Friday, 18 December 2015

De Kift in de kerk. Paradijskerk, Rotterdam. 17-12-2015

Ik dacht dat De Kift in Rotown speelde, maar dat bleek twee deuren verder te zijn in een kerk van de oud katholieke gemeente. En werkt dat, een band in een kerk? Ja, dat viel alles mee om niet te zeggen: het was bijzonder.

De Paradijskerk is een neo-baroke kerk aan de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam en zoals de panden daar omheen gebouwd in het eerste decennium van de vorige eeuw. "Modern" baksteen dus van buiten. Van binnen ziet het eruit als een Duitse, Franse of Italiaanse kerk uit de 18e eeuw. Weldadige overdaad, noem ik het altijd. Het is heel precair wanneer het weldadige stopt en de overdaad de overhand krijgt en ronduit stuitend wordt. Het calvinistische gemoed van (oud) katholiek Nederland zorgde duidelijk voor een goede balans.

En oud katholiek. Hoe zat dat ook al weer? Ooit heb ik het geleerd. Hoe dan ook ketters natuurlijk, volgens Rome. Inderdaad heeft "jansenisme" er iets mee te maken. Het draait om een protestantse invloed op de godsbeleving in het katholicisme. Bepaalt Rome of een land, een geloofsgemeenschap of jijzelf hoe het zit? Zoals ik het gisteravond omschreef aan een vriend: "protestanten mogen denken wat ze willen, maar mogen niets in het leven, katholieken mogen alles in het leven, maar mogen niet zelf nadenken over het geloof". Laat ik het er op houden dat ik voor dat leven gekozen heb.

Wel bijzonder dus, een popconcert, want zo wil ik het wel noemen, in een kerk, die in alles nog een kerk is. De oude, houten kerkbanken stonden er nog, de band op het altaar, met alle eisen die op de rider staan in de sacristie. De sfeer was aanvankelijk ook wat gedragen. Bij het stapsgewijs doven van de lichten werd het ook echt stil, zoals voor een mis. Ferry Heine kwam alleen op, droeg een gedicht voor, zoals hij dat kan, en de sfeer werd soort van sacraal.

De Kift speelde zijn droevigste nummers onder de titel (en speelde van alles behalve) 'Wee Mij'. Veel voordracht, begeleiding iets kleiner dan normaal, maar nog steeds voluit De Kift. Een droevige drummer die af en toe niets te doen had en daarom ging tekenen op een overhead projector. Gekleed als een 17e eeuwse schilder. Na afloop te koop. Drummer Wim van Weele die liet horen hoe goed hij kan zingen in zijn versie van en in een ontroerend mooie versie van 'Orenmens'. Een van de absolute hoogtepunten van de avond. Genoten van zijn aftellen. Gewoon 1,2,3,4 en dan een heel raar ritme inzetten. En ik wil ook graag weten hoe het nu zit met het tellen in 'Een Man'. Ik ben er nog steeds niet achter. Het geheim van De Kift.

Het pomporgeltje was mee en jawel. Voor het eerst sinds jaren kwam 'Achterboeg' voorbij. Het hoogtepunt van 'Gaaphonger'. Toeval, dat ik vorige week 'Uut De Bron' van Broeder Dieleman met 'Gaaphonger' vergeleek op dit blog? En mijn zoon, fan sinds zijn 4e, zat thuis te blokken op scripties. Pech voor hem. Ik heb maar voor twee meegezongen.

De Kift is De Kift niet als er niet een meer dan bijzonder instrument het podium op komt. In dit geval een ouderwetse radio, groen oog en al, verbouwd tot draaiorgel. Echt? Pim Heijne stond te draaien alsof de show ervan afhing en bij De Kift sta ik nergens meer van te kijken, dus het zal wel.

Het leek wel alsof de band los moest komen van zijn omgeving. Dat lukte bij beetjes, waardoor het concert losser werd en uiteindelijk een swingend en rockende, op de wijze van De Kift dan, band op het altaar stond. Een band die door de lossere structuur van de show, het keurslijf van de nieuwe show/het nieuwe project was er niet en zo kregen we een dwarsdoorsnede van vele jaren te horen. Eigenlijk zoals andere bands altijd optreden. Zo hoorden we heel veel nummers, die ik in geen jaren had gehoord en enkele die ik helemaal niet kon thuisbrengen.

Eigenlijk had ik maar een ding te klagen na afloop: waar was het mooiste en meest melancholische lied van De Kift? 'Hoofdkaas' kan toch ook zonder een grote doos met blikjes gespeeld worden? Die had ik toch echt verwacht. Verder niets dan hulde. Zoals ik tegen de vriend zei, die voor het eerst aan De Kift werd blootgesteld, al snel alle scepsis verloor en met een grote grijns op zijn gezicht zat te luisteren: "Meer dan 99% van dit land heeft misschien nog nooit van De Kift gehoord, maar de rest is dan ook echt fan".

Opnieuw hulde. De Kift is de meest bijzondere band van Nederland en van ver daarbuiten. Doet wat het zelf wil en is daar op een bescheiden manier uitermate succesvol in. Een band die een enorme grijns op mijn gezicht weet te toveren met onalledaagse muziek die altijd klopt en weet en dit is eigenlijk heel bijzonder gezien de muziek, te ontroeren.

Op de terugweg, treinstoring dus lang wachten en omrijden, las ik in de NRC dat er drie soorten van muziekbeleving zijn, Ik hoor bij de derde: er zit altijd muziek in mijn hoofd, ik zing en neurie de hele dag. Op dit moment is dat 'Orenmens'. Dat nummer van de cd 'Vlaskoorts' is heerlijk in mijn hoofd blijven hangen.

Wo.

Thursday, 17 December 2015

Sun Leads Me On. Half Moon Run

What is it that I am looking at? Every time I look at this cover, I have to wonder. Of course it something with water coming off his head, but because of the sepia colours and the fierce light it could be anything when I look at the picture at a glance.

Half Moon Run received a favourable review on this blog in 2013 with its first album 'Dark Eyes'. Late in 2015 I am finally getting around Sun Leads Me On. It took me a while to really get into the album. After that beautiful album opener 'Warmest Regards', which reminds me of everything from the flute in Canned Heat's 'Going Up The Country' to George Harrison's 'Here Comes The Sun', I had a hard time to find my way. 'I Can't Figure Out What's Going On' moves into The Decemberists territory and I kind of lost my own way. What I did not do was give up on the album. Sometimes it takes more time to build a relationship with an album. Experience learns that often these albums are the truly lasting relationships with music. It is growing as I finally got myself to writing.

Half Moon Run is a Canadian four piece band that excels in lavish harmonies. It starts with the lead singing of Devon Portielje (guitar and percussion), followed by Conner Molander (guitar and keyboard),  Dylan Phillips (drums and keyboard) and Isaac Symonds (percussions, mandolin, keyboard and guitar). The members seem to play the instrument a song calls for and a lot of switching is suggested. That singing though is an important feature of Half Moon Run.

It is a safe bet to place Half Moon Run in the new folk group of bands that all broke since 2010. At the same time there is no hey ho in sight and that scores an extra point with me. Listening into Sun Leads Me On shows how versatile Half Moon Run is. The band has a few sides that all fight for attention. There is the soft, melancholic one that wants to play this beautiful ballads, there is the folk side and there is this rock beast that lies underneath everything just waiting to wake up and explode in to a song, upsetting the whole apple cart. This band knows how to explode and change the mood and how to take it all down to an acoustic guitar and voice again. All in taste and aiming for the sort of beauty that needs a second and third acquaintance to notice. Nothing is obvious on Sun Leads Me On. Again, over all this is the singing, that holds the same quality as The Shins or further down the time line, CSN were capable of. Half Moon Run is able to conjure up this sort of vocal majesty.

Take the title song. In this ballad the singing is superb, while the guitars play this subtle game, while at the same time sound threatening. Is there something going to happen when they speed up the number of notes played? In the end it is resignation. The sun may stay the same, the "I" in the song never comes out into the full light and remains in the shadows while he's changing. An intriguing song 'Sun Leads Me On' is. It's beautiful on the inside but never happy.

This is a musical trick that Half Moon Run is good at. There is more promise than is delivered in several songs. That hint at sunlight that we never reach. 'It Works Itself Out' comes very close. The lead voice shoots up, a nice synth line comes through as does the harmony. But do I reach full light? No, when the song finally brings me to the end of the dark, shady forest, a storm has broken loose, keeping the light from me, bringing more shade.

Half Moon Run conjures up all this imagery inside me while I'm listening to Sun Leads Me On and affects me in a different way than most songs do. They touch me in my imagination centre also. Now it isn't hard for me to get myself into that mood, but then I'm in the lead. Half Moon Run is in the lead here. Its music just takes the shortcut.

'Everbody Wants' shows again how good the band plays with dynamics. From ever so soft to full out and back to nearly nothing. Followed right away by an almost classical piano recital in 'Throes'. A short piece of music that is just put in between it all, before we go into an up tempo folk tune with a driving acoustic guitar and a harmonica. The early Dylan is a reference here.

In the end there may be too many sounds on Sun Leads Me On for the average listener. As far as I'm concerned the both of us are quite pleasantly getting along and growing. Half Moon Run has several faces and wears them well. Nearing the end, the band with the somewhat eerie ballad 'The Debt' reaches another highlight and an explosion in sound, before it all ends with the first single of this album 'Trust', that adds some dancey elements to the sound. Probably a run for the charts. The contrast with the album opener.'Warmest Regards' good not be larger though. The contrast is enormous. Fun album may be the wrong word, but fun I have. There is simply so much to discover. Album and cover are in total balance.

Wo.

You can listen to 'Turn Your Love' here:

https://www.youtube.com/watch?v=XmHLRPAqEDM

or buy at Bol.Com


Wednesday, 16 December 2015

Glider. Heather Woods Broderick

Heather Woods Broderick is de zus van Peter Broderick en tot dusver vooral bekend als muzikant in onder andere de band van Sharon Van Etten, Efterklang en Horse Feathers.
 
Dat Heather Woods Broderick ook prima op eigen benen kan staan laat ze horen op Glider. 
Glider valt op door mooie heldere vocalen die rondzweven in een dromerig en atmosferisch muzikaal landschap.
 
Het is een landschap dat vaak herinnert aan de muziek van The Cocteau Twins (en heel af en toe aan Enya), al is de muziek op Glider wel net wat aardser. Dit geldt overigens ook voor de stem van Heather Woods Broderick, die onderkoeld maar ook zwoel kan klinken.
 
Glider is een heerlijk dromerige plaat die het prima doet op de achtergrond, maar het is ook een spannende plaat die je noot voor noot wilt ontdekken. Het knappe van Glider vind ik persoonlijk de balans tussen zweverige en ongrijpbare klanken en redelijk toegankelijke popliedjes. Het is niet voor niets dat haar platenmaatschappij de muziek van Heather Woods Broderick aanprijst met zowel de hypnotiserende kracht van Cocteau Twins zangeres Elizabeth Fraser of Grouper als met de sensualiteit van Stevie Nicks.
 
Glider is door de zweverige klanken wel een plaat die tijd vraagt, maar als je deze tijd er eenmaal in hebt geïnvesteerd is het alleen maar genieten en hoor je bovendien iedere keer weer iets nieuws in het bijzondere klankentapijt op de plaat, dat varieert van uiterst ingetogen tot zwaar aangezet, waarbij afwisselend piano, gitaren en breed uitwaaiende elektronica wordt ingezet.

Glider van Heather Woods Broderick is de perfecte soundtrack voor het nieuwe seizoen van Twin Peaks, maar het is wanneer de gitaren aanzwellen ook een mooi alternatief voor de muziek van Mazzy Star. En zo heeft Glider nog veel meer gezichten. Heather Woods Broderick heeft een veelzijdige plaat afgeleverd die overloopt van ruwe schoonheid. Veel te mooi om te laten liggen.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Wyoming':

https://www.youtube.com/watch?v=3qcrxTUdkiI

of kopen op Bol.Com

 

Tuesday, 15 December 2015

Dregs EP. Tuff Love

Now I recently learned a new term in the English language, I'm going to use it too. Tuff Love makes this dreamy ramshackle indie pop music to fall in love with. Double tracked, dreamy vocals are played over music that seems to be played from the outer limits of the band's proficiency, but is so fluent that I just know that is not true.

Dregs is a five song EP by Scottish band Tuff Love. It is the third EP in a row. 'Junk' and 'Dross' preceded Dregs. Together they will be compiled to an album in the winter of 2016 before a true debut album is released in the next fall. Where the concept and a bit of the music remind me of Courtney Barnett, the titles certainly do not. Ms. Barnett favours long-titled albums, Tuff Love prefers just one word. Easy to remember for certain.

Tuff Love is a duo at heart: Julie Eisenstein (guitar, vocals) and Suse Bear (bass, vocals). Together with their live drummer Ian Stewart they take on the world, from the flat of Suse, where all this music was recorded. Lo-fi as it comes, but without a minute being hindered by the DYI. Dregs is not a full arranged record but certainly a full record at heart because of the mix. The voices of Eisenstein and Bear are smeared out over the mix, the instruments divided over the whole sound board. Double tracked or more guitars and voices.

Again I have to mention Veruca Salt. The singing of the ladies comes close in the harmonies. The spike in the lead vocals is missing though. Tuff Love keeps it soft and dreamy, weaving the voices in and out of each other.

Not all songs are that soft and dreamy where the music is concerned. The single 'Duke' that opens the EP testifies to this. The music is more up tempo and live may even be truly exiting. When the bass kicks in for what can be called a short solo, a venue ought to explode. Unless we're all shoegazing of course. A possibility, but 'Duke' is too much fun to be doing that. The delicate ending contrasts in a beautiful way with the polite storm being kicked up before.

Looking at the music I also have to note that Tuff Love does not win the originality price. In the past few years of this blog many a band has come by fronted by women that sound like this. Some play a little more punky other garage rocky and others poppy. It comes close to all that. But then I hear the organ solo ending 'Crocodile' and all is forgiven. So simple yet so endearing. The same goes for the driving, dark guitar line driving 'Threads' forward like clouds before the storm. A little The Cure lifted into the ramshackle indie pop of Tuff Love. The mix with the higher sounding guitar is well arranged. In the background the bass goes through a whole melody of its own as well, while the drummer pounds away (poor Ms. Bear's neighbours).

It all shows that Dregs is a true trio. The bass is just as important as the guitar and certainly when the band takes to the stage, where the instrument has to fill all with the drums between the two of them. A lot is going on on the bass. Like with Cream they all have equal parts to play. That the members of Tuff Love have to learn also is shown in 'Amphibian'. The breaks on the drums are not that fluent, disturbing the flow of the song. This is compensated in the singing and the interlude, where some exquisite details come by.

After 'Carbon' it is all over. The song is slower and knows a modest begin. 'Carbon' shows the softer side of Tuff Love and they get away with it easily. Again the band plays with a few different sounds in the guitar that takes care of the variety within the song. The singing again is so pleasant to listen to.

Dregs shows that with the modest tools available in a living, bed or spare room a band can record an EP that holds all it needs to show to the world how good a band is. Tuff Love has recorded a near perfect EP after which I can only close with stating that I can't wait to hear more.

Wo.

You can listen to 'Duke' here:

https://www.youtube.com/watch?v=BMad2QxfeMg

or buy the EP as a 10" from the record company here:

http://lostmap.com/products/tuff-love-dregs-ep


Monday, 14 December 2015

Uut De Bron. Broeder Dieleman

En daar zijn die vogels weer. Wat is toch het verband tussen de vogels die de platen van Broeder Dieleman bevolken en de vogels in .No's programma 'Kairos' op Concertzender? Ik begin een donkerbruin vermoeden te krijgen dat het dezelfde vogels zijn.

Broeder Dieleman debuteerde vorig jaar op dit blog met zijn indrukwekkende plaat 'Gloria' en kwam dit jaar voorbij met een dubbelsingle met niemand minder dan 'Bonny 'Prince' Billie. Iets meer dan een jaar na 'Gloria' komt daar al een nieuwe plaat bij genaamd Uut De Bron. Het is een soort totaal product. Het is een boek en een cd, een samenwerking tussen platenmaatschappij en uitgeverij.

Wie verwacht hetzelfde te horen als op 'Gloria' komt nogal bedrogen uit en krijgt ook waar voor zijn geld. Hoe dat kan, ga ik proberen uit te leggen.

Laat ik maar met de deur in huis vallen, ik ga Uut de Bron niet heel vaak draaien. Ik zeg het maar zoals het is. Daarvoor is het teveel een geluidscollage. Er komt van alles voorbij. Gesprekken in een onverstaanbaar Nederlands uit Zeeuws Vlaanderen. Omgevingsgeluiden die een aantal minuten aanhouden en muzikale totaalervaringen van het soort dat .No in 'Kairos' voorbij laat komen en waar ik niet altijd warm van wordt. Daarnaast of beter daar ergens tussen door doet Broeder Dieleman zijn onnavolgbare dingen. Zingen over een soort zoem bijvoorbeeld. Pas als ik de versterker harder zet, denk ik te horen dat het stemmen zijn, die zoemende ondertoon.

De enige referentie die mij te binnenschiet als er gezongen wordt, is die met Ferry Heine van De Kift. Beiden hebben een authentieke stem met een echt eigen klank, waar het lokale dialect doorheen komt. Bij Doeleman is dat een echt onderscheidend kenmerk. Hij doet niets, althans in mijn westerse oren, om zijn afkomst te verhullen. Omdat hij helemaal verstaanbaar is, in tegenstelling tot de gesprekken aan het begin van Uut De Bron, kan mijn conclusie in deze overigens onjuist zijn. Muzikale referentie is opnieuw De Kift. Het doet mij erg aan hun vroegere werk denken qua geluidstructuur. De cd 'Gaaphonger' bijvoorbeeld kent ook al dit soort geluiden en doet zeer ouderwets aan, zoals Uut De Bron ook doet.

Als totaal ervaring is Uut De Bron indrukwekkend. De geluiden brengen de beelden als het ware vanzelf mee. Ik zie oude mensen in Zeeuwse klei staan praten met hun klompen aan. Noestige koppen, de harde wind en vlagen regen trotserend. Ruisend koren staat tot aan den einder. Een schip wegvarend van de kant. Het geruststellende geklingel terwijl iemand indommelt bij het open raam, uitrustend na een dag harde arbeid. Ik krijg het er allemaal gratis bij, als ik mijn ogen maar sluit en de indrukken toelaat. Uut De Bron zou de soundtrack bij een documentaire kunnen zijn, waar een aantal songs aan zijn toegevoegd. "Ik kreeg mijn roeping in een koolzaadveld". Dat is een regel die een wereld aan beelden opent.

De muziek is minder organisch dan op 'Gloria'. Een krassende viool voert de boventoon. Ik schreef al, De Kift, uit de tijd dat ze "op Nova Zembla zaten". Hun nummers waren koud, de poolwind zat er in, knarsend, knerpend. Dat soort aspecten kent Uut De Bron ook. Muziek die getrokken lijkt uit de oud-Zeeuwsche klei in wintertijd. Ontdaan van alle franje, de naakte essentie van muziek is wat ik hoor. Viool, banjo en percussie die ik niet direct thuis kan brengen. Van heel ver weg lijkt alles te komen. Alleen de vrolijk kwetterende vogels suggereren de nakende lente. 'Hoofdplaat' is een ervaring.

De twee nummers met hoofdzakelijk een zoem als "muziek" werken uiteindelijk zoals Gregoriaanse samenzang dat doet. Het wordt een soort kerkelijke, spirituele ervaring. Sereen, rustgevend. "Ik was zeker dood, of zo", is in dat kader een regel die ik niet verwacht, maar roept ook weer een beeld op. Het polder nummer mag dan nog ontsporen op het eind (of de instrumental die volgt?), 'Omer Gelliet' blijft geheel in karakter en krijgt iets hypnotisch door zijn lengte. Het watergeklots waarin het overgaat, is dan ook een juiste voortzetting. De geluiden van de moderne wereld die er vervolgens doorheen komen, onderbreken de sluimer vervolgens volkomen.

Wie doorzet en Uut De Bron ondergaat, dringt door tot in de ziel van Tonnie Dieleman. Het zijn inkijkjes in zijn leven en ideeën. Die laten niet onberoerd. Dit is een plaat die vraagt om overgave. Wie dat doet, wordt rijkelijk beloont. Ik gaf aan dat ik niet heel veel naar dit werk zal luisteren. De oorzaak heb ik net gegeven. Het ontbreekt me simpelweg aan de tijd om dat vaak te doen. Uut De Bron is een monument.

Zoals gezegd is er ook een boek dat Uut De Bron heet. Hierin staan de teksten van Broeder Dieleman tot op heden, samen met een aantal prachtige foto's en een interview. Een prachtig boekwerk dat recht doet aan de teksten.

De video bij het nummer Lovenpolder, Boerengat toont beelden van dat buurtschap bij Terneuzen dat is afgebroken voor de komst van Dow Chemical in de jaren 70. Tonnie Dieleman zijn overgrootvader woonde daar.

Wo.

Je kunt hier luisteren naar 'Lovenpolder, Boerengat': 

https://www.youtube.com/watch?v=Z0m4QWo2-nQ

Of kopen op Bol.com