dinsdag 21 juni 2016

"Feeste!" De Kift live. Houtfestival, zondag 19 juni 2016

"Als paarden sterven"
"De Kift in de buurt" heten de slimme e-mails die "het persbureau" van De Kift aan de leden van haar nieuwsbrief verstuurt. Zo kwam ik er achter dat er zoiets bestaat als het Houtfestival in Haarlem en bovenal dat De Kift er ging spelen. Zij zouden opnieuw een greep doen uit het 'Wee Mij' programma. Nu heb ik dat al eerder gezien, zie het verslag eind 2015 van het optreden in de Paradijskerk te Rotterdam op dit blog, maar dat is bij De Kift eigenlijk nooit een bezwaar. De Kift betekent feest, zoals ze zelf ook bezingen in wat wellicht hun hardste nummer is (en de makkelijkste meezinger!). Fanfarepunk tot op het gaatje.

De Kift is voor mij de meest unieke band van Nederland en zelfs van grote delen daar buiten. Omchrijf wat ze maken en ik zal direct doorlopen. Voordracht van gedichten op muziek? Fanfare? Rare en vooral ernstig gebutste instrumenten? Het klinkt allemaal te alternatief, te raar om goed te kunnen zijn. Maar inmiddels ben ik dit jaar 18 jaar fan en heb vrijwel alle concertreeksen sindsdien gezien. Van Nova Zembla tot een Russische opera en een Bidonville.

Alternatief is het juiste woord om het Houtfestival te omschrijven. Het contrast met Bevrijdingspop kan niet groter zijn. De enige overeenkomst is de locatie, maar dat is dan ook alles. (O.k. er wordt ook drank geschonken en er is eten en muziek.) Er zijn vooral heel andere mensen samen in een veel bescheidener aantal. Zelf zag ik alleen De Kift dus kan verder niet over het festival zelf oordelen.

"Droeve drummer Wim schildert"
Hoe groot de productie van De Kift is, is goed te zien aan het aantal instrumenten en mensen dat moet soundchecken. Hulde aan de geluidsman die dat allemaal heel goed in balans had vanaf het begin. Slechts hele kleine aanpassingen waren nodig.

De Kift zette in met het uitzonderlijk stemmige gedicht van Velimir Chlebnikov 'Als Paarden Sterven'. Drummer Wim van Weele, het meest bedroeft want, is werkloos in dit nummer en staat te schilderen achter zijn drumstel. Een gestorven paard. De sfeer is meteen gezet. Geweldig als een band meteen zo'n indruk weet te maken.

In tegenstelling tot het concert in Rotterdam stond de titelsong van het programma wel op de rol. Vrij in het begin al spetterde het koper in 'Wee Mij'. Even een persoonlijk verhaal bij 'Wee Mij'. Begin deze eeuw liep ik met vrouw en kind door Thessaloniki en we zagen bij een markt een oude vrouw met een zwaar spastische zoon in een versleten rolstoel staan. De vrouw hield een heel verhaal in, ik neem aan, het Grieks. Zodra zij haar mond hield, begon de zoon wild te spartelen in zijn stoel. Zodra hij ophield, begon de vrouw weer en zo verder. Zoon en ik stonden te wachten en hadden de tijd. Bij het doorlopen keken zoon en ik elkaar aan en begonnen samen 'Wee Mij' te zingen. Alsof het nummer voor dit moment geschreven was: zacht-wild-zacht-wild.

"De blikjes Hoofdkaas"
Tot zover deze herinnering. Eigenlijk ging het optreden van hoogtepunt naar hoogtepunt waar 'Orenmens' er opnieuw heel erg uitstak, maar het feestje dat 'Witte Haring' is, deed dat ook, de waanzin van 'Een Man', de kracht van 'Admiraal B.' en natuurlijk het laatste nummer voor de toegift, 'Hoofdkaas'. Ik had de blikjes al gezien, dus wist dat het waarschijnlijkst mooiste nummer van De Kift voorbij zou komen. Volgens mij komt alles waar De Kift voor staat het meest perfect in dit nummer samen. Voordracht, samenzang, weemoed, verlangen, verloren eenzaamheid, de kracht van de melodie en een mix van muzikale culturen. Een nummer dat mij raakt op het diepste niveau.

'Feeste, feeste, feeste!"
Het gerammel met het tuinhekgaasmateriaal gevuld met lege blikken in 'Hoofdkaas' had een groot effect op de staat van het drumstel. Voordat manager Marco Heijne zijn lange lijf achter het drumstel kon plaatsen voor de finale, moest er (bijna te) veel terug op zijn plaats komen. Naast de zooi van al die lege blikken om hem heen. De Kift was klaar voor de grote finale. Gewoon de knallende riff op de elektrische gitaar extra vaak spelen todat alles is herrezen.

"Feest! Feeste, feeste, feeste". Drummer Wim heeft drie Braziliaanse carnavalstrommels voor zijn buik en zingt als Monsieur Parnasse ons toe dat hij van ons allemaal houdt. En we geloven hem. Voor twijfel is hier geen ruimte. Dat alles over een oorverdovend lawaai heen, dat echter zo perfect is als afsluiter, dat iemand bijna vergeet hoe stil en ingetogen deze band muzikaal eveneens weet te overtuigen: "Als paarden sterven ...."

Met een uitstekend humeur gingen wij na afloop weer huiswaarts. De Kift. Wat een band!

(Alle foto's van) Wo.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen