donderdag 12 december 2019

Marie Fredriksson (1958 - 2019)

No, I have never been what one can call a fan of Roxette. For that the band was to poppy and too much 80s in sound. Not rock, not pop, what was Roxette really?

For me several of the singles of the band did add up to a guilty pleasure. The first single I got to know was 'The Look', something like 1988 I'd say. I just liked the firm sound of the very danceable song. Something that was important, as I at the time was the "musical director" of our student flat. Come a huge party, I'd be mixing cassette tapes for the whole evening. From 50s rock and roll songs, to 60s hit, 70s disco and hardrock to the latest hits in the 80s. 'The Look' certainly will have been one of those songs, to sing and dance to together with our friends.

So while the duo at such meant nothing to me, 'The Look' is a song to still enjoy in 2019 each time it comes by. After that I mostly remember semi ballads like 'It Must Have Been Love' or 'Listen To Your Heart'. As ballads were at the time, they had to be firm in sound, with strong, loud drumming and loads of tinkering keyboard/synths. It may be because of this amount of toughness that I can listen to them. They are not my favourite Roxette songs, but sort of alright, with 'It Must Have Been Love' as my personal favourite.

The second song by Roxette having true meaning to me is that other rocksong, 'Joyride'. A number 1 on the Top 40 in 1991. It has that same sort of toughness, 'The Look' has. This one being sung by Per Gassle. Looking in my singles collection I ran into 'Spending My Time', but do not have any recollection of the song at all, yet must have bought it at the time. (Not on hearing either.)

Only now I found that Roxette had been active off and on right up to a few years ago. I had no idea, but then this band had other fans than me.

A day after we heard that an acquaintance of us is going to die because of a brain tumour, the news that Marie Fredriksson had died from the same disease was made known. Although she was more a memory from a time long ago when life was extremely uncomplicated, with still so much more to learn, the news affected me. And not just because of the previous news.

What brings it closer, is that she is of the same generation as I am. A sign of my own mortality and all the things that can go wrong within a body. How lucky those being healthy are, and let me count myself in that group. Something to cherish and enjoy. Although a little older than I am, 61 is extremely young. There's still so much to do.

Roxette is no more, I suppose, but for me it was over after 'Joyride', 28 years old this year. So thank you, Marie and Per, for two great songs. Two songs I still love to hear when they come by somewhere and will always sing along to.

Wo.


Listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

woensdag 11 december 2019

5 Jaar Tiny Room Records

Garciaphone door Ab Al-Tamimi
Op zaterdag 30 november jongstleden vierde Tiny Room Records zijn vijfjarig bestaan. Sinds een aantal jaren zijn de banden tussen dit blog en het label, maar vooral de muziek die het label uitbrengt, gewoonweg goed te noemen. Veel releases vonden hun weg naar een recensie en diverse artiesten zijn op zeer uiteenlopende locaties bekeken en beluisterd.

Normaal gesproken was Wo. dan ook van de partij geweest op het feest, maar het zat er door omstandigheden gewoonweg niet in. Wie de lijst van participerende artiesten ziet, weet hoe jammer dat was, maar niets aan te doen.

Het leek ons daarom een goed idee om het feestvarken zelf aan het woord te laten. Labelbaas Stefan Breuer schrijft het volgende over de feestavond.

Afgelopen weekend vierden we het 5-jarige bestaan van mijn label Tiny Room Records. Twee avonden met in totaal tien artiesten verdeeld over De Kromme Haring en Studio Patrick. Een flinke productie met artiesten die speciaal hiervoor overkwamen uit Barcelona, Bordeaux en Luik. Altijd spannend: gaat alles goed, hoe zijn de shows, komt er genoeg publiek op af?

De korte samenvatting is: ja, alles ging goed. Het was zelfs een perfect weekend. Een mooie aanloop ernaartoe met features op 3voor12/Utrecht en in het UIT Magazine. Het publiek kwam uit alle hoeken en gaten van Nederland maar ook uit Berlijn, Chicago en Clermont-Ferrand. Het was druk! Minder usual suspects dan ik had verwacht maar wel veel nieuw volk. De mix van goede vrienden met mensen die overal vandaan kwamen aanwaaien maakte het warm en tegelijkertijd opwindend. Ik schreef het al op de Tiny Room pagina: dit was een eerlijke, echte viering van een anti-kapitalistische community. Dit is dus wat er gebeurt als je muziek en sfeer voorop stelt. Wat een bijzonder, gezellig en hartverwarmend geheel blijft er dan over. Een kroon op de afgelopen vijf jaar, trots dat het gelukt is om samen op deze manier, vasthoudend aan mijn idealen, van al deze prachtige muziek en elkaar te kunnen genieten.

Naked Shortsellers, Ab Al-Tamimi
De shows waren hierdoor extra speciaal. Op vrijdag speelden mijn vader, broer en ik voor het eerst in een jaar weer een paar liedjes samen als The World of Dust. Alex van LOGOUT deed mee op het harmonium en Julien Pras zong (net als op de plaat) het refrein van Hyenas mee. Hierna vond er een bijzondere Howart-performance plaats, waar Anneke een communitygevoel creëerde d.m.v. publieksparticipatie bij het traditionele (en anti-feministische) Daar Was Laatst Een Meisje Loos. Victory Hall bracht me tot tranen met een setje indieliedjes waar ik 15 jaar geleden non-stop naar luisterde (waaronder het briljante lied Tiny Room) en met nieuw werk van de die dag uitgebrachte cassette. LOGOUT verraste met covers van The World of Dust, I am Oak en Queen of the Meadow en natuurlijk ook met zijn eigen gecomprimeerde set. Het podium was open hierna, The Fire Harvest toonde als verrassing hun kunsten en de sfeer was fantastisch.

Op zaterdag nam dit (voor mij) epische proporties aan. Met grote dank aan Arthur voor het geluid in De Kromme Haring en Gibson voor het overnemen van de productie in Studio Patrick. Het eten van De Klub voor 20 man was heerlijk en Thomas was als altijd een fantastische gastheer. Maar het komt niet vaak voor dat je tien kratten bier kado krijgt. Die gingen later op de avond (na de laatste band) in een uur erdoorheen, maar daar komen we later. De avond begon rustig met Garciaphone, waar bij mij de spanning van de avond loskwam. Man, wat was dit prachtig, intiem, intens en goed. Vervolgens rockte Taïfun er in onze volgepakte oefenruimte op los, wat gebeurt er toch veel (moois) in hun liedjes. Queen of the Meadow bracht weer een serene sfeer terug met een van hun mooiste optredens tot nu toe. Breekbaar en overtuigend tegelijk. Hierna speelden we met Combo Qazam een heerlijk losse set, waarna iedereen voor de afsluitende act Naked Shortsellers verzamelde. Daniel & co overtuigden met een punky alt. country set vol eigen materiaal (nieuw en oud) en covers. Goede zet, deze oudgedienden als afsluiter. Hier kwamen de kratten gratis bier van pas en we gingen nog even door met de DJ's van The GNI Collective, trouw het hele weekend achter de draaitafels met toffe rare shit. Er was veel liefde.

Dank aan iedereen voor de aanwezigheid, in je eentje is het ook maar een slappe community. Heel veel dank aan Arthur Duijzers voor het geluid, Ab Al-tamimi voor de kassa en foto's (waaronder deze... wat een talent is het ook), Cees Breuer voor de merch, Don Goean en Cyrill voor de plaatjes, Thomas Geurts en Gijs Van Wiechen voor de gastvrijheid, Gibson Houwer voor alle hulp in Patrick, Anneke Nieuwdorp voor de art zine en neverending support (thuis en in de zaal), Gerard Kollaard voor de foto's en de artiesten voor het spelen: λογκ ουτ, Arno Breuer, Julien Pras, Helen Ferguson, Gerben Houwer, Jacco van Elst, Nicolai Adolfs, Olivier Perez, Gino Wht Miniutti, Boy Ler Utrecht, Leo Meijer...

Stefan Breuer

Je kunt hier meer vinden over de releases op het label:

https://www.tinyroom.nl/

of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

dinsdag 10 december 2019

Two Hands. Big Thief

Na het prachtig dromerige U.F.O.F. levert Big Thief met het stekelige, aardse en intieme Two Hands haar tweede en misschien nog wel indrukwekkendere jaarlijstjesplaat van 2019 af.

Big Thief dook drie jaar geleden op met het geweldige Masterpiece, dat ik goed genoeg vond voor mijn jaarlijstje. Opvolger Capacity was niets minder en ook het vorig jaar verschenen soloalbum van Adrienne Lenker was uitstekend. Dit jaar zet de band uit Brooklyn, New York, echter reuzenstappen. Eerder dit jaar was er het dromerige en wonderschone U.F.O.F. en nu is er het vrijwel direct erna opgenomen Two Hands. Het is een totaal ander album geworden. Two Hands is sober, intiem, broeierig en ruw, maar is net als zijn voorganger van een unieke schoonheid. Het is een album dat je meesleept in de bijzondere wereld van Big Thief, waarna je Two Hands voorgoed wilt koesteren.

Big Thief leverde maar net iets meer dan vijf maanden geleden met U.F.O.F. een album af dat het waarschijnlijk heel goed gaat doen in de jaarlijstjes. En terecht. Het is kennelijk niet voldoende voor de band uit Brooklyn, New York, want deze week verscheen een gloednieuw Big Thief album.
 
Two Hands is zeker geen verzameling restjes van de U.F.O.F. sessies. De band verruilde vrijwel meteen na het voltooien van U.F.O.F. de studio in de indrukwekkende bossen van Washington State in de buurt van Seattle voor een studio in de woestijn bij El Paso, Texas. Samen met technicus Dom Monks en producer Andrew Sarlo, die ook achter de knoppen zaten bij de opnames van U.F.O.F., werd het tweede album van het jaar in korte tijd en vrijwel in één take opgenomen.
 
Big Thief noemt U.F.O.F. zelf haar hemelse album en Two Hands de aardse tegenhanger. Two Hands klinkt inderdaad flink aardser dan de terecht zo bewierookte en heerlijk dromerige voorganger, maar ook de aardse variant van Big Thief steekt in een geweldige vorm. Je hoort goed dat Two Hands werd opgenomen in een intieme setting en dat de songs op de plaat live werden ingespeeld. De rol van producer Andrew Sarlo is kleiner dan op U.F.O.F., al is hij er wel in geslaagd om de intieme songs op Two Hands prachtig ruw te vangen.
 
Ook de omgeving heeft invloed gehad op het geluid op het album. Het in de Texaanse woestijn opgenomen album klinkt loom, sober en broeierig, maar af en toe ook flink ruw. Je voelt de zinderende hitte van de Texaanse woestijn hier en daar, maar ziet ook bijna de mooie sterrenhemel die de band in de kleine uren heeft kunnen bewonderen. Het nieuwe album van Big Thief bevat tien fonkelende sterren en de een is nog mooier dan de ander.
 
Two Hands bevat een aantal wat stevigere songs, waarin de gitaren heerlijk gruizig mogen klinken, maar de meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen. Two Hands is een flink andere plaat dan zijn voorganger, maar ik vind het zeker niet minder goed. Op haar nieuwe album verwerkt Big Thief meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en dat gaat de band goed af.

De instrumentatie op het nieuwe album van Big Thief klinkt stekelig en direct, met incidenteel wat stevigere gitaaruithalen, maar ook wonderschone gitaarloopjes of fraai ondersteunend akoestisch gitaarwerk. Het gitaarwerk staat centraal op het nieuwe album van Big Thief, maar ook het inventieve drumwerk trekt in de wat stevigere songs nadrukkelijk de aandacht.
 
De trefzekere instrumentatie krijgt vervolgens nog wat meer glans door de bijzondere en inmiddels zeer herkenbare zang van frontvrouw Adrianne Lenker. Adrianne Lenker zingt op het eerste gehoor vaak wat onvast, maar haar zang voorziet de songs van Big Thief ook van een bijzondere intimiteit en schoonheid. Zeker de wat rauwere tracks, met hier en daar een echo naar Neil Young & The Crazy Horse overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook de wat meer ingetogen songs op het album winnen snel aan kracht en laten je vervolgens niet meer los.
 
Big Thief presteert momenteel op de toppen van haar kunnen en is de status van cultband dit jaar definitief ontgroeid. Waar we in 2016 en 2017 genoegen moesten nemen met één jaarlijstjesplaat en het in 2018 moesten doen zonder nieuwe muziek van Big Thief (al was er natuurlijk wel de ingetogen soloplaat van Adrienne Lenker), levert de band uit New York in 2019 twee albums af die niet misstaan in de jaarlijstjes (iets dat in de jaren 60 en 70 wel vaker voorkwam, maar nu ongekend is). Ik kan echt niet kiezen tussen U.F.O.F. en Two Hands, maar dat hoeft dat ook niet. Wat een prachtalbum(s) van deze bijzondere band.

Erwin Zijleman

Je kunt Two Hands hier beluisteren en kopen:

https://bigthief.bandcamp.com/album/two-hands-3


of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

maandag 9 december 2019

Skepsels. Het Zesde Metaal

Met de schrille tonen van de stem van Josephine Foster nog in mijn oren zet ik Skepsels van Het Zesde Metaal op. De overgang van de psychedelische freak folk naar de gestileerde klanken van Het Zesde Metaal kan niet groter zijn. En toch hebben beide platen onmiskenbaar hun eigen kwaliteiten.

Mijn kennismaking met Wannes Capelle verliep via Broeder Dieleman in hun samenwerking met cellist Frans Grapperhaus 'Dit Is De Bedoeling'. Hij heeft al meer dan 10 jaar een muzikale carrière met zijn band Het Zesde Metaal. De taal is West-Vlaams, meestal gezongen op een manier dat ik het nog kan verstaan. (In tegenstelling als ik diep in West-Vlaanderen op straat rondloop. We mogen het hetzelfde opschrijven, qua spreken kan het ook Chinees zijn.)

Op Skepsels maakt Het Zesde Metaal muziek die ik in eerste instantie sympathiek wil noemen. Bij afstandelijke beluistering kabbelt het rustig voort. Muziek die meer op de marathon is gericht dan de 100 meter sprint. Vanzelf komt de nadruk dan te liggen op de vocale melodie en de woorden.

Promo foto: Ramy Fouad
Wie meer gaat luisteren, hoort veel fijne en kleine details die zich niet zo zeer opdringen als, in eerste instantie althans, als bij toeval mijn oor in lijken te springen. Een klein piano motief, een mooie overgang naar een andere passage in een song. Het is dan ook op zo'n moment dat ik moet denken aan Meindert Talma's laatste plaat en misschien straks wel magnus opus, 'De Domela Passie'. Net als daar gaat het om de gezongen tekst tot dat ik die loslaat en er zoveel meer blijkt te zijn.

Als ik nog beter luister, wordt Skepsels betoverend. De in eerste instantie vrij vlakke muziek blijkt een zacht wuivende, gelaagde massa. Zoals ooit een groot kiezelbed in het SMAK in Gent bleek te golven voor wie er iets langer naar keek. Zo verrassend is Skepsels. Het album toont een ontzettende volwassenheid, die de muzikanten in staat stelt het beste uit zichzelf naar boven te halen. En dat zonder dat iemand de show hoeft te, laat staan moet stelen. Men ondersteunt de stem en de teksten en creëert ondertussen een zeer spannende wereld. Skepsel is een genot om naar te luisteren.

Wo.

Je kunt Skepsels hier kopen:

http://www.undayrecords.be/news/het-zesde-metaal-skepsels-out-now


of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

zondag 8 december 2019

The Bullfight and The Sweet Release of Death live. Patronaat Café Haarlem, Friday 6 December 2019

Photo: Wo.
Can a contrast between two bands be bigger than between the two performing in the café of the Patronaat on this evening? Of course it can, but there is no bridge wide enough to cover this distance. There should have been one, The Fire Harvest. Unfortunately the band had to cancel. In March when I had a ticket to a show of the band, I had to cancel due to being indisposed. Perhaps it is just not meant to be and I will have to enjoy the band solely on record. Let's go back to what I did see/hear.


The Bullfight
When I entered the café the band was working to get the sound on stage right. In the venue itself it already sounded crystal clear. This is an element totally unknown to people not playing in a band. If the balance on stage is wrong it has negative effects on the performance. No matter how often you practice, it is impossible to play an outstanding show if you can't hear yourself in perfect balance to the others. Not to speak of singing harmonies.

The Bullfight is touring on the back of its excellent new album or better the Gesamtkunst called 'Eggs & Marrowbone' is. This night the music stood central but the art book was present at the stand. Musically the band is able to create an extremely intense mood that accompanies the intense lyrics about murder in various ways, the theme of the new album and some older songs as well. Playing against a red, ceiling high draping, I was expecting to see a dancing midget coming out of the draping and agent Cooper sitting dazed and confused in a chair. The music at times would have been totally fitting that famous 'the red room' scene.

Photo: Wo.
With the music perfectly balanced it was possible to hear every note and every word. The interacting between the two singers, the lead notes on violin or piano, the mostly soft played, brushed drums, the upright bass and the guitar. Together they changed the mood from mysterious to lyrical or soft and delicate to a harsh explosion, all underscoring the things going on in the lyrics. During the song about the killing village priest singing doo-da-da after his abuse and then killing, the band members couldn't hold their laughter during the doo-da-da section which is so estranging to what went before. How the priest met his fate is quite surprising, although I could have imagined a final verse with the devil singing doo-da-da and an into hell descending priest.

The music is influenced by all sorts of music long presaging the era of modern pop music. Played this way it becomes the perfect kind of pop able to sway people and move them in unpredictable and uncertain ways. To sum up, this was a perfect show. The Bullfight is a must see band.

Photo: Wo.
The Sweet Release of Death
Haarlem personality Mr. Weird Beard opened the show with a poem and the second performance with a fantastic collaboration as if band and MC were doing this for years. Mr. Weird Beard told a story about a friend who called him to say that his father was seriously ill, to slowly weave the personal story into the name and announcement of the band. The band behind him in the meantime from the outset started to produce sounds. The bass player repeating a single note in a time that lay ages apart, while in between producing more and more sounds that sang around more and more, slowly gaining more attention and loudness. The guitarist looped sounds he made on and through his guitar. Towards the climax of the story sounds started to escape, as if out of control. No longer containable within the loops that were going round and round with new sounds added. When the MC reached the name of the band all sounds stopped and bass player Alicia started strumming her bass in a one chord position in a tempo that was relentless for player and audience. The drummer kicked in and there was no returning from that moment onwards.

It was not difficult to imagine a torture chamber in Iraq with this music on louder than loud for hours on end with people in their prison cells slowly but surely going completely crazy. I imagined a tiger in a cage, slowly but surely trying to find the way out, contemplating revenge on each and every one in front of its way to the exit. This is how some sounds The Sweet Release of Death produced seemed to behave. They were constrained within a song structure they did not want to belong to. While the drummer pounded away keeping it all together, the bass being supertight or producing feedbacking sounds, it is the guitar that plays through God knows what effects all set to the extreme to produce sounds that can only be derived at after countless hours of testing, playing with knobs, joining in another stomp box and see what happens. All subtlety disappears even when a few single notes seem to be played in a tempest of sounds flying and flowing through the room. Sounds created now or somewhere before, repeated over and over in the loop.

Photo: Wo.
I haven't got a clue which songs the band played. I was part of a sonic onslaught that was simply impressive.

The beautifully contrasting title of the album, 'The Blissful Joy Of Living', is underscored by the artwork of the album. The LP is totally white, reminding me of the photo's of the funeral of either prince Hendrik or queen Emma in 1934. The cover of the album isn't smooth but a little rough, the writing in grey pencil. Having bought the LP before the show, I noticed the stark contrasts while unpacking. The only written communication on the LP itself is on the label on the side containing no music, 'Joy' it reads, in grey pencil. A lot of thought went into the artwork that at first looks almost primitive. It is in the fine details The Sweet Release of Death shows the joy being alive can bring to humans. The band scored another point with me.

I can totally understand that a live show can be too much for many people, the record is another one of the fine albums produced in this country in 2019, no matter how hard in your face it is.

Wo.

You can listen to and buy music of The Bullfight here:

http://brandyalexander.nl/index.php/bar-shop

and of The Sweet Release of Death here:

https://thesweetreleaseofdeath.bandcamp.com/album/the-blissful-joy-of-living


or listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

zaterdag 7 december 2019

All The Leaves Are Gone. Josephine Foster and the Supposed

For those wanting to listen to this album after reading this review, it comes with a warning. The voice of Josephine Foster is not your everyday run of the mill female voice. There's no singing in the choir here. It joins traditional British folk singing with a shrillness that will not be for everyone. Those who persevere or simply like her singing find an album filled with music that experiments in ways with folk music that I can plainly state that it leaves the idiom behind for wilder climes.

Having to describe the music to make you understand a little more, at first I find having difficulty to do so. On the one hand the music a totally traditional. An acoustic guitar accompanies Ms. Foster's voice in a fully, to be expected way. Her quivering voice may meander off the beaten track a little but that is it. Until the accompaniment of The Supposed kicks in. Together they are able to completely derail the song or at a minimum take it into a totally different direction. Sometimes this happens at the very start of a song, like in 'Jailbird (Hero Of The Sorrow'). There's no holding back anything here. The Velvet Underground? Certainly I can hear traces of that late 60s band. It was also able to play beyond the limits of folk music (and so much more of course). In this song Josephine Foster and the Supposed go off onto at best semi-chartered inroads of alternative rock. With a large jangle injection this song rocks in the strangest of ways. By then the role guitarist Brian Goodman plays on both faces of this record will have been noticed by you. It seems he can do anything.

Usually a song starts straightforward only to surprise the listener later on. Unsuspecting listeners will even be caught off guard. Listen though and you will find the pearls. I love the way 'Worried And Sorry' changes with the frivolous guitar part, reminding of The Byrds. Musically this last band is somewhat of a reference, e,g, its psychedelic 'Eight Miles High'. I have the inclination to start singing without hearing it. It is the mood and experimentation Josephine Foster captures. It is here that I found the other hand: the experimenting within the structures of the song, until every boundary is lost.

Promo photo
It is surprises like these that won me over and start writing. (I faintly remembering switching the album off somewhere in the second song the first time I was listening.) Not to forget the surprise I felt when listening the second time.

Unlike recently with Kristin Hersh, this time I did open the accompanying information supplied by the record company. All The Leaves Are Gone is a re-release from 2004. To me it makes no difference as it is brand new, as an experience. And that this album is. Nothing happens like I would expect it to. The band isn't even from the U.K. but the U.S. As a whole it is an experience. One that I get to appreciate more and more delving deeper into the album and minding Josephine's Foster's voice less and less, in fact liking it more and more. It blends perfectly with the music she makes together with Brian Goodman and Rusty Petersen. Together they can lay low and cook up a storm. An exceptional record in many ways.

Wo.

You can listen to and buy All The Leaves Are Gone here:

https://josephinefostermusic.bandcamp.com/album/all-the-leaves-are-gone


or listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

vrijdag 6 december 2019

All Right, All Night. Garrett T. Capps

Één jaar na zijn vorige album is Garrett T. Capps alweer terug met een portie wederom volstrekt onweerstaanbare “space country”.

Voortborduren op de goed gevulde archieven van de 60’s en 70’s countryrock en toch ook vernieuwen. Het valt niet mee, maar Garrett T. Capps doet het. De Texaanse muzikant verrijkt zijn “space country” met een lekker vol geluid en hier en daar wat bezwerende synths. Het klinkt niet alleen net iets anders, maar ook bijzonder lekker. All Right, All Night is een album met een heerlijke flow en het is een flow waarin je alleen maar mee kunt gaan. In muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten op het album, maar ook in tekstueel en vocaal opzicht zet de Texaanse muzikant een prima prestatie neer, zeker wanneer de jonge Carson McHone mag meezingen in een bloedstollend mooi duet. Prachtplaat weer van deze Amerikaanse muzikant.

Een jaar geleden maakte de Texaanse muzikant Garrett T. Capps een onuitwisbare indruk met zijn album In The Shadows (Again). De Amerikaan borduurde op dit album met zijn countrymuziek voort op de countryrock uit de jaren 60 en 70, maar gaf ook een eigen draai aan al deze invloeden uit het verleden in wat hij zelf “space country” noemde.
 
De muzikant uit San Antonio, Texas, heeft kennelijk over inspiratie niet te klagen, want er ligt alweer een nieuw album van Garrett T. Capps in de winkel. Ook op All Right, All Night maakt Garrett T. Caps rootsmuziek met een hang naar het verleden, maar ook dit keer heeft hij zijn muziek voorzien van een eigentijds tintje.
 
De “space country” van de Texaanse muzikant klinkt ook op zijn nieuwe album weer erg lekker. All Right, All Night is voorzien van een lekker vol geluid, waarin de instrumenten bijna over elkaar struikelen. Het is een geluid dat herinnert aan de countryrock van een aantal decennia geleden en zeker aan de countryrock die werd verrijkt met invloeden uit de psychedelica.
 
Helemaal nieuw is de “space country” van Garrett T. Capps overigens niet, want in de praktijk zijn de verschillen met de “Cosmic American Music” van onder andere Gram Parsons niet zo heel groot (het verschil zit met name in het gebruik van de synths). Garrett T. Capps sluit met zijn muziek bovendien ook aan bij die van hedendaagse countryhelden als Chris Stapleton, Jason Isbell, Sturgill Simpson, Tyler Childers en Brent Cobb.
 
Toch weet All Right, All Night zich wat mij betreft vrij makkelijk te onderscheiden van de meeste andere rootsalbums van het moment. Zijn Texaanse country klinkt net wat rauwer dan die uit Nashville en de muziek van Garrett T. Capps klinkt door de spacy invloeden ook net wat zweveriger.
 
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant heeft bovendien een geluid waarin je alleen maar wilt verdrinken. De ritmesectie staat als een huis, het gitaarwerk waait heerlijk breed uit en de bijdragen van onder andere viool, pedal steel en accordeon vullen alle gaten prachtig op. Het al behoorlijk volle geluid wordt afgemaakt met een subtiel laagje synths, dat de muziek van Garrett T. Capps definitief onderscheidt van die van al zijn soortgenoten.
 
De muzikant uit San Antonio schrijft ook nog eens lekker veelzijdige songs en vertelt mooie verhalen. In de meeste songs op het album ligt het tempo laag en betoveren de muzikanten rond Garrett T. Capps met benevelende klanken, maar hier en daar wordt de gashendel flink opengedraaid. Het lome en zweverige geluid past prima bij de zeer aangename vocalen, waarin zo nu en dan de voor het genre typerende snik opduikt.
 
De vergelijking met de muziek van Gram Parsons is al eerder voorbij gekomen en duikt nog wat nadrukkelijker op wanneer Garrett T. Capps samen met Carson McHone (luister zeker eens naar haar eerder dit jaar verschenen prachtdebuut Carousel) tekent voor een ballad die herinnert aan de hoogtijdagen van Gram Parsons en Emmylou Harris. Het is de kroon op een album dat minstens net zo overtuigt als zijn voorganger en Garrett T. Capps wat mij betreft definitief schaart onder de smaakmakers van de rootsmuziek van het moment.

Erwin Zijleman

Je kunt All Right, All Night hier beluisteren en kopen:

https://garretttcapps.bandcamp.com/


of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

donderdag 5 december 2019

Kairos #110. September 2019, Concertzender.

Another month, another Kairos. At least that is the way it is supposed to be, but our Wo. is still running behind and matters only seem to become worse with all the travelling and stuff in the job he actually gets paid for. One day it will all be caught up with. So let's see what Wo. found out, perhaps even learned from September's Kairos.

Familiar notes change into atmospheric sounds and high sounding synth notes. This blend between 70s synthesizer act Absolute Elsewhere and Pink Floyd turns out to be a re-acquaintance with Harrold Roeland. Absolutely more atmosphere than music in the traditional sense, it holds also some Arabic/eastern Europe sort of vibe in its undertones.

This mood is strengthened when Minco Eggerman is mixed into the atmospheric music. Whether the voice is isolated from the original music I cannot tell. It flows naturally into 'Melisma & Gurian' from Eggeman's album 'Kaykasia', that featured on this show before.

Those following this blog closely know that nepotism knows no end on this show, but .No now even features recordings by himself. Where will this end? In this case with mysterious sounds like a steamtrain rolling by yet different and more modern in reproduction of the sound.

Jane Weaver also returns to Kairos. This time with one of the songs from her latest, remix album on which she sings. Many songs are fully electronic reworkings of existing songs. Here the original is still discernable. Somewhere .No has been remixing 'Cells' as well. "Slightly adapted" is a nice euphemism for this. Joking aside, 'Cells' is a beautiful song, showing one of the many sides of Ms Weaver. An artist who is not afraid of challenging herself and to go in search of what is possible within and beyond her music. Come what may.

Benjamin van Leer returns also. 'Ten Steps Without A Pace' is another track from his album 'I Am Error'. The beginning sounds like a record so scratched that it is beyond saving. Bloody irritating actually. The sparse piano chords are accompanied by higher sounding individual notes, played much faster. The mood is slowly brought forward as more music is added to the originally slow composition. It changes the whole outlook of the song. The scratching remains and is accompanied by all sorts of noises that become more and more predominant. As if the whole record is slowly caving in on itself, while the needle is still in the groove. An extremely weird effect.

Somewhere there is a change to Edgar Wappenhalter, sorry, I did not make up this name. This extremely lo-fi recording holds a recording of a poem by William Wordsworth (1770-1850). "What are words worth?", to quote Tom Tom Club. This does sound sort of special. The music is just a repetition of the same little piece over and over and yet it clearly has something making it special.

According to the time tracker Kairos ought to have been for  a fewminutes in 'Gat Van Pinten II' already, the long atmospheric composition by Broeder Dieleman on his latest, double album 'Komma'. The birds were there every once and again. Wappenhalter slowly fades to give ground to sounds of Zeeuws-Vlaanderen. The field recordings made by Dieleman and put into a whole with the long held droning notes behind them. The second album of 'Komma' is not something to listen to each and every day but I never fail to be somehow deeply impressed and sometimes even moved because of it. Where most atmospheric music on Kairos doesn't touch, even reach me at all, Broeder Dieleman does with his scratching, haltingly fragmented sounds. Why?, I can't even start to explain the why, but do not need to. It is the wrong question. 'Gat Van Pinten' somehow resonates within me, so I usually have no problem at all to listen to it, albeit at the right moment, like right now. Broeder Dieleman has created a universe of his own and has a record label daring to release this universe, as a book, including all the photo's, the album, the work of art 'Komma' is.

Dieleman ends with a spoken word piece in a dialect that I can't understand. It abruptly ends for a high singing man. Iceland is where we travel to. Ásgeir does not sing naturally. His voice is treated in several ways it seems. The same goes for his music. 'Fennir Yfir' does its best to hide the beauty it contains and utterly fails in doing so. The singing reminds me of Antony (Anohni nowadays?). I also seem to remember that Ásgeir's father either writes or translates the lyrics into English. It is inconsequential to the end result. This is mysterious music but mainly because of the way the music is halted and started and all without stopping the flow of 'Fennir Yfir' in any way.

The stop is abrupt for Kairos. A moment that a song ends and starts so clearly defined is a huge exception on this show. We move on to an untitled private recording by Tilo Baumheier & Michael Stratz. Two names, I think, we have had come by on Kairos before. Let me call the music experimental. There's a didgeridoo involved, a flute but that is about all I can make of this.

A guitar weaves into the atmospheric sounds and a female voice starts singing. This must be a new song and it is. Vanishing Twin returns to Kairos with 'You are not an island'. (Now who wrote the line 'No man is an island'? No, not Wordsworth but John Donne (1572 - 1631).) The slow meandering song takes us further into the program in an extremely pleasant way. A faint trace of Van Morrison can be found in this music. Faint but certainly discernable. Another influence seems to be 'You And Your Sister', This Mortal Coil's cover of the Chris Bell penned song. Chris Bell being of Big Star of course. That band that should have been huge in the first half of the 70s, only to become a band's band from the 90s onwards.

Weird sounds take over from the meandering voice of Vanishing Twins' singer. A violin is involved as well but overall things seem to derail here. Ah, Laurie Anderson, the woman who once tried to wake with her hitsingle 'O, Superman' on a morning around 1982 or so; and did not succeed as I sped off into a few nightmares involving an ayatollah in Iran. How long they took, is impossible to know (had I only looked at the time displayed on the alarm radio or remembered doing so). Fact is my conscious told my unconscious that it was Laurie Anderson I was hearing and it was time to leave Iran and wake up. Like 'O, Superman' I would not dare to call 'CNN Predicts a Monster Storm' music. The participation of Kronos Quartet not withstanding. It is wildly imaginative, at times even powerful for sure but music? Nay.

It becomes clear that in the meantime while writing the program has moved on into another piece that is not exactly identifiable as music either. 'A Renewed Awareness of Home' by Yui Onodera & Celer is more meditative. Despite the unrest that is created by the Japanese, incidental sounds and then voices, the undercurrent is contemplative. Until the voices really take over that is. They create their own chant but is (too) disruptive to the previous mood to succeed in keeping me in a contemplative mood. Before this I was typing nearly subconscious I noticed, my mind one with what I am hearing, my fingers one with my thoughts, uninterrupted, hardly thinking, just a free flow of thoughts put into words. The noise that ends this contribution is even more disruptive. What to make of it?

Jherek Bischoff has not only featured on Kairos before. In adapting Bowie's Blackstar for the Stargaze orchestra he even made the pages of this blog by himself. He moves into the noise created by Ondera and Celer with slow, sure sounding notes. long drawn violins but also still a lot of disruption that is repeated over and over in the semi-background. What is what? I have no way of telling. Is it all Bischoff undermining his violin work himself or does .No do this by mixing two works together. I just don't know. It could be either, but to my ears tell me the two just do not belong together. The violins are too traditional in sound for the modern sounding whatevers.

As the whatevers move along into the final track, I suspect the mixing to be the truth here. I Am Oak's single 'Hollow Cove' from his beautiful album 'Osmosis' is allowed to close the September Kairos. It fits beautifully at the end I notice, as if the weirdness I heard before is only an introduction to 'Hollow Cove'. Just one of the extremely strong songs on 'Osmosis', an album very much worth checking out.

Wo.

You can listen to this Kairos here:

https://www.concertzender.nl/programma/kairos_522279/

or listen to playlist on Spotify:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g


This is this month's playlist:


00:00  Harrold Roeland Lentebloesem. Album ‘Ceres OST’. Self-released.
02:05  Minco Eggersman. Melisma & Gurian. Album ‘Kavkasia’. Volkoren 73
03:55 Trychlerumzug. Private recording Wino Penris.
04:15  Jane Weaver. Cells (slightly adapted by Wino Penris).
Album ‘Loops in the Secret Society’. Fire records.
08:56  Benjamin van Esser. Ten steps without a pace.
Album ‘I am Error’. LAK Unlimited.
13:27  Edgar Wappenhalter. I travelled among unknown men (W. Wordsworth).
Morc #57.
14:41  Broeder Dieleman. Gat van Pinten II. Album ‘Komma’. Snowstar Records.
27:10  Ásgeir. Fennir Yfir. Album ‘Afterglow’. One Little Indian Records TPLP1319CDP.
30:54  Tilo Baumheier & Michael Stratz. Untitled fragment. Private recording.
35:07  Vanishing Twin. You are not an island.
Album ‘The Age of Immunology. Fire records.
41:30  Laurie Anderson. CNN Predicts a Monster Storm. Laurie Anderson & Kronos Quartet.
Album ‘Landfall‘. Nonesuch Records 7559-79338-9.Kronos Laurie.
44:14  Yui Onodera & Celer. A Renewed Awareness of Home.
Album ‘Generic City’. Two Acorns 2A01. 
53:11 Jherek Bischoff. Cas(s)iopeia. Album ‘Cistern’. LEAF.
56:29  I Am Oak. Hidden Cove. Single. Snowstar Records.

woensdag 4 december 2019

Deceiver. DIIV

It's been a while since I heard a record like Deceiver. The singing reminds me of the two best albums by Teenage Fanclub from the mid 90s, starting with 'Thirteen'. The playing holds these elements as well but also has this noisy edge making Deceiver certainly more in your face than Teenage Fanclub ever was.

It is the mix that appeals to me. The pop element mixed with a shoegazing The Cure element without a fear to erupt unexpectedly into a fiery noise that obfuscates the melody to all but the intensive and attentive listener who has no difficulty following it.

Deceiver is DIIV's third full length album. You can find both other albums on this blog. Starting with 'Oshin' in 2012, followed by 'Is The Is Are' in 2016. I seem to have forgotten the existence of album 2. I do know that 'Oshin' is nice but does not hold its ground compared to Deceiver. This album holds so many more layers, surprises and plain depth that it is in a DIVV league of its own and competes with the finest albums of 2019.

Singer and songwriter Zachery Cole Smith reportedly fought and tackled some of his demons over the past years. Alas perhaps, struggle and strive inspire many artists. It certainly seems to go for Cole Smith. Deceiver is an inspired album. Together with his band mates Andrew Bailey, Colin Caulfield and Ben Newman he presents an album that is as dreamy as it can be direct. Somehow this album manages to appear as if the music is dragged through a tick layer of molten tarmac, while sparkling at the same time. Sadness with bright rays of sunlight. All combined with an indirect directness, going for the goal for sure. Records that manage to balance these qualities are often the best ones, with loads to discover as well. Deceiver holds all this and more.

This album does not need more words. If a little sadness makes you musically happy and your ears can stand the odd explosion of guitars and drums Deceiver is your album. One of the best guitar albums of 2019 easily.

Wo.

https://diivct.bandcamp.com/album/deceiver


or listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

dinsdag 3 december 2019

Gazing Globe. Outer Spaces

Outer Spaces betovert makkelijk met een heerlijk zonnige en buitengewoon lekker klinkende mix van Fleetwood Mac pop en 90s jangle pop.

Het tweede album van Outer Spaces lag heel lang op de stapel, maar toen ik er eindelijk de tijd voor nam, was ik binnen een paar minuten verkocht. De Amerikaanse band heeft een goed gevoel voor tijdloze 70s pop, maar heeft ook een zwak voor 90s jangle pop en nog veel meer. Het levert een heerlijke gitaarplaat op, die buitengewoon aangenaam, maar ook voldoende eigenzinnig klinkt. De perfecte mix van Fleetwood Mac en 10,000 Maniacs, met een vleugje 90s indie-rock en nog wat subtiele toevoegingen. Gazing Globe is grotendeels genegeerd dit jaar, maar verdient echt alle aandacht.

Ergens aan het begin van de zomer verscheen Gazing Globe, het tweede album van de band Outer Spaces. Het debuut van de band, die werd geformeerd in Athens, Georgia, maar die inmiddels vanuit Baltimore, Maryland, opereert, heb ik in 2016 gemist, terwijl het tweede album verscheen in een week met nog flink wat interessante releases. Gazing Globe verdween daarom snel op de stapel, maar ik ben blij dat het album daar deze week toch nog van af is gekomen.
 
Het tweede album van de Amerikaanse band past immers prima bij de herinnering aan de laatste dag van het jaar waarop de temperatuur nog in de buurt van de twintig graden kwam en dat gevoel hou ik graag nog even vast.
 
Toen ik Gazing Globe uit de speakers liet komen, moest ik onmiddellijk denken aan Fleetwood Mac in haar beste jaren. De stem van frontvrouw Cara Beth Satalino heeft wel wat van die van Stevie Nicks en ook de melodie en de instrumentatie van de openingstrack zouden niet hebben misstaan op de albums die Fleetwood Mac halverwege de jaren 70 uitbracht.
 
AllMusic.com hoort hiernaast ook wat van voormalige stadgenoten R.E.M. in de muziek van Outer Spaces, wat absoluut herkenbaar is, al hoor ik zelf veel meer van 10,000 Maniacs, dat gelijk met R.E.M. haar grootste successen vierde. Het is een mooie combinatie van invloeden. Outer Spaces verleidt aan de ene kant genadeloos met gloedvolle popmuziek met een hang naar de jaren 70, maar laat ook voldoende eigenzinnigheid horen.
 
Wanneer Outer Spaces wat eigenzinniger klinkt, wordt de muziek van de Amerikaanse band wat ruwer en rammelt het wat meer. Bovendien duiken er in dat geval wat meer invloeden uit de jaren 90 op, maar Gazing Globe is net zo makkelijk een kind van de jaren 70 of 90 als een kind van deze tijd.
 
Het geluid van de band wordt vooral gedragen door gitaren, die zo veelkleurig klinken als je op basis van het bovenstaande mag verwachten. Het wordt gecombineerd met de overtuigende zang van Cara Beth Satalino, die zo zwoel en verleidelijk kan klinken als Stevie Nicks, maar ook zo geëngageerd als Natalie Merchant of zo meisjesachtig als Juliana Hatfield.
 
Outer Spaces schakelt makkelijk tussen 70s pop, jangle pop, power pop en indie-rock en voegt hier en daar ook nog wat invloeden uit de psychedelica toe aan haar muziek. Gazing Globe is vooral een gitaarplaat, maar een enkel accent van een saxofoon of een viool zorgt voor voldoende variatie.
 
In muzikaal en vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar het tweede album van Outer Spaces staat ook nog eens vol uitstekende songs. Het zijn songs die Cara Beth Satalino vooral schreef na het tijdelijk stopzetten van haar relatie met mede-bandlid Chester Gwazda, wat het album van de spanning voorziet die ook Rumours van Fleetwood Mac naar grote hoogten tilde.
 
Gazing Globe van Outer Spaces zal het succes van Rumours nooit benaderen, maar het is zeker een album dat meer aandacht verdient dan het tot dusver heeft gekregen. Luister naar het tweede album van de Amerikaanse band en niet alleen de zon gaat schijnen, maar ook de fantasie wordt geprikkeld. Iedereen die nieuwsgierig is naar een mix van Fleetwood Mac, R.E.M. en 10,000 Maniacs moet zeker gaan luisteren, maar ook een ieder die reentelijk Two Hands van Big Thief heeft omarmd, moet het eerder dit jaar verschenen album van Outer Spaces zeker een kans geven.

Erwin Zijleman

Je kunt Gazing Globe hier beluisteren en kopen:

https://outerspaces.bandcamp.com/


of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

zondag 1 december 2019

Swimming In Thunderstorms. Fischer-Z

Fischer-Z maakte in een ver verleden drie prachtige albums op rij en herhaalt dat kunstje vele jaren later met de release van het geweldige Swimming in Thunderstorms.

Na meerdere mislukte comebacks dook de Britse band Fischer-Z vier jaar geleden op met een ijzersterk album. Na een nog wat betere opvolger trekt de band rond John Watts de lijn nu door op het prachtige Swimming in Thunderstorms. Ook op het nieuwe album van de band hoor je weer flarden van het zo herkenbare Fischer-Z geluid uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar de tijd heeft natuurlijk niet stil gestaan. De stem van John Watts klinkt iets kwetsbaarder, maar zijn pen is nog altijd vlijmscherps. Het nieuwe album bevat een serie geweldige songs, die allemaal net iets anders klinken, maar stuk voor stuk zijn voorzien van de zo bijzondere Fischer Z twist.

Met Word Salad (1979), Going Deaf For A Living (1980) en Red Skies Over Paradise (1981) maakte de Britse band Fischer-Z drie albums die ik schaar onder de betere albums van de late jaren 70 en vroege jaren 80. De band timmerde met name in Nederland stevig aan de weg, maar na drie uitstekende albums was de koek helaas op.
 
Voorman John Watts, die met zijn uit duizenden herkenbare stem het geluid van Fischer-Z voor een belangrijk deel bepaalde, begon aan een solocarrière, die in artistiek opzicht veelbelovend begon, maar in commercieel opzicht compleet mislukte.

Pogingen om Fischer-Z nieuw leven in te blazen mislukten keer op keer, tot de band in 2015 opdook met het uitstekende This Is My Universe, dat wel weer in de buurt kwam van de eerste drie albums van de Britse band. Het kunstje werd herhaald op het twee jaar geleden verschenen Building Bridges, dat nog net wat overtuigender was dan zijn voorganger. Met Swimming In Thunderstorms voltooit de band rond John Watts nu de tweede serie van drie uitstekende Fischer-Z albums.
 
Ook op Swimming In Thunderstorms horen we weer het typische Fischer-Z geluid en het is een geluid dat de tand des tijd uitstekend heeft doorstaan. Natuurlijk is er flink wat veranderd sinds de vroege jaren 80. John Watts haalt de hoogste noten niet meer zo makkelijk als een aantal decennia geleden en zingt hierdoor net wat lager dan in de jonge jaren van de band, overigens zonder zijn zo karakteristieke geluid te verliezen.
 
Wat verder is gebleven is de grote variëteit. Het knappe van Word Salad, Going Deaf For A Living en Red Skies Over Paradise was dat de band in iedere song weer anders klonk en dat geldt misschien nog wel in sterkere mate voor de laatste drie albums van de band. John Watts is altijd een groot songwriter geweest en is het kunstje nog niet verleerd. Swimming In Thunderstorms staat vol tijdloze popsongs en het zijn stuk voor stuk popsongs waarin John Watts zijn kunsten als songwriter etaleert. De Britse muzikant citeert veelvuldig uit de rijke historie van de popmuziek, maar voegt ook een bijzondere twist toe aan zijn songs. In zijn teksten is John Watts nog steeds vlijmscherp en worden niet alleen prachtige verhalen verteld, maar ook misstanden aan de kaak gesteld, wat de songs op Swimming In Thunderstorms voorziet van urgentie.
 
Op het nieuwe album werkt John Watts met een wat grotere band, waardoor een wat voller maar ook hechter geluid is te horen. Swimming In Thunderstorms bevalt me daarom nog net wat beter dan zijn twee voorgangers en behoort in het oeuvre van Fischer-Z tot de allerbeste albums. John Watts schreef maar liefst 14 songs voor zijn nieuwe album en zwakke songs zitten er niet tussen. Op Swimming In Thunderstorms is er relatief veel ruimte voor meer ingetogen songs, waarin de John Watts prachtig kwetsbaar klinkt, maar ook de flirts met pop en reggae die altijd deel hebben gemaakt van het geluid van Fischer-Z zijn op het nieuwe album te horen.
 
Fischer-Z was dankzij drie klassiekers lange tijd een mooie herinnering uit het verleden, maar met This Is My Universe, Building Bridges en Swimming in Thunderstorms staan er nu drie albums tegenover die er niet voor onderdoen en hopelijk zit er dit keer wel meer in het vat. Tot het zover is valt er genoeg te ontdekken op het werkelijk prachtige Swimming In Thunderstorms.

Erwin Zijleman


Luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

 

vrijdag 29 november 2019

Wooden Soldiers. Wooden Soldiers

It was somewhere late summer that I was alerted to the coming of this album. The songs I was allowed to hear showed real promise and I can only say that this promise is totally fulfilled. 'Wooden Soldiers' is a rich album showing a few sides to this Utrecht based band that are very much worth while spending time with and to get to know intimately.

Wooden Soldiers has released two EPs in the past few years but was unknown to me until I listened to that first link. So let me first introduce the band: Frank Wolff sings and plays guitar, Agnes Loonstra sings and plays synthesizer, Nora Iburg sings, Jan van der Hoeven plays bas, Bart van Gemert drums and Marthe Lasthuis violin. Late in 2019 it is time to really show how good the band is.

Musically 'Wooden Soldiers' starts from a folk idiom. It is only a starting point as the band is keen to show its melodic strength at every single opportunity. The lead voice alternates between male and female, the harmonies are stooped in the example CSN&Y have set for the world. Wooden Soldiers is not afraid to pick up this standard and get to work with it to make its own songs so much stronger and interesting.

The songs on 'Wooden Soldiers' are never exuberant. There's always a hint of sadness woven in there. A kind of sorrow that the power of music cannot conquer. What the music can do is make the sorrow seem larger and ever present, with as result music that touches the listener with ease. The voices of Wolff, Loonstra and Iburg underscore this mood.

It is through the use of drums and bass Wooden Soldiers beefs up its music. At the right moments its songs get a good kick making them come alive and sparkle despite the somewhat glum overall mood. Due to the use of a mandolin and violin and way of singing the folk remains present, the rhythm section makes the songs verge towards a solid form of folk rock.

At the beginning of this week I wrote about Laïs and how this band developed into many directions, leaving traditional folk far behind. Wooden Soldiers regularly manages to do this on its debut album. 'Wooden Soldiers' may have a dark streak, but anyone listening to 'Garden Part 2' will find that joy and lust for life are baked into this music. The beginning of the next song, 'My Name', is so strong that anyone doubting this album has to become convinced of how good it is. Beauty is what 'My Name' is. And just wait for that song ending it all, 'I Do'. So silken soft and bittersweet it is, so moving.

Summing up, 'Wooden Soldiers' is an album that has won me over. The quality is convincing, the variation between the songs excellent and the music and singing a joy to listen to. An extremely nice autumn surprise.

Wo.


Listen to our Spotify Playlist to find out what we are writing about:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

donderdag 28 november 2019

Badbea. Edwyn Collins

Edwyn Collins is al heel wat jaren een cultheld, maar leverde eerder dit jaar een prachtalbum af dat in brede kring erkenning verdient.

Met zijn band Orange Juice maakte Edwyn Collins een drietal albums die behoren tot de vergeten klassiekers van de jaren 80 en ook zijn soloalbums kregen niet allemaal de waardering die ze verdienen. De single A Girl Like You leek alles te veranderen, maar een zware hersenbloeding wierp de Schotse muzikant ver terug. Eerder dit jaar verscheen Badbea en wat is het een sterk album. Edwyn Collins stapt op zijn nieuwe album met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en door genres, maar alles wat hij op Badbea aanraakt verandert in goud. Prachtalbum van deze Schotse cultheld. 

Edwyn Collins stond in de tweede helft van de jaren 70 aan de basis van de Schotse band Orange Juice. De band uit Glasgow dook op in de gloriejaren van de punk, maar moest zelf niet zo veel hebben van het genre, waardoor direct succes uitbleef.
 
Toen de band in 1982 dan eindelijk haar debuut uitbracht sloot de muziek van Orange Juice wel aan bij die van de op dat moment grote bands. Luister naar You Can't Hide Your Love Forever (1982), Rip It Up (1982) en The Orange Juice (1984) en je hoort de romantische en dansbare new-wave die de jaren 80 kleur gaf.
 
Orange Juice bleef ondanks haar drie geweldige albums helaas altijd een cultband, waardoor het doek voor de band viel voordat we aan de tweede helft van de jaren 80 begonnen. Edwyn Collins keerde pas aan het eind van de jaren 80 terug met het uitstekende soloalbum Hope And Despair, maar wist zich nog steeds niet te ontworstelen aan de culstatus. Dat lukte uiteindelijk in 1994 met het album Gorgeous George en vooral met de single A Girl Like You, die de Schotse muzikant eindelijk de erkenning opleverde die hij al zo lang verdiende.
 
In 2005 werd Edwyn Collins getroffen door een ernstige hersenbloeding en lange tijd was het de vraag of de Schotse muzikant voldoende zou herstellen om ooit weer muziek te maken. Twee jaar later keerde hij gelukkig terug en sindsdien levert de muzikant uit Glasgow met enige regelmaat nieuwe albums af. Het zijn albums die ik lang niet allemaal in de kast heb staan, maar het in 2010 verschenen Losing Sleep is een prachtalbum.
 
Ook het dit voorjaar verschenen Badbea verdween om onduidelijke redenen weer op de stapel, maar toen ik het album onlangs eindelijk eens goed beluisterde was ik direct verkocht. Badbea is een typisch Edwyn Collins album en het is een album vol geweldige songs.
 
De Schotse muzikant maakt muziek die zich laat inspireren door een aantal decennia popmuziek en beperkt zich zeker niet tot één genre. Het levert een rijk en gevarieerd album op dat steeds weer opvalt door een zeer smaakvolle instrumentatie, door songs die onmiddellijk een onuitwisbare indruk maken en door de bijzondere stem van Edwyn Collins, die zich heeft ontwikkeld tot een crooner met een geheel eigen geluid.
 
Badbea is het soort album waar Morrissey momenteel een moord voor zou doen en ook muzikanten als Nick Lowe, Jarvis Cocker, Peter Perrett, Lloyd Cole, Richard Hawley en Robert Forster zich niet zouden schamen voor een album van dit niveau, integendeel.
 
Het is knap hoe Edwyn Collins op Badbea schakelt tussen genres. Het ene moment citeert hij uit de catalogus van de grote crooners van de jaren 60 of uit het oeuvre van zijn eigen Orange Juice, maar het volgende moment verrast hij net zo makkelijk met de meest punky song die hij ooit heeft gemaakt, met soulvolle klanken, dansbare elektronische muziek of met alt-country uit de woestijn van Arizona.
 
Je moet van goeden huize komen op met een mengelmoes als op Badbea weg te komen, maar Edwyn Collins doet het en hij doet het op zeer overtuigende wijze. Badbea is twaalf songs lang een feest van herkenning, maar tegelijkertijd klinkt de muziek van de Schotse muzikant fris en avontuurlijk.
 
Edwyn Collins verruilde het mondaine Glasgow een paar jaar geleden voor het oude huis van zijn opa in de Schotse Hooglanden en in de daar gebouwde studio was er geen gebrek aan inspiratie. Badbea behoort tot het allerbeste dat Edwyn Collins tot dusver heeft gemaakt en verdient veel meer aandacht dan het album tot dusver heeft gekregen. Ik ga zelf diep door het stof voor het laten liggen van dit prachtalbum, maar wat levert het momenteel veel luisterplezier op.

Erwin Zijleman


Luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

woensdag 27 november 2019

Diabolique. L'Épée

De gelegenheidsband L’Épée met onder andere The Limiñanas in de gelederen bezweert en verwondert met een buitengewoon fascinerende mix van invloeden en genres.

Shadow People van de Franse band The Limiñanas was voor mij de grote verrassing van 2018. Sindsdien heb ik ook de rest van het bijzondere oeuvre van de band ontdekt en aan dit oeuvre kan nu het debuut van L’Épée worden toegevoegd. In de gelegenheidsband, die verder bestaat uit producer Anton Newcombe en actrice Emmanuelle Seigner, spelen Marie en Lionel Limiñana wat mij betreft immers de hoofdrol. L’Épée tekent op Diabolique voor een fascinerende mix van garagerock, psychedelica, shoegaze, filmmuziek, Krautrock en nog veel meer. Het is niet zo gek ver verwijderd van de muziek van The Limiñanas, maar voegt ook weer een bijzondere dimensie toe. Het levert een even fascinerend als heerlijk album op.

Het Franse duo The Limiñanas haalde met het weergaloze Shadow People de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2018. Shadow People was mijn eerste kennismaking met de muziek van Marie en Lionel Limiñana en smaakte naar veel en veel meer.
 
Dat meer kwam vorig jaar in de vorm van de verzameling restjes I've Got Trouble in Mind, Vol. 2 en inmiddels heb ik ook de rest van het bijzondere oeuvre van The Limiñanas ontdekt.
 
Dit jaar hoopte ik op een nieuw album van het duo uit het Franse Perpignan, maar in plaats van een nieuw album van The Limiñanas, krijgen we een album van de gelegenheidsband L’Épée voorgeschoteld.
 
L’Épée is een samenwerkingsproject van Marie en Lionel Limiñana en de Franse actrice en zangeres Emmanuelle Seigner (die overigens ook te horen was op Shadow People), waarna de van The Brian Jonestown Massacre en zijn samenwerking met Tess Parks bekende Anton Newcombe aanschoof als producer.
 
The Limiñanas staan al bekend om hun bonte mix aan invloeden en genres, maar de samenwerking met Emmanuelle Seigner en Anton Newcombe voegt nog wat dimensies toe aan het al zo unieke geluid van het tweetal, dat in de publiciteit rond het debuut van L’Épée helaas wat in de schaduw staat van de rockster en de actrice.
 
The Limiñanas waren al niet vies van invloeden uit de Franse filmmuziek en deze hebben op Diabolique van L’Épée aan terrein gewonnen. Zeker wanneer Emmanuelle Seigner haar teksten op even wulpse als onderkoelde wijze voordraagt, waan je je op de set van een duistere Franse film, maar ook de andere tracks op het album hebben een beeldend en benevelend karakter.
 
The Limiñanas zijn met hun muziek schatplichtig aan zowel The Velvet Underground als Serge Gainsbourg en invloeden van beiden zijn goed te horen op Diabolique. Het wordt gecombineerd met de ook op de albums van The Limiñanas hoorbare invloeden uit de garagerock, de shoegaze en de psychedelica. L’Épée voegt vervolgens nog wat invloeden uit onder andere de filmmuziek (zowel Frans, Italiaans als Amerikaans), de elektronica, de Krautrock en de 60s pop toe aan het al zo bonte palet.
 
De veelheid aan invloeden en intensiteit van de muziek zou bij de meeste bands zonder enige twijfel te veel van het goede zijn, maar wanneer Marie en Lionel Limiñana aan het roer staan is het genieten, terwijl Anton Newcombe het lo-fi achtige geluid van The Limiñanas net wat heeft opgepoetst.
 
Diabolique is over de hele linie niet zo heel ver verwijderd van de muziek die Marie en Lionel Limiñana samen maken, maar voegt door de bijzondere accenten en de bijdragen van Emmanuelle Seigner en Anton Newcombe ook wat toe. Ik heb The Limiñanas na het fantastische Shadow People heel hoog zitten, maar ook het debuut van de gelegenheidsband L’Épée smaakt weer naar veel meer.

Erwin Zijleman


Luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g

dinsdag 26 november 2019

Jas. De Breek

Niet lang nadat Sander van Munster met zijn No Ninja Am I optrad in ons huis, deelde hij een nummer van een nieuw project met zijn volgers. De Breek was daar. De wereld werd nog geruime tijd in spanning gehouden voordat er een officiële, tastbare release werd aangeboden. Die is er nu in de vorm van Jas, een maxi single, waar de schoonheid van af spat.

Dat is niet het enige dat spat. Het glazuur spat van mijn tanden, bij zoveel zoetheid, zoals bij het snoep vroeger op de kermis. Zoals dat snoep, in ieder geval toen, enorm lekker was, zo heerlijk klinkt de muziek en samenzang op Jas.

De Breek is trio bestaande uit David Pino (El Pino & The Volunteers), Sander van Munster en Steef Hupkes (Stanley en de Menzo's). Alle drie gingen zij wonen in Amsterdam-Noord, niet ver van elkaar en besloten aan de oever van De Breek (de Schellingwouderbreek) samen muziek te gaan maken.

Wie naar die muziek luistert, komt binnen een paar seconden tot de conclusie dat deze diep geworteld is in de West Coast folk en pop traditie, zoals die ooit is aangevoerd door Crosby, Stills, Nash (& Young) en tegenwoordig door een Canadese band als Half Moon Run of The Shins. De Breek doet moeiteloos een gooi naar een plaatsje in dit pantheon van grootheden.

Zachte akoestische gitaarklanken, zoetgevooisde synths leggen de basis, waar overheen de drie heren zingen. Stemmen die over elkaar worden gelegd, langs elkaar heen scheren of elkaar versterken. Samen levert dat een aantal prachtige harmonieën op, die in combinatie met de relatief minimale muzikale ondersteuning, een prachtig geheel vormen.

De teksten verhalen, licht melancholiek over de jas van een opa, mijmeringen over de schooltijd met jassen en tassen en vrije middagen. 'Bom' is zo mogelijk een nog mooier nummer dan 'Jas'. Het nummer is minder versierd, maar daardoor in al zijn dromerigheid directer. Het soort nummer dat direct bij mij binnenkomt. Als ik het nummer vergelijk met de laatste plaat van Half Moon Run, dat op de avond van schrijven in een uitverkocht Paradiso staat, dan zijn daarop slechts twee nummers echt beter. De rest heeft een stevige kluif aan 'Bom', 'Jas' en 'Pluizen'. Kortom, er is zeker een toekomst en een publiek van De Breek. Toevallige verhuizingen kunnen tot samenwerkingen leiden die de mooiste dingen opleveren. Jas is daar een prachtig bewijs van.

Wo.

Je kunt Jas hier beluisteren en kopen:

https://debreek.bandcamp.com/releases


of luister naar onze Spotify Playlist en ontdek waar we over schrijven:

https://open.spotify.com/user/glazu53/playlist/6R9FgPd2btrMuMaIrYeCh6?si=KI6LzLaAS5K-wsez5oSO2g