstekende platen, die het gemis van de twee legendarische bands uit de jaren 90 voor mij voor een belangrijk deel verzachtte.
 
In 2013 keerden zowel Mazzy Star als My Bloody Valentine terug met een prima plaat en leek de rol van het project van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig uitgespeeld, maar gisteren verscheen er toch weer een nieuwe plaat van Hope Sandoval And The Warm Inventions.
 
Ik ben er persoonlijk heel blij mee, want ik vond de twee platen van het soloproject van Hope Sandoval beter dan de terugkeer van Mazzy Star (en die van My Bloody Valentine) en ook Until The Hunter laat weer prachtig horen dat er leven is na of naast Mazzy Star.
 
Op Until The Hunter kiezen Hope Sandoval, Colm Ó Cíosóig en de hen omringende muzikanten voor een prachtig ingetogen geluid. Het is een geluid waarin de nog altijd prachtige stem van Hope Sandoval het best tot zijn recht komt. Het is een stem die in de loop der jaren alleen maar beter is geworden en inmiddels veel meer kan dan heerlijk zwoel klinken.
 
Waar Mazzy Star en My Bloody Valentine voor een deel vertrouwden op gruizige gitaren is de instrumentatie op Until The Hunter ingetogen, warm en stemmig. Met name de gitaarlijnen zijn van een betoverende schoonheid en kronkelen prachtig om de warmbloedige vocalen van Hope Sandoval heen.
 
De meeste songs op de plaat kiezen bedwelming als wapen en citeren nadrukkelijk uit de zweverige archieven van de psychedelica, maar Hope Sandoval en haar collega muzikanten schuwen op Until The Hunter ook het experiment niet en kleuren bovendien meerdere keren buiten de lijntjes van het vertrouwde geluid. Het zeker niet onaardige duet met Kurt Vile laat horen dat de stem van Hope Sandoval ook in een wat meer rootsy klankentapijt uitstekend gedijt en zo zijn er op Until The Hunter nog wel meer uitstapjes die naar meer smaken.
 
Hope Sandoval And The Warm Inventions maken ook op hun derde plaat weer muziek die het uitstekend doet in de herfst en winter, maar de schoonheid van deze plaat zal zeker niet verbleken wanneer de zon schijnt en de temperatuur naar zomerse waarden klimt.
 
Het soloproject van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig was in eerste instantie misschien vooral een doekje voor het bloeden, maar met deze derde plaat hebben de twee het niveau van de voormalige en op papier nog steeds actieve broodheren op zijn minst geëvenaard. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder de mooiste van het hele bijzondere muziekjaar 2016.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Let Me Get There':

https://www.youtube.com/watch?v=pyRJYnAndT0

zondag 13 augustus 2017

Ouï. Camille

De Franse singer-songwriter (en actrice) Camille (Dalmais) begon haar muzikale carrière als ‘zuchtmeisje’ in de succesvolle Franse band Nouvelle Vague (die met speels gemak new wave klassiekers transformeerde in zwoele Franse pop met een vleugje Bossa Nova), maar maakt sinds het begin van het huidige millennium buitengewoon fascinerende soloplaten.
 
Sinds het bijzondere, zeer veelzijdige en deels Engelstalige Ilo Veyou uit 2011, hebben we het moeten doen met een aardige live-plaat (Ilo Lympia), maar vorige week lag er bijna uit het niets gelukkig weer eens een nieuwe plaat van de uit Parijs afkomstige singer-songwriter op de mat.
 
Waar de vorige platen van de Française alle kanten op schoten, heeft Camille dit keer een wat eenvormige plaat gemaakt. Ouï is bovendien een plaat die net wat minder lijkt te experimenteren dan we van Camille gewend zijn. Een ieder die nu denkt dat Camille dit keer op de proppen komt met zwoele en verleidelijke maar monotone Franse kauwgomballenpop, komt echter bedrogen uit.
 
Camille gebruikt voor alle songs op Ouï een vergelijkbaar recept, maar het is zeker geen alledaags recept. Waar de Française in het verleden nog wel eens uitpakte met een volle en uitbundige instrumentatie, moet Ouï het doen met uiterst spaarzaam ingezette en wat kille synths en over het algemeen genomen sobere percussie. Hier en daar vliegt de instrumentatie wat uit de bocht en eenmaal flirt Camille zelfs met funky dance, maar in de meeste tracks kiest Camille voor een behoorlijk ingetogen geluid.
 
De instrumentatie is sober en kaal, maar Ouï is desondanks een vol klinkende plaat. Camille vult de lege ruimte makkelijk met haar mooie en warme stem, maar heeft ook nog uit meerdere lagen bestaande koortjes toegevoegd.
 
Het levert een verre van alledaags geluid op en het is een geluid dat zeker niet iedereen zal kunnen waarderen, wat ook wel blijkt uit flink wat minder positieve recensies van de nieuwe plaat van de Franse lieveling van de critici. Zelf was ik ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van het voornamelijk Franstalige Ouï (alleen de protestsong Seeds is Engelstalig), maar Ouï heeft me langzaam maar zeker voor zich gewonnen.
 
De sobere synths op de plaat en de subtiele percussie vervliegen bij eerste beluistering vrij makkelijk, maar hebben na enige gewenning een bezwerend of zelfs hypnotiserend effect. Hetzelfde geldt voor de mooie en uiteindelijk toch ook weer verleidelijke vocalen van Camille, die al haar songs voorziet van een bijzonder keurmerk, maar af en toe ook op meer conventionele wijze de sterren van de hemel zingt. De koortjes vind ik af en toe wel wat over the top, maar dat is een kwestie van smaak. Bovendien voorzien ze Ouï van dynamiek, die zeker welkom is op de verder vrij sobere plaat.
 
Camille heeft al met al weer een bijzonder klinkende plaat aan haar zo mooie oeuvre toegevoegd. Het is een plaat waaraan je moet wennen, maar dat geldt voor alle platen van de Française.  Wanneer je eenmaal gewend bent aan het nieuwe geluid van Camille openbaart zich al snel een sprookjesachtig muzikaal landschap. Kom bij Camille niet om de zoete sprookjes met de gelukkige afloop, maar verwacht alle kanten op geslingerd te worden, precies zoals de muzikante uit Parijs dat al zo mooi en avontuurlijk deed op haar vorige platen. Het duurde even, maar ook Ouï is voor mij inmiddels weer een plaat om te koesteren.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Fontaine De Lait':

https://www.youtube.com/watch?v=RPOy8PXrXQs