The two Gallagher brothers who used to be the nucleus of Oasis have released a new album each within two months of each other. Comparing the two is of course inviting. For both it is the third album since the split. For Liam it is the first solo album after two albums with the remains of Oasis under the name Beady Eye. Also the second album in a row where in the promo talks he threatens to retire. Yeah, sure.
If anything As You Were is an album as close to Oasis as possible. Liam keeps up the legacy much more than Noel and not just because he's the voice. That sneering way of singing is recognisable from thousands of course. The love for the 60s is everywhere on the album, with several The Beatles references. To get to his goal, a successful album, Liam Gallagher brought in helpers for the writing and producing and that brings a clear focus. Far more than I ever heard with Beady Eye. Both records were alright at best.
As You Were is a very traditional record. A collection of songs that could have been on any Oasis album following the first two. Most songs would have been an addition to those albums. From the time when the ruckus rock had left the band and prepossession with drugs had taken over, mellowing the sound out and cutting out the sharpness 'Definitely Maybe' and '(What's The Story) Morning Glory' held in them. It is in this vein that As You Were can be welcomed.
What here in NL people, including myself, tend to overlook, is how huge this man and his former band were in the U.K. This album, entering the charts as #1, outsold the other 9 songs in the top ten and the single of the album was the best selling single in the past 20 years. Gallagher himself was voted best frontman ever in Q Magazine's readers' poll in 2010. All that passed us by somehow. The release must have been a huge thing over there. Here a new Laim (or Noel) Gallagher album is just another album by a fairly famous name. Nothing less but certainly nothing more.
Although most songs individually are certainly o.k., as a whole I find that too many songs remain in the mid-tempo range and a sort of tediousness seeps through. 'I Get By' comes as a gift that saves the album. Written by Liam himself, it is one of the better songs on the album, proving that he has become an accomplished writer. The arrangement of the song is fine. Guitars weave in and out of each other in finely laid layers.
References to famous titles are rife on As You Were. I leave them for you to discover them for yourself. They show what songs Liam likes to listen to. He has taste. Take it from another lover of 60s music.
The references to that era seep through the music as well. In 'Chinatown', that starts off as a small song with just an acoustic guitar and atmosphere, psychedelia is let out of its cage and everything from The Small Faces to The Beatles is allowed in and is returned to where it belongs.
With 'Come Back To Me' the album gets another boost. With a nice descending chords progression it maintains a tough beat and a rough guitar or two.
There are several people who worked with Gallagher on As You Were. One leaps out. As a great fan of Jeff Buckley, who rose to fame about the same time as Oasis, the name Michael Tighe catches my eye. He wrote two songs for Liam with Andrew Wyatt, 'Paper Crown and 'Chinatown' and co-wrote the first single 'Wall Of Glass' with a whole bunch of others.
As a whole I keep some mixed feelings on the album. 44 Minutes seems a bit too much. I haven't heard a single bad song. It's just that I miss that little extra. That kick in the stomach. The kick, so I'm reading, that Noel provides in abundance if not overkill. What if the best songs of both albums had been recorded together? Yeah, what if?
Wo.
You can listen to 'Wall Of Glass' here:
https://www.youtube.com/watch?v=YdJc7-ZEuT0
Tuesday, 5 December 2017
Monday, 4 December 2017
Bettie Serveert Live. Victorie Alkmaar. 1 december 2017
![]() |
| Foto: HareD |
De superlatieven en aanbevelingen blijven onverkort van kracht: heerlijk, fijn en lekker, dus gaat het zien. Bijzondere hoogtepunten: een snoeiharde versie van Deny all, en drummer Joppe Molenaar die voluit gaat op The Pharmacy en Digital Sin.
Bettie Serveert: het blijft een feest!
HareD
Sunday, 3 December 2017
Lean Year. Lean Year
Een
jaar of 15 geleden kwam ik tijdens een road trip in de Verenigde Staten
door plotseling slecht weer in Spokane, Washington, terecht.
Het desolate trailer park waar ik noodgedwongen een dag moest doorbrengen behoort zeker niet tot mijn mooiste reisherinneringen, maar toch denk ik bij Spokane vooral aan iets heel moois.
Dat is zeker niet de verdienste van de provinciestad in de grote leegte van de Verenigde Staten, maar van de gelijknamige band van regisseur Rick Alverson, die met zijn band Spokane tussen 2000 en 2007 een handvol platen vol aardedonkere, beeldende en wonderschone sadcore maakte. Het zijn overigens platen die veel meer aandacht verdienen dan ze destijds kregen.
Sinds het laatste wapenfeit van Spokane een jaar of tien geleden heeft Rick Alverson zich geconcentreerd op zijn werk als regisseur, maar onlangs keerde hij terug met een nieuwe band, Lean Year.
Het titelloze debuut van Lean Year wordt gedragen door de zich langzaam voortslepende en beeldende klanken die ook de muziek van Spokane typeerden en deze fraaie klanken krijgen vervolgens gezelschap van de mooie, ingetogen en vooral bijzondere vocalen van zangeres Emilie Rex.
Op deze vocalen kom ik later terug, want de instrumentatie op het debuut van Lean Year verdient meer aandacht dan de korte typering hierboven. Net als bij Spokane heeft Rick Alverson een voorkeur voor muziek die van het etiket slowcore of sadcore kan worden voorzien, maar Lean Year kleurt haar muziek voller in dan gebruikelijk in dit genre.
In meerdere songs duiken klassiek aandoende arrangementen van strijkers en blazers op, maar Lean Year is ook niet vies van zweverige elektronische klanken en biedt hiernaast ruimte aan de drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Door het rijke instrumentarium gebeurt er van alles op het debuut van Lean Year, maar toch durf ik de muzikale inkleuring op de plaat sober te noemen.
Boven op het sobere en vooral stemmige instrumentarium komt de bijzondere stem van Emilie Rex. Het is een stem waar ik bij eerste beluistering van de plaat flink aan moest wennen, maar de hoge en soms wat onvast klinkende stem van Emilie Rex past uiteindelijk prachtig bij het veelkleurige en sfeervolle instrumentarium op de plaat en zorgt voor de contrasten die de muziek van Lean Year zo interessant maken.
Vanwege de wisseling van de seizoenen schieten de donkere en wat weemoedige albums momenteel als paddenstoelen uit de grond, maar het debuut van Lean Year vind ik een stuk interessanter dan de meeste andere platen die in dit genre zijn verschenen de laatste tijd.
In muzikaal opzicht is de muziek van Lean Year een stuk spannender en bezwerender, maar ook het beeldend vermogen van de muziek van de band uit Richmond, Virginia, is vele malen groter dan bij de concurrentie. De bijzondere stem van Emilie Rex zweeft op fascinerende wijze door het betoverend mooie muzikale landschap van Lean Year en voorziet de plaat van alleen maar meer toverkracht.
Het kleurt uiteraard prachtig bij de recente herfstdagen, maar de pure schoonheid van de muziek van Lean Year is uiteindelijk volstrekt tijdloos.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren en Lean Year aanschaffen:
https://leanyear.bandcamp.com
Het desolate trailer park waar ik noodgedwongen een dag moest doorbrengen behoort zeker niet tot mijn mooiste reisherinneringen, maar toch denk ik bij Spokane vooral aan iets heel moois.
Dat is zeker niet de verdienste van de provinciestad in de grote leegte van de Verenigde Staten, maar van de gelijknamige band van regisseur Rick Alverson, die met zijn band Spokane tussen 2000 en 2007 een handvol platen vol aardedonkere, beeldende en wonderschone sadcore maakte. Het zijn overigens platen die veel meer aandacht verdienen dan ze destijds kregen.
Sinds het laatste wapenfeit van Spokane een jaar of tien geleden heeft Rick Alverson zich geconcentreerd op zijn werk als regisseur, maar onlangs keerde hij terug met een nieuwe band, Lean Year.
