dinsdag 10 januari 2017

Interview Bettie Serveert, Hedon, Zwolle, 3 december 2016

Interview door: Edwin Van der Haar

© WoNo Magazine 2017


Via Wo. kreeg WoNoMagazine de kans om de leden van Bettie Serveert te interviewen, voorafgaand aan hun optreden in het Zwolse Hedon. Een zeer gewaardeerde buitenkans voor ondergetekende, fan van het eerste uur. In een heerlijk ontspannen en open sfeer namen Carol van Dyk, Peter Visser en Joppe Molenaar ruim de tijd voor vragen over hun nieuwe cd Damaged Good, hun inspiratie, de ervaringen als band in de afgelopen 25 jaar, en zij waren zelfs niet te beroerd om ook nog enkele vragen te beantwoorden uit de categorie ‘suffe fanvraag’! 

Damaged Good

Hoe ging het productieproces? Deze plaat is in Amsterdam gemaakt, in plaats van België zoals jullie vroeger wel deden? 
Carol: Ja klopt, alles is in Amsterdam gedaan, dat was makkelijker. 

Werken jullie met een plan of een concept? 
Peter: Nee, we nemen het zoals het komt. We hebben weleens geprobeerd om vanuit een idee te werken, maar dat lukt niet in de praktijk. Een nummer dient zich aan. Het begint altijd bij Carol. 

Hebben jullie eerst de tekst en dan de muziek? 
Carol: Dat verschilt. Never Be Over heb ik eerst in mijn hoofd geschreven en toen ben ik pas de akkoorden gaan zoeken. Love Sick ontstond gewoon thuis op de bank, dat is vanuit een gitaar lick verder uitgewerkt. Onder andere toen Joppe in de oefenruimte een of ander ‘raar’ beatje erbij speelde, dat ik snel opnam met mijn telefoon en dat paste weer precies bij wat ik al in mijn hoofd had. Het nummer Damaged Good zelf werd al tijdens de ‘Oh, Mayhem!’ tour in 2013 geschreven, in de kleedkamer van de zaal het Burgerweeshuis in Deventer. 

Hoe gaat bij het schrijven de samenwerking met de andere bandleden? 
Joppe: Vaak komt Carol met een basisidee en dan gaan wij dat met zijn allen verder invullen. Vaak geeft ze wel een richting aan.

Peter: Degene die het nummer schrijft heeft het recht om te zeggen of iets goed is of niet in de verdere uitwerking’.

Carol: ‘Ja vaak heb ik het in mij hoofd en weet ik heel zeker dat het op die manier moet.

Peter: Dan geeft ze ook niet op. Maar wat strijd en zoeken levert wel het beste resultaat op. Digital Sin was wel een opgave, daar hebben we weken lang aan gejamd en toen hebben we op een gegeven moment de beste stukjes eruit gehaald en aan elkaar geplakt. Carol heeft er toen weer logica ingebracht. 

Brickwall en Mouth of Age zijn hele korte fragmenten, meer een soort statements. Waarom zijn deze zo opgenomen? 
Carol en Joppe: Ja, dat gebeurt soms. Het zijn echte ‘one take Charlies’, in één keer opgenomen en dan is het precies goed. Er hoeft niets meer bij of af.

Carol: Mouth of Age heb ik thuis op de bank geschreven in een tijd dat enkele mensen ons plotseling ontvielen, en is geschreven vanuit het idee dat je niet te lang moet wachten met iemand bedanken voor een mooie vriendschap. Ik heb dit nummer voor Peter geschreven, die een soort broer voor mij is geworden de afgelopen 35 jaar. 

Hoe kwam de samenwerking met Peter te Bos tot stand voor het nummer Love Sick? 
Carol: We kennen elkaar al heel lang, sinds de jaren tachtig. Begin jaren negentig deelden we een oefenruimte met Claw Boys Claw en Urban Dance Squad. We hadden Love Sick al klaar en we maakten via de techniek mijn stem een octaaf lager. Toen zei iedereen: ‘Hé, nu lijkt het op de stem van Te Bos! Hem gebeld, hij zei direct ja, en nu staat het er mooi op. 

Wie is het meisje op de hoes dat samen met jou op de bank zit? 
Carol: Dat is ‘mini-me’! 

Motivatie en inspiratie 

Waaruit komt de drive om door te blijven gaan? Ook met elkaar? 
Carol: Vooral uit het feit dat wij met zijn vieren op dat podium staan, samen muziek maken. Iedere show is weer net anders. Dat blijft leuk. Daarbij zijn we onze eigen baas en hebben volledige creatieve vrijheid, dat is erg fijn. 

