Wednesday, 20 December 2017
Tuesday, 19 December 2017
Sinner. Stone Irr
Naar
aanleiding van mijn recensie van de prachtplaat van Phoebe Bridgers
(voor mij een van de mooiste van 2017), kreeg ik vanuit de Verenigde
Staten de tip om ook eens te luisteren naar de muziek van Stone Irr.
Ik sta altijd open voor tips en hoopte in dit geval natuurlijk op een intieme vrouwelijke singer-songwriter plaat vol melancholie. Daarvoor ben je bij Stone Irr niet helemaal aan het juiste adres, want het betreft hier een mannelijke singer-songwriter uit Bloomington, Indiana.
Toch was ik direct bij eerste beluistering onder de indruk van de muziek van de Amerikaan en begreep ik de tipgever’s associatie met de muziek van Phoebe Bridgers.
Sinner wordt gepresenteerd als het officiële debuut van Stone Irr, maar de muzikant uit Indiana bracht in eigen beheer ook al een EP en een album uit. Deze worden qua schoonheid ruimschoots overtroffen door Sinner, dat direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk maakte en me vervolgens alleen maar dierbaarder is geworden.
Net als het door mij zo geprezen debuut van Phoebe Bridgers is Sinner van Stone Irr een zachte, intense en van melancholie overlopende plaat. Stone Irr keert net als zijn jonge collega uit Los Angeles terug naar zijn jeugd en het is een jeugd die niet makkelijk is geweest, al zijn het andere demonen die Stone Irr op zijn pad vond.
Sinner gaat niet over de verleidingen en leegheid van een grote Amerikaanse stad, maar over het conservatisme en de leegheid van het Amerikaanse platteland, waar religie nadrukkelijk regeert en niet de vrijheid biedt die Stone Irr in zijn jeugd zocht.
De melancholie op Sinner legt een donkere deken over het debuut van de muzikant uit Indiana. Het is een deken die nauwelijks daglicht doorlaat en die verstikkend kan werken, maar het is ook een deken die Sinner voorziet van een enorme intensiteit en broeierigheid.
Sinner is gevuld met uiterst ingetogen klanken vol melancholie, maar het zijn ook klanken van grote schoonheid. Het is muziek die een wat unheimisch gevoel geeft, maar het is ook muziek die voorzichtig betovert. Waar de al eerder genoemde Phoebe Bridgers haar intieme akoestische klanken combineert met stekelige accenten, is de instrumentatie op Sinner zonder uitzondering zacht en intiem.
Het effect van de instrumentatie wordt versterkt door de in meerdere lagen opgenomen stem van Stone Irr. Zeker wanneer meerdere lagen worden gecombineerd doet Sinner denken aan de meest ingetogen muziek van The Beach Boys, maar het debuut van Stone Irr heeft ook volop raakvlakken met de platen van Sufjan Stevens en met het glorieuze debuut van Jeff Buckley.
Sinner is een fluisterzachte plaat vol melancholie en schoonheid, maar het is ook een intense plaat vol onderhuidse spanning. Het is een plaat die aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar wanneer je met wat meer aandacht luistert is het ook een plaat die van alles met je doet en die alleen maar mooier en intiemer wordt.
Stone Irr opereert vooralsnog voornamelijk in de anonimiteit of obscuriteit, maar Sinner is een plaat die veel meer aandacht verdient en die zomaar kan uitgroeien tot een van de grote verrassingen van 2017.
Erwin Zijleman
Je kunt Sinner hier beluisteren en aanschaffen:
https://stoneirr.bandcamp.com/album/sinner
Ik sta altijd open voor tips en hoopte in dit geval natuurlijk op een intieme vrouwelijke singer-songwriter plaat vol melancholie. Daarvoor ben je bij Stone Irr niet helemaal aan het juiste adres, want het betreft hier een mannelijke singer-songwriter uit Bloomington, Indiana.
Toch was ik direct bij eerste beluistering onder de indruk van de muziek van de Amerikaan en begreep ik de tipgever’s associatie met de muziek van Phoebe Bridgers.
Sinner wordt gepresenteerd als het officiële debuut van Stone Irr, maar de muzikant uit Indiana bracht in eigen beheer ook al een EP en een album uit. Deze worden qua schoonheid ruimschoots overtroffen door Sinner, dat direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk maakte en me vervolgens alleen maar dierbaarder is geworden.
Net als het door mij zo geprezen debuut van Phoebe Bridgers is Sinner van Stone Irr een zachte, intense en van melancholie overlopende plaat. Stone Irr keert net als zijn jonge collega uit Los Angeles terug naar zijn jeugd en het is een jeugd die niet makkelijk is geweest, al zijn het andere demonen die Stone Irr op zijn pad vond.