Het titelloze debuut van Lean Year wordt gedragen door de zich langzaam voortslepende en beeldende klanken die ook de muziek van Spokane typeerden en deze fraaie klanken krijgen vervolgens gezelschap van de mooie, ingetogen en vooral bijzondere vocalen van zangeres Emilie Rex.
Op deze vocalen kom ik later terug, want de instrumentatie op het debuut van Lean Year verdient meer aandacht dan de korte typering hierboven. Net als bij Spokane heeft Rick Alverson een voorkeur voor muziek die van het etiket slowcore of sadcore kan worden voorzien, maar Lean Year kleurt haar muziek voller in dan gebruikelijk in dit genre.
In meerdere songs duiken klassiek aandoende arrangementen van strijkers en blazers op, maar Lean Year is ook niet vies van zweverige elektronische klanken en biedt hiernaast ruimte aan de drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Door het rijke instrumentarium gebeurt er van alles op het debuut van Lean Year, maar toch durf ik de muzikale inkleuring op de plaat sober te noemen.
Boven op het sobere en vooral stemmige instrumentarium komt de bijzondere stem van Emilie Rex. Het is een stem waar ik bij eerste beluistering van de plaat flink aan moest wennen, maar de hoge en soms wat onvast klinkende stem van Emilie Rex past uiteindelijk prachtig bij het veelkleurige en sfeervolle instrumentarium op de plaat en zorgt voor de contrasten die de muziek van Lean Year zo interessant maken.
Vanwege de wisseling van de seizoenen schieten de donkere en wat weemoedige albums momenteel als paddenstoelen uit de grond, maar het debuut van Lean Year vind ik een stuk interessanter dan de meeste andere platen die in dit genre zijn verschenen de laatste tijd.
In muzikaal opzicht is de muziek van Lean Year een stuk spannender en bezwerender, maar ook het beeldend vermogen van de muziek van de band uit Richmond, Virginia, is vele malen groter dan bij de concurrentie. De bijzondere stem van Emilie Rex zweeft op fascinerende wijze door het betoverend mooie muzikale landschap van Lean Year en voorziet de plaat van alleen maar meer toverkracht.
Het kleurt uiteraard prachtig bij de recente herfstdagen, maar de pure schoonheid van de muziek van Lean Year is uiteindelijk volstrekt tijdloos.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren en Lean Year aanschaffen:
https://leanyear.bandcamp.com
Saturday, 2 December 2017
Bal. De Kift
Alle festiviteiten zijn voorbij. Het samenvloeien met Rats On Rafts, Bidonville is opgeruimd, Wee Mij uitgespeeld en 25 jaar De Kift gevierd. Het is tijd voor een ander, compleet nieuw feest, genaamd Bal.
De verrassing is dat het album begint met misschien wel het beste nummer dat De Kift ooit live heeft gespeeld in de afgelopen paar jaar. Ik had het voor mijzelf 'Feeste Feeste Feeste' genoemd en wat blijkt: het is de titelsong geworden van de nieuwe plaat. 'Bal' is een overweldigend nummer. Pim Heijne knalt erin met een punked up elektrische gitaar. Daarna knalt de hele band in de overtreffende trap verder. De drums, de toeteraars en Wim van Weele als "Admiraal B.", met drie Braziliaanse trommels voor zijn buik, houdt van ons, van ons allemaal. En in de zaal weet je dat het waar is. Als Admiraal B. er is, zijn de Hemelse Engelen nooit ver weg. Kortom, als De Kift 'Bal' speelt, houdt iedereen van elkaar. Er is zelfs geen twijfel mogelijk. Iedereen lacht, zingt mee, terwijl de positieve energie door d'adren vloeit. Dit nummer is het mooiste en beste feestnummer ooit gemaakt, omdat het inclusief is en niemand uitsluit.
