Je kunt hier luisteren naar 'Devil's resting place'.
Laura Marling is pas 23,
maar ze heeft toch al drie bescheiden meesterwerken op haar naam staan.
Alas I Cannot Swim uit 2008, I Speak Because I Can uit 2010 en A
Creature I Don't Know uit 2011 krijgen nu gezelschap van Once I Was An
Eagle. Direct bij eerste beluistering was ik volkomen stuk van de vierde
van Laura Marling en inmiddels is de plaat tot angstige hoogten
gestegen. Het einde van de groei is nog lang niet in zicht. Op haar
debuut leek Laura Marling nog uit te kunnen groeien tot een folkzangeres
voor een heel breed publiek, maar op Once I Was An Eagle is hier weinig
van over. De vierde van Laura Marling is een lastig te doorgronden
plaat waarop Laura Marling geen compromissen sluit. Na enkele mislukte
relaties heeft Laura Marling haar vaderland de rug toe gekeerd. Ze zoekt
haar geluk nu in Los Angeles, maar afgaande op Once I Was An Eagle is
dat nog niet erg gelukt. Op haar vierde plaat maakt Laura Marling
donkere muziek die nauwelijks houvast biedt. Akoestische gitaar en de
stem van Laura Marling domineren en van songs die zich houden aan de
conventies van de toegankelijke popsong is nauwelijks sprake. Once I Was
An Eagle doet wel wat denken aan de platen die Joni Mitchell in een
heel ver verleden in hetzelfde Los Angeles maakte, maar de
overeenkomsten moeten niet overdreven worden. De donkere folksongs op de
vierde plaat van Laura Marling grijpen in muzikaal opzicht immers veel
vaker terug op de muziek uit haar vaderland dan op de muziek uit de stad
waarin ze zich nu heeft gevestigd. Once I Was An Eagle staat bol van de
invloeden uit de 60s en 70s psychedelica, heeft goed geluisterd naar de
grote Britse folkrockbands uit deze periode en is ook zeker
geïnspireerd door de weemoedige platen van Nick Drake. De plaat bevat
maar liefst 16 tracks en duurt ruim een uur. Die 16 tracks zijn
overigens maar moeilijk te onderscheiden. De songs zijn zo ver
verwijderd van het toegankelijke folkliedje dat ik beluistering van de
vierde track in eerste instantie dacht dat de eerste track nog bezig
was. Veel songs hebben ingetogen passages waarin akoestische gitaar en
de expressieve stem van Laura Marling domineren, maar dit kan zomaar
ontsporen. Hier en daar is de percussie behoorlijk uitbundig en
hetzelfde geldt voor de gitaren, strijkers en vooral de hier en daar
opduikende instrumenten uit India die het psychedelische karakter van de
plaat versterken. Laura Marling verdient alle respect voor haar lef om
een plaat als Once I Was An Eagle te maken, maar het blijkt al snel niet
alleen een lastige maar ook een zwaar verslavende plaat. Laura Marling
had al drie uitstekende platen op haar naam staan, maar de vierde is nog
vele klassen beter. Ik heb de plaat inmiddels talloze keren gehoord
maar het gevoel van euforie blijft. Laura Marling heeft een plaat
gemaakt die zich niet laat vergelijken met een andere recent verschenen
plaat. Ze doet precies wat ze zelf wil en doet dit op zo knappe en
bijzondere wijze dat diepe bewondering op zijn plaats is. Once I Was An
Eagle is, zoals inmiddels een aantal malen gezegd, geen hele makkelijke
plaat, maar als hij eenmaal onder de huid kruipt krijg je hem er echt
nooit meer onder vandaan. Met afstand de beste plaat van het moment en
dat zal nog wel even zo blijven.
Erwin Zijleman
Wednesday, 10 July 2013
Tuesday, 9 July 2013
Modern vampires of the city. Vampire Weekend
Je kunt hier naar 'Step' luisteren.
Modern Vampires Of The City van Vampire Weekend is inmiddels al een week of twee uit, maar ook dit is zo’n plaat die je maar beter even op je in kunt laten werken voordat je er een oordeel over velt. Zonder een moment van bezinning zou het fantastische titelloze debuut van de band uit 2008 immers zomaar kunnen zijn beschreven als een plaat die schaamteloos voortborduurt op de muziek van onder andere Talking Heads, XTC en Paul Simon’s Graceland, terwijl opvolger Contra uit 2010 makkelijk het predicaat "over the top" of het etiket "mislukt" opgeplakt had kunnen krijgen. De vorige twee platen van Vampire Weekend bleken echter platen die hun geheimen slechts mondjesmaat prijs geven. Het debuut bleek uiteindelijk een geniale plaat die de genoemde invloeden uit het verleden prachtig combineerde met de eigentijdse muziek uit het New York van 2008, terwijl Contra een geen platte legpuzzel met teveel stukjes, maar een fascinerende, uit vele lagen bestaande, 3D-puzzel bleek te zijn, waarin uiteindelijk alles precies paste. Ook Modern Vampires Of The City is een plaat die je niet in één keer volledig kunt bevatten. Na eerste beluistering is de meest waarschijnlijke conclusie dat Vampire Weekend op Modern Vampires Of The City voortborduurt op zijn twee voorgangers, maar wel een wat meer ingetogen geluid laat horen. Hiermee vertel je echter niet het volledige verhaal. Modern Vampires Of The City is inderdaad wat minder uitbundig dan de vorige twee platen van de band uit New York, maar schijn bedriegt. De nieuwe plaat van Vampire Weekend bestaat uit vele lagen en zet je zo vaak op het verkeerde been dat je uiteindelijk omvalt van verbazing. De invloeden die we van de band kennen zijn nog op de achtergrond aanwezig, maar hebben inmiddels gezelschap gekregen van de meest uiteenlopende andere invloeden. Modern Vampires Of The City laat zich beluisteren als een herhaalde willekeurige greep uit een zeer goed gevulkde platenkast. Bij eerste beluistering kon ik misschien al wel 25 invloeden uit de geschiedenis van de popmuziek benoemen, maar inmiddels is het een veelvoud hiervan. Vampire Weekend was altijd al een meester in het verwerken van de meest uiteenlopende invloeden, maar op Modern Vampires Of The City gaat de band nog een stapje verder. Alle invloeden zijn op unieke wijze geïntegreerd in een uniek geluid dat slechts het noemen van één naam rechtvaardigt: Vampire Weekend. Persoonlijk word ik op Modern Vampires Of The City vooral gegrepen door de fraaie zang (die nog steeds aan Paul Simon doet denken), de bijzondere gitaarloopjes, de hemelse koortjes, de loodzware bassen en de bijzonder effectief ingezette strijkers, maar ook de liefhebbers van bijzondere ritmes en uitbarstingen van lichte gekte zijn bij de derde plaat van Vampire Weekend aan het juiste adres. De boeiende rode draad, een eerbetoon aan de stad New York, en de hoge kwaliteit van alle songs op de plaat, maken het feestje compleet. Net als stadgenoot The National heeft Vampire Weekend een plaat gemaakt die in twee weken tijd een indrukwekkende ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar voor beide platen geldt dat het einde van de groei nog lang niet in zicht is. Kiezen tussen de beide platen is bijna onmogelijk, maar gelukkig hoef ik helemaal niet te kiezen. Vampire Weekend heeft haar beste plaat tot dusver uitgebracht. Dat is een grootse prestatie.
