Thursday, 18 December 2014

De Kift live: Gebr. de Nobel, Leiden 17 december 2014

Monsieur Parnasse
Eerder jaar kon je De Kift al aantreffen op dit blog. Een kooksessie/repetitie, Oerol, de cd presentatie en de recensie van 'Bidonville'. Nu, een paar maanden later, toog Wo. opnieuw naar De Kift en beschrijft en passant zijn ervaring met de nieuwe Leidse concertzaal: Gebr. de Nobel. De foto's zijn van Wo.

Hoe vaak kun je een show zien en het toch leuk blijven vinden? Ik zag 'Bidonville' voor de derde keer dit najaar en dit was de beste van de drie. Band en publiek waren in topvorm. Om me heen zag ik enkel mensen met een grote glimlach op hun gezicht staan, bewegend in het ritme van de van De Kift. Hoe raar die ritmes soms ook zijn, de mens vindt zijn weg wel.

Deze recensie gaat ook over Gebr. de Nobel, de nieuwe concertzaal
van Leiden. Na het sluiten van het LVC in het voorjaar van 2012, was er geen grote zaal meer in de stad. Omstreeks die tijd werd er aan de Langegracht richting de Oude Singel e.e.a. gesloopt, daarna een gat gegraven, om vervolgens stukje bij beetje te worden opgebouwd. Uiteindelijk gedecoreerd door een buitenkant van verroest ijzer, als een soort 21e eeuwse vesting van metaal. Waar de meeste activiteiten de afgelopen anderhalf jaar zichtbaar waren, verwachtte ik de ingang, maar die was daar niet te bekennen. Wel De Kift zanger Ferry Heine, die net aan kwam lopen. Die wist te vertellen dat de ingang aan een hele andere steeg zat. En inderdaad.

Het gebouw van binnen is net zo massief als van buiten. Veel gemetseld werk is zichtbaar en zijn veel en vooral enorm zware deuren. Zo'n massief stuk deur openmaken vergt enige inspanning. Ik zag dames met hun hele lichaam duwen om er beweging in te krijgen. Met een biertje naar binnen willen lopen, is een hele uitdaging. Buiten de zaal voor iedereen gaan halen onmogelijk. Dat verstevigde mijn indruk van een vesting alleen maar. Goed verzonnen is de vestibule met bar. Als mensen persé willen kletsen, kunnen ze buiten de zaal gaan staan met een biertje.

Binnen, er is ook een kleine zaal (voor de Q-Bus na 1 mei 2015?), heeft de zaal een stevig formaat, met twee galerijen. Het plafond loopt door tot aan het dak is mijn inschatting. Hoog dus. Een groot podium, waar De Kift zijn spullen eens makkelijk op kwijt kon. Maar waar alles om draait, is het geluid. Waar in het LVC Unit Sound alles steevast op loei zette, was er nu een zee aan subtiliteit. Hard, maar prettig en geweldig afgestemd en te horen. Als dit de standaard is, dan heeft Leiden er in alle opzichten een geweldige zaal in ruil voor het LVC gekregen, waar iedere band graag wil gaan spelen en het publiek de band goed kan zien en fantastisch kan horen. Gebr. de Nobel, muziek vesting? Ik ben helemaal voor.

De Kift zelf had ook een verrassing. Waar Sanne den Hartogh in september ontbrak en Frank van den Bos zijn rol overnam, was hij nu wel aanwezig. 'Ralphie' schitterde in al zijn overdaad, (misplaatst) zelfvertrouwen en schuwheid. Zijn aanwezigheid, in combinatie met meer routine, gaf ook meer rust op het podium. Er hoefde net iets minder gerend en gevlogen te worden onderling, maar het blijft hard werken om op tijd een instrument, microfoon of attribuut te vinden. De geblesseerde Pim Heijne die herstelt van een kniebreuk, werd vervangen door gitarist Dolf Planteijdt en vliegende keep Marco Heijne op drums en glaswerk. Wat nog meer opviel met de aanwezigheid van Den Hartogh, was de samenhang tussen eerdere cds van De Kift en 'Bidonville'. 'Ralphie', 'Taxi', 'de engelen' en 'de moeder' van Ralphie vielen beter in hun context. Zeker omdat de engelen in de toegift terug kwamen in 'Oe'.

Hovink: de zin vh bestaan
Muzikaal klopte alles. Waar in september kleine foutjes in het geluid zaten, werkte de show volkomen in december. De Kift speelde een fantastische show met bravoure, zelfvertrouwen en een muzikaal vakmanschap waar menig band iets van kan leren. Schitterende harmonieën van zang en koperwerk, het gebruik van elektronica en samples wordt niet geschuwd en de special effects blijven grappig. Teken daarbij de fantastische aankleding van het podium nog aan en de show is compleet.

De deelname van Sanne den Hartogh bracht nog een aantal andere verrassingen met zich mee. Een elektrische zaag vol met tamboerijnen of een elektrische gitaar laten piepen en knarsen door een een boormachine bij de elementen aan en uit te zetten. Die kende ik nog niet. Minder goed voor je oren, dat wel.

De avond eindigde met het eigen na-feestje van De Kift. Veel uitgebreider dan in september, inclusief 'Oe' met de engelenpakjes weer aan en begeleidend dansje. Dame en heren, het was een prachtige avond en zoals iemand twitterde, met kramp in de kaak van de constante lach op mijn gezicht naar huis? Nou, dat klopte wel.

Wo.


'Bidonville' koop je op de website van De Kift:

http://dekift.nl/winkel/

maar nog beter gewoon aan de zaal bij zo'n geweldig mooi en goed optreden van de band.

Wednesday, 17 December 2014

He digs me. Sunday Wilde

Ruim een half jaar geleden was ik al eens flink in de ban van deze plaat, maar op de een of andere manier kwam het helaas niet tot een recensie. Dankzij een nieuw persoffensief van Sunday Wilde zelf zat haar laatste plaat He Digs Me vorige week echter toch weer in de cd speler en was ik eigenlijk alleen maar meer onder de indruk dan een half jaar geleden.
 
Sunday Wilde is een Canadese muzikante, die al een aantal jaren aan de weg timmert, maar tot dusver in Nederland nauwelijks aandacht krijgt. Dat is nauwelijks te begrijpen wanneer de eerste noten van He Digs Me uit de speakers komen.
 
Sunday Wilde heeft een rauwe soulstem die je binnen enkele seconden compleet van je sokken blaast. Heel even lijkt het of Amy Winehouse is opgestaan, maar Sunday Wilde is uiteindelijk toch meer dan de zoveelste goede of zelfs hele goede soulzangeres.
 
De rauwe soulstrot van Sunday Wilde is zonder enige twijfel één van haar sterkste wapens, maar op He Digs Me blijkt het arsenaal van de Canadese ook ruim gevuld met andere wapens. Zo laat Sunday Wilde zich in muzikaal opzicht inspireren door een opmerkelijk breed palet aan stijlen en genres. Dit varieert van soul en blues tot rock ’n roll en jazz, maar ook country en pop zijn bij Sunday Wilde in goede handen.
 
Sunday Wilde heeft hierbij een voorkeur voor wat traditioneel aandoende klanken en klanken die je mee terug nemen naar duistere nachtclubs uit vervlogen tijden. Sunday Wilde komt weliswaar uit het hoge Noorden van Canada, maar haar muziek is toch vooral gepositioneerd in het broeierige Zuiden van de Verenigde Staten.
 
Zeker wanneer Sunday Wilde gas terug neemt, is haar muziek opvallend beeldend. Luister naar de weemoedig klinkende trompet en saxofoon in een aantal tracks en je waant je midden in een film van David Lynch. Dat is deels de verdienste van de geweldige muzikanten die op He Digs Me te horen zijn. Met name de blazers trekken je steeds verder het Zuidelijke moeras in, maar ook het gitaarwerk op de plaat is van hoog niveau, zeker als de blazers even een stapje terug doen.
 
De geweldige instrumentatie is op zich al genoeg om de plaat keer op keer uit de speakers te laten komen, maar dan is er ook nog eens de geweldige stem van Sunday Wilde. In de eerste tracks moet ze nog even warm draaien, maar vervolgens stijgt Sunday Wilde in vocaal opzicht naar steeds grotere hoogten en kom je in een zoektocht naar vergelijkingsmateriaal uit bij de allergrootsten en hoor je flarden Patsy Cline, Bessie Smith en Billie Holiday. Geen misselijke namen. 

Sunday Wilde heeft niet alleen een geweldige stem, maar kan haar songs ook op fascinerende wijze voordragen, waardoor de plaat enorme impact heeft. Het is een impact die groeit door de grote diversiteit van de plaat. Sunday Wilde gaat aan de haal met meerdere genres en varieert hiernaast stevig in tempo. He Digs Me is hierdoor een buitengewoon fascinerende roller-coaster ride met alleen maar hoogtepunten.
 
Luister met nog wat meer aandacht naar deze plaat en je hoort de prachtige wisselwerking tussen zang en instrumentatie. Luister met nog wat meer aandacht naar de stem van Sunday Wilde en het kippenvel is met geen mogelijkheid meer te onderdrukken.
 
Sunday Wilde heeft met He Digs Me een uitzonderlijk goede en ook nog eens heerlijk eigenzinnige plaat gemaakt. Het is een plaat die je mee terug neemt naar een ver verleden, maar het is een verleden dat in deze vorm niet heeft bestaan. Van de opeens wat koudere Nederlandse herfst zit je in één keer aan de oevers van de Mississippi, keer op keer. Ga op zijn minst luisteren. Het risico dat je voorlopig niet meer zonder wilt is echter volledig voor eigen rekening.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Why is that man telling me to hush?':

https://www.youtube.com/watch?v=HZ8_1Q9Hq7I

Je kunt de cd luisteren en kopen op de site van cd baby:

http://www.cdbaby.com/cd/sundaywilde4

Tuesday, 16 December 2014

Heal. Strand of Oaks

For some months I'm wondering what I have to do with Heal. Having gotten to know Strand of Oaks through its 2010 album 'Pope Killdragon' (http://wonomagazine.blogspot.nl/2013/09/pope-killdragon-strand-of-oaks.html), I got the fright of my life listening to opening song 'Goshen '97'. As if Admiral Freebee rejuvenated his 2005 fabulous rock song 'Oh darkness'. Nothing I associated with Strand of Oaks. The electronic, 80s sound of the second song, 'Heal', even made me shy away further. Hence I decided to leave the album alone. Until I put on a bunch of records compiled as MP3 in my record player, without knowing what I was listening to.

What happened is that I heard songs that sounded faintly familiar, not guessing, just listening, that certainly had power in them. Not good, not bad, but certainly powerful when played at a modestly loud volume. The 80s rock sound continued with 'Same emotions', sung with a high sounding voice, synths all over the place. In 'Woke up to the light' Strand of Oaks does a Coldplay. Unfortunately one of the 'Viva la vida' variety. The song is dark, with pain in the dark synth sounds and hope in the lyrics for something better. Not a shard of light is let in. Strangely enough I enjoy Heal better on the audio system then on a headset. Usually it is the other way around.

The miracle happened later and that is why I'm behind my computer typing away anyway. There's one song on Heal that exceeds all others and qualifies for one of the better songs of 2014. 'JM' sounds like Neil Young sounded on 'On the beach'. That brooding dark album, that happens to be my favourite. A soft playing electric guitar, a few piano notes and Showalter singing and there the sound explodes. Dark, dark sounding guitars, one playing solo notes. A sound so distorted that notes come out as an amalgamation of electronic pulses, as if remnants of far off cosmic explosions. Some notes are just a single crackling noise. Magic! Bass and drums behind that all. And down we go again, but with a menacing sound in the background. A song about exclusion, being alone with someone's "sweet tunes to play". 'JM' explodes again, with that dark veil of despair. A song like Neil Young doesn't write any more for decades or if he does, less successful than 'JM'. The kind of song that I sort of would want to last forever, even if there's one totally off note or two. 'JM' is not 'Like a hurricane', nothing is that, but is a great effort. Long, epic, "like they don't make them any more". Well, have I got news for you, they do.Whatever else I think of Heal, 'JM' makes it worthwhile to listen to the album.

The album continues with the dark pop of 'Plymouth'. Again a song that I have difficulty with getting used to. It isn't until 'For me' is unleashed from its shackles that the album veers up again. 'For me' has some electronic sounds in the background, but rocks in the right way. With a fiery guitar solo, double tracked. Loads of dynamics in this song. Again blackness, as "the sun fell right out of the sky". "For me", it sounds soft and small at the end of 'For me', as an afterthought, after all the sound explosions. Torment, pain, despair all fight for attention here.

It all ends with 'Wait for love'. If anything the other Neil Young, the piano acoustic one, shines through in the beginning of the song. After that it explodes again, into the dark corners and alleys Timothy Showalter introduces us to on this album.

Jesus healing, that's what the cover looks like. It seems like Timothy Showalter was doing just that when finishing this album after a severe crash with his car in the winter of 2013. There certainly is a lot of life in Heal. Not always the sort I'm looking for musically. Heal is an album I don't really know what to think of. The whole confusing career of Neil Young into one album, sort of. It's just not what I'm looking for. And then there is this one song. That special one. 'JM'.

Wo.

You can listen to 'JM' here:

https://www.youtube.com/watch?v=exSbJDbzsak

Monday, 15 December 2014

The three poisons. Elephant Stone

This was a close call. Not another neo-psychedlic album?, I thought. Because I was working or better reading a blog post I wrote today that was just posted, I kept the album playing with half an ear paying attention. More and more I started to like what I was hearing.

Elephant Stone nearly turned me off with the very first notes of The three poisons. No, not a sitar?, but before I had time to respond this Black Rebel Motorcycle Club rhythm set in and they had my ear for the first time. An awful lot of things sounded very familiar, but also utterly pleasing. Having never heard of the band, I wondered who is Elephant Stone?

For starters this is a Canadian band, from Montreal to be more exact. A four piece Elephant Stone is, fronted by Rishi Dhir, who also plays bass and sitar. Jean-Gabriel Lambert plays guitar, Miles Dupire drums and Stephen "Le Venk" Venkatarangam farfisa and synths. All three sing backing vocals. Assistance is found in hindustani instruments and singing of which Pt. Vinay Bhide draws the most attention with her singing. The three poisons is its third album after 'The Seven Seas' (2009) and 'Elephant Stone' (2013).

Elephant Stone takes the clock back a decade or five. It's like it is 1966-1967 all over again. Wavy Gravy is coming to the rescue soon. What is positive about The three poisons is that Elephant Stone never forgets the song. Psychedelia may be all around us, dropping acid may even be mandatory when listening, but Rishi Dhir knows exactly how to craft a good melody, like most of his influences that show through. That may start with The Beatles, but everything coming after the Fab Four, like Paul Weller, The Stone Roses, Oasis and, yes, Black Rebel Motorcycle Club and the like have found their way into the sound of Elephant Stone.

'Motherless child (Love's not for war )' opens The three poisons in the way just described. Eastern influences and a fierce rhythm. The combination is surprising, but works. It gives the stark rhythm this extra. Psychedelic is the wrong word. This is only because of the way the 60s influenced my ears. This rhythm is totally western in which eastern sounds our interwoven. 'Knock you from yr mountain' shows this even more directly. The Stone Roses light, with Indian instruments and a mix of back ground vocals that go from Indian to 'The great gig in the sky' vocal outcries.

'All is burning' is really psychedelic in sound and execution. Traffic would not have been ashamed to put the song on the b-side of 'Paper sun'. It has the same sort of interludes twisting the song around from the original fairly simple sounding beginning. Simple but extremely pleasing four chords. "My sex is on fire" comes by in the song also. 'All is burning' admittedly goes over the edge a little at the end.

The band comes back with a fine song called 'Worlds don't begin and end with you'. Not so much a special song, but a piece of fine singing. A sound that I've heard many times before, but just fine to hear again. By that time it's quite clear that Elephant Stone is not so much looking for its own sound, but rather excels in familiar sounds. Who listens to 'Wayward son' hears a million familiar sounds going all the way back to Big Star and beyond to heavenly 60s melodies. But anyone who likes that sort of song will instantly fall for the charms of 'Wayward son'. From the fleeting backing vocal melody, the lightly sung lead vocal and the 12 string lead guitar notes. I haven't heard a song this nice since the opening song of Marjorie Fair's debut album.

The mix between 60s influences, 1990 drums and Indian instruments playing a western song continues right through The three poisons. Sometimes a little better, sometimes a little less original. Fact is that from beginning to end The three poisons is a very fine album. All eleven songs have something appealing to me. As a whole the album totally convinces.

In the end there's one name that needs mentioning, the inevitable George Harrison. Any mix of 60s rock with Indian music, his name deserves being mentioned. 'Three poisons', the title song underscores this. Not that this is a Harrison song, for that the drums are way to modern and loud, but the rest, certainly. Of course other influences are there, '2.000 light years from home', 'Here we go round the mulberry bush', it's all there, but it wouldn't have been without Harrison, is my opinion.

Yes, another psychedelic album is my conclusion. The twist Elephant Stone gives the genre is as such not original, but the way the band presents the songs make them original in the end. The three poisons is a fun album with enough interesting plots to follow and bends that give it an unsuspecting sonic view that has started to endear me fast.

Wo.

You can listen to 'Three poisons' here:

http://music.elephantstonemusic.com/track/three-poisons

You can buy the album on the band's website:

http://elephantstone.spinshop.com/details/227849?aId=10837&cId=10334565&highlightColor=%23c9c9c9&offer_name=thethreepoisonscddigital&theme=black&wId=227849

Sunday, 14 December 2014

Ruins. Grouper

Wanneer een nieuwe cd van Grouper op de mat valt, weet je één ding bijna zeker en hoop je vurig op één ander ding.

Je weet bijna zeker dat Grouper het je niet makkelijk gaat maken, want dat heeft ze eigenlijk nog nooit gedaan en je hoopt aan de andere kant dat ze je gaat verrassen met een plaat die je niet snel of helemaal niet gaat vergeten, want ook daartoe is Grouper in staat.

Grouper is het alter ego van de uit Portland, Oregon, opererende Liz Harris. Grouper maakt inmiddels al een jaar of tien muziek, maar trok in 2008 voor het eerst in bredere kring aandacht toen haar Dragging A Dead Deer Up A Hill volkomen terecht een aantal aansprekende Amerikaanse jaarlijstjes wist te halen.

Waar Grouper tot op dat moment vooral experimentele muziek had gemaakt, bevatte Dragging A Dead Deer Up A Hill een serie songs die je genadeloos bij de strot greep. Een plaat om bang van te worden noemde ik het al weer bijna zes jaar geleden, maar ook een plaat van een beklemmende en bijna onwerkelijke schoonheid.

Bijna twee jaar geleden verscheen The Man Who Died In His Boat en ook dit bleek een buitengewoon intrigerende plaat met muziek die ik omschreef als de muziek van The Cocteau Twins en This Mortal Coil, maar dan zonder alle invloeden uit de jaren 80. Het zijn hopeloze omschrijvingen waar waarschijnlijk bijna niemand iets mee kan, maar het illustreert wel dat de muziek van Grouper verre van alledaags is.

Haar nieuwe plaat Ruins opent met anderhalve minuut monotone klappen, maar vervolgens verrast Grouper ruim 35 minuten lang met uiterst ingetogen muziek. Ruins werd opgenomen in een huis in Portugal, waar Grouper zich een tijd lang afzonderde van de buitenwereld.

Ik heb allerlei associaties met een huis in Portugal, maar de muziek op Ruins kan ik er niet mee rijmen. Ruins is een uiterst sobere en aardedonkere plaat, die voor een belangrijk deel bestaat uit twee ingrediënten: het donkere en weemoedige pianospel van Grouper en haar fluisterzachte vocalen. Heel incidenteel komt er nog wat elektronica bij, maar veel is het niet.

Ruins is een in zichzelf gekeerde plaat. Grouper speelt piano en fluistert en mompelt haar teksten er bij. Het is, zeker in het begin, even wennen, maar ook Ruins is al snel een plaat die je vastgrijpt en niet meer los laat.

Ruins komt inmiddels al voor de zoveelste keer voorbij en steeds weer word ik getroffen door de intimiteit, intensiteit en ruwe schoonheid van deze plaat. Ruins is geen plaat voor alle momenten, daarvoor is de muziek van Grouper te veeleisend en te indringend, maar op de juiste momenten is dit een plaat om te koesteren, keer op keer.

Grouper heeft het me met Ruins wederom niet makkelijk gemaakt, maar wat heeft ze me ook dit keer weer verrast en betoverd. Ruins is een bijzonder moedige plaat die als je het mij vraagt hetzelfde respect verdient dat het totaal andere Dragging A Dead Deer Up A Hill zes jaar geleden ten deel viel. Jaarlijstjesplaat dus.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Holding':

https://www.youtube.com/watch?v=HxAHQLtN8wc