Is het nu makkelijker om een plaat te maken dan 25 jaar geleden, of juist moeilijker, omdat je al veel hebt gedaan en uitgeprobeerd? 
Peter: Ja dat is wel het nadeel van ons bandje. Met enige regelmaat zeggen we tegen Carol: ‘Ja mooi, maar dat lijkt wel erg op dat nummer en dat weer op dat ander’. We blijven natuurlijk een alternative band, maar we willen niet vastgeroest raken. Je hebt bij het schrijven overigens goede en slechte dagen. Het komt ook weleens voor dat Carol en ik de hele dag bij elkaar zitten met twee gitaren en dat er dan niets uitkomt.

Foto van het optreden in Hedon, HareD
Als ik je teksten lees dan krijg ik de indruk dat het kernthema vooral draait om de menselijke natuur en de daaruit voortvloeiende relaties tussen mensen? 
Carol: Als jij dat erin wilt zien, dan is dat prima. Ik vind het altijd heel fijn als mensen hun eigen ideeën projecteren op de songs. Ik vind het zelf ook vervelend als bands die ik te gek vind precies gaan uitleggen waar hun nummers over gaan. Het is een groot compliment als mensen zich onze muziek eigen maken en naar zichzelf toetrekken. Op het moment dat we een plaat uitbrengen dan laten we het los, dan gaan de kinderen hun eigen leven leiden als het ware.

De inspiratie bij het schrijven komt vanuit mijzelf, mijn vrienden, de levens van andere mensen. 

Je schrijft veel vanuit het perspectief van de bedrogene en de verlatene? Worden de mannen daar nooit moe van, in de zin van ‘doe eens iets vrolijkers’? 
Joppe: Ik hou ervan wat Carol schrijft, inclusief het gevoel dat daarbij hoort. Dat is helemaal goed wat mij betreft.

Carol: Mijn teksten zijn geen heel bewuste keuze voor een bepaald thema ofzo. Het overkomt me eigenlijk. Net zoals ik er nooit voor heb gekozen om muzikant te worden. Dat gebeurde gewoon. 

Het ene optreden is vast leuker dan het andere. Wanneer gebeurt er iets waardoor het feest voor jullie nog groter wordt? 
Carol: Dat is van alles bij elkaar. Het begint al met de ontvangst ’s middags in de zaal, als de mensen die er werken aardig zijn, alles lekker loopt en dergelijke. Bijvoorbeeld hier in Hedon is de backstage helemaal te gek verbouwd, dat is erg mooi geworden. Vervolgens de sfeer onder het publiek, het is het leukst als iedereen lekker meedoet, beweegt, enzovoort. Het is mooi om de energie in de interactie tussen band en publiek te voelen, die gaat vaak als een pingpongbal heen en weer.

Joppe: Ik heb natuurlijk maar beperkt zicht zo langs de bekkens van mijn drumstel, en dan heb je ook weleens dat je net alleen een doods plukje mensen ziet, dat ook nog eens een beetje door de muziek heen staat te praten. Dat heeft wel invloed op je eigen energieniveau. Maar ik heb ook weleens dat dan blijkt dat er verderop in de zaal juist heel enthousiaste mensen zijn en dat werkt dan weer positief uit’.

Carol: Ik richt mij altijd op de achterste rijen, gitaristen juist op de mensen vooraan.

Peter: Ik focus op degene met de meest energie.

Carol: Dat zijn vaak de mensen vooraan!

Peter: Bij mij staan vaak de ‘plankenkijkers’, oftewel de mensen die interesse hebben voor de pedalen en vervormers die ik gebruik. Bassist Herman heeft vaak de LGBT-ers bij hem in de hoek staan, die best een aanzienlijk deel van onze fans vormen!

Bettie Serveert met HareD
Maakt de zaal voor jullie veel uit? Hebben jullie een favoriete zaal? 
Peter: Dat is wel een verschil tussen het begin en nu. In de jaren negentig had je nog heel karakteristieke zaaltjes, waar nooit iets veranderde. Dat is tegenwoordig anders, veel van de clubcircuitzalen zijn verbouwd en lijken op elkaar. We komen natuurlijk overal graag, maar voor mij zijn Vera in Groningen en vooral Paradiso de meest bijzondere zalen. Als je op het podium in een volle Paradiso staat, en je weet na een paar nummers dat ‘het in de pocket zit’. Dat is een heerlijk gevoel. Zeker als het licht aangaat en je ziet die drie verdiepingen voor je, als een soort bijenkorf. Maar het is geen makkelijke zaal, als het niet lekker gaat, dan is er ook geen genade. 

Joppe, hoe was het om er in 2009 bij te komen. Je kwam in een gezelschap dat elkaar al lang kende en op elkaar ingespeeld was? 
Peter: We hebben lang een Belgische drummer gehad, Gino Geudens. We speelden toen ook veel in België. Maar hij speelde ook Vive la Fête en dat was af en toe lastig, want die band werd steeds populairder. Daarbij was het praktisch ook onhandig, omdat hij na zijn werk voor repetities en optredens naar Amsterdam moest komen. Dus op een gegeven moment kon dat niet meer.

Joppe: Ik kende ze al veel langer. Ze speelden zelfs op mijn bruiloft! Ik was hiervoor drummer in de band Voicst, die in 2004 ook het voorprogramma van Bettie speelde. Het was dus al heel vertrouwd, ik heb diverse malen ingevallen en met hen gejamd.

Carol: het merendeel van de cd Pharmacy of Love was al klaar, we zochten nog een drummer die dat aankon. Peter: Ik weet nog goed dat ik hem belde en hij zei al in de eerste zin direct ja! 

Muzikantenleven

In een klein interview voorafgaand aan een optreden van Bettie Serveert in Veronica’s Countdown Café zei Carol nog altijd zenuwachtig te zijn voor een optreden. Hebben jullie al dan niet rare gewoonten of rituelen voor een optreden? 
Carol: Ja, ik heb altijd zenuwen. Dus inderdaad hebben we allerlei rituelen. Ik drink altijd een klein borreltje, ga mijn haar krullen, omkleden, etc. Herman die verdwijnt meestal ergens in het gebouw. Joppe zet de koptelefoon op en gaat gamen. Peter gaat rondstuiteren, water drinken, etc. Hoe dichter bij het optreden we komen, hoe onrustiger we worden. 

Hoe selecteer je de setlist, na 25 jaar is er voor jullie zoveel keus? 
Carol: Gewoon thuis op de bank, met de gitaar erbij. Kijken wat bij elkaar past, door de hele setlijst achter elkaar te spelen. We doen iedere keer wat anders. Wel zijn er soms vaste blokjes van nummers die een eenheid vormen. 

Wat doen jullie tussen optredens door? Op jullie website schreef je niet te gaan touren in het buitenland deze keer, want de ‘dayjobs’ maken dat moeilijk? 
Carol: Ja klopt. We krijgen veel fanmail uit het buitenland, en veel verzoeken om te komen spelen. Maar dat gaat helaas niet, we kunnen het ons simpelweg niet veroorloven. We betalen altijd alles zelf, krijgen geen subsidies ofzo. Tja, het is wat het is. Na dat berichtje voor de buitenlandse fans kregen we wel veel berichtjes terug, met ‘dan komen we wel naar jullie toe’. Dat is toch super! [Inderdaad stonden er drie Amerikaanse fans in het publiek die avond, die speciaal door Carol werden bedankt, EvdH].

Peter en Carol: ‘Het is een business waarmee wij elke dag bezig zijn. Niet alleen (nieuwe) muziek maken, maar ook alles regelen, de boekhouding, afspraken met zalen, de platen geven we uit in eigen beheer. Carol doet alles met sociale media, internet en de videoclips. Alleen de boekingen en de distributie van de albums doen we niet zelf.

Peter: We hebben er twintig jaar van kunnen leven, dat is erg mooi. Voor iedere band geldt dat je het van de platenverkoop en de streaming-vergoedingen helaas niet moet hebben. Het gaat om de optredens. Maar daarbij hebben we allemaal parttime werk inderdaad. 

Hoe selecteren jullie voorprogramma? 
Die bands worden via vele kanalen aangeboden, zodra men in het wereldje eenmaal weet dat we weer op tour gaan. Sommige bands kennen we zelf, anderen bieden zich aan via de mail. We luisteren alles, we moeten er een goed gevoel bij hebben. De hamvraag is: ‘gaat dit leuk worden voor de Bettie fans’? 

Suffe fanvragen

Joppe, je drumt niet langer in je ondergoed? 
Joppe: Nee klopt. Eigenlijk drum ik het liefste naakt, maar dat is ook zo wat! Mijn moeder kwam een keer kijken met een stel vriendinnen en zij waren het erover eens dat het in het ondergoed ook niet kon. Dus vandaar toch maar in spijkerbroek…. 

Laatste vraag: Carol, waarom neem jij een tas mee het podium op ? (luid gelach, Peter zegt: ‘by far de beste vraag van de avond’) 
Ik heb geen zin om terug te komen na een optreden en dan de kleedkamer leeg terug te vinden, dat hoor je soms wel van andere bands. Dus vandaar de tas!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen