woensdag 8 april 2020

6 Singles

Today we put the focus on a few singles that were released in the past few days and are very much worthwhile paying attention to.

False Alarm. Brad Marino
No newcomer to this blog, Brad Marino has released another instant pop-rock-fun song, that sort of seems to do everything right. False Alarm is all about the fun of playing music, the joy of finding the right melodies and make it all come together. For the listener it is all good news. What Brad Marino seems to have in abundance is the skills to take everything that is good music, powerpop-rock and take that to turn it into something new in the most convincing of ways. Not unlike Fountains of Wayne were the absolute top at. The result is a song where everything seems to move in the right direction to make it glow. It seems like the man was born 20 years too late as he would have scored major hits in 1979. Today he is a true joy for "old" men like me (and the girls of old of course). Old enough to remember the good old days and young enough to jump around to False Alarm. Stellar song.

New Weird. Garlands
Garlands from Glasgow has come by here before as well. The band released a new single with a very apt title for the influence the Covid-19 crisis has over the lives of billions of people around the globe. And despite it seems extremely hard to imagine, we in the western world, are the lucky ones, with our healthcare systems, logistics, etc. Not to mention the ability to listen to nice songs like New Weird.

Garlands draws from the powerpop era just like Brad Marino does with 'False Alarm'. New Weird could have been released in 1979 as well. It combines powerpop with ultimate melodies. From a monotonous verse into a brilliant chorus or the other way around. That could be an interpretation as a song can start with a chorus of course. And there is that bridge section. Weezer and Fountains of Wayne have a strong competitor there.

The song has the power, is open enough to enjoy the individual parts constituting Garlands and has this twist that makes it such a joy to listen to. Another nice song. It's time for an album, guys. You're ready for it.

Gold. Freedom Candlemaker
About a year ago this album released on a label from Greek found its way to this blog. This week the man who translated his Greek name into English to release records under, releases a new single, Gold. It is a song with a dreamy quality, providing total release from the days we're living in. Like any dream it has different elements. What it leaves out are the scary parts, although in the instrumentation there are hints at psychedelia that are reflected in the uncertain element in Lefteris Moumtzis' singing. The fear is not released but it could be around the corner. The uncertainty is more scary because of it.

Musically Gold fits in with the way Elliot Smith could sound dreamy. His loss is certainly made up somewhat with Gold. The memory of songs like 'Waltz #2' linger ever so softly while listening to Gold.

In a strange way the recording could come from Edison's device. It sounds ageless, while the instruments, except for the voice and acoustic guitar, did not exist at the time. Gold has many attractive elements without ever once having the exuberance of the previous two songs. Another worthwhile listening experience.

Jacobsladder. Broeder Dieleman
Na een gedane dag werk, doet Broeder Dieleman het licht van de overhead projector uit en gaat op huis aan, zo stel ik me voor aan het einde van de video bij Jacobsladder, de eerste single van zijn aanstaande nieuwe plaat, 'De Liefde Is De Eerste Wet'. Het klinkt misschien raar, maar het is een "gewoon nummer". Een nummer met een herkenbare kop en staart en stukken daartussen in die gewoon van a naar b gaan. Een nummer zoals iedere singer-songwriter schrijft. Het Zeeuws-Vlaamse accent, ik kijk toch heel anders tegen die landstreek aan sinds dat 'The Killing' en 'The Bridge' naar de Zeeuws-Vlaams-Belgische grens is geëxporteerd in de vorm van de serie 'Grenslanders', dat is natuurlijk gebleven.

Het begin van Jacobsladder is daarom heel verrassend. Ik ben meteen bij de tijd, want mijn verwachtingen worden totaal gelogenstraft. Dat is een punt voor Broeder Dieleman. De tekst is gebaseerd op het Bijbelverhaal van Jacob, die een ladder vol met engelen droomt die zo naar de hemel leidt.

Het nummer speelt zich prachtig rustig uit. Leonard Cohen fans zouden zich zeker thuis moeten voelen in de paar beperkte minuten die het duurt.  De banjo van Tonnie Dieleman speelt een bescheiden rol. Het zijn de bas en drums die het meest prominent klinken. Iets wat uitzonderlijk rustgevend kan zijn. Het lijkt er op dat het Broeder Dieleman gelukt is om die ladder voor even te bestijgen en een kijkje te nemen. Daarna snel naar beneden om ons allemaal er van te laten genieten wat hij beleefd heeft daarboven.


Bom. De Breek
Eerder dit jaar stond De Breek al op dit blog met hun debuut maxi single. Bom was een van de nummers op die plaat. Ik vind het nummer echter zo mooi, dat ik er hier nog een keer aandacht aanbesteed, nu het nummer als single is uitgebracht.

Bom klinkt alsof het nummer gaat over een bejaarde man of vrouw die eenzaam zijn/haar dagen slijt in een verzorgingstehuis, terwijl het onderwerp een oude bom is die onder de modder op de bodem van een kreek verstopt ligt. Wachtend op ontdekking of misschien wel heel villein op het moment dat het ding eindelijk kan doen waar het ooit voor gemaakt was, dood en verderf zaaien op de plek waar zij neer had moeten komen. De vrijwel volledige willekeur, want echt mikken kon men nog niet in de tijd waarop bommen op dit land terecht kwamen. Theoretisch kan het natuurlijk nog een veel oudere bom zijn, maar daar hebben wij het normaal nooit over.

Het nummer is prachtig melancholisch en heeft dan ook een effect op mij. Het stemt mij weemoedig zonder een specifiek iets waarnaar of waarop ik terug kijk. Het is puur het effect dat muziek op een mens kan hebben. Gewoon schoonheid gevat in muziek.

Same Song. Luka
Something is changing at Snowstar Records. The label, since I'm acquainted with it, released records by bands and artists that were to a certain level obscure. Beautiful music but seldom made with a huge audience in mind. Snowstar specialised in music that with a minimum of extra effort would match John Cage's '4.33'.

Come 2020 and the label released Lian Ray, an album that was made with a larger audience in mind, something that is underscored by a huge interview in NRC Handelsblad, by Jack Poels who is a huge name in this country and now the pop of Luka.



Luka is a singer from South Africa working and living in the Netherlands. The music she makes is no different from the pop music that is popular around the globe at this point in time. A kind of music that I have no name for, except electronic pop music. Same Song is a title that is well chosen. As I can't tell the difference between many female artists who became enormously popular in the past decade. That is in part my lack of interest for sure. So why do I write on Same Song?

The reason is a simple one. As the melody has something authentic to it. I can't make it more defined. It's like that single by Lizzy, 'Teach Me', I reviewed recently. It has that something why I return to the song quite easily. There is no album yet, and it may well be that a whole album will be too much of a pop thing for me, Same Song as a single is a modest but nice song. It gives the album the benefit of the doubt when released later this year.

Wo.


Listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g




dinsdag 7 april 2020

Water, Wieg Me. De Kift. Een film van Sanne Rovers

Still uit de film
Water, Wieg me. De titel alleen al is prachtig en gaat terug tot het oergevoel dat ieder mens diep in zijn onderbewustzijn met zich meedraagt: drijven in het vruchtwater, warm, veilig.

Zaterdagavond 4 April toonde 'Het Uur van de Wolf', deze film, waarin Ferry Heijne van De Kift op zoek gaat naar verhalen. We horen er een paar. Daar blijft het niet bij. De verhalen worden op muziek gezet, met behulp van teksten die Heijne vindt in de wereldliteratuur en vertaalt en aanpast naar zijn muziek.

De film laat zien hoe de muziek tot stand komt. Heijne met een accordeon achter de computer, met een gitaar of een melodie half pratend, half zingend tot stand brengt. Maar ook hoe hij met grote en kleine beelden zijn ideeën vertaalt naar ieder instrument. "Ben als het riet". Maar, hoe doe je dat, als je alleen maar met een eitje van €2,95 bij de muziekwinkel moet shaken op een van die waanzinnige ritmes. Ik heb dat al eerder beschreven. Drummer Wim telt altijd af "1,2,3,4" om vervolgens in een ritme te gaan drummen, waar tellen en benoemen voor mij ophouden, terwijl mijn lijf het moeiteloos aanvoelt en meebeweegt. Dat kun je in deze film ook zien. Hoe moeilijk het de eerste keren is voor de band. "Maar, we beginnen toch op één?, vraagt iemand. "Ja". antwoordt drummer Wim, "maar mijn één is op anderhalf". Ook voor De Kift komen moeilijke ritmes niet vanzelf. Alles is tellen, tellen, tellen.

