maandag 18 maart 2013

De garderobe

Zaterdagavond. In het muziekhuis, De Qbus, zal het aanstaande publiek de zaal vullen tot aan de menselijke maatstaf. Een dansavond. De muziek geprogrammeerd door het koppel dj´s van, De Leidse Danssalon, zal menig kloppend hart sneller doen slaan. Muziek uit de jaren tachtig, die het publiek alsmaar wil opzuigen tot aan onze tegenwoordige tijd van geest.

Als ik na een kort etensmaal, de garderobe inspecteer valt mij iets bijzonders op. Daarover later meer. Alle knaapjes hangen keurig in nummer volgorde. Ik besluit voor de ingang aan de straatzijde even te roken. Het is donker en de zachte regen klinkt eenzaam. Op geparkeerde auto´s, fietsen, brommers en op verveelt weggegooide plastic zakjes. Wanneer ik mij omdraai en naar binnenloop, hoor ik de klanken van deze jaren tachtig. Het blijkt een soundcheck om elk muzieknummer werkelijk goed tot zijn recht te doen komen. Inmiddels sta ik bij de garderobe en alles is gereed. Tijdens de vele bezoekers die avond, valt mij op dat er zoveel meer vrouwen zijn dan mannen. Het doet mij deugd. Er blijkt toch nog iets onzichtbaars in mij te mogen ontvouwen. Als een nog niet ontdekte bloemsoort op deze planeet. Achter de bar staand, zie ik de vele vrouwen. Dansend van geluk. De enkele aanwezige mannen in het duister toekijkend. Wachtend op voor hen juiste moment. Tegen het eind van de avond ben ik ingesloten door een muur van jassen, sjaals en tassen. Ineens valt mij oog op dat wat bijzonders was aan het begin van deze avond. Een leeg flesje waar een opgerold papiertje in zit ligt nu onder een rij jassen. Ik keer het flesje om en rol het papiertje uit. Ik strijk het papier zo goed mogelijk strak om het te kunnen lezen. Het blijkt een oproep. Een gescheiden vrouw die mij de vorige keer zag bij de garderobe, blijkt nu ook weer aanwezig te zijn. Carla, 44 jaar, half lang haar tot aan de schouders. Met vrolijke, maar ook nerveuze gevoelens bedenk ik mij dat ik haar deze avond langs heb zien komen. Wat nu? Moet ik tegen het eind van de avond in actie komen? Ik sluip achter de bar, dim het licht tot een minimum. Knijp mijn ogen dicht en enkele keren open. Tussen het dansende publiek zie ik haar zitten achter in de zaal, alleen met een glas rode wijn. Ik tap een biertje, pak een wijnglas en een fles rode wijn. Langzaam en een beetje dansend laveer ik de zaal door. Niemand heeft mij in de gaten, ga ik als een zwervende ziel op haar af. Als ik voor haar sta, kijk ik haar aan. Na een korte begroeting ga ik naast haar zitten. Terwijl ik haar glas inschenk, voel ik haar ene hand strijken tussen mijn knie en schaamstreek. Met haar andere hand brengt zij het gevulde wijnglas aan haar lippen. Ik duizel van haar en de muziek. Het brengt mij terug in de jaren tachtig toen ik nog niet wist om een situatie als deze tot een climax te kunnen brengen. In gedachten zijn wij op weg in een bootje voortdrijvend op een oceaan naar een onbewoond eiland, van, waarvan ik dacht, onbereikbare liefde.

Marcel M. van der Kwaak

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen