Sunday, 5 July 2015

The Things That Sleep In Woods. Ilen Mer

Ilen Mer is een uit Tilburg afkomstige band die eerder deze maand debuteerde met The Things That Sleep In The Woods.
 
Het is een debuut dat mij in eerste instantie vooral aan de muziek van Kate Bush deed denken. Dat lijkt natuurlijk heel mooi, maar wanneer je een band vergelijkt met Kate Bush ligt de lat meteen onrealistisch hoog en is een debuut van een debuterende band eigenlijk kansloos.
 
De associatie met de muziek van Kate Bush ligt voor een deel aan de bij vlagen hoge stem van zangeres Merit Visser, maar veel belangrijker is de spannende en compromisloze wijze waarop Ilen Mer muziek maakt. Het is deze wijze van muziek maken waarmee Ilen Mer uiteindelijk ook ontsnapt aan iedere vergelijking en toch weer gewoon kan worden beoordeeld als een debuut van een jonge band.

Ilen Mer stopt haar debuut zelf in het hokje indie-folk, maar daarmee doet de band zichzelf wat mij betreft tekort. Natuurlijk hoor je af en toe duidelijke verwijzingen naar de Britse folk uit de vroege jaren 70, zeker als de stem van Merit Visser wordt gecombineerd met die van haar mede bandleden en natuurlijk heeft The Things That Sleep In The Woods af en toe een duidelijk indie-geluid, maar persoonlijk reserveer ik voor deze plaat toch het hokje Popmuziek met een hoofdletter P.
 
Ilen Mer heeft op haar debuut niet gekozen voor de makkelijkste weg. De songs van de band zitten volgepropt met mooie accenten en slaan bovendien constant nieuwe wegen in. De bijzondere instrumentatie van de plaat, die invloeden uit de folk combineert met invloeden uit uiteenlopende genres, wordt steeds gecombineerd met de stem van Merit Visser. Het is net als de stem van Kate Bush een stem die in eerste instantie niet direct hoeft te overtuigen of zelfs tegen kan staan, maar wanneer je eenmaal geraakt wordt door de vocalen op The Things That Sleep In The Woods dragen ze in hoge mate bij aan de kwaliteit van de plaat.
 
Het is overigens een stem die meerdere kanten op kan. Merit Visser kan klinken als de grote Britse folkzangeressen uit de jaren 70, kan zoals gezegd klinken als Kate Bush, maar klinkt, zeker wanneer de muziek van Ilen Mer wat zwaarder wordt aangezet, ook als de zangeressen in het gothrock segment.
 
Met Merit Visser heeft Ilen Mer een bijzonder sterk wapen in handen, zeker omdat ze ook nog eens de basis voor de meeste songs aandroeg, maar ook de rest van de band draagt absoluut bij aan het fraaie eindresultaat. The Things That Sleep In The Woods is een plaat die makkelijk had kunnen ontsporen door een overdaad aan bombast, maar de op zich vol klinkende instrumentatie zit vol rustmomenten en heeft bovendien een prachtig open geluid, waardoor hol bombast geen enkele kans krijgt. Dit geluid wordt alleen maar mooier als Ilen Mer ook nog strijkers en prachtige blazers inzet en deze contrasteert met mooie gitaaruithalen en een bijzonder klinkende ritmesectie.
 
The Things That Sleep In The Woods bevat een aantal songs met duidelijke invloeden uit de Britse folk uit de jaren 70, maar het mooist vind ik toch de tijdloze popliedjes die met geen mogelijkheid in een hokje of in een tijdvak zijn te duwen. Mijn conclusie zal duidelijk zijn: Ilen Mer heeft met The Things That Sleep In The Woods een buitengewoon knap en bijzonder overtuigend debuut afgeleverd. Een diepe buiging is op zijn plaats.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Stranger (live)':

http://ilenmer.com/video

of kopen op desite van Ilen Mer:

http://ilenmer.com/images/uploads/media/CDLP.jpg


Friday, 3 July 2015

Shamanaid. My Baby

De Amsterdamse band My Baby maakte iets meer dan een jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar debuut My Baby Loves Voodoo!.
 
Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan. (Het hele verhaal staat hier: http://wonomagazine.blogspot.nl/2014/02/my-baby-loves-voodoo-my-baby.html)
 
In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes.
 
