dinsdag 24 februari 2015

Het counterview met Jarig van Sinderen door .No



Thijs van Leer en Jarig
Het counterview met Jarig van Sinderen.[1]

© WoNo Magazine 2015 

“Hij gaat meerdere keren per week naar concerten en hij houdt van hardrock” ging het gerucht. Daar wilde ik natuurlijk meer van weten.

Jarig ontvangt me tussen de bedrijven door en gaat gelijk, in hoog tempo, van start. Een drukbezet man. Chief Economist en directeur van het Economisch Bureau van ACM, hoogleraar Economie, auteur van enkele boeken en talloze artikelen. En dan nog wat nevenfuncties. Toch praat hij niet gejaagd. Rustig zelfs en gemoedelijk. Maar de informatiedichtheid is bijzonder hoog.

Jarig is een man van cijfers. Daar begint hij dus ook mee: 3.500 LP’s, 3.500 cd’s, 600 singles. Dat heeft hij thuis staan. Daarmee is meteen ook duidelijk dat zijn huis groter is dan het mijne. Of nòg voller, maar dat kan eigenlijk niet. Hij is ook principieel: “ik download nooit iets.” Goed zo, Jarig! En een man van orde: “al mijn cd’s staan op alfabet.” Ik probeer me er een voorstelling van te maken en denk aan de ‘creatieve chaos’ bij mij thuis. “Bij zulke aantallen moet je wel, anders wordt het een chaos.” Inderdaad ja, dat gebeurt zelfs al bij aanzienlijk kleinere aantallen, dus…

WoNo Magazine kende hij tot voor kort nog niet. “Ja, dat kan kloppen, we zijn niet in heel brede kring bekend.” Ik vertel hem dat WoNo Magazine is begonnen als een afgewezen plan voor een muziekpagina in het personeelsblad van OPTA en dat Wo. en .No toen maar voor zichzelf zijn begonnen. En dat we inmiddels meer lezers buiten ACM hebben dan daarbinnen.

De man van de cijfers vraagt “Hoeveel lezers?” Ik moet hem het antwoord schuldig blijven. We houden dat niet echt bij. Maar ik weet vrij zeker dat Jarig meer cd’s heeft dan WoNo Magazine lezers.

Hij houdt van Prog-muziek. Progressieve Rock. Psychedelisch ook. Doorleefde muziek, bij voorkeur. Zijn favoriet is King Crimson. Daar heeft hij zo’n 200 cd’s van. Ik kan het haast niet geloven. Hebben die lui echt zoveel cd’s gemaakt? Met alle spin-offs erbij zal het misschien best kunnen. Want kijk maar eens op de WiKi-pagina van King Crimson. Hè, nu zit voor de rest van het gesprek ‘The court of the Crimson King’ in mijn hoofd. Alhoewel, het zal uiteindelijk worden verdrongen door iets anders.

Ondertussen zit Jarig honderduit te praten. Wat een sympathieke gast is hij, trouwens. En wat weet hij veel! Hij vertelt over Robert Fripp (waar ken ik die naam toch van?) alsof hij er nog mee op school heeft gezeten. Hij verdiept zich niet alleen in de muziek, maar ook in de biografieën van de bandleden. Weet alle smakelijke details over consumptie van genotsmiddelen, strafblad en bedpartners. Dat soort zaken. Hij zou zo bij de Top 2000 kunnen solliciteren. En ondertussen toetst hij wat ik weet (niets) en of ik hem nog kan volgen (ja, dat wel, maar onthouden is dan weer een ander dingetje). Ik schrijf ijverig mee, maar kan thuis niet meer wijs uit mijn aantekeningen. Doet me aan de universiteit denken.

Hij vraagt me van welke muziekgenres ik houd. En dan blijkt dat hij ook van Middeleeuwse muziek, Religieuze muziek en Barok houdt en er veel meer van weet dan ik. En dan: “wist je dat veel bekende Rocksterren van Middeleeuwse muziek houden?” Hij noemt een paar namen, waarvan ik Ritchie Blackmore (Deep Purple) heb onthouden. Dapper noem ik Sting, maar dat wordt genegeerd. Maakt kennelijk geen indruk. Hij vertelt dat hij ook wel eens naar het Festival Oude Muziek gaat.

Alleen in Hedendaags (‘modern klassiek’, post-modern en neoklassiek) lijkt hij wat minder thuis. Van Ambient, Minimal en Soundscapes weet hij echter weer veel meer dan ik. En dan vertelt hij me dat Robert Fripp de Soudscape zo goed als uitgevonden heeft. Eindelijk valt bij mij het kwartje: daar kende ik die naam dus van!

Hij heeft ook heel verschillende muziekgenres in huis, maar sommige cd’s draait hij heel weinig. Dat kan natuurlijk ook niet anders met die aantallen. De favorieten draait hij heel veel. “Als ik thuis ben heb ik de hele dag muziek aan. Ik vind het heerlijk om met muziek te werken. Bij ACM kan ik dat helaas niet maken” Op mijn vraag “waarom eigenlijk niet” komt geen duidelijk antwoord. Ik zie hem denken: “zou ik…?” Hij praat er overheen: “Ik ben opgegroeid in een groot gezin. Er was altijd lawaai en chaos. Met muziek kun je orde scheppen in de chaos.” Onwillekeurig moet ik weer aan mijn werkkamer thuis denken die toch echt het tegendeel bewijst. Ik laat het er maar bij zitten.

Familie en vrienden hebben het opgegeven muziek voor Jarig te kopen: “je hebt alles al en als jij iets niet hebt, is daar een reden voor.” “Klopt”, zegt Jarig. “Ze kunnen er beter niet aan beginnen.”

En dan die popconcerten: meerdere keren per week? “Neuh!” zegt hij bijna verontschuldigend. “Althans niet iedere week. Nou, euh,.. Gemiddeld kom ik misschien net op één keer per week. Of misschien hooguit twee. Maar voornamelijk in het weekend, hoor. En als ik geen kaartjes kan krijgen, dan maar niet. Ik ga geen kapitaal betalen voor een kaartje.”

Hoor ik hier toch iets van het spraakgebruik van een verslaafde? Zoals de Klisjeeman-netjes: “Rouk jêh?” “Nauw neuh. Nie meâh as drie pakkies puh dach! Dusseuh om nauw te seggâh dat ik rouk, nei!” Jarig, de muziekjunkie! Ach wat zou het? Er zijn ergere dingen! Heroïne, bijvoorbeeld. “Keith Richards zegt steeds dat hij optreedt om van de heroïne af te blijven. De ene verslaving tegen de andere”.

“In de jaren ’70 waren de musici nog echte idolen met eigen vliegtuigen en voetbalteams. Ze waren onbereikbaar. Nu is het veel moeilijker er geld mee te verdienen.” (Dat kan de directeur van WoNo Productions inderdaad beamen.) “Ze zijn nu meer ‘down to earth’ en veel toegankelijker. Ik heb laatst een keer met Mick Fleetwood staan praten. Leuke vent. Robert Fripp daarentegen is nog steeds moeilijk benaderbaar.

“Aanstaande zaterdag ga ik naar Focus”, laat hij zich ontvallen. “en binnenkort naar The Who.” Dat is het moment waarop ik als redacteur van WoNo Magazine gewacht heb. Soepel als een panter sla ik toe en enkele seconden later hoort Jarig zichzelf toezeggen een stukje voor WoNo Magazine te schrijven. De kamer zindert nog even na. Ik wrijf in mijn handen.

Maar Jarig herstelt snel. “Al die oude bands die nog optreden en platen maken, dat is toch schitterend!. Alhoewel je je wel kunt afvragen of dat nog dezelfde bands zijn. The Small Faces, bijvoorbeeld: allemaal dood, op de drummer na. Kenny Jones. Ik heb een gelimiteerde box van The Small Faces, met o.a. de handtekening van de vorig jaar  overleden Ian McLagen. Een collectors item”.

En dan komt hij toch weer op King Crimson. Indirect dan, via de afscheidstournee eind februari 2015 van UK, ook een spin-off van King Crimson. Daar gaat hij ook naar toe.

En dan zit dus voor de rest van de dag Rendez-vous 602 in mijn hoofd. Ach er zijn ergere dingen.



.No






[1] Een counterview is een interview waarbij de geïnterviewde meer vragen stelt dan de interviewer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen