Het was 1963. De hoogtijdagen van mijn Fab Four moesten
nog komen toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het fenomeen Gé Hofenk (spreek
uit Gé Hovink). Een platenzaak op de Haarlemmerstraat in Leiden.
Als jongetje uit
het Morskwartier in Leiden kwam ik amper op de Haarlemmerstraat. Ja, in het
kielzog van mijn moeder, op weg naar de Bata voor een paar stevige en (dat
vooral) goed geprijsde schoenen.
Als je in die dagen vanuit het Morskwartier kwam was de
eerste winkel van de Haarlemmerstraat warempel een platenzaak. Musica d’Italia, een detailhandel die hoofdzakelijk onbekende toppers uit Italië verkocht, met
een enkele Italiaans gerelateerde uitzondering zoals Rocco Granata. De eigenaar
was een ras echte Italiaan, donkerzwart pekhaar, donker pak en zweverig
meeneuriënd.
 |
| Foto keng-Leiden.nl |
Maar volgens de tipgever uit mijn schoolklas moest je ‘n
stukkie de Haarlemmerstraat op gaan en na pakweg 200 meter doemde Gé Hofenk op.
Die allereerste keer dat ik zoekende was viel mijn oog op een etalage waar
prachtige elektrische gitaren en drumstellen opgesteld stonden. Helaas las ik
dat hier Van Heeringen gevestigd was, maar aan de overkant ontdekte ik Gé
Hofenk.
Deze zaak werd bestierd door de familie Hofenk. Hij, Gé,
was een klein kereltje, vrolijk en ieders vriend. Hij veinsde dat ie een breed
scala aan muzikale kennis bezat, alles kende hij en had ie in bezit. Persoonlijk
ben ik, heel veel later, een zelfde gladjanus in die branche tegengekomen in
een CD verhuur zaak. Dat terzijde overigens.
Mevrouw Hofenk was een bezienswaardigheid. Tip top
gekleed, geen enkele affiniteit met muziek (“wie zeg je…ik ga even Gé erbij
halen”) maar in het bezit van een fenomenaal kapsel. Het was zelfs meer dan een
suikerspin, eerder de kolbak van de Garde Grenadiers. Tot op zeer hoge leeftijd
overigens.
De allereerste keer dat ik binnentrad zag ik Gé achter ’n
soort toonbank staan. Met de
gespaarde fl.3,25 voor ’n singeltje in
die dagen, meldde ik me. Volgens instructie sprak ik “Dag meneer,heeft u de plaat Devil in Disguise
van Elvis?”…en toen kwam het. ”Wil je ‘m eerst luisteren?” vroeg Gé. Op mijn
“ja” sprak Gé de imponerende woorden: ”ja, dat wordt dan hokje 2”.
Een kleine uitleg, in de zaak bevonden zich 3
luistercabines. Een geluidsdichte soort bezemkast met een speaker er in, plus
een stoel, maar ook een glazen deur zodat elke rondscharrelende klant je daar ,al
meewiegend met de muziek, zag zitten.
Plaatsgenomen in hokje 2 hoorde je dat Gé de arm van
pick-up op de plaat zette en daar klonk..”You walk like an angel..”..Na 2:21
minuten was mijn eerste luisterervaring bij de fa.Hofenk voorbij. Nog niet van
plan om de zaak al te verlaten meldde ik me opnieuw bij Gé en vroeg voorzichtig
met kleine beefstem: “..heeft u ook Foot Tapper van de Shadows?” In feite had
ik iets meer met de Shadows en vooral met die geweldige drummer Brian Bennet,
aangezien ik in 1963 concert-tamboertje bij Jong K & G was. Zuchtend
verwees Gé me opnieuw naar hok 2. Ja hoor,dat werd ‘m en opgetogen betaalde ik
fl.3,25 en verliet de zaak.
Na deze vuurdoop ben ik nog vele malen in de Hofenk zaak
verschenen. Het werd daar drukker en drukker door met name de zgn. British
Invasion en Gé pikte hier zijn graantje van mee. In ieder geval werd zijn
humeur nog beter, hij begroette je nu uitbundig als ’n ouwe kameraad
(“hai..hoe’st met jou”) en liet je nu met graagte een luisterhokkie betreden.
De noodzaak om de kas van de zaak te spekken werd voor mij, ook door
geldgebrek, minder. Het single-beluisteren-wegsluipen-zonder aanschaf werd
daardoor een sport.
De zaak Hofenk behield nog een tijd het monopolie v.w.b.
populaire muziek totdat er her en der concurrentie opdook zoals de Witte Kiosk
en Plato. Gé is overigens niet oud geworden en het enige wat nog aan zijn zaak
herinnert zijn de etiketjes van de zaak die met, inmiddels vergeeld plakband,
nog prijken op mijn exemplaren.
Harm