Tuesday, 21 February 2012

Tot ziens, Justine Keller. Spinvis


Alweer meer dan tien jaar geleden was daar opeens Spinvis. Het is allemaal langs mij heen gegaan, zoals dat soms gebeurt. Allerlei projecten deed Eric de Jong, hij is Spinvis, in de afgelopen jaren, met als meest opvallende voor mij een cd over de facteur Cheval, die een kasteel in zijn achtertuin bouwde met de stenen die hij mee nam op zijn rondes buiten het stadje Hauterives. Ik heb het wonderlijke bouwwerk aanschouwd lang geleden op vakantie. (Het betreft een hoorspel op cd uitgebracht onder de naam "Het hoofd van Ferdinand Cheval.) Zoals gezegd muziek heb ik niet gehoord.

Nu dus Tot ziens, Justine Keller. Omdat de cd zo enorm positief werd onthaald, zelfs nummer 3 stond in de eindlijst van Oor, besloot ik toch maar eens te luisteren. Wat heb ik al die tijd gemist? Ik hoor een wat zijige stem, die ietwat mysterieuze teksten brengt. Het komt mij meer voor als associatieve poëzie dan een verhaal. Daarnaast heel veel alcohol. Er wordt flink gedronken op deze cd. De stem sleurt mij niet bepaald de cd in. Dan moet de muziek het doen. Dat lukt in het eerste nummer goed. 'Oostende' vind ik een oprecht lekker nummer en belooft veel goeds. Het pingelorgeltje, voor zover een orgel kan pingelen, zit lekker in mijn oor. 'De grote zon' is een prachtig klein liedje, dat mij beslist raakt,  maar naar mate de cd vordert, gaat het geheel mij meer en meer tegenstaan. En dat begint eigenlijk al in het tweede nummer 'Kom terug'. Dat orgel! Te weinig oempf zal ik maar zeggen, te lijzig en truttig. Luister maar eens naar ‘Ronnie knipt haar haar’! Dan weet je wat ik bedoel. Geen vleesch, geen (Spin)visch. Wie weet wordt het nog een keer heel spannend verder op de plaat, maar ik ben dan al lang door naar iets anders. Ik heb het einde nog niet één keer gehaald. Sorry, maar Spinvis is niet weggelegd voor

 Wo.

Foto: Wo.
Dan maar een toeristische tip:

op de foto een detail van Le palais idéal van facteur Cheval. Een waanzinnig creatuur dat men één keer in zijn leven gezien moet hebben. Nu een museum.

Monday, 20 February 2012

Nothing is Wrong. Dawes


Nothing is wrong. Dawes

Dawes is een band uit Los Angeles, Ca en dat is niet raar als je naar de band luistert. Ruim 40 jaar west coast popmuziek rolt mijn speakers uit op een manier die alleen maar als een warm bad valt te omschrijven. Meteen in opener ‘Time spent in Los Angeles’ waan ik mij in lang vervlogen tijden. De heerlijk aangehouden klanken van een orgel zorgt ervoor dat de song direct beklijft.

Namen? Laat ik beginnen met de samenzang van CSN&Y of The Byrds. Beide bands hebben David Crosby gemeen en Dawes heeft die kwaliteit ook, waar iemand precies dat laagje extra harmonie geeft in de samenzang. (Anno 2012 hoor ik dan Fleet Foxes te zeggen, maar sorry, ik heb nog niet één nummer van die band gehoord dat blijft hangen bij me.) Een gitaar als in Neil Young & Crazy Horse valt ook op. The Band, nog een naam die mij te binnen schiet, maar ook de vroege Eagles en heel veel van wat na hen kwam. Overigens zonder hinderlijk te zijn. Er is hier geen sprake van kopieerlust. Deze jongens zijn duidelijk hun eigen band. Met een extra vermelding voor de warme stem van zanger Taylor Goldsmith. Ik kan uren naar hem luisteren.

Dawes is niet de absolute top in alt.americana, maar ik sluit niet uit dat dit niveau haalbaar is voor de band. De songs hebben geregeld net dat beetje extra. Daar refereer ik aan Wilco, zonder het experiment en de over the top momenten, die Wilco karakteriseren. Eigenlijk durf ik hier te beweren dat mensen die genoemde bands naar waarde schatten, Nothing is wrong doof aan kunnen schaffen. Dawes houdt een belofte in zich voor de toekomst. Niet alleen is er “nothing wrong”, het is zeer goed. ‘If I wanted someone’ is zelfs briljant. ‘Moon in the water’ wordt prachtig klein gehouden en laat mij een beetje smelten. En dan moeten de oohs in ‘Million dollar bill’ nog komen. U begrijpt het, ik heb er een bandje bij om goed in de gaten houden. (En toen zegden ze het concert in de Q-Bus af. Daar baalde ik enorm van.) Een band die ik te laat ontdekte voor de eindejaar lijst van 2011 (en 2010, want hun eerste cd North hills is ook alleraardigst). Dawes, onthoudt u die naam.

 Wo.




RIP Whitney Houston (2)


Laat ik voorop stellen dat ik nooit iets heb gehad met de muziek van Whitney Houston. De muziek waarmee ze halverwege de jaren 80 doorbrak naar een wereldwijd publiek was zo glad als een aal en bovendien ben ik allergisch voor zangeressen die in iedere noot een paar stembuigingen verstoppen en hier was Whitney Houston een ware meester in. Desondanks had ik wel waardering voor Whitney Houston en rekende ik haar tot de grote soulzangeressen van de jaren 80 en 90. Ik heb ooit wel eens een Whitney Houston cd gekocht. Deze liet ik uit schaamte verzegelen in de platenzaak waar ik hem kocht, waarbij ik waarschijnlijk mompelde dat hij voor mijn kleine nichtje was. Op deze cd, Whitney uit 1987 (waarvan er overigens een slordige tien miljoen werden verkocht), staan een paar draken van ballads, een paar vlotte uptempo songs, maar ook een paar songs waarin Whitney Houston wat meer ruimte kreeg en liet horen wat ze in huis had. Die ruimte kreeg Whitney Houston helaas bijna nooit. Niet van haar platenmaatschappij die het commerciële succes tot de laatste druppel uitmolk, niet van haar producers die haar altijd in het gladde keurslijf dwongen en niet van haar man, de gewelddadige egotripper en nietskunner Bobby Brown (die in vocaal en muzikaal opzicht niet in de schaduw kon staan van zijn beroemde echtgenote en dat compenseerde met zijn vuisten). Wat je dan nog over houdt zijn de trouwe fans, maar ook hiermee had Whitney Houston geen geluk. Toen ze er gedurende de jaren 90 niet in slaagde om de overstap naar de dance muziek te maken, waren de meeste fans haar heel snel vergeten en toen ze het afgelopen decennium een paar maal een comeback probeerde te maken, werd ze in de meeste zalen van het podium gefloten. Wat een verschil met het onthaal dat een niets meer presterende Elvis kreeg toen hij in zijn laatste jaren hijgend en puffend het podium in Las Vegas beklom in zijn te strak zittende witte pak. Een muzikale held ben je tegenwoordig kennelijk niet meer voor eeuwig, maar hooguit voor een paar jaar. Ik zal Whitney uit 1987 vandaag niet opzetten, maar ga eens op YouTube speuren naar opnamen waarin Whitney Houston liet horen wat een geweldige zangeres ze was. In de tussentijd zingt Whitney daarboven waarschijnlijk een duetje met Sam Cooke, Otis Redding of Marvin Gaye en krijgt ze het applaus dat ze ook de afgelopen jaren zo had verdiend.

Erwin Zijleman 

Voor meer van de hand van Erwin: http://dekrentenuitdepop.blogspot.com

Saturday, 18 February 2012

When the dust settles. The Parlor Soldiers


“Krenten uit de pop” is het blog dat wordt bijgehouden door WoNo Magazine schrijver Erwin Zijleman. Daar kwam ik de recensie tegen voor When the dust settles van The Parlor Soldiers. De recensie greep meer dan mijn gemiddelde aandacht. Dezelfde dag bezocht ik de site van het duo en na het geweldige nummer ‘Shallow grave’ besloot ik de cd al aan te schaffen. Geld overgemaakt en in dezelfde minuut had ik het zipbestand in mijn mailbox staan. Ik ben een sucker voor goede man-vrouw samenzang en dat spat van dit heel stoere, licht ruige, maar zeer elementair, kale nummer af.

Alex Culbreth, de heer en Karen Jonas, de dame, zingen de sterren van de hemel. De wat rauwe stem van Alex, die in de richting gaat van de jonge Levon Helm, vermengt zich met de, in vergelijking, engelachtige klanken van Karen, wat een combinatie oplevert, waar ik als een blok voor val. Soms neigt haar stem iets teveel naar country, denk snik, maar valt voor mij steeds aan de goede kant. De band komt uit Fredericksburg, Va., waar ik ooit in zo’n grappige combinatie van boekwinkel en koffiezaak een heerlijk stuk taart heb zitten eten. De invloed van de Appalachen, die hier niet ver vandaan liggen en daar de Blue Ridge Mountains worden genoemd, waarachter de Shanandoah weer stroomt, treedt af en toe naar voren. Soms tegen kale countryblues aanschurend en dan weer zoals in het nummer ‘Crazy’ richting pure, ruige countryfolk, zoals Nancy & Lee dat ook zo goed konden in ‘Jackson’. Karen Jonas wint op stemprestatie, Alex net niet. Qua invloeden kom ik uit op iemand als Gillian Welch, ‘Jolene’, van Dolly Parton, maar ook het verhalende in de teksten van singer-songwriters als Matt Harlan of Adam Carroll mag niet onvermeld blijven. Je ziet het voor je ogen gebeuren, zoals het hoort bij dit soort teksten.

When the dust settles is een prima debuutcd. Wie hem wil horen, verwijs ik naar de website van de band. Daar kun je hem direct aanschaffen voor $10, dat bleek €8,14. Koopje, mijnheer Sonneberg!

Wo.

Friday, 17 February 2012

RIP Whitney Houston (1)


Ja, de Amy editie is nog niet uit of de volgende zangeres stijgt ten hemel. Hoewel ik geen superfan van Whitney Houston ben, heb ik altijd een goed gevoel bij haar ballads gehad. In 1986 trad ze op tijdens het Montreux Festival en ik was daar. Ik heb vier dagen lang de hele wereldtop voorbij zien komen. Alle grote artiesten stonden op het podium. Whitney stond niet op het podium, maar midden in een kring gevormd door het publiek. Daar zong ze onder andere One Moment in Time a capella op een paar meter afstand en ik schoot ervan vol. Altijd als ik daaraan denk krijg ik weer tranen in mijn ogen. Een klein rank vrouwtje met een enorm stemgeluid, ik ging er toen echt van janken en dat heb ik eigenlijk nooit. Verdorie, nu begint het weer.
Groetjes,
Tineke G