De Kift is flink uitgebreid voor Bal en dat is direct te horen in 'Bal'. Over al dat punk geweld is een prachtig arrangement voor de toeteraars geschreven. Een hint van zeldzame klasse en sophisticering. 'Bal' staat eindelijk op plaat en wat een feest is dat. Dan kan eigenlijk de rest van de plaat niet meer tegen vallen. Ik ga onderzoeken of dat ook zo is.
Maar wat gebeurt er als je zo juist naar een van de beste nummers ooit gemaakt geluisterd hebt, aan het begin van een nieuw album nog wel? Dan valt alles wat er na komt zwaar tegen.....
.... Het duurde bij eerste beluistering tot diep in het album voordat mij een andere schoonheid begon op te vallen. Vanaf dat moment ben ik Bal gaan beluisteren vanaf nummer 2. Ik heb al eerder opgemerkt dat De Kift melodisch en harmonisch steeds beter wordt met de jaren. Was 'Bidonville' conceptueel enorm sterk, muzikaal was het deels een stap terug naar het verleden. Bal pakt de draad op waar hij aan het einde van 'Brik' neergelegd was.
Natuurlijk hoor ik na 20 jaar De Kift volgen op zich niets meer. Daarvoor zijn de stemmen van Ferry Heijne, Frank van den Bos en Wim ter Weele te karakteristiek, zijn de afwijkende ritmes inmiddels te bekend, het schetterende koper te herkenbaar. En toch gaat De Kift op haar 11e plaat met gemak over alles heen wat hiervoor kwam. De band weet de weemoed nog beter te vangen. Juist door buiten haar betreden pad te treden. Zoals in 'D', waar een viool het enige instrument is onder de tekst die gedachten aan het verleden verwoordt. Wat De Kift beter dan ooit doet, is het vangen van die weemoed, maar combineert dat met een diep gevoeld mededogen voor de karakters in de teksten en voor het leven in het algemeen.
Die teksten zijn, zoals altijd, bewerkingen van teksten en gedichten van anderen. De ene keer gezongen, de andere keer voorgedragen of een combinatie daartussen. Dit maakt De Kift vrij uniek. De band speelt met de mogelijkheden die (de voordracht van) muziek brengt. Er zijn geen grenzen qua voordracht, nooit geweest, natuurlijk, maar de grenzen van de muzikale mogelijkheden zijn nog eens doorbroken op Bal.
Dat blijkt meteen uit het tweede nummer, 'Strijkstok'. Het aantal instrumenten is groter, het arrangement nog weelderiger, met fraaie harmonische lagen tussen trekzak en blazers. En dat is nog maar het begin, want er komt naarmate het nummer vordert steeds een instrument bij lijkt het wel. Sommige heel elementair een paar noten spelend, andere voluit. En alles past. Het lijkt Steely Dan wel, maar dan De Kift volkomen eigen.
Dit is de basis van Bal: prachtige melodieën en weemoed. 'Langzaam Aan' is zo'n typisch De Kift nummer. Een afwijkend ritme, voordracht en zang. Het toeren door Frankrijk heeft zeker iets opgeleverd. Meer dan ooit te voren zit er een element van het chanson in hun muziek. Samen met een oog voor details ontstaat een prachtig muzikaal kunstwerk. Minder punk, minder anarchie, meer pure muziek zonder de beginselen van De Kift uit het oog te verliezen.
Steeldrums, violen, een gewone piano, een uit Turks Fruit geplukte, weemoedige mondharmonica, een cello, allemaal instrumenten die niet vaak of nooit bij De Kift te horen zijn. Het komt allemaal voorbij. Ik was al onder de indruk van 'Hoofdkaas' en vervolgens 'Brik'. Heb genoten van het muzikale toneelstuk 'Bidonville' en geheadbangd op 'Rats On Rafts De Kift' , maar sta met open mond te luisteren naar Bal. Wat een plaat, wat een schoonheid.
