Sunday, 15 November 2015

Ik zou je het liefste...


Muziek van Arvo Pärt, John Tavener of Gavin Bryars is voor mij pure magie. Deze muziek gunt me vaak even een kijkje in de keuken van de eeuwigheid. Ik mag dan heel even over de schutting van de Hemel kijken. 

Het probleem is echter dat dit effect snel slijt. Als ik het stuk een keer of tien, of misschien twintig, gehoord heb, is de magie uitgewerkt. Of misschien is er een permanente verandering opgetreden en is het nieuwe eraf. Dat weet ik eigenlijk niet. In ieder geval lukt het me dan ook niet meer om de magie aan anderen over te brengen. En dan moet ik op zoek naar nieuwe magische muziek.

De meest magische cd die ik ken, draai ik bijna nooit. Juist om de magie te bewaren. Het gaat om de cd ‘Lorraine Hunt Lieberson, Bach Cantatas’ (Nonesuch 7559-79692 2). ‘Ich habe genug’, gezongen door de toen al doodzieke Lorraine, in ziekenhuispyjama en met een infuusstandaard naast zich op het podium. Dit is zo doorleefd dat het pijn doet. De dood staat als het ware naast haar op het podium. Maar juist dat is magisch, want dat maakt het mogelijk de dood recht in de ogen te kijken.

https://criticalmassesmedia1.files.wordpress.com/2013/05/bachcantatas.jpgAls klein jongetje vond ik eens een half vergaan dood dier in het bos. Ik kon niet eens meer herkennen wat het geweest was. Ik schrok enorm en wilde wegrennen. Maar dat deed ik niet. “Blijven kijken tot het niet meer eng is”, zei ik tegen mezelf. En dat werkte.

En precies zo werkt deze opname ook: je kijkt de dood recht in de ogen tot hij niet meer eng is. En als de doodsangst verdwijnt wordt het lijden dragelijker. En dan verandert het ‘ich habe genug’ van betekenis: niet meer ik ben het zat, maar ik heb genoeg. Troostend!

En die troost wil ik mensen kunnen meegeven als ze het heel hard nodig hebben. En soms ben ik dat zelf.

.No

Friday, 13 November 2015

Under Branch & Thorn & Tree. Samantha Crain

In 2014 introduceerde Erwin Zijleman de cd 'Kid Face' op WoNoBlog (lees hier: http://wonomagazine.blogspot.nl/2014/03/kid-face-samantha-crain.html). Het blijft hier niet bij. Dit jaar volgt Samantha Crain's nieuwe plaat, Under Branch & Thorn & Tree.

Samantha Crain maakte eind 2013 heel veel indruk met Kid Face. De singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, bleek op deze plaat (die achteraf niet haar debuut bleek) in staat om Amerikaanse rootsmuziek op subtiele wijze te vernieuwen, waardoor Kid Face zowel authentiek als modern klonk.
 
Dat geldt in nog veel sterkere mate voor haar nieuwe plaat Under Branch & Thorn & Tree, want wat is Samantha Crain sinds Kid Face gegroeid en wat is dat gezien het niveau van Kid Face knap.
 
De muziek van Samantha Crain is nog altijd geworteld in traditionele folk en dan met name de folk van de protestzangers uit de jaren 60, maar de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaanse roots geeft er op haar nieuwe plaat wederom een geheel eigen draai aan, bijvoorbeeld door ook meer countryinvloeden en invloeden uit de psychedelica in haar muziek te verwerken.

Dat hoor je in de instrumentatie die uiterst ingetogen wordt gehouden of juist wordt verrijkt met uiteenlopende instrumenten, variërend van elektronica tot een pedal steel tot een klassiek strijkorkest.
 
Dat hoor je ook in de vocalen van Samantha Crain, die anders klinken dan die van de meeste van haar soortgenoten en opvallen door de passie en emotie die Samantha Crain in haar stem legt. Samantha Crain vertelt op haar nieuwe plaat indringende verhalen en het zijn verhalen die haar diep raken; wat vervolgens direct effect heeft op de luisteraar.
 
Ook voor Under Branch & Thorn & Tree heeft Samantha Crain weer een beroep gedaan op Producer John Vanderslice en dat is een combinatie die nog altijd uitstekend werkt, want wat klinkt de plaat mooi en bijzonder en wat is de uitwerking vaak bezwerend.

Samantha Crain maakt op Under Branch & Thorn & Tree geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar kijkt vervolgens vooral vooruit, wat in dit genre bijzonder is. Het levert een intieme en emotievolle singer-songwriter plaat op die de lat voor de rest van het jaar op bijna onneembare hoogte legt.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar Under Branch & Thorn & Tree:

https://www.youtube.com/watch?v=6Mu6sC9LV0A&list=PL895AhXI-nwB2eWZqQD-igsIK3Z2SAk1r

of kopen op Bol.Com


Thursday, 12 November 2015

Goon. Tobias Jesso Jr.

Luister naar Goon van Tobias Jesso Jr. en je waant je onmiddellijk in de jaren 70. Nu is popmuziek uit de jaren 70 op het moment een bijzonder populaire inspiratiebron, maar zo duidelijk als op het debuut van Tobias Jesso Jr. hoor je het maar zelden.
 
Luister naar Goon van Tobias Jesso Jr. en je hoort flarden van de beste platen van Elton John, Paul McCartney, Randy Newman, Harry Nilsson, Billy Joel, John Lennon en, vooruit, Gilbert O'Sullivan.
 
Tobias Jesso Jr. bouwt zijn songs op rond zijn tijdloos klinkende pianospel en beschikt over een stem die heel veel kanten op kan.
 
Goon opent direct met een hopeloos verslavend popliedje. Het is een popliedje dat is gebouwd rond een paar eenvoudige maar ook betoverende pianoakkoorden, waarna de dromerige vocalen van Tobias Jesso Jr. en wat strijkers op de achtergrond de rest doen.
 
Goon bevat een flink aantal van dit soort tijdloze popliedjes, maar Tobias Jesso Jr. kan op Goon meerdere kanten op. Hij beschikt over een stem die raakt aan die van alle hierboven genoemde inspiratiebronnen, maar ook in muzikaal opzicht is Goon een veelzijdige plaat. Dat ligt niet direct aan het instrumentarium, waarin altijd de piano centraal staat (al zijn er op de achtergrond altijd wel wat andere instrumenten en grijpt Tobias Jesso Jr. ook een keer naar de akoestische gitaar), maar wel aan het vermogen van de Canadese singer-songwriter om schaamteloos aanstekelijke popliedjes af te wisselen met songs die wat lastiger te doorgronden zijn.
 
Direct bij eerste beluistering van Goon van Tobias Jesso Jr. had ik het idee dat ik naar een klassieker aan het luisteren was. Dat heeft aan de ene kant te maken met de duidelijk herkenbare inspiratiebronnen van de Canadees en zijn vermogen om volstrekt tijdloze popliedjes te schrijven, maar voor het maken van een klassieker is meer nodig.
 
Dat meer zit op het debuut van Tobias Jesso Jr. vooral in de emotie die de Canadees in zijn songs legt. Tobias Jesso Jr. is in de liefde zo te horen al in heel wat diepe dalen beland en maakt van zijn hart geen moordkuil. Vrijwel alle songs op de plaat gaan over de liefde en dan met name over de schaduwzijde van de liefde. Dat is al decennia lang een uitstekende voedingsbodem voor memorabele songs, maar lang niet iedereen is in staat om zoveel emotie of zelfs leed in zijn of haar songs te leggen als Tobias Jesso Jr. doet op Goon.
 
Goon is een plaat waar de ellende van af druipt, maar het is ook een plaat van een bijna ongekende schoonheid. Tobias Jesso Jr. grossiert op Goon in songs die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten. Het zijn songs die door alle emotie diep onder de huid kruipen, maar het zijn songs met zo schaamteloos aanstekelijke akkoorden dat je ze na één keer horen meefluit, of je dit nu wilt of niet.
 
Voor Goon werd een beroep gedaan op meerdere producers, van wie Ariel Rechtshaid (Vampire Weekend, Haim) en Black Keys drummer Patrick Carney de bekendste zijn. Goon is desondanks een consistent klinkende plaat en het is een plaat die net zo goed door Bernie Taupin of George Martin geproduceerd zou kunnen zijn.
 
Goon komt echter het best tot zijn recht wanneer je niet steeds op zoek gaat naar vergelijkingsmateriaal uit een ver verleden. Dan hoor je immers pas hoe mooi de popliedjes van Tobias Jesso Jr. zijn en hoeveel gevoel hij in zijn songs legt. Goon klinkt uiteindelijk niet als een klassieker, maar is er ook een. 2015 is tot dusver een prima muziekjaar, maar deze plaat steekt er vooralsnog een flink stuk bovenuit.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'How Could You Babe':

https://www.youtube.com/watch?v=uu1Ko02P7vk

of kopen op Bol.Com


Wednesday, 11 November 2015

The Small Glories. The Small Glories

Not long ago folk duo The Small Glories featured on this blog when reporting on a live show in the town of Warmond. The EP that was recorded to sell on the tour was bought and now duly reported on.

Also not long ago another duo (as it happens also from Canada) featured on this blog, Hymalayan. One of the distinctive features of that 3 song EP was that the two singers had the Slick-Balin factor. I hereby officially announce that Cara Luft and JD Edwardss also have that factor. In abundance. The way they sing together would have blended in into the first two incarnations of Jefferson Airplane without any problem. In that period the band still showed its coffee house folk origins in its rock. The same adventurous all out singing can be found on the 6 song mini album The Small Glories have released ahead of its official debut album that is slated for February 2016.

The U.S. folk is not the only distinctive feature. The Small Glories know their U.K. circa 1968 folk also. That much more traditional way of of playing and singing that seemed to go back right into the time of Elizabeth I and before when Robin Hood and Fryer John chanted together in Nottingham Forest. Anyone who listens to 'Long Long Moon' knows that Fairport Convention and Steeleye Span are just around the corner.

Next to all these influences The Small Glories has its own voice as well. 'True Story' is as authentic as a song can come. The slow banjo playing embellishing the tightly strummed acoustic guitars. In the end all the music is just an excuse to truly and deeply sing. Luft and Edwards' voices blend in perfect ways. Here I could just copy paste my review of October. Listening to this duo sing is a profound experience. The raw and somewhat nasal voice of Edwards mixes with the angelic voice of Luft, who is not afraid of giving it her all. She has the kind of voice that can give (a lot) extras where I expected her to have reached the outer limits of her reach and/or power. The extras flow easily from her mouth giving the songs an incredible extra depth, that is totally unexpected.

Tour de force is again 'Black Waterside' with its fantastic guitar playing by Cara Luft. Jimmy Page has met his folk match. The playing is intricate and forceful. A folk riff to kill for. In music like this there is no need for a band. The two voices and the things with strings (a harmonica is the exception) are enough to tell it all.

The Small Glories may be a teaser, put together to have something out during the touring, it is a glory. I just can't wait for that album to come out in three months time.

Wo.

You can listen to and buy the EP for your preferred price on the duo's website:

http://www.thesmallglories.com/the-small-glories-ep