My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost.
 
Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders.
 
Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk.
 
Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van.
 
De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut.
 
Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat.
 
De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden. 

Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet.

Erwin Zijleman

Je kunt hier luisteren naar 'Uprising':

https://www.youtube.com/watch?v=LkXLLpT2OSY

en Shamanaid kopen op Bol.Com

 

Thursday, 2 July 2015

Catching Echoes EP. King Karoshi

So King Karoshi throws us a Rorschach test with the cover of his new EP. And what do you see, dear reader? A ghost, a pelvis, a goat, the devil, a vulva, a dog, a rat, the pointing finger of former Dutch prime minister Joop den Uijl, flowers, a ...???? It's all there and more. I could go on for a while. Let me know what you see, as this is fun. Now you want to know what I saw first. A lot of purple and a little green, to be honest. After that I started looking.

Of course this EP is about the music that is on it and not the art work, but interesting artwork deserves attention.

King Karoshi, the band from Montreal, Canada, was on this blog earlier this year after Natalie Ramsay tipped me about a friend she used to play with before she left Montreal. 'Laundry', released just over a year ago, received a favourable review (read here: http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/01/laundry-ep-king-karoshi.html) but was not a spectacular EP. Neither is Catching Echoes, but only because the music isn't "spectacular". Something is going on here that points at a band in transition. Following the trail someone like Patrick Watson is travelling, but also the voice of Alexei Wajchman of the Blind Willies is not far away. Yes, this means that King Karoshi has not found it's own voice yet. No, it does not mean Catching Echoes is not interesting. I'd say far from.

Rémi Denis (lead guitar, lack-up vocals ); Patrick Dunphy (lead vocals, rhythm guitar); Alexy Guérer ( drums, back-up vocals) and Antoine Poliquin (bass, back-up vocal) have made a four song EP that holds some mystery. Where 'Laundry' was guitar and indie rock oriented, Catching Echoes moves away from there. After the opening song, that is relatively close to the final song on 'Laundy', 'So Little Time', King Karoshi moves into a more dreamy musical world. A less electrical guitar oriented one.

That doesn't mean that electric is out. No it's the rock riffs that were thrown out with the bath water of the laundry. That is the moment that King Karoshi reminds me of Blind Willies. 'In Her Eyes' plays itself out in a beautiful way. The song is a little hesitant in its rhythm, but starts playing with harmonies and subtle 'aaahhhs'. Becoming more interesting by the 30 seconds passing.Here are the moments that it shows that all band members can at least sing harmonies. After that there's no looking back.

The title song winds down even more. Cymbals rushing. In my opinion it is in this song that King Karoshi is really coming into its strength. Patrick Dunphy is singing great here, this is his voice, I'm sure of it and the band plays and sings the harmonies around him in an utterly relaxed way. 'Catching Echoes' is a beautiful song. The best I've heard of the band to date. And if King Karoshi can come up with one song like this, there will be more to come in the future.

Final song 'Here's To Us' already proves this point. The atmosphere is wound down again as the band moves toward the atmospheric pop and rock of Patrick Watson. If this is King Karoshi's strength it takes the hard road. How does it get an audience to shut up when playing so soft and delicate? Where I'm concerned this is beautiful. King Karoshi is growing and I for one am certainly interested in finding out where to.

Wo.

You can listen to Catching Echoes here:

https://www.facebook.com/events/377133435819033/?_fb_noscript=1

Wednesday, 1 July 2015

Follow your dream! Interview met Jan de Bloois


Naar aanleiding van het interview met Jarig van Sinderen kreeg ik een berichtje van Jan de Bloois. Ik moest maar eens naar Phoenix Lights luisteren. En naar Fashion and Music komen. Hij organiseerde dat! Ik kende Jan niet. En wist ik veel? Fashion and Music? Wat was dat? Ik kon niet, op 7 maart. Maar, het liet me niet meer los. Het feit dat ik helemaal niets met mode heb en alles met muziek, was al genoeg om geïnteresseerd te zijn. Vooral in Jan. En wat betreft Phoenix Lights? Blijf WoNo volgen!

Bij een kop koffie ontmoeten we elkaar. We blijken elkaar al van gezicht te kennen. Van deze zelfde koffieautomaat dus. Een van de weinige met echte koffie in plaats van dat dieptrieste ambtenarentreurbocht dat op de meeste verdiepingen aan nietsvermoedende hardwerkende ACM-ers wordt geserveerd. Ik had Jan op het eerste oog ingeschat op een inhuurkracht of extern consultant op het gebied van ICT. Met mijn fenomenale mensenkennis had ik dat meteen gezien. Maar de plek van de koffieautomaat (om de hoek bij I&A) en het feit dat ik hem tegen een collega allerlei onbegrijpelijke termen had horen gebruiken, speelden hierbij misschien ook wel een bescheiden rol. Hoe dan ook, ik blijk aardig in de richting te zitten.

Jan zit sinds april 2014 op een tijdelijk contract bij I&A. Vanwege zieke collega’s en het vertrek van een medewerker is daar tijdelijk ruimte ontstaan. Jan is overigens de vader van Mareille. Hij heeft haar op de vacature gewezen. Way to go! Zo blijft de vette aanbrengpremie in ieder geval in de familie!

De projecten waar Jan aan werkt zijn eigenlijk geheim, maar Jan heeft me schriftelijk toestemming gegeven om te onthullen dat ze betrekking hebben op grootschalige geautomatiseerde verwerking van gegevens. Jan is een all-round IT-er. Hij heeft al van alles gedaan, van programmeur, database- en netwerkbeheer, via systeemontwerp en projectmanagement naar informatiemanagement. Ook heeft hij een paar keer een afdeling gerund. Eerst 25 jaar als vaste kracht bij diverse bedrijven en de laatste jaren op tijdelijke basis. “Het enige dat ik nog nooit gedaan heb is iets met informatiebeveiliging”, zegt hij. Later zal blijken dat dat gelogen is [zie kader].

En wat voor muziek vindt Jan leuk? Nou, op die vraag komen er aanvankelijk nog goede bekenden langs: Bob Marley, Jimi Hendrix, The Roots, In This Moment, King Fisher Sky (uit Den Haag), Prince, Fleetwood Mac, dat soort werk. Maar al snel wordt het wat aparter. Een collega in de Marine speelde Rockgitaar. “En dan echte Rock, met een grote R, niet dat kinderspel van bandjes als The Rolling Stones, om over The Beatles maar helemaal te zwijgen. Denk aan Michael Schenker (de ex-gitarist van de Scorpions): keiharde Rock, maar wel melodieus.”

Je ziet het op het eerste oog niet aan hem af, maar dat soort muziek staat Jan dus wel aan. Hij heeft er bovendien een grote liefde voor het gitaarspel aan overgehouden. Zijn grote gitaaridool is wijlen Paco de Lucia. Hij is ook helemaal weg van Eric Vaarzon Morel, een nederlandse flamenco-gitarist. Jan speelt zelf ook gitaar: elektrisch en akoestisch, alhoewel hij zelf vindt dat dit meer proberen is dan spelen. Ik schat deze kwalificatie in op valse bescheidenheid.

Lalah Hathaway en Jan
Sinds hij in 2000 voor het eerst het North Sea Jazz Festival bezocht (aan welke kant van de Laan van Meerdervoort lag dàt eigenlijk? En Rotterdam, dan?) is Jan gewonnen voor of juist verloren aan de Jazz en bezoekt hij regelmatig concerten en festivals, waaronder North Sea, The Hague Jazz (inmiddels failliet) en gelegenheden als LantaarnVenster en Bird (Rotterdam) en NorthSeaJazzClub (Amsterdam). Hij houdt niet zo van de ‘wilde' Jazz, als Bebop, maar van meer melodieuze of symfonische Jazz. Denk aan Marcus Miller, Miles Davis, Chet Baker. Ook ‘crossover’ tussen Jazz en wereldmuziek vindt Jan mooi. Denk aan Michael Franti & Spearhead of Raoul Midón.

De vraag “welke soort muziek vind je nu echt het mooist?” is eigenlijk heel gemeen, zeker als je hem stelt aan iemand met een zo brede smaak als Jan, maar ik heb het toch gedaan. Ik krijg zeldzaam rap antwoord: “BFF!” 

Euh, BFF, even denken. Ik hoor mijn dochters deze term wel eens gebruiken: “Best Friends Forever? Oh, is dat een band?” Als Jan is bijgekomen van het lachen licht hij me voor: Blues, Fado en Flamenco. Hij legt uit dat deze muziekstijlen veel gemeen hebben: liederen vol vuur die gaan over het leven en diepe emoties. En de gitaar neemt een centrale plek in. En dan komt toch weer Eric Vaarzon Morel op de proppen. Echt fantastisch hoe deze Nederlander Flamenco speelt.

Ik bekijk Jan nog eens van top tot teen en denk: “Nu moet het er maar eens van komen”. Jans kleding is namelijk smaakvol, maar niet bepaald extravert, laat staan extravagant. Ik plaats hem niet direct in de wereld van mode. Dus ik vraag heel subtiel: “en Jan, hoe zit dat nu met die mode?”

“Ach dat komt door mijn belangstelling voor fotografie. Vanaf mijn veertiende een grote hobby. Mijn eerste toestel was een Zenith…” [Aangezien .No zelf met een Praktika is begonnen, dat andere Oostblok-budget-merk van de jaren ’70, ontspint zich nu een discussie over de voor- en nadelen van Zenith boven Praktika en vice versa waar ik u niet mee zal vermoeien. Onthoudt u nu maar gewoon dat Praktika beter was.]

Maar goed, in tegenstelling tot .No is Jan het experimenteerstadium in de fotografie wèl ontgroeid en heeft hij zich tot (semi-) professioneel fotograaf ontwikkeld. Van sportfotografie, bijvoorbeeld het C-elftal van FC Den Haag (een voetbalclub) via natuurfotografie naar modellenfotografie en concertfotografie. De laatste vijf jaar legt Jan zich steeds meer toe op modefotografie. Dat is gewoon zo ontstaan, via opdrachten. “Langzaam maar zeker rol je dat wereldje binnen.”

Tsja, en dan is de stap naar Fashion and Music niet meer zo groot. “Dit bestond gewoon nog niet. Modeshows vind ik meestal erg slecht georganiseerd en geproduceerd. Dat kan veel beter. Wervelender. En ik heb inmiddels een aanzienlijk netwerk van artiesten, ontwerpers en modellen. En je hebt mensen om je heen nodig om je droom te verwezenlijken. Dus heb ik het zelf maar georganiseerd. En grotendeels gefinancierd. Er waren een paar kleine sponsors, maar het meeste geld kwam van mezelf. Een behoorlijk risico. Maar je moet er wat voor over hebben om je droom neer te zetten.” 7 maart 2015 was de eerste, maar niet de laatste. “Ik wil er ieder jaar een gaan organiseren!” Dus volgend jaar zijn er weer kortingskaartjes via WoNo Magazine te verkrijgen. Toch, Jan?

En Phoenix Lights? .No is inmiddels gegrepen door hun muziek en zal er binnenkort in WoNo en misschien in Kairos op terugkomen.

.No

Jan werd geboren in Utrecht, maar al op zijn eerste besloot hij naar een echte stad te verhuizen: Den Haag. Hij is een rasechte Hagenees, dat wil zeggen dat hij aan de goede kant van de Laan naar Meerdervoort is opgegroeid. Vlakbij de vroegere ZHB (voor de Hagenaers, de Amersfoorters en de overige vreemdelingen onder ons: Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij, bestaat nu niet meer. Tussen de Schilderswijk en het Centrum). Samen met zijn vader ging hij naar wedstrijden van ADO (een voetbalclub), totdat dat te heftig werd. Op de tribune wel te verstaan. Google maar eens op “Het Monster van het Laakkwartier”, dan weet je wat Jan bedoelt. 
Na zijn VWO wilde hij beroepsmilitair worden, maar al kort na aanvang van de opleiding tot officier bij de Marine, kwam hij erachter dat dit toch niet ‘zijn ding’ was. Toen moest hij nog wel even zijn dienstplicht vervullen als ‘schrijver eerste klas’. Hij kwam bij bureau NATO terecht aan de Koningin Marialaan. Daar moest hij vertrouwelijke stukken verzenden. Dat gebeurde met lakzegels (voor de jeugd: een soort voorloper van Diginotar): een confidentieel stuk kreeg één zegel, een zeer geheim stuk drie zegels.