www.fashionandmusic.nl
Aanstaande zaterdag 14.30-00.00u Grounds Rotterdam.
Een wervelende show waar dans, muziek en mode één geheel vormen!
Muziek: o.a. Phoenix Lights, Marco Santos Band, Luna Mae, Lola Green, Monique Mijnals, Megan Brands (TVOH).
Tickets: normale prijs € 12,50. Voor WoNobloglezers: € 10,--. Print dit berichtje uit en laat het zien bij aankoop van je ticket. Eén kortingsticket per klant.
.No
Thursday, 5 March 2015
Wednesday, 4 March 2015
Heigh ho. Blake Mills
Het jaar 2014 liep naar zijn einde. .No en Wo. waren bezig WoNo Magazine 14.1 te maken en Erwin Zijleman werd gevraagd naar zijn plaat van het jaar. "Moeilijk, moeilijk. Het zijn er zo veel. Ik ben nog aan het schrappen", kwam er steeds als respons. Met de deadline echt in zich en dat wil wat zeggen bij de WoNo, heeft Wo. via de e-mail Erwin's arm op de rug gedraaid. Dit is de plaat die daar uit volgde.
Ik had tot voor kort nog nooit van Blake Mills gehoord, maar inmiddels durf ik wel te beweren dat deze Blake Mills met Heigh Ho één van de meest opvallende platen van 2014 heeft gemaakt.
Heigh Ho opent met een track die voornamelijk bestaat uit even opvallende als wonderschone gitaarakkoorden en de prachtige stem van Blake Mills. Mills zit in vocaal opzicht ergens tussen John Hiatt, Ry Cooder en Elvis Costello in en raakt ook in muzikaal opzicht aan deze drie grootheden.
Het gitaarwerk in de openingstrack van Heigh Ho is echter van een unieke schoonheid. Het is gitaarwerk dat zich zachtjes op de achtergrond kan vleien, maar dat ook kan uitsporen en uit de speakers kan knallen. Het is bovendien gitaarwerk van een zeer getalenteerd en avontuurlijk gitarist en deze zijn schaars.
Het levert een unieke track op die Blake Mills onmiddellijk op de kaart zet als een bijzonder groot talent. In de tracks die volgen houdt Blake Mills het niveau van de ijzersterke openingszet met opvallend gemak vast. Heigh Ho blijft verbazen met een bijzondere instrumentatie vol prachtig gitaarwerk en een stem die de zo knappe songs naar een nog wat hoger niveau tilt.
Het bovenstaande suggereert wellicht dat Blake Mills op Heigh Ho bijna alles in zijn eentje doet, maar dat is zeker niet het geval. Mills laat zich op zijn tweede plaat bijstaan door andere Don Was, Jim Keltner, Gabriel Kahane, Benmont Tench, Jon Brion en Mike Elizondo. Stuk voor stuk hele grote namen. De grootste verrassing is voor mij echter de aanwezigheid van Fiona Apple, die in twee tracks garant staat voor nog meer kippenvel dan Blake Mills al wist op te roepen in de andere tracks.
In vrijwel alle tracks staat het geweldige gitaarspel van Blake Mills centraal in de instrumentatie. Soms blijft het hierbij, maar in een aantal gevallen worden songs rijk ingekleurd met stemmige klanken. Hoe vol het geluid van Blake Mills ook is, het klinkt allemaal loepzuiver, warm en prachtig geproduceerd.
Blake Mills maakt stemmige muziek die in veel gevallen enkele decennia oud zou kunnen zijn, maar zijn geluid vind ik persoonlijk uniek. Heigh Ho is een plaat die je verwacht van een gelouterde muzikant die hernieuwde inspiratie heeft gevonden en niet van een muzikant die nog aan de start van zijn carrière staat, maar Blake Mills heeft hem wel degelijk gemaakt.
Mills werkt naar verluid al een aantal jaren samen met Fiona Apple (toch één van mijn persoonlijke favorieten) en ik hoor inmiddels in muzikaal opzicht flink wat overeenkomsten met Fiona Apple. Waar de laatste met haar piano een uniek donker geluid neer weet te zetten, doet Blake Mills dit met zijn geweldige gitaarspel. Net als Fiona Apple is Blake Mills verder een meester in het schrijven van wat onderkoelde, maar ook bijzonder indringende en intieme songs.
Het zijn songs die in veel gevallen kiezen voor een vast stramien, maar toch klinken ze allemaal anders. Heigh Ho bevat 12 songs en ze zijn allemaal van een ontzettend hoog niveau. Het zijn bovendien allemaal songs die hard binnenkomen. Enerzijds door de heftige instrumentatie en anderzijds door de mooie en gepassioneerde vocalen van Blake Mills. Ik heb Heigh Ho inmiddels een tijdje in huis en kan er uiteindelijk maar één predicaat aan verbinden: Onbetwist meesterwerk. Het is bovendien één van de grootste verrassingen van de eerste drie kwartalen van 2014.
Erwin Zijleman
Je kunt hier naar 'Don't tell our friends about me' luisteren:
https://www.youtube.com/watch?v=yhJ4T5NSpI8
Ik had tot voor kort nog nooit van Blake Mills gehoord, maar inmiddels durf ik wel te beweren dat deze Blake Mills met Heigh Ho één van de meest opvallende platen van 2014 heeft gemaakt.
Heigh Ho opent met een track die voornamelijk bestaat uit even opvallende als wonderschone gitaarakkoorden en de prachtige stem van Blake Mills. Mills zit in vocaal opzicht ergens tussen John Hiatt, Ry Cooder en Elvis Costello in en raakt ook in muzikaal opzicht aan deze drie grootheden.
Het gitaarwerk in de openingstrack van Heigh Ho is echter van een unieke schoonheid. Het is gitaarwerk dat zich zachtjes op de achtergrond kan vleien, maar dat ook kan uitsporen en uit de speakers kan knallen. Het is bovendien gitaarwerk van een zeer getalenteerd en avontuurlijk gitarist en deze zijn schaars.
Het levert een unieke track op die Blake Mills onmiddellijk op de kaart zet als een bijzonder groot talent. In de tracks die volgen houdt Blake Mills het niveau van de ijzersterke openingszet met opvallend gemak vast. Heigh Ho blijft verbazen met een bijzondere instrumentatie vol prachtig gitaarwerk en een stem die de zo knappe songs naar een nog wat hoger niveau tilt.
Het bovenstaande suggereert wellicht dat Blake Mills op Heigh Ho bijna alles in zijn eentje doet, maar dat is zeker niet het geval. Mills laat zich op zijn tweede plaat bijstaan door andere Don Was, Jim Keltner, Gabriel Kahane, Benmont Tench, Jon Brion en Mike Elizondo. Stuk voor stuk hele grote namen. De grootste verrassing is voor mij echter de aanwezigheid van Fiona Apple, die in twee tracks garant staat voor nog meer kippenvel dan Blake Mills al wist op te roepen in de andere tracks.
In vrijwel alle tracks staat het geweldige gitaarspel van Blake Mills centraal in de instrumentatie. Soms blijft het hierbij, maar in een aantal gevallen worden songs rijk ingekleurd met stemmige klanken. Hoe vol het geluid van Blake Mills ook is, het klinkt allemaal loepzuiver, warm en prachtig geproduceerd.
Blake Mills maakt stemmige muziek die in veel gevallen enkele decennia oud zou kunnen zijn, maar zijn geluid vind ik persoonlijk uniek. Heigh Ho is een plaat die je verwacht van een gelouterde muzikant die hernieuwde inspiratie heeft gevonden en niet van een muzikant die nog aan de start van zijn carrière staat, maar Blake Mills heeft hem wel degelijk gemaakt.
Mills werkt naar verluid al een aantal jaren samen met Fiona Apple (toch één van mijn persoonlijke favorieten) en ik hoor inmiddels in muzikaal opzicht flink wat overeenkomsten met Fiona Apple. Waar de laatste met haar piano een uniek donker geluid neer weet te zetten, doet Blake Mills dit met zijn geweldige gitaarspel. Net als Fiona Apple is Blake Mills verder een meester in het schrijven van wat onderkoelde, maar ook bijzonder indringende en intieme songs.
Het zijn songs die in veel gevallen kiezen voor een vast stramien, maar toch klinken ze allemaal anders. Heigh Ho bevat 12 songs en ze zijn allemaal van een ontzettend hoog niveau. Het zijn bovendien allemaal songs die hard binnenkomen. Enerzijds door de heftige instrumentatie en anderzijds door de mooie en gepassioneerde vocalen van Blake Mills. Ik heb Heigh Ho inmiddels een tijdje in huis en kan er uiteindelijk maar één predicaat aan verbinden: Onbetwist meesterwerk. Het is bovendien één van de grootste verrassingen van de eerste drie kwartalen van 2014.
Erwin Zijleman
Je kunt hier naar 'Don't tell our friends about me' luisteren:
https://www.youtube.com/watch?v=yhJ4T5NSpI8
Tuesday, 3 March 2015
The Parts Of Us That Still Remain. Michelle Lewis
De naam
Michelle Lewis zal wel wat vaker voor komen en dus moeten we Spotify
maar vergeven dat ze het inmiddels (ook door mij) vergeten meesterwerk
Little Leviathan uit 1998 hebben toegekend aan de Michelle Lewis die nu
opduikt met The Parts Of Us That Still Remain.
Elk nadeel heeft zijn voordeel, wat in dit geval betekende dat mijn interesse door de ongewenste persoonsverwisseling direct was gewekt (want ik heb Little Leviathan van die andere Michelle Lewis ooit intens gekoesterd).
De muziek deed de rest, want Michelle Lewis maakt op haar tweede plaat muziek die me vooral aan Jewel doet denken en dat is toch nog steeds een van mijn persoonlijke favorieten (al wordt ze door haar recente platen steeds meer een ‘guilty pleasure’).
Michelle Lewis genoot haar opleiding aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, dat inmiddels heel wat beroemde muzikanten in haar archieven kan terugvinden (variërend van Quincy Jones, Donald Fagen en Diana Krall tot Gillian Welch, Aimee Manne en Paula Cole). Of Michelle Lewis ooit ook tot het beroemde erfgoed van de Berklee College of Music gaat behoren zal de tijd moet leren, maar ze heeft zeker haar kwaliteiten.
Die waren al te horen op de platen die ze de afgelopen jaren in eigen beheer uitbracht, maar The Parts Of Us That Still Remain is nog net wat beter. Het is zoals gezegd muziek die wel wat aan die van (een jonge) Jewel doet denken, wat betekent dat The Parts Of Us That Still Remain vol staat met aangenaam klinkende luisterliedjes met vooral invloeden uit de country en met name de folk.
Het zijn luisterliedjes die mooie verhalen vertellen, die opvallen door een smaakvolle en doeltreffende instrumentatie en die uiteindelijk bijzonder fraai ingekleurd worden door de mooie stem van Michelle Lewis.
Net als Jewel beschikt Michelle Lewis over een stem die warm en meisjesachtig klinkt, maar waarin ook altijd een rauw randje is verstopt. Het is voor mij een verleiding die nauwelijks is te weerstaan, waardoor ik de laatste weken keer op keer greep naar The Parts Of Us That Still Remain.
Het heeft ertoe geleid dat ik de nieuwe plaat van Michelle Lewis nog veel beter vind dan een paar weken geleden. The Parts Of Us That Still Remain is op het eerste gehoor misschien een plaat die het vooral moet hebben van lekker in het gehoor liggende en heerlijk lome popliedjes met een beetje roots, maar naarmate je deze vaak wat melancholische popliedjes vaker hoort beginnen ze te groeien en geven ze steeds meer geheimen en diepgang prijs.
The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis schaart zich daarom op de valreep alsnog onder de rootsverrassingen van 2014.
Erwin Zijleman
The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis ligt in Nederland nog niet in de winkel, maar is wel verkrijgbaar bij cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/michellelewis5) of via de bandcamp pagina van Michelle Lewis (http://michellelewis.bandcamp.com/album/the-parts-of-us-that-still-remain).
Elk nadeel heeft zijn voordeel, wat in dit geval betekende dat mijn interesse door de ongewenste persoonsverwisseling direct was gewekt (want ik heb Little Leviathan van die andere Michelle Lewis ooit intens gekoesterd).
De muziek deed de rest, want Michelle Lewis maakt op haar tweede plaat muziek die me vooral aan Jewel doet denken en dat is toch nog steeds een van mijn persoonlijke favorieten (al wordt ze door haar recente platen steeds meer een ‘guilty pleasure’).
Michelle Lewis genoot haar opleiding aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, dat inmiddels heel wat beroemde muzikanten in haar archieven kan terugvinden (variërend van Quincy Jones, Donald Fagen en Diana Krall tot Gillian Welch, Aimee Manne en Paula Cole). Of Michelle Lewis ooit ook tot het beroemde erfgoed van de Berklee College of Music gaat behoren zal de tijd moet leren, maar ze heeft zeker haar kwaliteiten.
Die waren al te horen op de platen die ze de afgelopen jaren in eigen beheer uitbracht, maar The Parts Of Us That Still Remain is nog net wat beter. Het is zoals gezegd muziek die wel wat aan die van (een jonge) Jewel doet denken, wat betekent dat The Parts Of Us That Still Remain vol staat met aangenaam klinkende luisterliedjes met vooral invloeden uit de country en met name de folk.
Het zijn luisterliedjes die mooie verhalen vertellen, die opvallen door een smaakvolle en doeltreffende instrumentatie en die uiteindelijk bijzonder fraai ingekleurd worden door de mooie stem van Michelle Lewis.
Net als Jewel beschikt Michelle Lewis over een stem die warm en meisjesachtig klinkt, maar waarin ook altijd een rauw randje is verstopt. Het is voor mij een verleiding die nauwelijks is te weerstaan, waardoor ik de laatste weken keer op keer greep naar The Parts Of Us That Still Remain.
Het heeft ertoe geleid dat ik de nieuwe plaat van Michelle Lewis nog veel beter vind dan een paar weken geleden. The Parts Of Us That Still Remain is op het eerste gehoor misschien een plaat die het vooral moet hebben van lekker in het gehoor liggende en heerlijk lome popliedjes met een beetje roots, maar naarmate je deze vaak wat melancholische popliedjes vaker hoort beginnen ze te groeien en geven ze steeds meer geheimen en diepgang prijs.
The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis schaart zich daarom op de valreep alsnog onder de rootsverrassingen van 2014.
Erwin Zijleman
The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis ligt in Nederland nog niet in de winkel, maar is wel verkrijgbaar bij cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/michellelewis5) of via de bandcamp pagina van Michelle Lewis (http://michellelewis.bandcamp.com/album/the-parts-of-us-that-still-remain).
Monday, 2 March 2015
Annabelle Dream Reader. The Wytches
Beautiful cover, isn't it. A work of art (on display). As colourful as the music itself, if you have a taste for the 60s influenced rock of The Wytches. The band mixes 60s rock with some punk of the 70s of the previous and the abandon of the 10s of this century.
Annabelle dream reader starts with a twang and reverb guitar that makes me think of that fantastic 60s hit by ZZ & the Maskers, 'Dracula'. The song, 'Digsaw', caught my attention straight away. Played in a way that singer Bob Bouber and the brothers De Hond could never have perceived, let alone played and still 'Dracula' is a clear grandfather to the grandchild 'Digsaw'. The Wytches are able to tap into 50 years and some more songs and sounds by now to execute its ideas. Then it was all new and exciting. Compared to The Black Marble Selection's debut album 'Under the skin' that was reviewed a few days ago on this blog, The Wytches do not want to be put into one corner only. For that the band blends too many influences, some old, some new, and does not just copy a style with original songs. There's as much Arctic Monkeys on this album as there is Duane Eddy or Link Wray, to drop two names of old.
The Wytches consists of singer guitarist Kristian Bell, drummer Gianni Honey and bassist Daniel Rumsey. They come out Brighton nowadays, having been formed in Peterborough. A lot seems to be going around that old, defunct pier in the 10s I have to say. The band started playing together in 2011 and after a string of singles and EPs released its debut album in the summer 2014.
The buzz word of this album should be excitement. Kristian Bell spits out his lyrics, changing his voice to dramatic shouts and wails, Gordon Gano on 'Hallowed ground' anyone?, while the whole band underscores this by making a lot of noise in the right places. Surf guitar sounds blend with rock, while there's some psychedelic overtones in the edge of madness that shows its face from around the corner every once in a while. Australian band Jet comes to mind sometimes in its louder songs where The Beatles are left alone and Iggy Pop is allowed in, just like The Vines were so good at as well. The Wytches have that peddle down the whole time. No relenting here. In the first half of the album that is.
'Wire frame mattress' seems to be as slow as it gets, at least at that point into the album. All is relative as you understand. In the music on Annabelle dream reader several things come together. Some great surf guitarists, e.g. Dick Dale, without the famous, ultra fast descending string runs, The Kinks and The Who of 1964, Johnny Rotten's snot, Oasis' spunk and a more modern bands like The Libertines. If you appreciate a mix like this, then you'll be alright with The Wytches. The band can cook up a storm and has the songs to make that happen. It's not the best I've ever heard, but Annabelle dream reader certainly is an album I've come back to over the past months, right up to this moment that I decided to seriously invest time in to it.
Even when the pressure really goes off, again things are relative here, e.g. in 'Weights and ties' and 'Part time model'. The slower songs make the album even more interesting. It shows that The Wytches really isn't a one trick pony and is of interest beyond the surf-psych-rock segment. A comment could be that this album has a clear middle dip. The up tempo start and the slower tempo middle, perhaps even a clear A and B side. Putting that aside, The Wytches shows it has room to develop beyond this album, some true potential, which is going to be interesting to follow over the coming years.
Wo.
You can listen to 'Wire frame mattress' here:
https://www.youtube.com/watch?v=7deSgu3-Fb0
Annabelle dream reader starts with a twang and reverb guitar that makes me think of that fantastic 60s hit by ZZ & the Maskers, 'Dracula'. The song, 'Digsaw', caught my attention straight away. Played in a way that singer Bob Bouber and the brothers De Hond could never have perceived, let alone played and still 'Dracula' is a clear grandfather to the grandchild 'Digsaw'. The Wytches are able to tap into 50 years and some more songs and sounds by now to execute its ideas. Then it was all new and exciting. Compared to The Black Marble Selection's debut album 'Under the skin' that was reviewed a few days ago on this blog, The Wytches do not want to be put into one corner only. For that the band blends too many influences, some old, some new, and does not just copy a style with original songs. There's as much Arctic Monkeys on this album as there is Duane Eddy or Link Wray, to drop two names of old.
The Wytches consists of singer guitarist Kristian Bell, drummer Gianni Honey and bassist Daniel Rumsey. They come out Brighton nowadays, having been formed in Peterborough. A lot seems to be going around that old, defunct pier in the 10s I have to say. The band started playing together in 2011 and after a string of singles and EPs released its debut album in the summer 2014.
The buzz word of this album should be excitement. Kristian Bell spits out his lyrics, changing his voice to dramatic shouts and wails, Gordon Gano on 'Hallowed ground' anyone?, while the whole band underscores this by making a lot of noise in the right places. Surf guitar sounds blend with rock, while there's some psychedelic overtones in the edge of madness that shows its face from around the corner every once in a while. Australian band Jet comes to mind sometimes in its louder songs where The Beatles are left alone and Iggy Pop is allowed in, just like The Vines were so good at as well. The Wytches have that peddle down the whole time. No relenting here. In the first half of the album that is.
'Wire frame mattress' seems to be as slow as it gets, at least at that point into the album. All is relative as you understand. In the music on Annabelle dream reader several things come together. Some great surf guitarists, e.g. Dick Dale, without the famous, ultra fast descending string runs, The Kinks and The Who of 1964, Johnny Rotten's snot, Oasis' spunk and a more modern bands like The Libertines. If you appreciate a mix like this, then you'll be alright with The Wytches. The band can cook up a storm and has the songs to make that happen. It's not the best I've ever heard, but Annabelle dream reader certainly is an album I've come back to over the past months, right up to this moment that I decided to seriously invest time in to it.
Even when the pressure really goes off, again things are relative here, e.g. in 'Weights and ties' and 'Part time model'. The slower songs make the album even more interesting. It shows that The Wytches really isn't a one trick pony and is of interest beyond the surf-psych-rock segment. A comment could be that this album has a clear middle dip. The up tempo start and the slower tempo middle, perhaps even a clear A and B side. Putting that aside, The Wytches shows it has room to develop beyond this album, some true potential, which is going to be interesting to follow over the coming years.
Wo.
You can listen to 'Wire frame mattress' here:
https://www.youtube.com/watch?v=7deSgu3-Fb0
Sunday, 1 March 2015
Sundowner. HT Heartache
Ik kijk
ieder jaar erg uit naar de jaarlijstjes van Pitchfork en PopMatters; wat
mij betreft de twee interessantste alternatieve Amerikaanse
muzieksites. Dit jaar vallen deze lijstjes me echter flink tegen,
waarbij het feit dat beiden een rapplaat als lijstaanvoerder hebben voor
mij veelzeggend is.
Gelukkig heeft PopMatters ook nog lijstjes per genre en hierin zijn wel enkele krenten uit de pop te vinden. Die in het Americana lijstje komt van ene HT Heartache en luistert naar de titel Sundowner.
De naam HT Heartache zei me eerlijk gezegd helemaal niets en er is ook niet heel veel informatie over haar op het Internet te vinden, maar het blijkt het alter ego van de tot voor kort uit Los Angeles maar tegenwoordig vanuit Philadelphia opererende Mary Roth.
Mary Roth maakte een paar jaar geleden al eens een plaat als HT Heartache (het in 2010 verschenen Swing Low, overigens ook een uitstekende plaat), maar met Sundowner heeft ze, in ieder geval in de Verenigde Staten, de harten van de critici veroverd.
Dat is niet zo gek, want Sundowner is een buitengewoon fascinerende plaat met een heel bijzonder geluid. Het is een geluid dat vaak is te omschrijven als Mazzy Star dat een Americana plaat heeft gemaakt met Cowboy Junkie Margot Timmins als zangeres. Het is een omschrijving die ten dele duidelijk maakt in welke hoek we HT Heartache moeten zoeken, maar het is ook een omschrijving die lang niet het hele verhaal vertelt.
Sundowner bevat 8 songs. Het zijn songs die zich over het algemeen langzaam voortslepen. Het zijn songs met een vrij ingetogen instrumentatie, waarin gitaren domineren. Het zijn tenslotte songs die door Mary Roth worden voorzien van dromerige vocalen, al zijn het wel dromerige vocalen met emotie en pit.
Sundowner bevat acht songs die langzaam onder de huid kruipen, maar als ze daar eenmaal zitten is de tweede plaat van HT Heartache een plaat met een enorme impact. Sundowner heeft zoveel impact door de bijzondere sfeer en door de unieke vocalen van Mary Roth, maar de tweede plaat van HT Heartache is ook een plaat die bol staat van de invloeden en hierdoor steeds weer andere beelden oproept.
Het zijn invloeden die beginnen bij de 60s folk uit de Laurel Canyon bij de voormalige thuisbasis van Mary Roth, maar Sundowner maakt vervolgens een muzikale tijdreis die via de jaren 90 (Cowboy Junkies, Mazzy Star) in het heden eindigt en stiekem ook wat invloeden uit de psychedelica omarmt.
Sundowner is een donkere en melancholische plaat, maar het is ook een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, zeker wanneer Mary Roth voorzichtig op lijkt te schuiven richting new age, maar dat uiteindelijk toch niet doet.
Sundowner is een plaat die meerdere keren bekend klinkt, maar aan de andere kant maakt HT Heartache muziek die niet direct zijn gelijke kent. Sundowner is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden dat steeds intrigerender, maar ook steeds mooier en dierbaarder wordt.
Direct na één keer horen was ik in de ban van de bijzondere stem van Mary Roth en haar bijzondere songs, maar sindsdien heb ik zoveel meer moois gehoord op deze plaat dat ik er van baal dat ik toch weer wat te vroeg ben geweest met mijn jaarlijstje. Sundowner van HT Heartache had in dit jaarlijstje immers zeker niet misstaan.
Erwin Zijleman
Je kunt hier naar Sundowner luisteren en de cd aanschaffen:
http://htheartache.bandcamp.com/
Gelukkig heeft PopMatters ook nog lijstjes per genre en hierin zijn wel enkele krenten uit de pop te vinden. Die in het Americana lijstje komt van ene HT Heartache en luistert naar de titel Sundowner.
De naam HT Heartache zei me eerlijk gezegd helemaal niets en er is ook niet heel veel informatie over haar op het Internet te vinden, maar het blijkt het alter ego van de tot voor kort uit Los Angeles maar tegenwoordig vanuit Philadelphia opererende Mary Roth.
Mary Roth maakte een paar jaar geleden al eens een plaat als HT Heartache (het in 2010 verschenen Swing Low, overigens ook een uitstekende plaat), maar met Sundowner heeft ze, in ieder geval in de Verenigde Staten, de harten van de critici veroverd.
Dat is niet zo gek, want Sundowner is een buitengewoon fascinerende plaat met een heel bijzonder geluid. Het is een geluid dat vaak is te omschrijven als Mazzy Star dat een Americana plaat heeft gemaakt met Cowboy Junkie Margot Timmins als zangeres. Het is een omschrijving die ten dele duidelijk maakt in welke hoek we HT Heartache moeten zoeken, maar het is ook een omschrijving die lang niet het hele verhaal vertelt.
Sundowner bevat 8 songs. Het zijn songs die zich over het algemeen langzaam voortslepen. Het zijn songs met een vrij ingetogen instrumentatie, waarin gitaren domineren. Het zijn tenslotte songs die door Mary Roth worden voorzien van dromerige vocalen, al zijn het wel dromerige vocalen met emotie en pit.
Sundowner bevat acht songs die langzaam onder de huid kruipen, maar als ze daar eenmaal zitten is de tweede plaat van HT Heartache een plaat met een enorme impact. Sundowner heeft zoveel impact door de bijzondere sfeer en door de unieke vocalen van Mary Roth, maar de tweede plaat van HT Heartache is ook een plaat die bol staat van de invloeden en hierdoor steeds weer andere beelden oproept.
Het zijn invloeden die beginnen bij de 60s folk uit de Laurel Canyon bij de voormalige thuisbasis van Mary Roth, maar Sundowner maakt vervolgens een muzikale tijdreis die via de jaren 90 (Cowboy Junkies, Mazzy Star) in het heden eindigt en stiekem ook wat invloeden uit de psychedelica omarmt.
Sundowner is een donkere en melancholische plaat, maar het is ook een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, zeker wanneer Mary Roth voorzichtig op lijkt te schuiven richting new age, maar dat uiteindelijk toch niet doet.
Sundowner is een plaat die meerdere keren bekend klinkt, maar aan de andere kant maakt HT Heartache muziek die niet direct zijn gelijke kent. Sundowner is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden dat steeds intrigerender, maar ook steeds mooier en dierbaarder wordt.
Direct na één keer horen was ik in de ban van de bijzondere stem van Mary Roth en haar bijzondere songs, maar sindsdien heb ik zoveel meer moois gehoord op deze plaat dat ik er van baal dat ik toch weer wat te vroeg ben geweest met mijn jaarlijstje. Sundowner van HT Heartache had in dit jaarlijstje immers zeker niet misstaan.
Erwin Zijleman
Je kunt hier naar Sundowner luisteren en de cd aanschaffen:
http://htheartache.bandcamp.com/
Subscribe to:
Posts (Atom)



