Ilen Mer is een uit Tilburg afkomstige band die eerder deze maand debuteerde met The Things That Sleep In The Woods.
Het is een
debuut dat mij in eerste instantie vooral aan de muziek van Kate Bush
deed denken. Dat lijkt natuurlijk heel mooi, maar wanneer je een band
vergelijkt met Kate Bush ligt de lat meteen onrealistisch hoog en is een
debuut van een debuterende band eigenlijk kansloos.
De
associatie met de muziek van Kate Bush ligt voor een deel aan de bij
vlagen hoge stem van zangeres Merit Visser, maar veel belangrijker is de
spannende en compromisloze wijze waarop Ilen Mer muziek maakt. Het is
deze wijze van muziek maken waarmee Ilen Mer uiteindelijk ook ontsnapt
aan iedere vergelijking en toch weer gewoon kan worden beoordeeld als
een debuut van een jonge band.
Ilen Mer
stopt haar debuut zelf in het hokje indie-folk, maar daarmee doet de
band zichzelf wat mij betreft tekort. Natuurlijk hoor je af en toe
duidelijke verwijzingen naar de Britse folk uit de vroege jaren 70,
zeker als de stem van Merit Visser wordt gecombineerd met die van haar mede
bandleden en natuurlijk heeft The Things That Sleep In The Woods af en
toe een duidelijk indie-geluid, maar persoonlijk reserveer ik voor deze
plaat toch het hokje Popmuziek met een hoofdletter P.
Ilen Mer
heeft op haar debuut niet gekozen voor de makkelijkste weg. De songs van
de band zitten volgepropt met mooie accenten en slaan bovendien
constant nieuwe wegen in. De bijzondere instrumentatie van de plaat, die
invloeden uit de folk combineert met invloeden uit uiteenlopende
genres, wordt steeds gecombineerd met de stem van Merit Visser. Het is
net als de stem van Kate Bush een stem die in eerste instantie niet
direct hoeft te overtuigen of zelfs tegen kan staan, maar wanneer je
eenmaal geraakt wordt door de vocalen op The Things That Sleep In The
Woods dragen ze in hoge mate bij aan de kwaliteit van de plaat.
Het is
overigens een stem die meerdere kanten op kan. Merit Visser kan klinken
als de grote Britse folkzangeressen uit de jaren 70, kan zoals gezegd
klinken als Kate Bush, maar klinkt, zeker wanneer de muziek van Ilen Mer
wat zwaarder wordt aangezet, ook als de zangeressen in het gothrock
segment.
Met Merit
Visser heeft Ilen Mer een bijzonder sterk wapen in handen, zeker omdat
ze ook nog eens de basis voor de meeste songs aandroeg, maar ook de rest
van de band draagt absoluut bij aan het fraaie eindresultaat. The
Things That Sleep In The Woods is een plaat die makkelijk had kunnen
ontsporen door een overdaad aan bombast, maar de op zich vol klinkende
instrumentatie zit vol rustmomenten en heeft bovendien een prachtig open
geluid, waardoor hol bombast geen enkele kans krijgt. Dit geluid wordt
alleen maar mooier als Ilen Mer ook nog strijkers en prachtige blazers
inzet en deze contrasteert met mooie gitaaruithalen en een bijzonder
klinkende ritmesectie.
The Things
That Sleep In The Woods bevat een aantal songs met duidelijke invloeden
uit de Britse folk uit de jaren 70, maar het mooist vind ik toch de
tijdloze popliedjes die met geen mogelijkheid in een hokje of in een
tijdvak zijn te duwen. Mijn conclusie zal duidelijk zijn: Ilen Mer heeft
met The Things That Sleep In The Woods een buitengewoon knap en
bijzonder overtuigend debuut afgeleverd. Een diepe buiging is op zijn
plaats.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren naar 'Stranger (live)':
http://ilenmer.com/video
of kopen op desite van Ilen Mer:
http://ilenmer.com/images/uploads/media/CDLP.jpg
Sunday, 5 July 2015
Saturday, 4 July 2015
Friday, 3 July 2015
Shamanaid. My Baby
De
Amsterdamse band My Baby maakte iets meer dan een jaar geleden een
onuitwisbare indruk met haar debuut My Baby Loves Voodoo!.
Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan. (Het hele verhaal staat hier: http://wonomagazine.blogspot.nl/2014/02/my-baby-loves-voodoo-my-baby.html)
In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes.
My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost.
Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders.
Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk.
Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van.
De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut.
Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat.
De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden.
Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren naar 'Uprising':
https://www.youtube.com/watch?v=LkXLLpT2OSY
en Shamanaid kopen op Bol.Com
Op deze BLOG opende ik mijn recensie met superlatieven in hoofdletters: FANTASTISCH, BEZWEREND, BETOVEREND, IMPONEREND, WERELDPLAAT, JAARLIJSTJESPLAAT, MEESTERWERK. Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want de on-Nederlands broeierige mix van funk, soul, gospel, rock en blues was en is met geen mogelijkheid te weerstaan. (Het hele verhaal staat hier: http://wonomagazine.blogspot.nl/2014/02/my-baby-loves-voodoo-my-baby.html)
In muzikaal opzicht herleefden de hoogtijdagen van Sly & The Family Stone, Funkadelic, Mother’s Finest en Prince en dan was er ook nog eens de fantastische stem van Cato van Dijck, die gehakt maakte van een heel contingent zogenaamde soulzangeresjes.
My Baby Loves Voodoo! is een debuut waarvan een band alleen maar kan dromen, maar het is ook een debuut dat My Baby heeft opgezadeld met een levensgroot probleem. Het is het probleem van de moeilijke tweede plaat na een geweldig debuut en dat is een probleem dat in het verleden flink wat veelbelovende bands de kop heeft gekost.
Op voorhand had My Baby twee opties. De band had er voor kunnen kiezen om My Baby Loves Voodoo! part II te maken of de band had een geheel nieuwe weg in kunnen slaan. Beide paden zijn in het verleden niet zonder risico gebleken. My Baby heeft daarom op Shamanaid gekozen voor een tussenweg. De tweede plaat van My Baby bevat een groot deel van de ingrediënten die My Baby Loves Voodoo! zo aantrekkelijk maakten, maar klinkt ook totaal anders.
Op Shamanaid hoor je nog steeds de prachtige bluesy gitaren van het debuut en is er ook nog altijd de imponerende stem van Cato van Dijck, maar ze zijn terecht gekomen in een heel ander muzikaal landschap. Shamanaid is wat minder uitbundig dan zijn voorganger en kiest voor bezwering in plaats van vermaak. Het is zeker geen makkelijke weg die My Baby heeft gekozen, maar wat maakt de band weer indruk.
Direct in de openingstrack hoor je hoe My Baby zich heeft ontwikkeld. De gitaarlijnen zijn uiterst subtiel, de ritmesectie legt een dub-achtige basis en Cato van Dijck zingt opvallend ingetogen. Het is een bezwerende track en hier volgen er nog velen van.
De rauwe soul en funk van het debuut hebben plaats gemaakt voor uiterst subtiele soul, swamp-blues, invloeden uit de dub en fraaie invloeden uit de wereldmuziek. Het is allemaal wat minder aanstekelijk dan op het debuut, maar Shamanaid grijpt je uiteindelijk nog veel steviger bij de strot dan het zo overtuigende debuut.
Het is op zich al knap dat My Baby de succesformule van het debuut achter zich heeft gelaten, maar dat het vervolgens op de proppen komt met een totaal ander en bovendien uniek eigen geluid is een prestatie van een ongekend formaat.
De pijlers van het geluid van My Baby 2.0 heb ik al genoemd, maar ze verdienen nog wat meer aandacht. Het gitaarwerk was de vorige keer al goed, maar blijft je nu verbazen, de ritmesectie zorgt steeds weer voor de verbinding tussen de gitaren en de geweldige zang, die af en toe nog los gaat als op het debuut, maar ook fraai kan fluisteren. Stil zitten is onmogelijk, maar Shamanaid is ook een plaat die je volledig wilt doorgronden.
Het levert een plaat op die naast het debuut van de band mag staan en moet worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft opgeleverd. Het wordt tijd dat dit ook buiten Nederland wordt ontdekt, want ook hier kent My Baby zijn gelijke niet.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren naar 'Uprising':
https://www.youtube.com/watch?v=LkXLLpT2OSY
en Shamanaid kopen op Bol.Com
Labels:
blues,
Erwin Zijleman,
funk,
gospel,
rock,
soul,
WoNo Magazine Muziek Music
Thursday, 2 July 2015
Catching Echoes EP. King Karoshi
So King Karoshi throws us a Rorschach test with the cover of his new EP. And what do you see, dear reader? A ghost, a pelvis, a goat, the devil, a vulva, a dog, a rat, the pointing finger of former Dutch prime minister Joop den Uijl, flowers, a ...???? It's all there and more. I could go on for a while. Let me know what you see, as this is fun. Now you want to know what I saw first. A lot of purple and a little green, to be honest. After that I started looking.
Of course this EP is about the music that is on it and not the art work, but interesting artwork deserves attention.
King Karoshi, the band from Montreal, Canada, was on this blog earlier this year after Natalie Ramsay tipped me about a friend she used to play with before she left Montreal. 'Laundry', released just over a year ago, received a favourable review (read here: http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/01/laundry-ep-king-karoshi.html) but was not a spectacular EP. Neither is Catching Echoes, but only because the music isn't "spectacular". Something is going on here that points at a band in transition. Following the trail someone like Patrick Watson is travelling, but also the voice of Alexei Wajchman of the Blind Willies is not far away. Yes, this means that King Karoshi has not found it's own voice yet. No, it does not mean Catching Echoes is not interesting. I'd say far from.
Rémi Denis (lead guitar, lack-up vocals ); Patrick Dunphy (lead vocals, rhythm guitar); Alexy Guérer ( drums, back-up vocals) and Antoine Poliquin (bass, back-up vocal) have made a four song EP that holds some mystery. Where 'Laundry' was guitar and indie rock oriented, Catching Echoes moves away from there. After the opening song, that is relatively close to the final song on 'Laundy', 'So Little Time', King Karoshi moves into a more dreamy musical world. A less electrical guitar oriented one.
That doesn't mean that electric is out. No it's the rock riffs that were thrown out with the bath water of the laundry. That is the moment that King Karoshi reminds me of Blind Willies. 'In Her Eyes' plays itself out in a beautiful way. The song is a little hesitant in its rhythm, but starts playing with harmonies and subtle 'aaahhhs'. Becoming more interesting by the 30 seconds passing.Here are the moments that it shows that all band members can at least sing harmonies. After that there's no looking back.
The title song winds down even more. Cymbals rushing. In my opinion it is in this song that King Karoshi is really coming into its strength. Patrick Dunphy is singing great here, this is his voice, I'm sure of it and the band plays and sings the harmonies around him in an utterly relaxed way. 'Catching Echoes' is a beautiful song. The best I've heard of the band to date. And if King Karoshi can come up with one song like this, there will be more to come in the future.
Final song 'Here's To Us' already proves this point. The atmosphere is wound down again as the band moves toward the atmospheric pop and rock of Patrick Watson. If this is King Karoshi's strength it takes the hard road. How does it get an audience to shut up when playing so soft and delicate? Where I'm concerned this is beautiful. King Karoshi is growing and I for one am certainly interested in finding out where to.
Wo.
You can listen to Catching Echoes here:
https://www.facebook.com/events/377133435819033/?_fb_noscript=1
Of course this EP is about the music that is on it and not the art work, but interesting artwork deserves attention.
King Karoshi, the band from Montreal, Canada, was on this blog earlier this year after Natalie Ramsay tipped me about a friend she used to play with before she left Montreal. 'Laundry', released just over a year ago, received a favourable review (read here: http://wonomagazine.blogspot.nl/2015/01/laundry-ep-king-karoshi.html) but was not a spectacular EP. Neither is Catching Echoes, but only because the music isn't "spectacular". Something is going on here that points at a band in transition. Following the trail someone like Patrick Watson is travelling, but also the voice of Alexei Wajchman of the Blind Willies is not far away. Yes, this means that King Karoshi has not found it's own voice yet. No, it does not mean Catching Echoes is not interesting. I'd say far from.
Rémi Denis (lead guitar, lack-up vocals ); Patrick Dunphy (lead vocals, rhythm guitar); Alexy Guérer ( drums, back-up vocals) and Antoine Poliquin (bass, back-up vocal) have made a four song EP that holds some mystery. Where 'Laundry' was guitar and indie rock oriented, Catching Echoes moves away from there. After the opening song, that is relatively close to the final song on 'Laundy', 'So Little Time', King Karoshi moves into a more dreamy musical world. A less electrical guitar oriented one.
That doesn't mean that electric is out. No it's the rock riffs that were thrown out with the bath water of the laundry. That is the moment that King Karoshi reminds me of Blind Willies. 'In Her Eyes' plays itself out in a beautiful way. The song is a little hesitant in its rhythm, but starts playing with harmonies and subtle 'aaahhhs'. Becoming more interesting by the 30 seconds passing.Here are the moments that it shows that all band members can at least sing harmonies. After that there's no looking back.
The title song winds down even more. Cymbals rushing. In my opinion it is in this song that King Karoshi is really coming into its strength. Patrick Dunphy is singing great here, this is his voice, I'm sure of it and the band plays and sings the harmonies around him in an utterly relaxed way. 'Catching Echoes' is a beautiful song. The best I've heard of the band to date. And if King Karoshi can come up with one song like this, there will be more to come in the future.
Final song 'Here's To Us' already proves this point. The atmosphere is wound down again as the band moves toward the atmospheric pop and rock of Patrick Watson. If this is King Karoshi's strength it takes the hard road. How does it get an audience to shut up when playing so soft and delicate? Where I'm concerned this is beautiful. King Karoshi is growing and I for one am certainly interested in finding out where to.
Wo.
You can listen to Catching Echoes here:
https://www.facebook.com/events/377133435819033/?_fb_noscript=1
Wednesday, 1 July 2015
Follow your dream! Interview met Jan de Bloois
Naar aanleiding van het interview met Jarig van Sinderen kreeg ik een berichtje van Jan de Bloois. Ik moest maar eens naar Phoenix Lights luisteren. En naar Fashion and Music komen. Hij organiseerde dat! Ik kende Jan niet. En wist ik veel? Fashion and Music? Wat was dat? Ik kon niet, op 7 maart. Maar, het liet me niet meer los. Het feit dat ik helemaal niets met mode heb en alles met muziek, was al genoeg om geïnteresseerd te zijn. Vooral in Jan. En wat betreft Phoenix Lights? Blijf WoNo volgen!
Bij een kop koffie ontmoeten we elkaar. We blijken elkaar al
van gezicht te kennen. Van deze zelfde koffieautomaat dus. Een van de weinige
met echte koffie in plaats van dat dieptrieste ambtenarentreurbocht dat op de
meeste verdiepingen aan nietsvermoedende hardwerkende ACM-ers wordt geserveerd.
Ik had Jan op het eerste oog ingeschat op een inhuurkracht of extern consultant
op het gebied van ICT. Met mijn fenomenale mensenkennis had ik dat meteen
gezien. Maar de plek van de koffieautomaat (om de hoek bij I&A) en het feit
dat ik hem tegen een collega allerlei onbegrijpelijke termen had horen
gebruiken, speelden hierbij misschien ook wel een bescheiden rol. Hoe dan ook,
ik blijk aardig in de richting te zitten.
Jan zit sinds april 2014 op een tijdelijk contract bij
I&A. Vanwege zieke collega’s en het vertrek van een medewerker is daar
tijdelijk ruimte ontstaan. Jan is overigens de vader van Mareille. Hij heeft
haar op de vacature gewezen. Way to go! Zo blijft de vette aanbrengpremie in
ieder geval in de familie!
De projecten waar Jan aan werkt zijn eigenlijk geheim, maar Jan heeft me schriftelijk toestemming gegeven om te onthullen dat ze betrekking hebben op grootschalige geautomatiseerde verwerking van gegevens.
Jan is een all-round IT-er. Hij heeft al van alles gedaan, van programmeur,
database- en netwerkbeheer, via systeemontwerp en projectmanagement naar
informatiemanagement. Ook heeft hij een paar keer een afdeling gerund. Eerst 25
jaar als vaste kracht bij diverse bedrijven en de laatste jaren op tijdelijke
basis. “Het enige dat ik nog nooit gedaan heb is iets met
informatiebeveiliging”, zegt hij. Later zal blijken dat dat gelogen is [zie kader].
En
wat voor muziek vindt Jan leuk? Nou, op die vraag komen er aanvankelijk nog
goede bekenden langs: Bob Marley, Jimi Hendrix, The Roots, In This Moment, King
Fisher Sky (uit Den Haag), Prince, Fleetwood Mac, dat soort werk. Maar al snel
wordt het wat aparter. Een collega in de Marine speelde Rockgitaar. “En dan
echte Rock, met een grote R, niet dat kinderspel van bandjes als The Rolling
Stones, om over The Beatles maar helemaal te zwijgen. Denk aan Michael Schenker
(de ex-gitarist van de Scorpions): keiharde Rock, maar wel melodieus.”
Je ziet het op het eerste oog niet aan hem af, maar dat
soort muziek staat Jan dus wel aan. Hij heeft er bovendien een grote liefde
voor het gitaarspel aan overgehouden. Zijn grote gitaaridool is wijlen Paco de
Lucia. Hij is ook helemaal weg van Eric Vaarzon Morel, een nederlandse flamenco-gitarist. Jan speelt zelf ook gitaar: elektrisch en akoestisch, alhoewel hij
zelf vindt dat dit meer proberen is dan spelen. Ik schat deze kwalificatie in
op valse bescheidenheid.
![]() |
| Lalah Hathaway en Jan |
Sinds hij in 2000 voor het eerst het North Sea Jazz Festival
bezocht (aan welke kant van de Laan van Meerdervoort lag dàt eigenlijk? En
Rotterdam, dan?) is Jan gewonnen voor of juist verloren aan de Jazz en bezoekt
hij regelmatig concerten en festivals, waaronder North Sea, The Hague Jazz
(inmiddels failliet) en gelegenheden als LantaarnVenster en Bird (Rotterdam) en
NorthSeaJazzClub (Amsterdam). Hij houdt niet zo van de ‘wilde' Jazz, als Bebop,
maar van meer melodieuze of symfonische Jazz. Denk aan Marcus Miller, Miles
Davis, Chet Baker. Ook ‘crossover’ tussen Jazz en wereldmuziek vindt Jan mooi.
Denk aan Michael Franti & Spearhead of Raoul Midón.
De vraag “welke soort muziek vind je nu echt het mooist?” is
eigenlijk heel gemeen, zeker als je hem stelt aan iemand met een zo brede smaak
als Jan, maar ik heb het toch gedaan. Ik krijg zeldzaam rap antwoord: “BFF!”
Euh, BFF, even denken. Ik hoor mijn dochters deze term wel eens gebruiken: “Best Friends Forever? Oh, is dat een band?” Als Jan is bijgekomen van het lachen licht hij me voor: Blues, Fado en Flamenco. Hij legt uit dat deze muziekstijlen veel gemeen hebben: liederen vol vuur die gaan over het leven en diepe emoties. En de gitaar neemt een centrale plek in. En dan komt toch weer Eric Vaarzon Morel op de proppen. Echt fantastisch hoe deze Nederlander Flamenco speelt.
Ik bekijk Jan nog eens van top tot teen en denk: “Nu moet
het er maar eens van komen”. Jans kleding is namelijk smaakvol, maar niet
bepaald extravert, laat staan extravagant. Ik plaats hem niet direct in de wereld van mode. Dus ik
vraag heel subtiel: “en Jan, hoe zit dat nu met die mode?”
“Ach dat komt door mijn belangstelling voor fotografie. Vanaf
mijn veertiende een grote hobby. Mijn eerste toestel was een Zenith…”
[Aangezien .No zelf met een Praktika is begonnen, dat andere
Oostblok-budget-merk van de jaren ’70, ontspint zich nu een discussie over de
voor- en nadelen van Zenith boven Praktika en vice versa waar ik u niet mee zal
vermoeien. Onthoudt u nu maar gewoon dat Praktika beter was.]
Maar goed, in tegenstelling tot .No is Jan het
experimenteerstadium in de fotografie wèl ontgroeid en heeft hij zich tot
(semi-) professioneel fotograaf ontwikkeld. Van sportfotografie, bijvoorbeeld
het C-elftal van FC Den Haag (een voetbalclub) via natuurfotografie naar
modellenfotografie en concertfotografie. De laatste vijf jaar legt Jan zich steeds
meer toe op modefotografie. Dat is gewoon zo ontstaan, via opdrachten. “Langzaam
maar zeker rol je dat wereldje binnen.”
Tsja, en dan is de stap naar Fashion and Music niet meer zo
groot. “Dit bestond gewoon nog niet. Modeshows vind ik meestal erg slecht
georganiseerd en geproduceerd. Dat kan veel beter. Wervelender. En ik heb
inmiddels een aanzienlijk netwerk van artiesten, ontwerpers en modellen. En je
hebt mensen om je heen nodig om je droom te verwezenlijken. Dus heb ik het zelf
maar georganiseerd. En grotendeels gefinancierd. Er waren een paar kleine
sponsors, maar het meeste geld kwam van mezelf. Een behoorlijk risico. Maar je
moet er wat voor over hebben om je droom neer te zetten.” 7 maart 2015 was de
eerste, maar niet de laatste. “Ik wil er ieder jaar een gaan organiseren!” Dus
volgend jaar zijn er weer kortingskaartjes via WoNo Magazine te verkrijgen.
Toch, Jan?
En Phoenix Lights? .No is inmiddels gegrepen door hun muziek
en zal er binnenkort in WoNo en misschien in Kairos op terugkomen.
.No
Jan werd geboren in
Utrecht, maar al op zijn eerste besloot hij naar een echte stad te verhuizen:
Den Haag. Hij is een rasechte Hagenees, dat wil zeggen dat hij aan de goede
kant van de Laan naar Meerdervoort is opgegroeid. Vlakbij de vroegere ZHB (voor
de Hagenaers, de Amersfoorters en de overige vreemdelingen onder ons:
Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij, bestaat nu niet meer. Tussen de Schilderswijk
en het Centrum). Samen met zijn vader ging hij naar wedstrijden van ADO (een
voetbalclub), totdat dat te heftig werd. Op de tribune wel te verstaan. Google
maar eens op “Het Monster van het Laakkwartier”, dan weet je wat Jan bedoelt.
Na zijn VWO wilde hij
beroepsmilitair worden, maar al kort na aanvang van de opleiding tot officier
bij de Marine, kwam hij erachter dat dit toch niet ‘zijn ding’ was. Toen moest
hij nog wel even zijn dienstplicht vervullen als ‘schrijver eerste klas’. Hij
kwam bij bureau NATO terecht aan de Koningin Marialaan. Daar moest hij
vertrouwelijke stukken verzenden. Dat gebeurde met lakzegels (voor de jeugd:
een soort voorloper van Diginotar): een confidentieel stuk kreeg één zegel, een
zeer geheim stuk drie zegels.
Subscribe to:
Posts (Atom)