Sinner gaat niet over de verleidingen en leegheid van een grote Amerikaanse stad, maar over het conservatisme en de leegheid van het Amerikaanse platteland, waar religie nadrukkelijk regeert en niet de vrijheid biedt die Stone Irr in zijn jeugd zocht.
De melancholie op Sinner legt een donkere deken over het debuut van de muzikant uit Indiana. Het is een deken die nauwelijks daglicht doorlaat en die verstikkend kan werken, maar het is ook een deken die Sinner voorziet van een enorme intensiteit en broeierigheid.
Sinner is gevuld met uiterst ingetogen klanken vol melancholie, maar het zijn ook klanken van grote schoonheid. Het is muziek die een wat unheimisch gevoel geeft, maar het is ook muziek die voorzichtig betovert. Waar de al eerder genoemde Phoebe Bridgers haar intieme akoestische klanken combineert met stekelige accenten, is de instrumentatie op Sinner zonder uitzondering zacht en intiem.
Het effect van de instrumentatie wordt versterkt door de in meerdere lagen opgenomen stem van Stone Irr. Zeker wanneer meerdere lagen worden gecombineerd doet Sinner denken aan de meest ingetogen muziek van The Beach Boys, maar het debuut van Stone Irr heeft ook volop raakvlakken met de platen van Sufjan Stevens en met het glorieuze debuut van Jeff Buckley.
Sinner is een fluisterzachte plaat vol melancholie en schoonheid, maar het is ook een intense plaat vol onderhuidse spanning. Het is een plaat die aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar wanneer je met wat meer aandacht luistert is het ook een plaat die van alles met je doet en die alleen maar mooier en intiemer wordt.
Stone Irr opereert vooralsnog voornamelijk in de anonimiteit of obscuriteit, maar Sinner is een plaat die veel meer aandacht verdient en die zomaar kan uitgroeien tot een van de grote verrassingen van 2017.
Erwin Zijleman
Je kunt Sinner hier beluisteren en aanschaffen:
https://stoneirr.bandcamp.com/album/sinner
Monday, 18 December 2017
Sunday, 17 December 2017
Painted Ruins. Grizzly Bear
De
uit Brooklyn, New York, afkomstige band Grizzly Bear verruilde met het
in 2009 verschenen Veckatimest de status van cultband voor die van één
van de smaakmakers in de indie-scene en wist deze status met het in 2012
verschenen Shields moeiteloos vast te houden. (Lees hier de recensie van Wo.: http://wonomagazine.blogspot.nl/2012/10/shields-grizzly-bear.html)
De band deed dit zonder al teveel concessies te doen, waardoor ook Shields weer klonk als een omgevallen platenkast van een muziekliefhebber met een opvallend brede smaak.
De band heeft vervolgens de tijd genomen voor de opvolger van Shields en komt pas vijf jaar later met Painted Ruins.
Het is een plaat die net wat anders klinkt dan zijn voorgangers, al is de veelheid aan invloeden gelukkig gebleven. Painted Ruins opent met pastorale klanken waarvoor Elbow zich niet zou schamen, maar slaat vervolgens al snel om in zwoele 70s pop vol mooie details, waaronder hele mooie gitaarlijnen.
In de tweede tracks zwellen de synths aan en lijkt Grizzly Bear te citeren uit de 80s synthpop, maar het is wel synthpop die wordt gecombineerd met de wonderschone zang, waarmee de band al sinds haar debuut indruk maakt.
In de derde track kiest Grizzly Bear voor een net wat experimenteler geluid, waarin flarden Elbow en beetje progrock en psychedelica worden gecombineerd met prachtige harmonieën en zo laat iedere track iets nieuws en verrassends horen.
De muziek van Grizzly Bear is nog altijd een vat vol invloeden of zelfs een vat vol tegenstrijdigheden, maar Painted Ruins strijkt geen moment tegen de haren in. De band heeft de tijd genomen om de prachtige vocalen op de plaat te combineren met een al even mooie instrumentatie. Het is een instrumentatie vol betoverend mooie gitaarlijnen en benevelende synths, maar het is ook een instrumentatie vol subtiele details en verrassende wendingen.
Waar de keuze voor een wat toegankelijker geluid op de laatste plaat van The Arcade Fire zorgt voor betrekkelijk kleurloze pop, is Painted Ruins een plaat die sprankelt en betovert. Het is prachtig hoe Grizzly Bear er op haar nieuwe plaat in slaagt om gitaren en synths in harmonie te brengen en het is indrukwekkend hoe de band experimenteerdrift combineert met het vermogen om songs te schrijven die zich als een warme deken om je heen slaan.
Het levert songs op die citeren uit het werk van Crosby, Stills & Nash of The Beach Boys, maar vervolgens worden voorzien van een klankentapijt dat qua avontuur en schoonheid zeker niet onder doet voor dat van Radiohead of dat van Talk Talk in haar latere jaren.
Zeker wanneer het volume wat wordt opgeschroefd of de plaat met de koptelefoon wordt beluisterd, wordt duidelijk wat een knap geluid Grizzly Bear in elkaar heeft gesleuteld op haar nieuwe plaat. Een aantal decennia popmuziek worden door de band aan elkaar gesmeed en vervolgens getransformeerd in een geluid dat alleen maar uit het heden kan komen.
Iedere keer dat ik de plaat hoor, hoor ik weer nieuwe dingen op Painted Ruins. Een vleugje Beatles, een beetje postpunk, hier en daar wat synthpop, een paar bevliegingen uit de progrock, een flinke wolk psychedelica, pure chamber pop of toch weer onnavolgbare indie-pop.
Painted Ruins van Grizzly Bear is een plaat die direct vermaakt en verbaast, maar de ware schoonheid komt pas aan de oppervlakte wanneer je de plaat voor de zoveelste keer hoort. Nog een beetje doorgroeien en het predicaat meesterwerk komt binnen bereik.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren naar 'Acquarian':
https://www.youtube.com/watch?v=OnBRexDwtDI
De band deed dit zonder al teveel concessies te doen, waardoor ook Shields weer klonk als een omgevallen platenkast van een muziekliefhebber met een opvallend brede smaak.
De band heeft vervolgens de tijd genomen voor de opvolger van Shields en komt pas vijf jaar later met Painted Ruins.
Het is een plaat die net wat anders klinkt dan zijn voorgangers, al is de veelheid aan invloeden gelukkig gebleven. Painted Ruins opent met pastorale klanken waarvoor Elbow zich niet zou schamen, maar slaat vervolgens al snel om in zwoele 70s pop vol mooie details, waaronder hele mooie gitaarlijnen.
In de tweede tracks zwellen de synths aan en lijkt Grizzly Bear te citeren uit de 80s synthpop, maar het is wel synthpop die wordt gecombineerd met de wonderschone zang, waarmee de band al sinds haar debuut indruk maakt.
In de derde track kiest Grizzly Bear voor een net wat experimenteler geluid, waarin flarden Elbow en beetje progrock en psychedelica worden gecombineerd met prachtige harmonieën en zo laat iedere track iets nieuws en verrassends horen.
De muziek van Grizzly Bear is nog altijd een vat vol invloeden of zelfs een vat vol tegenstrijdigheden, maar Painted Ruins strijkt geen moment tegen de haren in. De band heeft de tijd genomen om de prachtige vocalen op de plaat te combineren met een al even mooie instrumentatie. Het is een instrumentatie vol betoverend mooie gitaarlijnen en benevelende synths, maar het is ook een instrumentatie vol subtiele details en verrassende wendingen.
Waar de keuze voor een wat toegankelijker geluid op de laatste plaat van The Arcade Fire zorgt voor betrekkelijk kleurloze pop, is Painted Ruins een plaat die sprankelt en betovert. Het is prachtig hoe Grizzly Bear er op haar nieuwe plaat in slaagt om gitaren en synths in harmonie te brengen en het is indrukwekkend hoe de band experimenteerdrift combineert met het vermogen om songs te schrijven die zich als een warme deken om je heen slaan.
Het levert songs op die citeren uit het werk van Crosby, Stills & Nash of The Beach Boys, maar vervolgens worden voorzien van een klankentapijt dat qua avontuur en schoonheid zeker niet onder doet voor dat van Radiohead of dat van Talk Talk in haar latere jaren.
Zeker wanneer het volume wat wordt opgeschroefd of de plaat met de koptelefoon wordt beluisterd, wordt duidelijk wat een knap geluid Grizzly Bear in elkaar heeft gesleuteld op haar nieuwe plaat. Een aantal decennia popmuziek worden door de band aan elkaar gesmeed en vervolgens getransformeerd in een geluid dat alleen maar uit het heden kan komen.
Iedere keer dat ik de plaat hoor, hoor ik weer nieuwe dingen op Painted Ruins. Een vleugje Beatles, een beetje postpunk, hier en daar wat synthpop, een paar bevliegingen uit de progrock, een flinke wolk psychedelica, pure chamber pop of toch weer onnavolgbare indie-pop.
Painted Ruins van Grizzly Bear is een plaat die direct vermaakt en verbaast, maar de ware schoonheid komt pas aan de oppervlakte wanneer je de plaat voor de zoveelste keer hoort. Nog een beetje doorgroeien en het predicaat meesterwerk komt binnen bereik.
Erwin Zijleman
Je kunt hier luisteren naar 'Acquarian':
https://www.youtube.com/watch?v=OnBRexDwtDI
Saturday, 16 December 2017
I'm Not Alright. John Joseph Brill
"Are you planning to review John Joseph Brill?", was a question I received a while back. My answer was "No, this album is so boring".
And look, a change of season, perhaps a corresponding mood and a chance clicking on a title I did not recognise. Not that a lot happens on I'm Not Alright, a four song EP, it's that it does speak to me. The music on the EP appeals to those moments I did enjoy that typical 80s music made by bands like The Blue Nile and Talk Talk. Readers of this blog know my thoughts on 80s music in general by now, there were some notable exceptions, some of them even at the time.
John Joseph Smith makes that sort of serious, electronic music, sung with a dark voice, that does not allow for a lot of expression and a show of emotion. In fact in emotional moments, like in "You were all I wanted", Brill takes his voice down even further, making expression even harder. The fun is in the solo notes of the keyboard that are in a higher register and a synthsound in the background playing long held chords or notes. Describing them as playful is almost possible.
I'm not alright is quite some title. When a friend says this to you, you know you are going to have a different evening than expected. A mere acquaintance saying it is close to socially unacceptable. A singer or artist? That's a different story of course. John Joseph Brill's life was in a rot when writing and recording this EP. Hence he asked his friends from Bear's Den to assist him, with Andrew Davie producing.
Things do not get much darker than on the single 'A Place To Drown'. "Let me be the water" he sings if the person he sings to would want to kill him of herself. The ultimate sacrifice or the ultimate revenge? A fascinating song, no matter how dark. In a dark, joyless set of songs, it doesn't get darker than this, fortunately. With the Earth spinning fast towards the shortest day an appropriate sort of music.
To think the album starts with the sound and chord progression of Klein Orkest's 'Over De Muur', that melancholy musical fest on the Berlin Wall. The lyrics to that song are a joy. Here the mood goes down and down until we know the singer is not alright. The 80s are all over this song, like a tinseltown in the rain. 'I'm Not Alright' has a certain majesty that grabbed my attention the second time around, allowing me into the album.
Like Julien Baker's dark album 'Turn Out The Lights' this album shuts out the day, joy, fun and everything else to do with enjoying life (even at the barest minimum). Four songs are just about digestible. Hence I could take on another dark record.
I'm Not Alright impressed me since I have given it a second chance. A good thing that they exist these kind of chances.
Wo.
You can listen to 'I'm Not Alright' here:
https://soundcloud.com/johnjosephbrill/im-not-alright-2
And look, a change of season, perhaps a corresponding mood and a chance clicking on a title I did not recognise. Not that a lot happens on I'm Not Alright, a four song EP, it's that it does speak to me. The music on the EP appeals to those moments I did enjoy that typical 80s music made by bands like The Blue Nile and Talk Talk. Readers of this blog know my thoughts on 80s music in general by now, there were some notable exceptions, some of them even at the time.
John Joseph Smith makes that sort of serious, electronic music, sung with a dark voice, that does not allow for a lot of expression and a show of emotion. In fact in emotional moments, like in "You were all I wanted", Brill takes his voice down even further, making expression even harder. The fun is in the solo notes of the keyboard that are in a higher register and a synthsound in the background playing long held chords or notes. Describing them as playful is almost possible.
I'm not alright is quite some title. When a friend says this to you, you know you are going to have a different evening than expected. A mere acquaintance saying it is close to socially unacceptable. A singer or artist? That's a different story of course. John Joseph Brill's life was in a rot when writing and recording this EP. Hence he asked his friends from Bear's Den to assist him, with Andrew Davie producing.
![]() |
| Promo photo |
To think the album starts with the sound and chord progression of Klein Orkest's 'Over De Muur', that melancholy musical fest on the Berlin Wall. The lyrics to that song are a joy. Here the mood goes down and down until we know the singer is not alright. The 80s are all over this song, like a tinseltown in the rain. 'I'm Not Alright' has a certain majesty that grabbed my attention the second time around, allowing me into the album.
Like Julien Baker's dark album 'Turn Out The Lights' this album shuts out the day, joy, fun and everything else to do with enjoying life (even at the barest minimum). Four songs are just about digestible. Hence I could take on another dark record.
I'm Not Alright impressed me since I have given it a second chance. A good thing that they exist these kind of chances.
Wo.
You can listen to 'I'm Not Alright' here:
https://soundcloud.com/johnjosephbrill/im-not-alright-2
Subscribe to:
Posts (Atom)



