Tuesday, 5 August 2025

III. Elephant (2)

De Nederlandse band Elephant leverde de afgelopen jaren al twee prachtige albums af en voegt met III nog een minstens even mooi album toe met zowel tijdloze countryrock als uitstapjes buiten de gebaande paden.

Het Nederlandse Excelsior label heeft al flink wat geweldige bands voortgebracht en heeft er ook met Elephant weer een onder contract. De band maakte al twee geweldige albums vol tijdloze countryrock en Westcoast pop met een hang naar de jaren 70 en zonnestralen in overvloed en heeft met III een volgend prachtalbum gemaakt. Het is een album dat deels voortborduurt op de eerste twee albums van de Rotterdamse band, maar Elephant slaat ook nieuwe wegen in met wat donkerder getinte teksten en met een aantal songs die het experiment opzoeken. Ook op III domineren echter de tijdloze songs waarvan de zon nog wat feller gaat schijnen.

De Nederlandse band Elephant debuteerde in het prille voorjaar van 2022 prachtig met het uitstekende Big Thing en herhaalde dit kunstje in de vroege herfst van 2023 met het minstens even goede Shooting For The Moon. 

Op Big Thing maakte de band uit Rotterdam muziek die net zo naar de lente deed verlangen als een aantal andere albums uit de rijke historie van het Excelsior label waarop het album verscheen, maar het debuutalbum van Elephant riep ook herinneringen op aan de countryrock uit de vroege jaren 70, zeker wanneer de band bijzonder fraaie harmonieën uit de speakers liet komen. Invloeden uit de countryrock aangevuld met een vleugje alt-country keerden terug op Shooting For The Man, maar Elephant verkende op haar tweede album ook andere genres. 

Deze week is het derde album van de Nederlandse band verschenen en ook III is weer een uitstekend album. De band uit Rotterdam deed voor de productie van het album ook dit keer een beroep op Pablo van der Poel van DeWolff, die ook de eerste twee albums van Elephant produceerde en wederom tekent voor vakwerk. III is net als het debuutalbum van Elephant verschenen aan het begin van de lente en dat is het juiste seizoen voor de muziek van de band. Ook op haar derde album maakt Elephant immers muziek vol ontluikende zonnestralen. 

Het is ook dit keer muziek die zich heeft laten beïnvloeden door de countryrock en de Westcoast pop uit de jaren 70. Dat klinkt bijzonder lekker in combinatie met de lentezon die zich juist deze week gelukkig zo vaak laat zien. Op Shooting For The Moon kleurde de Rotterdamse band al met enige regelmaat buiten de lijntjes van de Californische invloeden uit de jaren 70 en dat doet de band nog wat nadrukkelijker op III. 

Dat hoor je wanneer in de openingstrack de gitaren langzaam maar zeker steeds wat steviger klinken, maar je hoort het nog veel beter in de tweede track, waarin elektronica en een vocoder de hoofdrol opeisen, en in de slottrack waarin Elephant zich waagt aan heuse ambient. Van mij mag Elephant zich best beperken tot tijdloze countrypop en Westcoast pop, maar de experimenten maken het album wel een stuk spannender, ook al zijn ze eerlijk gezegd minder aan mij besteed dan de typische Elephant songs op het album. 

Wel geslaagd zijn wat mij betreft de tracks waarin Sofie Winterson haar stem toevoegt aan de songs van Elephant en de muziek van de band nog net wat mooier en dromeriger klinkt. Elephant is op III wat minder stijlvast dan op haar eerste twee albums en de teksten van de band zijn wat donkerder dan op de Big Thing en Shooting For The Moon, maar ook op het derde album van de band domineren de lome, zonnige en tijdloze popsongs. 

Het zijn popsongs die uitnodigen tot luieren in de lentezon, maar vergeet ook niet om te luisteren hoe goed Elephant is op haar derde album. Het Excelsior label heeft de afgelopen decennia een enorme stapel geweldige albums afgeleverd, waaronder de nodige kroonjuwelen. Tussen deze kroonjuwelen misstaan de drie albums van Elephant wat mij betreft niet. III is van deze drie albums de meest eigenzinnige, maar het album is me net zo dierbaar als de terecht geprezen voorgangers. Hoogste tijd dat de Rotterdamse band het in het buitenland net zo goed gaat doen als in Nederland.

Erwin Zijleman


Monday, 4 August 2025

Equus Caballus. Men I Trust

De Canadese band Men I Trust leverde nog geen twee maanden geleden met Equus Asinus een uitstekend album af, maar gooit er deze week het minstens even goede en weer anders klinkende Equus Caballus tegenaan.

Ik heb er met de Canadese band Men I Trust een favoriet bandje bij en het is er een die in korte tijd twee uitstekende albums heeft uitgebracht. Het zijn allebei albums die doen uitzien naar een eindeloze lente en zomer, maar het deze week verschenen Equus Caballus klinkt anders dan het twee maanden geleden verschenen album. De band uit Montreal heeft een fris klinkend indiepop album afgeleverd, dat bol staat van de invloeden, dat zowel aanstekelijk als avontuurlijk klinkt en dat nog wat verleidelijker wordt door de heerlijke zwoele stem van zangeres Emmanuelle Proulx, die de zon op Equus Caballus nog wat harder laat schijnen. Wat een leuke band en wat een leuke albums.

Een week of zes geleden besprak ik het album Equus Asinus van de Canadese band Men I Trust, mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. De band uit Montreal klonk op dit album naar verluidt flink anders dan op haar vorige albums en het nieuwe geluid beviel me zeer. 

Equus Asinus liet een wat dromerig geluid horen met vooral invloeden uit de folk en de dreampop en koos voor een lekker laag tempo, wat uitstekend paste bij de mooie en verleidelijke stem van zangeres Emmanuelle Proulx. Equus Asinus is voor mij nog altijd een heerlijke soundtrack voor zwoele lentedagen, maar ik lees op fora als MusicMeter dat zeker niet iedereen gecharmeerd was van het nieuwe geluid van Men I Trust. 

Buiten de lelijke cover art was ik echter dik tevreden met het album, dat ik zeker niet kansloos acht voor mijn jaarlijstje. Tot mijn verbazing duikt Men I Trust nog geen twee maanden na het vorige album deze week alweer op met een nieuw album. Equus Caballus lijkt qua titel erg op zijn voorganger, wat alles te maken heeft met het feit dat Men I Trust heeft gewerkt aan een tweeluik, waarvan deze week het tweede deel is verschenen. 

Het is kennelijk een tweeluik waarin de Canadese band meerdere kanten van zichzelf wil laten horen, want Equus Caballus klinkt duidelijk anders dan Equus Asinus. Equus Asinus is overigens de wetenschappelijke naam van de ezel, terwijl Equus Caballus de wetenschappelijke naam van het paard is. Op basis van de muziek op de albums kom ik er nog niet uit waarom het vorige album naar de ezel is vernoemd en het nieuwe album naar het paard, al is het wel duidelijk dat een ezel iets anders is dan een paard. 

Vergeleken met het vorige album ligt het tempo op het nieuwe album van Men I Trust net wat hoger en hiernaast is de elektronica wat dominanter aanwezig en strooit de band met heerlijke gitaarloopjes. Gebleven is de heerlijke stem van Emmanuelle Proulx, die direct van de openingstrack meedogenloos verleidt met zwoele vocalen. 

De muziek op Equus Asinus omschreef ik een week of zes geleden als een mix van dreampop en folk. Op Equus Caballus hoor ik misschien nog wel een vleugje dreampop, maar ik hoor toch vooral zwoele indiepop, waarin uiteenlopende invloeden uit het heden en verleden zijn verwerkt. 

Het is pop die je af en toe mee terug neemt, bijvoorbeeld naar de muziek van Scritti Politti of naar zweverigere 80s pop, new wave of postpunk, maar het album bevat ook een aantal tracks die klinken alsof het Fleetwood Mac van halverwege de jaren 70 met een tijdmachine het heden in is geslingerd. 

De zwoele zang van Emmanuelle Proulx is niet de enige overeenkomst tussen de twee albums van Men I Trust, want net als op Equus Asinus maakt de band uit Montreal ook op Equus Caballus muziek die het uitstekend doet in de lentezon, die met de muziek van de Canadese band door de oortjes nog wat prettiger aanvoelt.

Op de achtergrond kabbelt de muziek van de Canadese band bijzonder aangenaam voort, maar bij aandachtige beluistering, bij voorkeur met de koptelefoon, valt op dat de songs van Men I Trust ook op dit nieuwe album buitengewoon knap in elkaar zitten en ook absoluut zijn voorzien van scherpe randjes. 

Een maand of twee geleden had ik nog nooit van Men I Trust gehoord en nu heb ik opeens twee albums die me dierbaar zijn en waartussen ik niet zomaar kan kiezen. De lente mag van mij eindeloos duren met deze twee heerlijke albums, die ook de zomer, de herfst en de winter ongetwijfeld glansrijk gaan doorstaan.

Erwin Zijleman

Sunday, 3 August 2025

Dust Chaser. VanWyck (2)

De Amsterdamse muzikante Christien Oele maakte al vier prachtige albums onder de naam VanWyck en levert nu met Dust Chaser een album af dat ik, mede dankzij een aantal nieuwe wegen, nog een stukje mooier vind.

Het is een prachtig stapeltje albums dat de Nederlandse muzikante Christien Oele inmiddels heeft gemaakt als VanWyck en ze had hier maar een paar jaar voor nodig. Het zijn albums die deels zijn geworteld in de singer-songwriter muziek uit het verleden, maar de albums van VanWyck weten ook altijd te verrassen. Dat doet het deze week verschenen Dust Chaser onder andere met hier en daar wat steviger gitaarwerk. Naast verrassen weet Christien Oele ook dit keer weer te imponeren met persoonlijke songs, met prachtige muziek, met bijzondere arrangementen en vooral met haar emotievolle en zeer karakteristieke stem. Het levert ook dit keer een jaarlijstjesalbum op en dat is voor de vijfde keer op rij.

De Amsterdamse muzikante Christien Oele maakte tussen 2004 en 2012 twee bijzondere albums als lid van het duo Nevada Drive. Het zijn wat experimentele albums die vrijwel niets deden, maar die het beluisteren zeker waard zijn. In 2018 debuteerde Christien Oele onder de naam VanWyck met het bijzonder mooie An Average Woman en slaagde ze er wel in om de aandacht te trekken van de critici en een breder publiek. 

Dat was volkomen terecht, want An Average Woman bleek niet alleen een volstrekt tijdloos singer-songwriter album, maar ook in alle opzichten een hoogstaand singer-songwriter album. An Average Woman was niet alleen een van de mooiste albums van 2018, maar ook het begin van de zegetocht van VanWyck. An Average Woman werd gevolgd door Molten Rock (2019), God Is In The Detour (2020) en The Epic Tale Of The Stranded Man (2022), die allemaal in het verlengde lagen van An Average Woman, maar er zeker niet voor onder deden. 

Christien Oele wist met alle albums van VanWyck mijn jaarlijstje te halen, waardoor het deze week verschenen Dust Chaser voor mij zonder enige twijfel de belangrijkste release van de week is. Dat legt de lat hoog voor het vijfde album van VanWyck, maar Christien Oele gaat er ook dit keer met gemak overheen. 

Dust Chaser bevat een aantal inmiddels bekende ingrediënten. Zo werkt Christien Oele ook dit keer samen met muzikant Reyer Zwart, die ook op alle vorige albums van VanWyck een belangrijke rol speelde en ook dit keer zorgt voor prachtige klanken en bijzondere arrangementen. Minstens even belangrijk is de bijzondere stem van Christien Oele, die ook op Dust Chaser weer indruk maakt. Het is een zeer karakteristieke stem en het is bovendien een stem waar de emotie van af spat. De Amsterdamse muzikante heeft tenslotte ook voor haar vijfde album een aantal zeer persoonlijke en aansprekende songs geschreven. 

Dust Chaser klinkt door de bovengenoemde ingrediënten deels bekend, maar Christien Oele verkent ook dit keer nieuwe wegen. Zo begint de openingstrack, het prachtige Unravel, fraai ingetogen, maar wordt de spanning in de track steeds verder opgebouwd met een verrassend stevig en bluesy gitaargeluid, een wat nadrukkelijker aanwezige ritmesectie en uiteindelijk ook nog een heerlijk Wurlitzer orgel. Het is een fraai begin van een album dat meerdere keren een wat steviger geluid laat horen, maar ook betovert met de zeer spaarzaam ingekleurde songs die we inmiddels kennen van VanWyck. 

Dust Chaser verleidt daarom minstens net zo makkelijk als zijn voorgangers, maar Christien Oele weet ook weer een stap te zetten. De stem van de Amsterdamse muzikante heeft nog altijd iets van Natalie Merchant en Tanita Tikaram, maar voegt heel veel van zichzelf toe en wordt eigenlijk alleen maar mooier. Zeker in de tracks met wat ruwer gitaarwerk blijkt er ook nog iets van PJ Harvey in Christien Oele te zitten en ook dit gaat haar uitstekend af. 

Twaalf songs staan er op Dust Chaser en de een is nog mooier dan de ander. Christien Oele laat zich ook op haar nieuwe album deels inspireren door grote singer-songwriters uit het verleden en heeft met een track als The Swell een song geschreven die ook zomaar van de hand van Leonard Cohen had kunnen zijn. Het zegt alles over de kwaliteit van de songs van Christien Oele, die ook dit keer de nationale en internationale concurrentie het nakijken geeft met een in alle opzichten prachtig album.

Erwin Zijleman

Saturday, 2 August 2025

Into The Realm Of Love. Donna Blue (2)

Het Nederlandse duo Donna Blue heeft met Into The Realm Of 
Love een betoverend mooi album gemaakt, dat je meeneemt op een fascinerende roadtrip door vervlogen tijden en langs nostalgische klanken.

Danique van Kesteren en Bart van Dalen maakten bijna twee jaar geleden flink wat indruk met het debuutalbum van Donna Blue. Het album nam je vooral mee terug naar de jaren 60, maar beperkte zich niet tot een vaste plek en schuwde uitstapjes door de tijd niet. Op Into The Realm Of Love heeft Donna Blue haar geluid verder geperfectioneerd. De instrumentatie is nog wat mooier en veelzijdiger, de arrangementen zijn van een fascinerende schoonheid en de zang streelt intensief het oor. Ook de songs van het Nederlandse duo zijn beter dan op het debuutalbum en slepen je mee naar andere tijden en uiteenlopende plekken. Het is na een kleine 40 minuten prachtige muziek iedere keer weer ruw ontwaken, maar de 40 minuten van Into The Realm Of Love behouden gelukkig eindeloos hun bijzondere kracht.

Bijna twee jaar geleden verscheen Dark Roses, het debuutalbum van het Nederlandse duo Donna Blue. Danique van Kesteren en Bart van Dalen namen je met dit album mee op een lange roadtrip vol prachtige beelden. Ik omschreef het in mijn recensie van het album als een buitengewoon fascinerende roadtrip langs onder andere zwoele Franse films uit de jaren 70, ongrijpbare series van David Lynch, de verleiding van Mazzy Star, Californische psychedelica met een vleugje Surf, lome en broeierige zomers, duistere nachtclubs in desolate oorden, een tripje door de woestijn in het zuiden van de Verenigde Staten, een spaghetti western, de zoete klanken van Burt Bacharach, een terugkeer naar het eerste seizoen van Twin Peaks en een orgeltje uit de nalatenschap van Ray Manzarek. 

Later in mijn recensie vergeleek ik Dark Roses van Donna Blue ook nog met het fantastische en helaas niet meer op de streaming media diensten te vinden album Slush van de gelegenheidsband OP8 (Lisa Germano, Howe Gelb, Joey Burns en John Convertino), maar waar OP8 in 1997 bleef hangen in de bloedhete woestijn van Arizona, sleurde Donna Blue je op Dark Roses net zo makkelijk naar Parijs, San Francisco of toch naar Twin Peaks. 

Deze week is het tweede album van Donna Blue verschenen en al mijn woorden over Dark Roses kan ik ook op Into The Realm Of Love plakken. Ook het tweede album van Danique van Kesteren en Bart van Dalen is goed voor een fascinerende luistertrip zonder grenzen en dwars door de tijd. Ook op Into The Realm Of Love vindt Donna Blue haar inspiratie deels in Parijs en deels in de Verenigde Staten, maar in muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van het Nederlandse duo nog mooier en rijker en ook het beeldende karakter van de muziek van Donna Blue heeft alleen maar aan kracht gewonnen. 

Net als Dark Roses neemt ook Into The Realm Of Love je vooral mee terug naar het verleden en dan met name naar de jaren 60. Vanuit de jaren 60 kijkt het album naar onze huidige samenleving en alle problemen waarmee we momenteel worstelen, waardoor Danique van Kesteren en Bart van Dalen ons een beklemmende spiegel voorhouden. Bij beluistering van Into The Realm Of Love is het makkelijk ontsnappen aan de huidige wereldproblemen en eigenaardigheden, want zet de koptelefoon op en je gaat zes decennia terug in de tijd en verblijft vervolgens in zorgeloze oorden. 

In muzikaal opzicht is Into The Realm Of Love, onder andere door het toevoegen van invloeden uit de jazz en werkelijk schitterende strijkersarrangementen, nog een stuk interessanter dan het debuutalbum van Donna Blue en ook de zang van Danique van Kesteren is nog mooier dan op het debuutalbum. Ook de songs van Donna Blue zijn nog een stuk beter dan op het debuutalbum en bieden niet alleen de mogelijkheid om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit, maar wakkeren ook het verlangen naar zomerse temperaturen aan. 

Vergeet ondertussen niet te luisteren naar alle wonderschone details op het album. De instrumentatie zit vol bijzondere accenten, de arrangementen zijn betoverend mooi, de zangpartijen zijn om van te watertanden en dit alles is ook nog eens fraai geproduceerd. Het is bijna moeilijk te geloven dat Into The Realm Of Love in de huidige tijd is gemaakt, want het kan bijna niet anders dan dat Serge Gainsbourg en Lee Hazlewood achter de knoppen hebben gezeten bij het opnemen van de prachtige songs van Donna Blue, dat op hetzelfde moment niet gedateerd aan doet. Het debuut van Donna Blue was heel erg goed, maar album nummer twee is van een bijna onrealistische schoonheid.

Erwin Zijleman

Friday, 1 August 2025

More. Pulp

Pulp wordt geschaard onder de grootste bands van de Britpop uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker laat dertig jaar later op het werkelijk uitstekende More horen dat Pulp er nog steeds toe doet.

Different Class, het bekendste en meest succesvolle album van de Britse band Pulp, is inmiddels dertig jaar oud. Er zijn niet veel bands die dertig jaar na een creatieve piek op de proppen komen met een album dat niet onder doet voor hun beste werk, maar Pulp flikt het. More begint bij het Pulp geluid uit de jaren 90, maar de band rond Jarvis Cocker doet zeker niet of de tijd heeft stil gestaan. More is een album met een aantal catchy songs, maar het is ook een album vol weemoed en een album met een aantal intieme songs, die laat horen dat Pulp ook een andere kant heeft. Ik had er niet zo heel veel van verwacht, maar More is echt een prachtig album van een hele grote band.

Ik las een paar jaar geleden een boek over Britpop waarin werd gesproken over “The Big Four” van het genre, dat halverwege de jaren 90 tot bloei kwam. Als ik kijk naar mijn eigen Britpop favorieten van destijds zou ik ook zeker Travis en The Auteurs noemen, maar ik kan me er wel in vinden dat Oasis, Blur, Suede en Pulp achteraf bezien de belangrijkste exponenten van het overigens behoorlijk diverse genre worden genoemd. 

Van deze vier bands had ik het minst met Pulp. Ik had wel wat met het in 1995 verschenen Different Class, overigens al het vierde album van de band die al aan het begin van de jaren 80 actief was, en dan vooral vanwege geweldige singles als Common People en Disco 2000. Maar over het algemeen genomen schatte ik Pulp lager in dan de andere grote Britpop bands en dan mijn favorieten in het genre. 

Ik was vervolgens veel minder enthousiast over This Is Hardcore uit 1998 en We Love Life uit 2001, de twee albums die de band na Different Class afleverde. Ook de muziek die voorman Jarvis Cocker sindsdien maakte sprak mij over het algemeen onvoldoende aan om er nog vaker naar te luisteren. De opwinding die ontstond toen de band twee jaar geleden aankondigde om weer te gaan touren ging dan ook aan mij voorbij en ook het deze week verschenen nieuwe album van de Britse band schaarde ik in eerste instantie niet onder mijn luisterprioriteiten voor deze week, al maakten een aantal zeer lovende recensies me wel nieuwsgierig. 

Deze lovende recensies zijn wat mij betreft volkomen terecht, want toen ik eenmaal was begonnen met het luisteren naar More kon ik niet meer stoppen. Met More heeft Pulp wat mij betreft een album gemaakt dat niet onder doet voor de beste Britpop albums aller tijden, al doe je het album met alleen het etiket Britpop ook flink tekort. 

Het is een album dat deels naadloos aansluit op de muziek die de band 30 jaar geleden maakte, maar de leden van de band zijn ook dertig jaar ouder en nemen de nodige bagage mee naar het nieuwe album. In de wat meer uptempo tracks klinkt Pulp nog net zo aanstekelijk als in de eerder genoemde singles, maar More biedt ook ruimte aan meer introspectieve songs. 

In beide soorten songs valt op dat More echt prachtig klinkt. Pulp deed voor More een beroep op producer James Ford , die onlangs werkte met Black Country, New Road, Jessie Ware, The Last Dinner Party en Fontaines D.C., maar die we ook kennen van Arctic Monkeys en The Last Shadow Puppets. James Ford heeft More voorzien van een prachtig geluid dat aan de ene kant niet heel veel afwijkt van het vintage Pulp geluid uit de jaren 90, maar dat aan de andere kant ook is volgestopt met onder andere strijkers, wat me af en toe doet denken aan het solodebuut van Gavin Friday, een van mijn favoriete albums aller tijden. 

Jarvis Cocker heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor Serge Gainsbourg en zijn liefde voor de grote crooners uit het verleden en die invloeden hoor je nog wat duidelijker op More, waarop de Britse zanger zich ook kwetsbaar opstelt, wat de songs van Pulp voorziet van diepte en wat de stem van Jarvis Cocker alleen maar mooier maakt. 

Ik vind More nu al een stuk interessanter dan de albums die Pulp in de jaren 90 maakte en dat is een razend knappe prestatie van een band die meer dan veertig jaar geleden werd opgericht. En ik heb het idee dan More nog wel een tijdje door groeit. Oasis staat volgende maand weer op het podium in het Verenigd Koninkrijk, maar de wederopstanding van Pulp op More vind ik bij voorbaat al een stuk indrukwekkender.

Erwin Zijleman