Thursday, 17 July 2025

Troubled Waters. Isaac Roux

Het is een goede week voor de Belgische popmuziek, want naast het prachtalbum van Sylvie Kreusch, maakt ook singer-songwriter Isaac Roux indruk met een album dat bij iedere keer horen mooier wordt.

We worden al tijden overspoeld door jonge singer-songwriters die vooral melancholische indiefolk maken. Het moment van verzadiging is bij mij zo langzamerhand bereikt, maar ik maak graag een uitzondering voor Troubled Waters van Isaac Roux. De singer-songwriter uit Gent levert een veelzijdig debuutalbum af en het is een debuutalbum dat in alle opzichten kwaliteit ademt. De songs dringen zich makkelijk op, de instrumentatie is song na song mooi en doeltreffend en de Belgische muzikant beschikt over een prachtige stem, die hij op meerdere manieren kan inzetten. Het is zoals gezegd dringen in het genre, maar een uitstekend album als Troubled Waters moet absoluut boven komen drijven.

Ik kan nog altijd geen genoeg krijgen van gekwelde jonge vrouwelijke singer-songwriters die zachte en van melancholie overlopende popliedjes maken. Wanneer hun mannelijke collega’s ongeveer hetzelfde doen ben ik echter veel minder enthousiast en ik durf zelfs wel te beweren dat ik een lichte allergie heb opgebouwd voor mannelijke singer-songwriters met een zacht en wat weemoedig repertoire. 

Op basis van deze allergie (of zijn het stiekem toch vooroordelen?) wilde ik Troubled Waters, het debuutalbum van de Belgische singer-songwriter Isaac Roux, eigenlijk direct terzijde schuiven, maar op een of andere manier deed de openingstrack van het album wat met me. Het is een sfeervol ingekleurde track, die makkelijk schakelt tussen ingetogen en meer uitbundige passages, en het is een track die laat horen dat Isaac Roux, overigens het alter ego van Louis de Roo, beschikt over een mooie en veelzijdige stem, die zich makkelijk aanpast aan de meer ingetogen of juist stevigere passages in de muziek. 

In de openingstrack van zijn debuutalbum is Isaac Roux nog niet zo heel ver verwijderd van flink wat van zijn collega’s, maar naarmate het album vorderde raakte ik steeds meer onder de indruk van Troubled Waters. Isaac Roux heeft voor zijn eerste album een aantal lekker in het gehoor liggende en direct aansprekende songs geschreven, maar waar ik dit soort albums, zeker in het mannelijke segment, na een paar songs dodelijk saai begin te vinden, houdt de muzikant uit Gent de aandacht verrassend makkelijk vast. 

Dat heeft alles te maken met de veelzijdigheid van het album en de kwaliteit van de songs. Isaac Roux maakt op Troubled Waters het soort indiefolk dat momenteel heel veel wordt gemaakt, maar hij maakt ook wat nostalgischer klinkende folksongs en kan zijn songs bovendien ook nog eens veel voller inkleuren, waarbij hij gebruikt maakt van zowel gitaren als synths. 

De Belgische muzikant is nog een twintiger, maar heeft de tijd genomen voor het uitbrengen van een debuutalbum en dat hoor je. De muzikant genoot zijn opleiding aan The Liverpool Institute for Performing Arts (LIPA), dat momenteel, en mede dankzij puissant rijke sponsors als Paul McCartney, Richard Branson en Mark Knopfler, stevig aan de weg timmert. Hij heeft daar de kunst van het schrijven van goede popsongs hoorbaar opgepikt, want popsongs van de kwaliteit van die op Troubled Waters kom ik niet heel vaak tegen. 

Ook de stem van de muzikant uit Gent is van uitstekende kwaliteit. Hij heeft een groot bereik, kan bijna griezelig hoog zingen en zingt met veel gevoel, zonder dat het een kunstje wordt, een kunst die ook bijvoorbeeld David Gray goed beheerst. Het is een stem die op Troubled Waters altijd mooi is en bovendien altijd oprecht klinkt. 

De veelzijdigheid van de muziek op het album heb ik al genoemd, maar de instrumentatie op het debuutalbum van Isaac Roux is echt opvallend mooi. Zijn akoestische gitaarspel is subtiel, maar zeer trefzeker en dat geldt ook voor alle accenten die zijn toegevoegd aan de muziek op het album. Het geldt voor het wat stevigere gitaarwerk dat af en toe opduikt, het geldt voor de subtiele percussie en het geldt voor de wolken synths die zijn toegevoegd, maar het geldt ook zeker voor de blazers die ik een enkele keer hoor en die wat mij betreft een voornamere rol hadden verdiend op een album dat ik echt steeds beter en indrukwekkender ga vinden.

Erwin Zijleman 

Wednesday, 16 July 2025

Camelot. Jennifer Castle

Jennifer Castle is een, helaas ook door mij, wat onderschatte Canadese muzikante, die al een aantal prima albums op haar naam heeft staan, maar met haar nieuwe album Camelot nog wat meer indruk maakt.

Camelot, het vijfde album van Jennifer Castle, wordt vooralsnog zeker niet overladen met aandacht, maar de recensies die ik ben tegengekomen zijn uitermate positief. Ik begrijp dat inmiddels volkomen, want Camelot is in alle opzichten goed. Het album herinnert in muzikaal opzicht aan de grote singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar laat ook een gevarieerd geluid horen. Het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de bijzondere maar na enige gewenning bijzonder mooie stem van Jennifer Castle, die op haar vijfde album ook nog eens goed is voor zeer aansprekende songs en mooie verhalen. Ik kom hier en daar flink wat superlatieven tegen wanneer het gaat om Camelot en daar valt echt niets op af te dingen.

Camelot, het deze week verschenen vijfde album van de Canadese singer-songwriter Jennifer Castle, is in het december nummer van het Britse muziektijdschrift Uncut het album van de maand en krijgt het rapportcijfer 9. Het maakte me direct nieuwsgierig naar het nieuwe album van de muzikante uit Toronto, ook al heb ik tot dusver een wat moeizame relatie met haar albums. 

Van de vorige vier albums besprak ik alleen het in 2018 verschenen Angels Of Death en ook dat album liet ik in eerste instantie lang liggen. Het gekke is dat ik bij eerste beluistering van de muziek van Jennifer Castle altijd onder de indruk ben van haar songs en haar stem, maar haar albums vervolgens toch laat liggen. De kunst is vervolgens om ze na een tijdje toch weer op te pakken, waarna het kwartje alsnog valt. 

Het is iets dat ik ook had met de albums van de Amerikaanse singer-songwriter Laura Nyro, die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 een aantal prachtige albums maakte. Laura Nyro is een naam die ik noem in mijn recensie van Angels Of Death en het is een naam die ook opkomt bij beluistering van Camelot, waarmee ik direct wat geduldiger geweest dan ik normaal gesproken ben met nieuwe albums. 

Ook op haar nieuwe album maakt Jennifer Castle muziek die herinnert aan de albums van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit het begin van de jaren 70. Naast Laura Nyro moet ook zeker Carole King genoemd worden. Op haar vorige album, het in 2020 verschenen Monarch Season, gaf Jennifer Castle haar songs vooral een psychedelisch tintje, maar op Camelot maakt de Canadese muzikante weer vooral tijdloze singer-songwriter muziek met uitstapjes richting folk en country. 

Camelot opent prachtig met fraaie pianoklanken en stemmige strijkers, die prachtig zijn gearrangeerd door de onder andere van Arcade Fire bekende Owen Pallett. De centrale rol voor de piano wordt met grote regelmaat verruild voor akoestische gitaren, maar luister ook zeker naar alles dat er buiten de basisklanken gebeurt op het album, dat varieert van zeer ingetogen tot verrassend uitbundig. Alles op Camelot klinkt even aangenaam, maar in muzikaal opzicht is het album avontuurlijker dan je bij vluchtige beluistering ervaart. 

De tijdloze klanken passen uitstekend bij de stem van Jennifer Castle, die anders klinkt dan de meeste andere zangeressen van het moment. De zang op Camelot spreekt makkelijk aan, maar is ook voldoende eigenzinnig om het nieuwe album van Jennifer Castle te voorzien van onderscheidend vermogen. De stem van de Canadese muzikante wordt overigens op mooie en zeer functionele wijze ondersteund door meerdere achtergrondvocalisten, die het nostalgische karakter van het album nog wat versterken. 

Als ik naar Camelot luister begrijp ik eigenlijk niet dat ik de muziek van de singer-songwriter uit Toronto tot dusver niet veel intenser heb omarmd, want net als Uncut vind ik het een hoogstaand album. Het is een album dat makkelijk vermaakt met tijdloze klanken en mooie zang, maar het is ook een album met alleen maar aansprekende songs, die net als de muziek en de zang mooier en interessanter worden wanneer je ze vaker hoort. Het geldt ook voor de teksten, die mooie verhalen vertellen en nog wat diepgang toevoegen aan de muziek van Jennifer Castle, die mij met Camelot definitief heeft overtuigd en dat ook nog eens op zeer indrukwekkende wijze heeft gedaan.

Erwin Zijleman

Tuesday, 15 July 2025

Blue Mind. Tess Liautaud

Tess Liautaud heeft Franse en Amerikaanse wortels, maar haar muzikale geluk vond ze in Nieuw-Zeeland, waar ze deze week indruk maakt met een heerlijk album vol echo’s uit een inmiddels ver verleden.

Laat Blue Mind van Tess Liautaud uit de speakers komen en je wordt een aantal decennia mee terug geworpen in de tijd. Het tweede album van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante vindt de inspiratie vooral in de jaren 70, maar toch klinkt Blue Mind niet als een retro album. De invloeden uit de jaren 70 worden gecombineerd met wat tijdloze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en zijn gegoten in bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, die stuk voor stuk onmiddellijk vertrouwd klinken. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar Tess Liautaud is ook een prima zangeres. Wat je van ver komt is niet altijd lekkerder, maar dit is weer een aangename verrassing van de andere kant van de wereld. 

De nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records was de afgelopen maanden niet heel scheutig met prachtalbums van Nieuw-Zeelandse bodem die mij direct wisten te overtuigen, maar de afgelopen week had de winkel en webshop uit Auckland, die me de afgelopen jaren al zoveel mooie muziek heeft opgeleverd, er weer eens een. Het gaat om Blue Mind van de vanuit Christchurch opererende Tess Liautaud, die overigens Amerikaanse en Franse wortels heeft en eerder New York en Parijs als thuisbasis had. 

Blue Mind is voor zover ik weet het tweede album van Tess Liautaud en het is een album dat is gestoken in een wat nostalgisch aandoende hoes. Het is een hoes die zo uit de jaren 60 of 70 zou kunnen stammen en de hoes is niet het enige dat herinnert aan vervlogen tijden. Ook in muzikaal opzicht maakt Tess Liautaud immers muziek met een hang naar het verleden. Luister naar Blue Mind en je hoort flarden Laurel Canyon folk en 70s folkrock en countryrock. 

Hier blijft het overigens niet bij, want af en toe klinkt de muziek op Blue Mind verrassend soulvol en zo zijn er nog wel wat bijzondere uitstapjes op het album. Het door gitaren gedomineerde geluid van Tess Liautaud klinkt, zeker wanneer je in een nostalgische bui bent, bijzonder lekker met hier en daar heerlijke gitaarsolo’s als kers op de taart en aangename orgeltjes als smakelijk bijgerecht. 

De Frans-Amerikaanse muzikante had een crowdfunding campagne nodig om haar nieuwe album op te nemen en gelukkig werd haar talent in de rijke muziekscene van Christchurch op de juiste waarde geschat. Blue Mind is in muzikaal opzicht een heerlijk album, dat zowel nostalgisch als gloedvol klinkt. Er zijn momenteel veel meer albums die hun inspiratie vinden in een ver verleden en ook de genres waar Tess Liautaud uit put worden momenteel druk bezocht. 

Toch klinkt het tweede album van de muzikante uit Christchurch wat mij betreft anders dan de meeste andere albums met vergelijkbare invloeden. Dat zit hem voor een belangrijk deel in de songs, die de tijd durven te nemen, die alle ruimte bieden aan muzikale intermezzo’s en geen moment de neiging hebben om zich te ontworstelen aan het tijdperk waarin dit soort muziek vaker werd gemaakt. Blue Mind klinkt hierdoor heerlijk authentiek, maar het album klinkt wat mij betreft geen moment gedateerd. De songs van Tess Liautaud liggen bijzonder lekker in het gehoor en een aantal songs op het album kan absoluut als aanstekelijk worden bestempeld, zeker wanneer een vleugje 70s Fleetwood Mac opduikt in de muziek. 

Blue Mind is zeker niet alleen in muzikaal opzicht een interessant album, want de stem van Tess Liautaud is misschien nog wel het meest interessante ingrediënt op dit aansprekende album. De Frans-Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer aangename en aansprekende stem, die perfect past bij de muziek die ze maakt op haar nieuwe album. Het is een stem waarin ik heel af en toe een beetje van Chrissie Hynde hoor, maar Tess Liautaud heeft ook een duidelijk eigen stemgeluid en het is er een die het wat nostalgische karakter van haar nieuwe album verder versterkt. Flying Out Records heeft me zoals gezegd al heel wat bijzondere albums opgeleverd en ook Blue Mind van Tess Liautaud is er wat mij betreft een.

Erwin Zijleman

Monday, 14 July 2025

Ecce Homo. Gavin Friday

Het was heel lang stil rond Gavin Friday, maar met Ecce Homo geeft de eigenzinnige Ierse muzikant eindelijk weer eens een teken van leven af en het is er een die zowel intrigeert als overtuigt.

Na dertien lange jaren wachten kan een comeback album eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar de Ierse muzikant Gavin Friday laat met Ecce Homo horen dat het ook anders kan. Het zat Gavin Friday in zijn muzikale carrière vaak tegen, waardoor hij niet heel veel muziek op zijn naam heeft staan, maar de albums die hij maakte zijn me dierbaar. Ook Ecce Homo is weer niet zo goed als het briljante solodebuut Each Man Kills The Thing He Loves uit 1989, maar wanneer de wat pompeuze beats uit de eerste tracks vervagen overtuigt Gavin Friday steeds meer met eigenzinnig ingekleurde songs, de bijzondere bespiegelingen van de Ierse muzikant en natuurlijk met zijn bijzondere stem. Goed dat hij terug is!

Het verhaal is inmiddels bekend. De Ierse muzikant Gavin Friday (echte naam: Fionán Martin Hanvey) creëert samen met zijn vrienden Paul en David de fantasiewereld Lypton Village in het Dublin van de jaren 70 en samen zetten ze hun eerste stappen in de muziek. In 1977 formeert Gavin Friday de band Virgin Prunes, die in de jaren 80 zal uitgroeien tot een cultband, maar nooit verder komt dan dat. 

Gavin Friday raakt langzaam maar zeker in de vergetelheid terwijl zijn jeugdvrienden Paul en David als Bono en The Edge wereldberoemd worden met hun band U2. Het eerherstel komt in 1989 als Gavin Friday het in alle opzichten briljante Each Man Kills The Thing He Loves uitbrengt. Even lacht het succes de Ierse muzikant toe, maar Adam 'n' Eve (1992), Shag Tobacco (1995) en Catholic (2011) zijn niet zo goed en succesvol als het debuutalbum van de Ierse muzikant, wiens carrière op een laag pitje komt te staan. 

Er zijn al jaren geruchten dat Gavin Friday zou werken aan een nieuw album, maar de afgelopen dertien jaar was het vooral stil. De geruchten blijken gelukkig toch te kloppen, want deze week is er opeens een nieuw album van de Ierse muzikant. Ecce Homo is ook in een luxe editie verschenen, die goed is voor dertien tracks en ruim 50 minuten muziek. Op voorhand was voor mij duidelijk dat Gavin Friday met Ecce Homo het niveau van het briljante Each Man Kills The Thing He Loves niet zou kunnen benaderen laat staan overtreffen, maar een gewoon goed album van de Ierse muzikant is ook niet verkeerd. 

Voor de productie van zijn nieuwe album deed Gavin Friday een beroep op Michael Heffernan en Dave Ball. Laatstgenoemde is natuurlijk bekend van Soft Cell, maar produceerde ook een van de albums van Virgin Prunes. Dave Ball heeft Ecce Homo hier en daar voorzien van flink wat elektronica, maar de songs op het album zijn ook verrijkt met een opvallende selectie blazers en hier en daar strijkers. 

Zeker in de eerste tracks lijkt Gavin Friday te kiezen voor veel synths en nogal pompeuze beats. Dat deed hij in het verleden ook wel eens en dat leverde niet mijn favoriete Gavin Friday songs op. Gelukkig verdwijnen de stevig aangezette beats na een tijdje uit beeld en kiest de Ierse muzikant voor een subtieler geluid, waarin elektronica en organische instrumenten op bijzondere wijze tegen elkaar in strijken. 

Het lijkt niet direct op het geluid dat het debuutalbum van Gavin Friday zo bijzonder maakte, maar de wat meer ingetogen songs en de songs die op een aangename manier bombastisch klinken overtuigen vrij makkelijk, zeker wanneer Gavin Friday zijn ze karakteristieke stem inzet. 

Bij eerste beluistering viel er bij mij eerlijk gezegd nog niet zo heel veel op zijn plek, maar nu ik Ecce Homo vaker heb beluisterd vind ik het een intrigerend album met een aantal prachtige songs en een aantal songs die zich op een of andere manier toch lekker opdringen, waardoor zelfs de uptempo songs met flinke beats iets met me doen. 

Gavin Friday sleepte er in het verleden van alles bij en dat doet hij ook dit keer. Van de pioniers van de elektronische muziek tot heel veel David Bowie en van glamrock tot Eurodisco, maar alle songs op Ecce Homo dragen ook het eigenzinnige en unieke stempel van Gavin Friday. Natuurlijk had ik liever een wat cabaretesk en weemoedig album als Each Man Kills The Thing He Loves gehad, maar ik schat Ecce Homo zeker niet lager in dan de vorige albums van deze bijzondere Ierse muzikant en dat is al met al een knappe prestatie.

Erwin Zijleman

Sunday, 13 July 2025

A Songwriter's Diary. Lanie Gardner

Lanie Gardner werd beroemd met haar bijdrage aan een werkelijk afgrijselijke versie van een Fleetwood Mac klassieker, maar laat op haar debuutalbum horen dat ze een zeer getalenteerde singer-songwriter is.

Zonder de voorgeschiedenis van Lanie Gardner te kennen begon ik aan haar debuutalbum A Songwriter’s Diary. Die voorgeschiedenis moeten we wat mij betreft maar vergeten, want de songs op haar debuutalbum zijn veel interessanter dan die zo succesvolle Fleetwood Mac cover. Lanie Gardner maakt country en folk met een dun randje pop, schrijft lekker in het gehoor liggende maar ook persoonlijke songs en is ook nog eens gezegend met een prachtige warme stem. Lanie Gardner heeft in het genre waarin ze actief is momenteel talloze concurrenten, maar op basis van hetgeen dat ze laat horen op het uitstekende A Songwriter’s Diary voorspel ik haar een prachtige toekomst. 