Erwin Zijleman
Modern Vampires Of The City van Vampire Weekend is inmiddels al een week of twee uit, maar ook dit is zo’n plaat die je maar beter even op je in kunt laten werken voordat je er een oordeel over velt. Zonder een moment van bezinning zou het fantastische titelloze debuut van de band uit 2008 immers zomaar kunnen zijn beschreven als een plaat die schaamteloos voortborduurt op de muziek van onder andere Talking Heads, XTC en Paul Simon’s Graceland, terwijl opvolger Contra uit 2010 makkelijk het predicaat "over the top" of het etiket "mislukt" opgeplakt had kunnen krijgen. De vorige twee platen van Vampire Weekend bleken echter platen die hun geheimen slechts mondjesmaat prijs geven. Het debuut bleek uiteindelijk een geniale plaat die de genoemde invloeden uit het verleden prachtig combineerde met de eigentijdse muziek uit het New York van 2008, terwijl Contra een geen platte legpuzzel met teveel stukjes, maar een fascinerende, uit vele lagen bestaande, 3D-puzzel bleek te zijn, waarin uiteindelijk alles precies paste. Ook Modern Vampires Of The City is een plaat die je niet in één keer volledig kunt bevatten. Na eerste beluistering is de meest waarschijnlijke conclusie dat Vampire Weekend op Modern Vampires Of The City voortborduurt op zijn twee voorgangers, maar wel een wat meer ingetogen geluid laat horen. Hiermee vertel je echter niet het volledige verhaal. Modern Vampires Of The City is inderdaad wat minder uitbundig dan de vorige twee platen van de band uit New York, maar schijn bedriegt. De nieuwe plaat van Vampire Weekend bestaat uit vele lagen en zet je zo vaak op het verkeerde been dat je uiteindelijk omvalt van verbazing. De invloeden die we van de band kennen zijn nog op de achtergrond aanwezig, maar hebben inmiddels gezelschap gekregen van de meest uiteenlopende andere invloeden. Modern Vampires Of The City laat zich beluisteren als een herhaalde willekeurige greep uit een zeer goed gevulkde platenkast. Bij eerste beluistering kon ik misschien al wel 25 invloeden uit de geschiedenis van de popmuziek benoemen, maar inmiddels is het een veelvoud hiervan. Vampire Weekend was altijd al een meester in het verwerken van de meest uiteenlopende invloeden, maar op Modern Vampires Of The City gaat de band nog een stapje verder. Alle invloeden zijn op unieke wijze geïntegreerd in een uniek geluid dat slechts het noemen van één naam rechtvaardigt: Vampire Weekend. Persoonlijk word ik op Modern Vampires Of The City vooral gegrepen door de fraaie zang (die nog steeds aan Paul Simon doet denken), de bijzondere gitaarloopjes, de hemelse koortjes, de loodzware bassen en de bijzonder effectief ingezette strijkers, maar ook de liefhebbers van bijzondere ritmes en uitbarstingen van lichte gekte zijn bij de derde plaat van Vampire Weekend aan het juiste adres. De boeiende rode draad, een eerbetoon aan de stad New York, en de hoge kwaliteit van alle songs op de plaat, maken het feestje compleet. Net als stadgenoot The National heeft Vampire Weekend een plaat gemaakt die in twee weken tijd een indrukwekkende ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar voor beide platen geldt dat het einde van de groei nog lang niet in zicht is. Kiezen tussen de beide platen is bijna onmogelijk, maar gelukkig hoef ik helemaal niet te kiezen. Vampire Weekend heeft haar beste plaat tot dusver uitgebracht. Dat is een grootse prestatie.
Erwin Zijleman
Monday, 8 July 2013
mcii. Mikal Cronin
You can listen to 'Shout it out' here.
Every once a while a record comes by that just sparkles, like a mirror-ball out in the open sunshine. Fountains of Wayne was such a record. Recently I heard another such one. No, it's not that good, but Mikal Cronin beats most made by Weezer, so that is an achievement.
Mikal Cronin is a 27 year old musician from the U.S. associated with the scene around Ty Segall. Looking at his discography it's like looking at the playlist of a 70 year old rock veteran. A shear endless list of collaboration, EPs, 45s, cds he played on. Ever heard of Epsilons, Okie Dokie, Party Fowl, Moonhearts? I haven't. Cronin played with all. And found time to come up with his second solo album, mcii. And what a record it is.
Cronin manages to bring together a mix of sixties, garage rock, punkrock and a whole lot of pop feel in a bunch of super enthusiastic songs that make up mcii. As far as I'm concerned Ty Segall can't stand in the shoes of Mikal Cronin where song-writing skills go (let me correct that, as it is sometimes hard to discern a Segall song, the arranging skills). There's no shortage of that on mcii. Melodies flow freely and as if it's easy to write a great popsong. Several songs sound like they were created effortlessly. To make them more fun a saxophone comes by or a violin.
It's hard to pick out any one song, as they all have something special, something that endear. When the volume and speed go up, like in 'Change', it is still possible to hear the song as played on an acoustic guitar. It's only the distortion pedal adding flavour to the song, while a violin is allowed into the sound as well, resulting in a modern day 'Rawhide'.
The pop level on mcii goes so far that songs come close to 'I'll be there for you' the theme song of sitcom 'Friends', without annoying for one second. (Okay, the "Friends"song is sort of fun, but a bit sweet, right?) Cronin keeps surprising. When in 'Don't let me go' he bares his heart for all to hear, he comes dangerously close to the acclaimed Fountains of Wayne album and it is time to admit that mcii is not just your average punk-pop-garagerock album. mcii goes way beyond this. Mikal Cronin is showing himself as a major talent that can write great pop songs. It's time to put the album back on.
Wo.
You can order mcii here
or here
Every once a while a record comes by that just sparkles, like a mirror-ball out in the open sunshine. Fountains of Wayne was such a record. Recently I heard another such one. No, it's not that good, but Mikal Cronin beats most made by Weezer, so that is an achievement.
Mikal Cronin is a 27 year old musician from the U.S. associated with the scene around Ty Segall. Looking at his discography it's like looking at the playlist of a 70 year old rock veteran. A shear endless list of collaboration, EPs, 45s, cds he played on. Ever heard of Epsilons, Okie Dokie, Party Fowl, Moonhearts? I haven't. Cronin played with all. And found time to come up with his second solo album, mcii. And what a record it is.
Cronin manages to bring together a mix of sixties, garage rock, punkrock and a whole lot of pop feel in a bunch of super enthusiastic songs that make up mcii. As far as I'm concerned Ty Segall can't stand in the shoes of Mikal Cronin where song-writing skills go (let me correct that, as it is sometimes hard to discern a Segall song, the arranging skills). There's no shortage of that on mcii. Melodies flow freely and as if it's easy to write a great popsong. Several songs sound like they were created effortlessly. To make them more fun a saxophone comes by or a violin.
It's hard to pick out any one song, as they all have something special, something that endear. When the volume and speed go up, like in 'Change', it is still possible to hear the song as played on an acoustic guitar. It's only the distortion pedal adding flavour to the song, while a violin is allowed into the sound as well, resulting in a modern day 'Rawhide'.
The pop level on mcii goes so far that songs come close to 'I'll be there for you' the theme song of sitcom 'Friends', without annoying for one second. (Okay, the "Friends"song is sort of fun, but a bit sweet, right?) Cronin keeps surprising. When in 'Don't let me go' he bares his heart for all to hear, he comes dangerously close to the acclaimed Fountains of Wayne album and it is time to admit that mcii is not just your average punk-pop-garagerock album. mcii goes way beyond this. Mikal Cronin is showing himself as a major talent that can write great pop songs. It's time to put the album back on.
Wo.
You can order mcii here
or here
Sunday, 7 July 2013
Stereophonic Distractions
There are
these moments that while watching a movie, you suddenly
realize you
are watching actors doing their job. During the opening
scenes of
Killing them Softly there is a shot that I associated with
an
improvisation during the rehearsal; artificial mucking about with a
prop. That
sort of association is distracting.
Talking
about association.