Jaren geleden, zoek het op hier ergens op dit blog, heb ik met mijn zoon gekookt voor De Kift terwijl zij een deel van de middag en de avond oefenden voor de 'Bidonville' voorstelling, die op 'Oerol' in première zou gaan. Voor het koken en erna mochten we in de oefenruimte zitten en luisteren. Tussen de vele instrumenten die we vroeger bij shows hadden gezien. Er is een moment dat me is bijgebleven. Er was een stuk tekst dat niet in een stuk muziek paste. Het kwam niet uit. De muziek was van een ongelofelijk troostrijke schoonheid. In mijn hoofd hoorde ik precies hoe het wel zou kunnen passen, maar toen ik dat probeerde te vertellen, bleek ik daar geen taal voor te hebben.

En hier ben ik aangekomen bij het woord dat centraal staat in Water, Wieg Me, troost. Dat is wat Ferry Heijne op deze boattrip muzikaal probeert te bieden. Hij biedt, in de film, geen troost met woorden. Hij luistert en zet het om in muziek. De band speelt af en aan een rol in de film. In kleine setting, volledig, zoals bij het "afscheid", als Heijne met de boot voor zijn Odyssee vertrekt. Hij hoort de verhalen aan van gewone mensen. Een vrouw die al acht jaar aan een oud schip klust in de hoop dat het ooit haar huis wordt. Een asielzoeker die een gedicht over vla, kou en zijn eigen wanhoop schrijft, dat nu een De Kift lied is. Een oudere man die kaarten voor een draaiorgel ponst. Een oudere man die het verlies van zijn jongste dochter voelbaar maakt. Ferry Heijne die diep ontroert over zijn vader spreekt, die tot op hoge leeftijd trompet speelde in De Kift en daarmee moest stoppen na een beroerte die hem halfzijdig verlamde.

Al dit wordt gevangen in beelden van het, ik neem aan Noord-)Hollandse landschap. Natuurlijk veel water, maar ook dijken, rietkragen, eindeloos veel oude, roestige boten, houten, in het riet verscholen huizen. Het mooie en het lelijke, in de vorm van vergane haven- en industrieterreinen, hoe de recreatie steeds meer in het landschap verweven wordt. Alles wordt getoond op een sobere, heel gewone, alledaagse manier. Zoals De Kift nooit meer is dan het is. Een groots gebaar van een gewoon iemand, een gebaar van mensen die je buurman, -vrouw kunnen zijn, maar met een groot muzikaal talent en dat uitdragen tegen alle klippen in. Gewoon, omdat het moet.

Ik heb ademloos zitten kijken naar Water, Wieg Me. Het is deels een inkijkje in het bandproces, dat ik één keer van dichtbij mocht meemaken, maar nu nog dieper in het creatieve proces en deels een boatmovie met echte mensen, met echte verhalen, die als het ware in ruil voor hun verhaal een lied terugkrijgen.

De Kift is een van de beste, vreemdste en mooiste bands van Nederland en eigenlijk ver daar buiten. Ik volg ze sinds de theater tour die vast zat aan het album 'Gaaphonger', samen met mijn zoontje van toen 4 en een half. We hebben daarna geen show overgeslagen, terwijl meer vrienden aanhaakten. Tegenwoordig doet hij hetzelfde in zijn nieuwe woonplaats met nieuwe vrienden. Als we dat allemaal doen, kan De Kift, zodra deze ellende voorbij is, nog jaren blijven doen waar ze zo goed in is.

De film eindigde met 'Bal'. Het meest in het oor, oog en feest springende nummer van De Kift. Voor mij werd het nummer in een enorm andere context geplaatst door de film. Die van een façade, die alle ellende op de achtergrond voor even verbergt. De Kift is weemoed, verlangen, troost, stilstaan en dan opeens BAM, de oerknal van de exploderende riff van 'Bal'. Ook dat is troost want Admiraal B houdt van ons allemaal.

Er staat (stond?) een nieuwe plaat gepland voor dit voorjaar. Alles is even anders. Hij is klaar en ik ben er klaar voor. IJs, weder en Corona dienende zal er op deze plaats over verteld worden.

Wo.

Informatie over De Kift en hun platen vind je hier:

https://dekift.nl/


Luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

maandag 6 april 2020

Gothic Urban Blues. Harry Stafford

Gothic. Urban. Blues. The title of Harry Stafford's album holds three messages and I do not find many traces of any of them on the album. Unless we see gothic as dark, like in Batman movies and series, then there are hints to be found. This certainly is not country music and if I call a song like 'Minnie The Moocher' blues, which I think it is not, then perhaps we have found traces of all three words in the music on Gothic Urban Blues.

Harry Stafford presents songs on the darker side of the singer-songwriter segment with traces of alternative rock and even psychedelia. Think The Tragically Hip but more diverse in style.

Harry Stafford is a new name for me, but not to perhaps even many others. Since the early 80s he was a member of the postpunk band Inca Babies, before in 2015 starting out on his own, releasing the album 'Guitar Shaped Hammer' in 2017. This album is his second solo outing.

Let's get back to the title, as that in my opinion is the key to the album in a few ways. Large parts of Gothic Urban Blues has a dark and brooding mood. Stafford's ageing and well-worn voice contributes no little to this impression. So in a way I can call this big city blues, without necessarily having to be stuck in the traditional 12 bar electric Chicago blues. Muddy Waters is my thing here. Harry Stafford moves beyond all this.

In the opening song and single 'She Just blew Me Away' this dark alley late at night 'Nighthawks at the Diner' kind of mood is accentuated by a lone trumpet that is mixed into the whole as if a lone trumpeter is blowing blue, muted notes from his opened window on a dark night, escaping from a big city brownstone, hot, humid room without cooling in some form or other. The whole is extremely attractive to listen to. Kevin Davy plays an interesting part in 'She Blew Me Away' and on other parts of the album.

The first song also sets a sort of standard for the rest of the album. Some songs try to escape this mood. Like the chorus of the title song and the lead guitar part playing nice, dry sounding note patterns during the whole song. The trumpet returns as well for a small solo, again reminding me of the role the instrument played in the hits of Fine Young Cannibals in the mid-80s. The music as such does not, so not to be misled here.

Promo photo: Richard Davis
It is the vibe of Gothic Urban Blues that packs me in when all is said and done. Harry Stafford manages to grab me and drag me into his album, past dirty gutters and back alleys, half crumbling balconies where his love and past loves are standing endangering their lives by just standing there. The song that made me truly realise that I was caught, is 'Infinite Dust'. Nothing much seems to happen when listening with half an ear. The subtleties come with the intensity of listening. The piano, the trumpet, the double tracked vocals, a softly touched cymbal. It is enough. The way The Boomtown Rats could reach me, only in its very, very best songs. Harry Stafford breached that gap easily.

Through the piano Gothic Urban Blues is provided with a higher standing. 'Black Rain' even has a trace of pop. Something Stafford's voice makes impossible to reach for. The darkness of the lyrics and voice contrast so nicely with the melody and instrumentation. Another modest highlight of the album. With 'Sideways Shuffle' Fine Young Cannibals finely enter the album anyway. The song is far emptier than the other songs, giving the trumpet a more prominent place in the whole.

Kevin Davy by Richard Davis
'Disappearing' is another great song on the album. An empty song, more atmospheric, but with a beautiful vocal melody. There's this 60s, The Kinks vibe that is undercut by the atmospheric loneliness of the whole. The end is unmistakeably jazzy. 'Into The Storm' is driven forward by a piano and the lonely, lonely trumpet of Davy.

Harry Stafford has made a good album. One I can put on and enjoy immediately. On the outset it may sound like an elementary album, it is far from. The details provided show how much work went into the creation of the whole, making the album great fun.

Wo.

You can listen to Urban Gothic Blues here:

https://harrystafford.bandcamp.com/album/gothic-urban-blues



or listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

zondag 5 april 2020

Julliet. En Attendat Ana

En Attendant Ana maakte een veelbelovend debuut, maar maakt met haar tweede album alle beloften waar met volstrekt onweerstaanbare gitaarpop vol invloeden.

Bij Frankrijk denk je aan doorleefde chansons of aan zwoele zuchtmeisjes, maar niet in eerste instantie aan een gitaarplaat die zich genadeloos opdringt en vervolgens leuker en leuker en onweerstaanbaarder en onweerstaanbaarder wordt. En Attendant Ana uit Parijs heeft deze gitaarplaat gemaakt en wat is het een goede gitaarplaat geworden. De Franse band haalt haar inspiratie uit meerdere genres en durft buiten de lijntjes te kleuren. Het geweldige gitaarwerk op het album past uitstekend bij de wat onderkoelde zang en de fraaie accenten van onder andere trompet. Onweerstaanbaar lekker, maar je hoort ook telkens weer nieuwe dingen. Prachtplaat.

En Attendant Ana is een band uit Parijs die twee jaar geleden debuteerde met het absoluut interessante Lost And Found. Het frisse en energieke debuut van de Franse band stond bol van de belofte, maar uiteindelijk rammelde het album me net wat teveel om ook op de wat langere termijn interessant te blijven. Ik was echter wel heel nieuwsgierig naar het tweede album van de band.
 
Bij beluistering van Juillet kon ik al vrij snel concluderen dat En Attendant Ana de belofte van haar debuut meer dan waar maakt op haar tweede album, waarop flinke stappen of zelfs reuzenstappen worden gezet. Op Juillet heet de band uit Parijs haar frisheid en energie behouden, maar verder is eigenlijk alles beter.
 
En Attendant Ana verwerkt op Juillet een bonte mix aan invloeden. Invloeden uit de postpunk, indie-rock en indie-pop domineren, maar ook invloeden uit de dreampop, lo-fi, shoegaze en zelfs Krautrock hebben hun weg gevonden naar het aanstekelijke geluid van de band, waarin ook nog plek was voor een beetje Franse verleiding.
 
Juillet heeft een voorkeur voor uptempo gitaarsongs en het zijn gitaarsongs die even melodieus als gruizig klinken, wat associaties oproept met alle bovengenoemde genres. De mooie gitaarlagen in het geluid van de Franse band combineren fraai met de wat onderkoelde zang van frontvrouw Margaux Bouchaudon, die bij herhaalde beluistering van het album steeds meer indruk maakt.
 
En Attendant Ana maakt op Juillet energieke en aanstekelijke popsongs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook nog eens popsongs die buiten de lijntjes durven te kleuren, op een manier waarop Stereolab dit ook durfde. Hier en daar worden de gruizige gitaren gecombineerd met een trompet of snijdt een new wave orgeltje door het gitaargeluid van de band, maar Juillet is vooral een gitaarplaat.
 
Het klinkt allemaal zo fris en energiek dat En Attendant Ana al vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd speelt, maar hoe goed de Franse band op haar tweede album is, heb je dan nog lang niet gehoord. De aanstekelijke popliedjes van de band uit Parijs worden leuker en leuker, de instrumentatie op het album wordt steeds overtuigender, terwijl de gitaarlijnen alleen maar onweerstaanbaarder worden, net als de zang van Margaux Bouchaudon.
 
Er zijn de afgelopen jaren natuurlijk heel veel bands die teruggrijpen op genres als postpunk, dreampop, shoegaze, 90s indiepop en rock en lo-fi, maar En Attendant Ana klinkt wat mij betreft toch net anders dan de meeste van haar soortgenoten. Juillet is net wat eigenwijzer en een stuk aanstekelijker en dat is een mooie combinatie.
 
De band uit Parijs walst, net als haar debuut, met een stoomwals over je heen, maar laat dit keer genoeg te ontdekken over. Iedere keer als ik naar Juillet van En Attendant Ana luister ben ik nog wat meer overtuigd van de klasse van de Franse band en nog wat meer verliefd op de bijzondere popliedjes van de band. Er verschijnt deze weken zo idioot veel dat het voor een obscuur Frans bandje niet mee zal vallen om de aandacht te trekken, maar het tweede album van En Attendant Ana verdient deze aandacht absoluut. Wat een heerlijk album.

Erwin Zijleman

Je kunt Julliet hier luisteren en kopen:

https://enattendantana.bandcamp.com/album/juillet


of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

zaterdag 4 april 2020

Bowie for Dummies #21

Photo: Wo.
Hi, all, this is just a page to refer you to the original, adapted one from 2017. It keeps changing and changing with more and more to view. So, head on over there.

Wo.

http://wonomagazine.blogspot.com/2017/01/bowie-for-dummies.html