Je kunt hier luisteren naar 'She will'.
Nu de zon weer plaats
dreigt te maken voor donkere wolken ga ik op zoek naar een bijpassende
soundtrack. Silence Yourself van Savages bevalt tot dusver uitstekend,
want de muziek van het vrouwelijke viertal uit Londen kan het zonlicht
nauwelijks verdragen. Bij eerste beluistering van Silence Yourself dacht
ik even dat ik een cd met obscuur werk van Siouxsie & The Banshees
in de cd speler had gestopt, maar bij wat meer aandacht voor de muziek
van Savages hoor je snel dat de band uit Londen meer doet dan het
reproduceren van invloeden uit een ver verleden. Silence Yourself laat
zich nadrukkelijk inspireren door de hoogtijdagen van de New Wave en
vooral de postpunk, maar het slaagt er ook op knappe wijze in om iets
toe te voegen aan de stapel platen uit een ver verleden die ik al in de
kast heb staan. Uit de postpunk pikt Savages vooral de diepe bassen, de
springerige gitaarloopjes en de vocalen die ergens tussen Siouxsie Sioux
en Patti Smith inzitten, maar de vier dames uit Londen zijn ook niet
vies van scheurende gitaren die eerder uit de noiserock van de jaren 90
afkomstig lijken en zo af en toe van tribale ritmes die de afgelopen
decennia door uiteenlopende bands zijn verwerkt. Wanneer Savages kiest
voor scheurende gitaren en beukende drums is de vergelijking met de
postpunk klassiekers uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 opeens ver
weg en klinkt Silence Yourself opeens als Sleater Kinney on speed. En
als je al het gitaargeweld even wegdenkt lijkt het opeens of Jefferson
Airplane uit haar as is herrezen, maar het debuut van Savages heeft ook
iets van PIL, van Joy Division, van Curve, van The Au Pairs en wanneer
de gitaarwolken even de ruimte krijgen zelfs iets van de Simple Minds.
Silence Yourself van Savages is een gitzwarte en bij vlagen loodzware
plaat, maar het is ook een plaat waar je langzaam maar zeer zeker
verslaafd aan raakt. Er zijn tientallen bands als Savages, maar geen van
deze bands slaagt er in om invloeden uit meerdere genres zo knap aan
elkaar te breien als de band uit Londen. Silence Yourself kun je als een
stoomwals over je heen laten komen, maar je kunt de muziek van Savages
ook ontleden in de onderdelen. De ene keer hoor je dan vooral het
fantastische gitaarwerk, de volgende keer de bassiste die speelt alsof
haar leven er van af hangt en hierna de loodzware maar zeker inventieve
drumpartijen of de geweldige zang van Jenny Beth, die begint als occulte
priesteres maar uiteindelijk zorgt voor heel veel kippenvel. Iedereen
die toe is aan zonnige klanken uit de speakers moet met een hele grote
boog om deze plaat heen lopen, maar als het best even wat donkerder mag
is Silence Yourself van Savages een plaat die een diepe indruk zal
maken.
Erwin Zijleman
Wednesday, 24 July 2013
Trouble will find me (2). The National
Na de recensie van Wo. (klik hier) volgt hieronder Erwin Zijleman's mening.
Je kunt hier naar 'Don't swallow the crap' luisteren.
Je hebt van die platen waar je na één keer horen al van alles over op wilt schrijven, maar er zijn ook van die platen die eerst moeten rijpen voor je er een oordeel over kunt vellen. Trouble Will Find Me van The National behoort absoluut tot de laatste categorie. De band leverde met The National (2001), Sad Songs For Dirty Lovers (2003) en Alligator (2005) drie geweldige platen af, maar maakte met Boxer (2007) één van de beste platen van het eerste decennium van de 21e eeuw. Met High Violet leverde de band uit Brooklyn, New York, vervolgens één van de beste platen van het lopende decennium af. Trouble Will Find Me kan na twee zulke goede platen eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar ook de zesde plaat van The National valt weer niet tegen. Trouble Will Find Me is een overrompelende plaat die je eigenlijk direct bij eerste beluistering al weet in te pakken, maar de plaat wordt vervolgens nog veel beter. Trouble Will Find Me is, zeker voor The National begrippen, een behoorlijk ingetogen plaat. De uitbarstingen van de vorige platen schitteren op de nieuwe plaat van de band door afwezigheid. The National maakt op haar zesde plaat vooral stemmige muziek die net wat toegankelijker is dan we van de band gewend zijn. Dat betekent echter zeker niet dat The National kiest voor het grote geld. Trouble Will Find Me is een lekker in het gehoor liggende plaat, maar The National is nog lang geen Coldplay, om maar eens een naam te noemen. Zeker wanneer je de plaat wat vaker hoort, merk je dat de songs van The National nog altijd verre van alledaags zijn en stuk voor stuk knap in elkaar steken. Trouble Will Find Me is door de stemmige klanken en de voor de band beperkte hoeveelheid dynamiek een plaat die makkelijk betovert, maar de echte impact komt pas veel later. Bijvoorbeeld wanneer je de prachtige gitaar- en keyboard partijen hebt ontrafelt, wanneer je mee zweeft met de door melancholie getekende strijkers of de aardedonkere baslijnen of wanneer je echt bent gegrepen door de diepzwarte maar wonderschone teksten van voorman Matt Berninger, die alleen maar beter is gaan zingen op deze plaat. Het blijft lastig om de muziek van The National te vergelijken met die van andere bands. In een aantal tracks hoor je duidelijk raakvlakken met de muziek van Echo & The Bunnymen en Joy Division, maar Trouble Will Find Me raakt minstens net zo vaak aan bands als American Music Club, Wilco of aan alles tussen The Arcade Fire en The Smiths. Het geeft al aan dat het noemen van namen betrekkelijk zinloos is en dat geldt voor Trouble Will Find Me nog sterker dan voor de voorgangers van de plaat. Ook met deze voorgangers moet je de zesde plaat van The National niet vergelijken, want Trouble Will Find Me is toch weer flink anders dan High Violet en zijn voorgangers. Het is een plaat om je lang mee op te sluiten. Net zo lang tot je weet dat The National wederom een plaat heeft gemaakt die behoort tot het beste dat de popmuziek van de jaren 00 te bieden heeft. Er is al verschrikkelijk veel geschreven over Trouble Will Find Me, maar met woorden doe je de unieke muziek van The National nauwelijks recht. Grootse plaat van de meest interessante band van het moment. En hij wordt nog steeds mooier. Iedere keer weer.
Erwin Zijleman
Je kunt hier naar 'Don't swallow the crap' luisteren.
Je hebt van die platen waar je na één keer horen al van alles over op wilt schrijven, maar er zijn ook van die platen die eerst moeten rijpen voor je er een oordeel over kunt vellen. Trouble Will Find Me van The National behoort absoluut tot de laatste categorie. De band leverde met The National (2001), Sad Songs For Dirty Lovers (2003) en Alligator (2005) drie geweldige platen af, maar maakte met Boxer (2007) één van de beste platen van het eerste decennium van de 21e eeuw. Met High Violet leverde de band uit Brooklyn, New York, vervolgens één van de beste platen van het lopende decennium af. Trouble Will Find Me kan na twee zulke goede platen eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar ook de zesde plaat van The National valt weer niet tegen. Trouble Will Find Me is een overrompelende plaat die je eigenlijk direct bij eerste beluistering al weet in te pakken, maar de plaat wordt vervolgens nog veel beter. Trouble Will Find Me is, zeker voor The National begrippen, een behoorlijk ingetogen plaat. De uitbarstingen van de vorige platen schitteren op de nieuwe plaat van de band door afwezigheid. The National maakt op haar zesde plaat vooral stemmige muziek die net wat toegankelijker is dan we van de band gewend zijn. Dat betekent echter zeker niet dat The National kiest voor het grote geld. Trouble Will Find Me is een lekker in het gehoor liggende plaat, maar The National is nog lang geen Coldplay, om maar eens een naam te noemen. Zeker wanneer je de plaat wat vaker hoort, merk je dat de songs van The National nog altijd verre van alledaags zijn en stuk voor stuk knap in elkaar steken. Trouble Will Find Me is door de stemmige klanken en de voor de band beperkte hoeveelheid dynamiek een plaat die makkelijk betovert, maar de echte impact komt pas veel later. Bijvoorbeeld wanneer je de prachtige gitaar- en keyboard partijen hebt ontrafelt, wanneer je mee zweeft met de door melancholie getekende strijkers of de aardedonkere baslijnen of wanneer je echt bent gegrepen door de diepzwarte maar wonderschone teksten van voorman Matt Berninger, die alleen maar beter is gaan zingen op deze plaat. Het blijft lastig om de muziek van The National te vergelijken met die van andere bands. In een aantal tracks hoor je duidelijk raakvlakken met de muziek van Echo & The Bunnymen en Joy Division, maar Trouble Will Find Me raakt minstens net zo vaak aan bands als American Music Club, Wilco of aan alles tussen The Arcade Fire en The Smiths. Het geeft al aan dat het noemen van namen betrekkelijk zinloos is en dat geldt voor Trouble Will Find Me nog sterker dan voor de voorgangers van de plaat. Ook met deze voorgangers moet je de zesde plaat van The National niet vergelijken, want Trouble Will Find Me is toch weer flink anders dan High Violet en zijn voorgangers. Het is een plaat om je lang mee op te sluiten. Net zo lang tot je weet dat The National wederom een plaat heeft gemaakt die behoort tot het beste dat de popmuziek van de jaren 00 te bieden heeft. Er is al verschrikkelijk veel geschreven over Trouble Will Find Me, maar met woorden doe je de unieke muziek van The National nauwelijks recht. Grootse plaat van de meest interessante band van het moment. En hij wordt nog steeds mooier. Iedere keer weer.
Erwin Zijleman
Sunday, 21 July 2013
Seesaw. Beth Hart Joe Bonamassa
Je kunt hier luisteren naar 'I'll love you more than you'll ever know'.
Joe Bonamassa behoort inmiddels al een aantal jaren tot de betere gitaristen in het rootssegment (en ver daarbuiten) en heeft bovendien een aantal prima soloplaten op zijn naam staan (persoonlijk vind ik vooral Dust Bowl uit 2011 heel erg goed). Beth Hart had na haar doorbraak met Screamin’ For My Supper (met hierop de single L.A. Song) uit 1999 moeten uitgroeien tot een wereldster, maar een bijzonder wild leven (dat flink wat mannelijke rocksterren degradeert tot koorknapen) stond een glanzende carrière vaak in de weg. Twee jaar geleden vonden Beth Hart en Joe Bonamassa elkaar en doken ze de studio in. Het leverde de geslaagde selectie covers op Don’t Explain op. De samenwerking beviel de twee zo goed dat de studio alvast werd geboekt voor een opvolger en die is nu verschenen. Seesaw is een logisch vervolg op Don’t Explain, maar is ook in alle opzichten beter dan zijn voorganger. De ingrediënten zijn voor een belangrijk deel hetzelfde. Beth Hart en Joe Bonamassa zijn de studio ingedoken met een geweldige band die de pannen van het dak kan spelen, maar ook gas terug kan nemen om Beth Hart te laten schitteren, topproducer Kevin Shirley (Led Zeppelin is de meest indrukwekkende naam op zijn goedgevulde cv) zat wederom achter de knoppen en voor de songs vertrouwden Bonamassa en Hart wederom op de goedgevulde archieven van de popmuziek. Net als op Don’t Explain is het gitaarwerk van Joe Bonamassa verder om je vingers bij af te likken en Beth Hart zingt ook op Seesaw of haar leven er van af hangt. Toch is Seesaw een veel betere plaat dan zijn voorganger. De keuze van de songs is een stuk ambitieuzer en soms zelfs behoorlijk gewaagd. Wie durft zich nog te wagen aan een uitgemolken song als Nutbush City Limits en wie durft Billie Holiday’s versie van Strange Fruit naar de kroon te steken? Beth Hart en Joe Bonamassa durven het aan en komen er mee weg. De keuze van de songs is echter niet bepalend voor de kwaliteit van Seesaw. Belangrijkste verschil met Don’t Explain is dat we nu twee muzikanten horen die elkaar door en door kennen en elkaar bovendien perfect aanvoelen. Wanneer Beth Hart de emotie uit haar tenen laat komen houdt Joe Bonamassa in en wanneer Bonamassa de snaren betovert neemt Beth Hart even genoegen met een plekje op de achtergrond. De chemie tussen de muzikanten op de plaat springt makkelijk over op de luisteraar. Seesaw bevat heerlijke blues, soul en rock, waarin vooral de geweldige stem van Beth Hart opvalt. Beth Hart zingt op Seesaw als Janis Joplin, maar ook als Etta James, Aretha Franklin en noem nog maar wat grootheden op. Samen met het gitaarspel van Bonamassa voorziet het iedere klassieker op deze plaat van een nieuw laagje chroom. Het is vrijwel onweerstaanbaar op kille zondagochtenden als deze.
Erwin Zijleman
Joe Bonamassa behoort inmiddels al een aantal jaren tot de betere gitaristen in het rootssegment (en ver daarbuiten) en heeft bovendien een aantal prima soloplaten op zijn naam staan (persoonlijk vind ik vooral Dust Bowl uit 2011 heel erg goed). Beth Hart had na haar doorbraak met Screamin’ For My Supper (met hierop de single L.A. Song) uit 1999 moeten uitgroeien tot een wereldster, maar een bijzonder wild leven (dat flink wat mannelijke rocksterren degradeert tot koorknapen) stond een glanzende carrière vaak in de weg. Twee jaar geleden vonden Beth Hart en Joe Bonamassa elkaar en doken ze de studio in. Het leverde de geslaagde selectie covers op Don’t Explain op. De samenwerking beviel de twee zo goed dat de studio alvast werd geboekt voor een opvolger en die is nu verschenen. Seesaw is een logisch vervolg op Don’t Explain, maar is ook in alle opzichten beter dan zijn voorganger. De ingrediënten zijn voor een belangrijk deel hetzelfde. Beth Hart en Joe Bonamassa zijn de studio ingedoken met een geweldige band die de pannen van het dak kan spelen, maar ook gas terug kan nemen om Beth Hart te laten schitteren, topproducer Kevin Shirley (Led Zeppelin is de meest indrukwekkende naam op zijn goedgevulde cv) zat wederom achter de knoppen en voor de songs vertrouwden Bonamassa en Hart wederom op de goedgevulde archieven van de popmuziek. Net als op Don’t Explain is het gitaarwerk van Joe Bonamassa verder om je vingers bij af te likken en Beth Hart zingt ook op Seesaw of haar leven er van af hangt. Toch is Seesaw een veel betere plaat dan zijn voorganger. De keuze van de songs is een stuk ambitieuzer en soms zelfs behoorlijk gewaagd. Wie durft zich nog te wagen aan een uitgemolken song als Nutbush City Limits en wie durft Billie Holiday’s versie van Strange Fruit naar de kroon te steken? Beth Hart en Joe Bonamassa durven het aan en komen er mee weg. De keuze van de songs is echter niet bepalend voor de kwaliteit van Seesaw. Belangrijkste verschil met Don’t Explain is dat we nu twee muzikanten horen die elkaar door en door kennen en elkaar bovendien perfect aanvoelen. Wanneer Beth Hart de emotie uit haar tenen laat komen houdt Joe Bonamassa in en wanneer Bonamassa de snaren betovert neemt Beth Hart even genoegen met een plekje op de achtergrond. De chemie tussen de muzikanten op de plaat springt makkelijk over op de luisteraar. Seesaw bevat heerlijke blues, soul en rock, waarin vooral de geweldige stem van Beth Hart opvalt. Beth Hart zingt op Seesaw als Janis Joplin, maar ook als Etta James, Aretha Franklin en noem nog maar wat grootheden op. Samen met het gitaarspel van Bonamassa voorziet het iedere klassieker op deze plaat van een nieuw laagje chroom. Het is vrijwel onweerstaanbaar op kille zondagochtenden als deze.
Erwin Zijleman
Transistor corazon. Melissa Greener
Je kunt hier luisteren naar 'Transistor Corazon'.
Al maanden staart Melissa Greener me aan vanaf de cover van haar derde plaat Transistor Corazon. Al maanden wil ik het liefst van de daken schreeuwen dat dit de beste rootsplaat is die ik in tijden heb gehoord. Al maanden ben ik diep onder de indruk wanneer Transistor Corazon uit de speakers komt en dat is verrassend vaak het geval. Maanden heb ik me in moeten houden, maar nu mag het er dan eindelijk allemaal uit. Op mijn promo exemplaar van Transistor Corazon zit een sticker met de tekst "Release date: May 20" en eindelijk ligt deze datum achter ons. Het al maanden in huis hebben van een plaat maar er nog niets over kunnen of willen zeggen, is overigens niet zonder gevaar. Heel wat platen die ik na eerste beluistering graag had bedolven onder de lovende woorden, vielen na enige gewenning toch wat tegen en wisten deze BLOG uiteindelijk nooit te bereiken. Het is voor Transistor Corazon van Melissa Greener nooit een serieus gevaar geweest. Ik vind de plaat bij iedere beluistering weer net iets beter dan de keer ervoor en dat is inmiddels al maanden het geval. Melissa Greener komt uit Austin, Texas, en maakte voor Transistor Corazon twee platen die slechts in lokale kring de aandacht trokken. Ik heb ze een aantal keer beluisterd en kwam steeds tot dezelfde conclusie: Melissa Greener beschikt absoluut over talent en gaat ooit nog eens een klassieker afleveren. Die klassieker is Transistor Corazon. Melissa Greener maakt op haar derde plaat stemmige en vooral ingetogen muziek die opvalt door een warmbloedige instrumentatie. De instrumentatie is de bloedsomloop van Transistor Corazon, maar het kloppend hart is de geweldige stem van Melissa Greener. Het is een stem die zoveel namen oproept dat ik uiteindelijk alleen maar kan concluderen dat de stem van Melissa Greener zijn gelijke niet kent. Transistor Corazon bevat rootsy popsongs waarin invloeden uit het Zuiden van de Verenigde Staten nadrukkelijk aanwezig zijn en zelfs een uitstapje richting Mexico niet wordt geschuwd, maar Transistor Corazon is zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat. Melissa Greener springt op haar nieuwe plaat van stijl naar stijl en verstapt zich geen enkele keer. Dat heeft ze voor een belangrijk deel te danken aan haar veelzijdige stem en aan de prima muzikanten die haar begeleiden, maar de ware kracht van Transistor Corazon schuilt in het feit dat alles uit het hart lijkt te komen. Melissa Greener heeft een intense plaat gemaakt die je steeds het gevoel geeft dat de plaat speciaal voor jou is gemaakt en live in de woonkamer wordt vertolkt. Het maakt de derde van Melissa Greener tot een zwaar verslavende plaat. Het is weinigen gegeven om muziek te maken die me altijd een goed gevoel geeft en ook altijd zorgt voor kippenvel, maar Melissa Greener slaagt er nu al maanden in. Ik kan nog uren doorgaan, maar misschien moet iedereen maar gewoon zelf luisteren naar de prachtplaat van Melissa Greener.
Erwin Zijleman
Al maanden staart Melissa Greener me aan vanaf de cover van haar derde plaat Transistor Corazon. Al maanden wil ik het liefst van de daken schreeuwen dat dit de beste rootsplaat is die ik in tijden heb gehoord. Al maanden ben ik diep onder de indruk wanneer Transistor Corazon uit de speakers komt en dat is verrassend vaak het geval. Maanden heb ik me in moeten houden, maar nu mag het er dan eindelijk allemaal uit. Op mijn promo exemplaar van Transistor Corazon zit een sticker met de tekst "Release date: May 20" en eindelijk ligt deze datum achter ons. Het al maanden in huis hebben van een plaat maar er nog niets over kunnen of willen zeggen, is overigens niet zonder gevaar. Heel wat platen die ik na eerste beluistering graag had bedolven onder de lovende woorden, vielen na enige gewenning toch wat tegen en wisten deze BLOG uiteindelijk nooit te bereiken. Het is voor Transistor Corazon van Melissa Greener nooit een serieus gevaar geweest. Ik vind de plaat bij iedere beluistering weer net iets beter dan de keer ervoor en dat is inmiddels al maanden het geval. Melissa Greener komt uit Austin, Texas, en maakte voor Transistor Corazon twee platen die slechts in lokale kring de aandacht trokken. Ik heb ze een aantal keer beluisterd en kwam steeds tot dezelfde conclusie: Melissa Greener beschikt absoluut over talent en gaat ooit nog eens een klassieker afleveren. Die klassieker is Transistor Corazon. Melissa Greener maakt op haar derde plaat stemmige en vooral ingetogen muziek die opvalt door een warmbloedige instrumentatie. De instrumentatie is de bloedsomloop van Transistor Corazon, maar het kloppend hart is de geweldige stem van Melissa Greener. Het is een stem die zoveel namen oproept dat ik uiteindelijk alleen maar kan concluderen dat de stem van Melissa Greener zijn gelijke niet kent. Transistor Corazon bevat rootsy popsongs waarin invloeden uit het Zuiden van de Verenigde Staten nadrukkelijk aanwezig zijn en zelfs een uitstapje richting Mexico niet wordt geschuwd, maar Transistor Corazon is zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat. Melissa Greener springt op haar nieuwe plaat van stijl naar stijl en verstapt zich geen enkele keer. Dat heeft ze voor een belangrijk deel te danken aan haar veelzijdige stem en aan de prima muzikanten die haar begeleiden, maar de ware kracht van Transistor Corazon schuilt in het feit dat alles uit het hart lijkt te komen. Melissa Greener heeft een intense plaat gemaakt die je steeds het gevoel geeft dat de plaat speciaal voor jou is gemaakt en live in de woonkamer wordt vertolkt. Het maakt de derde van Melissa Greener tot een zwaar verslavende plaat. Het is weinigen gegeven om muziek te maken die me altijd een goed gevoel geeft en ook altijd zorgt voor kippenvel, maar Melissa Greener slaagt er nu al maanden in. Ik kan nog uren doorgaan, maar misschien moet iedereen maar gewoon zelf luisteren naar de prachtplaat van Melissa Greener.
Erwin Zijleman
Wilderness. The Handsome Family
Je kunt hier luisteren naar 'Woodpecker'.
Brett en Rennie Sparks doken halverwege de jaren 90 voor het eerst op als The Handsome Family. Vanuit Texas en later vanuit Chicago maakte het echtpaar de ene na de andere fascinerende plaat. Het zijn platen waarop traditionele bluegrass en country werd vermengd met meer alternatieve country en geweldige teksten, die zowel zware verhalen vertelden als stil stonden bij de kleine lullige dingen in het leven. De beste platen van Brett en Rennie Sparks, Through The Trees uit 1998 en In The Air uit 2000, haalden niet alleen mijn jaarlijstje maar werden ook de hemel in geprezen door de gerenommeerde Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut. Na In The Air maakte The Handsome Family nog een aantal prima platen, maar het bijzondere was er wel wat af. Ondanks het feit dat ik de platen van The Handsome Family hoog heb zitten, twijfel ik toch altijd of de muziek van het tweetal niet één grote grap is. Het is in dat geval een grap die lang aanhoudt, want na een paar jaar stilte is The Handsome Family terug met een nieuwe plaat, Wilderness. Grap of niet, met opener Flies hebben Brett en Rennie Sparks (waarvan met name Brett er opeens 50 jaar ouder uit ziet) me direct weer te pakken. Er is niet veel veranderd. Wilderness sluit perfect aan op alle vorige platen van het duo en valt weer op door traditionele klinkende muziek met een flinke tekstuele knipoog. Vergeleken met de vorige platen van Brett en Rennie Sparks klinkt Wilderness net wat voller en geproduceerder, maar de muziek van The Handsome Family heeft haar unieke karakter behouden. Voor een ieder die, net als ik, een zwak heeft voor de muziek van The Handsome Family voelt Wilderness direct aan als een warm bad. Op één of andere manier bevalt de plaat me veel beter dan de meeste andere platen die het duo sinds In The Air maakte en is het, net als het vier jaar verleden verschenen Honeymoon, een plaat die moet worden gerekend tot de betere platen van The Handsome Family. Vergeleken met In The Air klinkt de muziek van The Handsome Family wel iets serieuzer. Belangrijker is dat met name het gitaarwerk veel beter is. Brett Sparks soleert er in een aantal tracks op los als een ware gitaargod en is ook nog eens beter gaan zingen. Wilderness is een typische The Handsome Family plaat, maar het duo zet ook opeens een flinke stap en verrast met meer invloeden en popliedjes die zich bijzonder aangenaam in het brein nestelen. Wilderness is daarom zeer geschikt voor een ieder die het werk van het duo niet kent en een fraai opstapje naar de al lang vergeten meesterwerken van een jaar of 15 geleden. No Depression start haar recensie van de plaat met de volgende woorden: "Brett and Rennie Sparks release a new album and suddenly the World is a better place". Zo is het maar net.
Erwin Zijleman
Brett en Rennie Sparks doken halverwege de jaren 90 voor het eerst op als The Handsome Family. Vanuit Texas en later vanuit Chicago maakte het echtpaar de ene na de andere fascinerende plaat. Het zijn platen waarop traditionele bluegrass en country werd vermengd met meer alternatieve country en geweldige teksten, die zowel zware verhalen vertelden als stil stonden bij de kleine lullige dingen in het leven. De beste platen van Brett en Rennie Sparks, Through The Trees uit 1998 en In The Air uit 2000, haalden niet alleen mijn jaarlijstje maar werden ook de hemel in geprezen door de gerenommeerde Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut. Na In The Air maakte The Handsome Family nog een aantal prima platen, maar het bijzondere was er wel wat af. Ondanks het feit dat ik de platen van The Handsome Family hoog heb zitten, twijfel ik toch altijd of de muziek van het tweetal niet één grote grap is. Het is in dat geval een grap die lang aanhoudt, want na een paar jaar stilte is The Handsome Family terug met een nieuwe plaat, Wilderness. Grap of niet, met opener Flies hebben Brett en Rennie Sparks (waarvan met name Brett er opeens 50 jaar ouder uit ziet) me direct weer te pakken. Er is niet veel veranderd. Wilderness sluit perfect aan op alle vorige platen van het duo en valt weer op door traditionele klinkende muziek met een flinke tekstuele knipoog. Vergeleken met de vorige platen van Brett en Rennie Sparks klinkt Wilderness net wat voller en geproduceerder, maar de muziek van The Handsome Family heeft haar unieke karakter behouden. Voor een ieder die, net als ik, een zwak heeft voor de muziek van The Handsome Family voelt Wilderness direct aan als een warm bad. Op één of andere manier bevalt de plaat me veel beter dan de meeste andere platen die het duo sinds In The Air maakte en is het, net als het vier jaar verleden verschenen Honeymoon, een plaat die moet worden gerekend tot de betere platen van The Handsome Family. Vergeleken met In The Air klinkt de muziek van The Handsome Family wel iets serieuzer. Belangrijker is dat met name het gitaarwerk veel beter is. Brett Sparks soleert er in een aantal tracks op los als een ware gitaargod en is ook nog eens beter gaan zingen. Wilderness is een typische The Handsome Family plaat, maar het duo zet ook opeens een flinke stap en verrast met meer invloeden en popliedjes die zich bijzonder aangenaam in het brein nestelen. Wilderness is daarom zeer geschikt voor een ieder die het werk van het duo niet kent en een fraai opstapje naar de al lang vergeten meesterwerken van een jaar of 15 geleden. No Depression start haar recensie van de plaat met de volgende woorden: "Brett and Rennie Sparks release a new album and suddenly the World is a better place". Zo is het maar net.
Erwin Zijleman
Subscribe to:
Posts (Atom)