Lanie Gardner is tot dusver vooral bekend van de David Guetta versie van de Fleetwood Mac klassieker Dreams, die alleen op Spotify al 75 miljoen keer is beluisterd. Ik laat het zelf bij één keer luisteren, want de met veel elektronica opgetuigde en nogal goedkoop aandoende versie spreekt mij in muzikaal opzicht totaal niet aan en doet de prachtige song van Stevie Nicks geen recht. 

Het enige dat in positieve zin opvalt is de stem van Lanie Gardner, die overigens zelf ook nog een versie van Dreams opnam die wel de moeite waard is en een stuk dichter bij het origineel blijft. Desondanks had ik op basis van haar eerdere verrichtingen geen wonderen verwacht van Lanie Gardner, die deze week haar debuutalbum heeft uitgebracht. A Songwriter’s Diary laat echter horen dat de in North Carolina opgegroeide singer-songwriter beschikt over heel veel talent. 

Op haar debuutalbum laat de inmiddels naar Nashville uitgeweken muzikante allereerst horen dat ze beschikt over een prachtige stem. Dat hoorde je al in de zo succesvolle versie van Dreams, maar in het organische geluid op A Songwriter’s Diary komt de stem van Lanie Gardner nog veel beter tot zijn recht. Lanie Gardner is pas 25, maar ze beschikt over een warm en krachtig stemgeluid met een aangenaam ruw randje, wat haar songs voorziet van de scherpe randjes die vaak ontbreken in de countrypop die Lanie Gardner maakt. 

Er zijn momenteel hele veel goede countrypopzangeressen, maar Lanie Gardner beschikt over de potentie om uit te groeien tot een van de smaakmakers in het genre. De uitstekende zang is niet het enige dat in positieve zin opvalt bij beluistering van A Songwriter’s Diary. Lanie Gardner heeft een serie persoonlijke songs geschreven die terugkijken op haar jeugd aan de voet van de Appalachen in North Carolina en op de strijd die ze moest voeren om een voet aan de grond te krijgen in de meedogenloze muziekscene in Nashville. 

A Songwriter’s Diary bevat niet alleen persoonlijke songs, maar ook aansprekende songs, die de balans hebben gevonden tussen pure countrymuziek en country met een randje pop. Lanie Gardner vist meer dan eens in dezelfde cijfer als bijvoorbeeld Kacey Musgraves, maar haar songs klinken door de totaal andere stem en door wat dominantere invloeden uit de country ook flink anders. 

Door het succes van Dreams kon Lanie Gardner een vet platencontract tekenen, waardoor er hoorbaar veel geld is gestoken in haar debuutalbum. Ik heb niet veel informatie over de muzikanten en de producers die hebben bijgedragen aan het debuutalbum van Lanie Gardner, maar het zijn hoorbaar topkrachten uit Nashville. Desondanks klinkt A Songwriter’s Diary niet als het zoveelste aalgladde countrypop album uit de Amerikaanse muziekhoofdstad. 

Lanie Gardner laat absoluut invloeden uit de pop toe in haar songs, maar vergeleken met de meeste andere countrypopzangeressen blijft ze veel dichter bij de traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek die ze thuis in North Carolina zo vaak hoorde. Lanie Gardner is zoals gezegd vooral bekend als de zangeres in de wanstaltige versie van een Fleetwood Mac klassieker, maar wat mij betreft is ze vanaf nu een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment en potentieel een van de allergrootsten binnen de countrypop. Lanie Gardner, onthouden die naam.

Erwin Zijleman