Vandaag gaat Bal in première in het Patronaat. Helaas kan ik daar niet bij zijn, maar een paar dagen later in Leiden wel. Ik ben heel benieuwd, maar moet mij sterk vergissen als dat geen FEESTE! wordt.
Wo.
Je kunt hier luisteren naar 'Paradijs':
https://www.youtube.com/watch?v=Plskvg92PAM
en Bal hier bestellen:
http://dekift.nl/winkel/
De verrassing is dat het album begint met misschien wel het beste nummer dat De Kift ooit live heeft gespeeld in de afgelopen paar jaar. Ik had het voor mijzelf 'Feeste Feeste Feeste' genoemd en wat blijkt: het is de titelsong geworden van de nieuwe plaat. 'Bal' is een overweldigend nummer. Pim Heijne knalt erin met een punked up elektrische gitaar. Daarna knalt de hele band in de overtreffende trap verder. De drums, de toeteraars en Wim van Weele als "Admiraal B.", met drie Braziliaanse trommels voor zijn buik, houdt van ons, van ons allemaal. En in de zaal weet je dat het waar is. Als Admiraal B. er is, zijn de Hemelse Engelen nooit ver weg. Kortom, als De Kift 'Bal' speelt, houdt iedereen van elkaar. Er is zelfs geen twijfel mogelijk. Iedereen lacht, zingt mee, terwijl de positieve energie door d'adren vloeit. Dit nummer is het mooiste en beste feestnummer ooit gemaakt, omdat het inclusief is en niemand uitsluit.
De Kift is flink uitgebreid voor Bal en dat is direct te horen in 'Bal'. Over al dat punk geweld is een prachtig arrangement voor de toeteraars geschreven. Een hint van zeldzame klasse en sophisticering. 'Bal' staat eindelijk op plaat en wat een feest is dat. Dan kan eigenlijk de rest van de plaat niet meer tegen vallen. Ik ga onderzoeken of dat ook zo is.
Maar wat gebeurt er als je zo juist naar een van de beste nummers ooit gemaakt geluisterd hebt, aan het begin van een nieuw album nog wel? Dan valt alles wat er na komt zwaar tegen.....
.... Het duurde bij eerste beluistering tot diep in het album voordat mij een andere schoonheid begon op te vallen. Vanaf dat moment ben ik Bal gaan beluisteren vanaf nummer 2. Ik heb al eerder opgemerkt dat De Kift melodisch en harmonisch steeds beter wordt met de jaren. Was 'Bidonville' conceptueel enorm sterk, muzikaal was het deels een stap terug naar het verleden. Bal pakt de draad op waar hij aan het einde van 'Brik' neergelegd was.
Natuurlijk hoor ik na 20 jaar De Kift volgen op zich niets meer. Daarvoor zijn de stemmen van Ferry Heijne, Frank van den Bos en Wim ter Weele te karakteristiek, zijn de afwijkende ritmes inmiddels te bekend, het schetterende koper te herkenbaar. En toch gaat De Kift op haar 11e plaat met gemak over alles heen wat hiervoor kwam. De band weet de weemoed nog beter te vangen. Juist door buiten haar betreden pad te treden. Zoals in 'D', waar een viool het enige instrument is onder de tekst die gedachten aan het verleden verwoordt. Wat De Kift beter dan ooit doet, is het vangen van die weemoed, maar combineert dat met een diep gevoeld mededogen voor de karakters in de teksten en voor het leven in het algemeen.
Die teksten zijn, zoals altijd, bewerkingen van teksten en gedichten van anderen. De ene keer gezongen, de andere keer voorgedragen of een combinatie daartussen. Dit maakt De Kift vrij uniek. De band speelt met de mogelijkheden die (de voordracht van) muziek brengt. Er zijn geen grenzen qua voordracht, nooit geweest, natuurlijk, maar de grenzen van de muzikale mogelijkheden zijn nog eens doorbroken op Bal.
Dat blijkt meteen uit het tweede nummer, 'Strijkstok'. Het aantal instrumenten is groter, het arrangement nog weelderiger, met fraaie harmonische lagen tussen trekzak en blazers. En dat is nog maar het begin, want er komt naarmate het nummer vordert steeds een instrument bij lijkt het wel. Sommige heel elementair een paar noten spelend, andere voluit. En alles past. Het lijkt Steely Dan wel, maar dan De Kift volkomen eigen.
Dit is de basis van Bal: prachtige melodieën en weemoed. 'Langzaam Aan' is zo'n typisch De Kift nummer. Een afwijkend ritme, voordracht en zang. Het toeren door Frankrijk heeft zeker iets opgeleverd. Meer dan ooit te voren zit er een element van het chanson in hun muziek. Samen met een oog voor details ontstaat een prachtig muzikaal kunstwerk. Minder punk, minder anarchie, meer pure muziek zonder de beginselen van De Kift uit het oog te verliezen.
Steeldrums, violen, een gewone piano, een uit Turks Fruit geplukte, weemoedige mondharmonica, een cello, allemaal instrumenten die niet vaak of nooit bij De Kift te horen zijn. Het komt allemaal voorbij. Ik was al onder de indruk van 'Hoofdkaas' en vervolgens 'Brik'. Heb genoten van het muzikale toneelstuk 'Bidonville' en geheadbangd op 'Rats On Rafts De Kift' , maar sta met open mond te luisteren naar Bal. Wat een plaat, wat een schoonheid.
Vandaag gaat Bal in première in het Patronaat. Helaas kan ik daar niet bij zijn, maar een paar dagen later in Leiden wel. Ik ben heel benieuwd, maar moet mij sterk vergissen als dat geen FEESTE! wordt.
Wo.
Je kunt hier luisteren naar 'Paradijs':
https://www.youtube.com/watch?v=Plskvg92PAM
en Bal hier bestellen:
http://dekift.nl/winkel/
Friday, 1 December 2017
The Tower. Motorpsycho
What was my first Motorpsycho album? I remember listening to 'Let Them Eat Cake' and not liking it enough to spend money on the album. My first cd became 'Phanerothyme'. An album from 2001. By then the band had been releasing albums for 10 years and in the mean time we have progressed another 16 years. Again a double album is released by the band on which it goes all out in songs of over 10 minutes and manages to keep things concise that is under of around 7 minutes and twice managing under four. Through the years I've always liked the concise Motorpsycho better. So how do I fare with The Tower?
The first thing I notice when going through the album for the first time is the enormous energy the Norwegian have put into the album and managed to share with its listeners to. The enthusiasm of the band is bordering on overload. The Tower bursts with ideas, time changes, solos and double tracked vocals. It is impossible to not pay attention to what Motorpsycho is doing here.
When I read the the title of the album, I was reminded of something else, of 'In Your Life' of the band called The Tower, the vehicle of Boudewijn de Groot when he decided to switch to English. The single is obscure yet fantastic and in my life for nearly half a century. Is there a similarity? If there is it's in the psychedelic undertones in both.
Motorpsycho is rocking out at its loudest here. In all the opening songs there is no hanging back for a second. New drummer Thomas Järmyr must have found out very soon why he was asked to join the band. There's no rest for him.
The gas comes off in 'Intrepid Explorer'. A slow psychedelic outing starts the song until Bent Saether's bass takes over and starts tolling out a rhythm that is slowly picked up by Järmyr and allowing Hans Magnus Ryan to start filling in things with his guitar. There's some synths involved. Slowly 'Intrepid Explorer' is building up and keeps expanding until it bursts at the seams. One long drawn out note and one chord over which lead notes are played, while drums and bass are rocking out ever louder, faster and more impressive. We're on a road to the unknown, but by then nobody cares. Either the groove has gotten you in a trance or you left this expedition screaming. The song ends with a return to the 60s psychedelia. Everything in between was unthinkable at the time.Even with all these substances around. 'Intrepid Explorer' is 50 years of musical and studio/recording development for you.
CSNY? Why not. Like on 'Phanerothyme' a nod to past heroes can be found here. 'Stardust' is as small as Motorpsycho can become. Some beautiful harmonising like on the first two albums of CSN(&Y) shows how well these guys can sing together. An acoustic guitar and a mellotron like sound fill in the rest. No drums in sight. Just plain beautiful and a great counterpoint to what came before and explodes right after.
'In Every Dream Home (There's A Dreamer)'. A fiery riff propulses the song forward. It's like The KLF sang in that weird hit "Going going forward 'cause we can't find reverse". If anyone is loaded here it's Frank Zappa. Hear the bass riff and the slightly off course guitar solo. The difference is in the melody. Motorpsycho lets in the rock element much more. And Zappa hated hippies, with Motorpsycho that is definitely different. The hippie element is always somewhere around waiting to be let in to a song.
I've listened to the 6th song now. The two longest songs still have to come by then. Together they last half an hour. (With 11 minutes for two more songs.) I arrive at 'The Maypole', one of the two three minutes something songs. Again a quieter, more delicate affair. Acoustic at heart with a pop melody. Something like 'I'd Like To Teach The World To Sing'. Yes, I'm exaggerating a little here, of course, but not a lot. It shows the versatility of this band.
The longest track on the album 'A Pacific Sonata' starts just as quietly as 'Stardust'. To my surprise I'm listening again to a tranquil song with some great harmonising. Like a Pacific holiday the composition is full of sand beaches, coconut trees and warm sea water. David Crosby used to own a schooner. It seems to me I know who owns it in 2017. I can't blame Ryan and Saether to swap the dismal Norwegian west coast for warmer climes every once in a while. After 8.30 minutes the song changes, but the point was made by then.
It all ends with 'Ship Of Fools', another nearly 15 minute song. The Tower goes out with one big bang: "Never surrender". No way, when a song has an impact like 'Ship Of Fools'. The icing on the cake, the weather vane on top of the tower.
What is a strange experience, also somewhat sobering is the following. After writing the core of this review, I put on the new record of the French band Garciaphone, 'Dreameater', released on the small Dutch label Tiny Room Records. The music is described as slowcore. It has an uncanny likeness to the music on The Tower if; I strip all the bombast from it in my mind. Strange but very true (read on here, if you like to learn more: http://wonomagazine.blogspot.nl/2017/11/dreameater-garciaphone.html).
"There's a singer for every song" Motorpsycho sings in 'A.F.S.E.'. That may be, but I'd say it is all quite unique what is going on on The Tower. Overkill may be before the corner. What an overkill it is. When I'm in the right mood for The Tower, the album is simply stunning. There's so much to discover, so many layers on this record that it will keep me busy for a while. 'Here Be Monsters' was a comeback in my eyes, as I had stopped listening to new records since circa 2010. 2017 is the best year yet it may well prove to be for Motorpsycho and Norwegian progrock in general, with Soup's latest album 'Remedies' lauded on this blog recently. It's time for me to turn The Tower on again.
Wo.
You can listen to 'The Tower' here:
https://www.youtube.com/watch?v=49nzV22YSIo
The first thing I notice when going through the album for the first time is the enormous energy the Norwegian have put into the album and managed to share with its listeners to. The enthusiasm of the band is bordering on overload. The Tower bursts with ideas, time changes, solos and double tracked vocals. It is impossible to not pay attention to what Motorpsycho is doing here.
When I read the the title of the album, I was reminded of something else, of 'In Your Life' of the band called The Tower, the vehicle of Boudewijn de Groot when he decided to switch to English. The single is obscure yet fantastic and in my life for nearly half a century. Is there a similarity? If there is it's in the psychedelic undertones in both.
Motorpsycho is rocking out at its loudest here. In all the opening songs there is no hanging back for a second. New drummer Thomas Järmyr must have found out very soon why he was asked to join the band. There's no rest for him.
The gas comes off in 'Intrepid Explorer'. A slow psychedelic outing starts the song until Bent Saether's bass takes over and starts tolling out a rhythm that is slowly picked up by Järmyr and allowing Hans Magnus Ryan to start filling in things with his guitar. There's some synths involved. Slowly 'Intrepid Explorer' is building up and keeps expanding until it bursts at the seams. One long drawn out note and one chord over which lead notes are played, while drums and bass are rocking out ever louder, faster and more impressive. We're on a road to the unknown, but by then nobody cares. Either the groove has gotten you in a trance or you left this expedition screaming. The song ends with a return to the 60s psychedelia. Everything in between was unthinkable at the time.Even with all these substances around. 'Intrepid Explorer' is 50 years of musical and studio/recording development for you.
CSNY? Why not. Like on 'Phanerothyme' a nod to past heroes can be found here. 'Stardust' is as small as Motorpsycho can become. Some beautiful harmonising like on the first two albums of CSN(&Y) shows how well these guys can sing together. An acoustic guitar and a mellotron like sound fill in the rest. No drums in sight. Just plain beautiful and a great counterpoint to what came before and explodes right after.
'In Every Dream Home (There's A Dreamer)'. A fiery riff propulses the song forward. It's like The KLF sang in that weird hit "Going going forward 'cause we can't find reverse". If anyone is loaded here it's Frank Zappa. Hear the bass riff and the slightly off course guitar solo. The difference is in the melody. Motorpsycho lets in the rock element much more. And Zappa hated hippies, with Motorpsycho that is definitely different. The hippie element is always somewhere around waiting to be let in to a song.
I've listened to the 6th song now. The two longest songs still have to come by then. Together they last half an hour. (With 11 minutes for two more songs.) I arrive at 'The Maypole', one of the two three minutes something songs. Again a quieter, more delicate affair. Acoustic at heart with a pop melody. Something like 'I'd Like To Teach The World To Sing'. Yes, I'm exaggerating a little here, of course, but not a lot. It shows the versatility of this band.
The longest track on the album 'A Pacific Sonata' starts just as quietly as 'Stardust'. To my surprise I'm listening again to a tranquil song with some great harmonising. Like a Pacific holiday the composition is full of sand beaches, coconut trees and warm sea water. David Crosby used to own a schooner. It seems to me I know who owns it in 2017. I can't blame Ryan and Saether to swap the dismal Norwegian west coast for warmer climes every once in a while. After 8.30 minutes the song changes, but the point was made by then.
It all ends with 'Ship Of Fools', another nearly 15 minute song. The Tower goes out with one big bang: "Never surrender". No way, when a song has an impact like 'Ship Of Fools'. The icing on the cake, the weather vane on top of the tower.
What is a strange experience, also somewhat sobering is the following. After writing the core of this review, I put on the new record of the French band Garciaphone, 'Dreameater', released on the small Dutch label Tiny Room Records. The music is described as slowcore. It has an uncanny likeness to the music on The Tower if; I strip all the bombast from it in my mind. Strange but very true (read on here, if you like to learn more: http://wonomagazine.blogspot.nl/2017/11/dreameater-garciaphone.html).
"There's a singer for every song" Motorpsycho sings in 'A.F.S.E.'. That may be, but I'd say it is all quite unique what is going on on The Tower. Overkill may be before the corner. What an overkill it is. When I'm in the right mood for The Tower, the album is simply stunning. There's so much to discover, so many layers on this record that it will keep me busy for a while. 'Here Be Monsters' was a comeback in my eyes, as I had stopped listening to new records since circa 2010. 2017 is the best year yet it may well prove to be for Motorpsycho and Norwegian progrock in general, with Soup's latest album 'Remedies' lauded on this blog recently. It's time for me to turn The Tower on again.
Wo.
You can listen to 'The Tower' here:
https://www.youtube.com/watch?v=49nzV22YSIo
Subscribe to:
Posts (Atom)