Killing them
Softly stars the late James Gandolfini. When I heard he
passed away
I watched a few Soprano episodes. In one of the scenes
Tony Soprano
is fooling around with his goomah and Tony's tattoo
shows. From
that moment on I miss a few minutes of dialogue because my
mind ponders
off. Does Gandolfini have a tattoo? How do they apply the
tattoo to
Tony's character if Gandolfini doesn't have one, sticker,
paint? How
do the producers assure tattoo continuity? Which other
actors have
prominent tattoos? Doesn't Sean Connery have a tattoo as
well? And
suddenly my head is filled with a John Barry composition
instead of
Alabama 3's "Woke up this Morning".
This sort of
distraction happens more often when watching movies than
when
listening to music. But it does happen occasionally.
The other
day I was listening to "When in Doubt: Vamp" on my
headphones.
That tune features a drum track that covers all the toms
from high to
low, from left to right using the most extreme
stereophonic
measures possible.
What the
hell; from left to right? That is like I am sitting behind my
own drumkit,
not like I am standing in the audience. How is that with
other
recordings? What is the recording convention? Is this a
headphone
artifact? Which other tunes do feature that stereophonic
effect? And
before I recovered from the associative stream of thoughts
the next
tune on the album had started: a slick cover of the
Parliament's
"Up for the down stroke". I had completely missed a Maceo
Parker solo.
Excellent
funk never the less, that 1977 album by Fred Wesley and the Horny
Horns. Take a listen here.
OMK
Saturday, 6 July 2013
Songs from the sandbox. Tessa Rose Jackson
Je kunt hier naar '(All the) King's horses' luisteren.
De vijver met talentvolle Nederlandse vrouwelijke singer-songwriters zit momenteel overvol, maar toch zijn er de laatste weken steeds weer nieuwe talenten die aan de oppervlakte verschijnen en ook nog eens direct op weten te vallen. Het volgende talent van eigen bodem dat me heeft weten te ontroeren met een hele mooie plaat is Tessa Rose Jackson. Tessa Rose Jackson heeft Britse roots, maar opereert vanuit Amsterdam, de stad waar ze ook is opgegroeid op een streng dieet van de betere popmuziek uit de jaren 60 en 70. De afgelopen jaren studeerde ze aan de inmiddels fameuze London School for Performing Arts & Technology, beter bekend als The BRIT School, die inmiddels talenten als Amy Winehouse, Jessie J , Leona Lewis, Katie Melua , Kate Nash en vooral Adele heeft voortgebracht. Een hele groep nieuwe BRIT School talenten (let onder andere op Polly Scattergood) staat klaar om de macht te grijpen en Tessa Rose Jackson is absoluut één van deze talenten. Vrijwel in haar uppie heeft ze haar debuut Songs From The Sandbox gemaakt en dit is een debuut van een zeldzaam hoog niveau. Tessa Rose Jackson is zo’n singer-songwriter die je in één minuut volledig in kan pakken (iets wat ze letterlijk deed tijdens haar recente minuut in De Wereld Draait Door) en dat doet ze op meerdere manieren. Songs From The Sandbox bevat een aantal bijna ambachtelijke singer-songwriter songs, maar is ook niet vies van wat aanstekelijkere folky popliedjes die in het hokje indie-folk passen. Tussen ambachtelijke singer-songwriter songs en aanstekelijke folky popliedjes zit van alles en nog wat en hiervan pikt Tessa Rose Jackson flink wat mee. Het ene moment betovert ze met vrijwel onweerstaanbare koortjes en heerlijke refreinen en is er alleen maar ruimte voor de zon, maar Songs From The Sandbox bevat ook intieme en ontroerende persoonlijke songs waarin wat donkerdere wolken voorbij komen drijven. Tessa Rose Jackson heeft op The BRIT School beter opgelet dan de meeste van haar klasgenoten (of heeft gewoon meer talent), want ze tekent op Songs From The Sandbox niet alleen voor hele mooie vocalen, maar schreef ook alle songs, tekende voor de productie en de arrangementen en bespeelde bijna alle instrumenten. Het levert een plaat op die heerlijk vermaakt, maar het is ook een plaat waarop heel veel valt te ontdekken. Zeker de wat meer pop georiënteerde songs zullen het uitstekend doen op de radio en op de zomerfestivals, maar persoonlijk vind ik Tessa Rose Jackson toch het best als ze op licht melancholieke wijze intieme popliedjes vertolkt. Voor welk van de twee uitersten Tessa Rose Jackson ook kiest, haar songs vallen altijd op door hun smaakvolle instrumentatie en het vermogen van de Amsterdamse singer-songwriter om toegankelijke popliedjes te schrijven maar ook altijd net iets buiten de gebaande paden terecht te komen. Songs From The Sandbox is uiteindelijk een bijzonder afwisselende plaat met één gemene deler: pure klasse.
Erwin Zijleman
Je kunt Songs from the sandbox hier bestellen
De vijver met talentvolle Nederlandse vrouwelijke singer-songwriters zit momenteel overvol, maar toch zijn er de laatste weken steeds weer nieuwe talenten die aan de oppervlakte verschijnen en ook nog eens direct op weten te vallen. Het volgende talent van eigen bodem dat me heeft weten te ontroeren met een hele mooie plaat is Tessa Rose Jackson. Tessa Rose Jackson heeft Britse roots, maar opereert vanuit Amsterdam, de stad waar ze ook is opgegroeid op een streng dieet van de betere popmuziek uit de jaren 60 en 70. De afgelopen jaren studeerde ze aan de inmiddels fameuze London School for Performing Arts & Technology, beter bekend als The BRIT School, die inmiddels talenten als Amy Winehouse, Jessie J , Leona Lewis, Katie Melua , Kate Nash en vooral Adele heeft voortgebracht. Een hele groep nieuwe BRIT School talenten (let onder andere op Polly Scattergood) staat klaar om de macht te grijpen en Tessa Rose Jackson is absoluut één van deze talenten. Vrijwel in haar uppie heeft ze haar debuut Songs From The Sandbox gemaakt en dit is een debuut van een zeldzaam hoog niveau. Tessa Rose Jackson is zo’n singer-songwriter die je in één minuut volledig in kan pakken (iets wat ze letterlijk deed tijdens haar recente minuut in De Wereld Draait Door) en dat doet ze op meerdere manieren. Songs From The Sandbox bevat een aantal bijna ambachtelijke singer-songwriter songs, maar is ook niet vies van wat aanstekelijkere folky popliedjes die in het hokje indie-folk passen. Tussen ambachtelijke singer-songwriter songs en aanstekelijke folky popliedjes zit van alles en nog wat en hiervan pikt Tessa Rose Jackson flink wat mee. Het ene moment betovert ze met vrijwel onweerstaanbare koortjes en heerlijke refreinen en is er alleen maar ruimte voor de zon, maar Songs From The Sandbox bevat ook intieme en ontroerende persoonlijke songs waarin wat donkerdere wolken voorbij komen drijven. Tessa Rose Jackson heeft op The BRIT School beter opgelet dan de meeste van haar klasgenoten (of heeft gewoon meer talent), want ze tekent op Songs From The Sandbox niet alleen voor hele mooie vocalen, maar schreef ook alle songs, tekende voor de productie en de arrangementen en bespeelde bijna alle instrumenten. Het levert een plaat op die heerlijk vermaakt, maar het is ook een plaat waarop heel veel valt te ontdekken. Zeker de wat meer pop georiënteerde songs zullen het uitstekend doen op de radio en op de zomerfestivals, maar persoonlijk vind ik Tessa Rose Jackson toch het best als ze op licht melancholieke wijze intieme popliedjes vertolkt. Voor welk van de twee uitersten Tessa Rose Jackson ook kiest, haar songs vallen altijd op door hun smaakvolle instrumentatie en het vermogen van de Amsterdamse singer-songwriter om toegankelijke popliedjes te schrijven maar ook altijd net iets buiten de gebaande paden terecht te komen. Songs From The Sandbox is uiteindelijk een bijzonder afwisselende plaat met één gemene deler: pure klasse.
Erwin Zijleman
Je kunt Songs from the sandbox hier bestellen
Subscribe to:
Posts (Atom)




