maandag 15 oktober 2012

Een schrijver in een gesloten inrichting


Door de ijver van zijn krankzinnigheid is de schrijver Koenraad voor een tijdje opgesloten. Zijn werkelijkheid was al maanden verbleekt door de zware medicamenten. Alles wat hij dacht mee te maken, was vaak niet wat geleek te gebeuren. Of toch wel, hij wist het totaal niet meer. In een licht blauw dragend uniform zit hij alleen in zijn kamer. Met half gesloten ogen ziet hij de meeuwen boven de duinrand cirkelen. Deze inrichting ligt aan de rand van een bos in een duingebied. En dient als doel om doorgedraaide kunstenaars hulp te bieden. De gehele dag speelt er vreemdsoortig, maar soepel klinkende muziek door het gebouw om zo de medicamenten beter te kunnen laten inwerken. Het verplegend personeel heeft als doelstelling, dat de kunstenaar na langdurige behandeling weer verder kan met het bedrijven van de kunst. Ik wil het met u hebben over die ene man. Koenraad. Bij elk boek dat van hem uitgeven werd kwam veel commotie los. Niet alleen bij het lezerspubliek maar ook bij enkele critici. Nu zit deze man aan een tafel met een pen in de hand tekeningen te maken, die hij ooit in letters en in prachtige volzinnen aan het papier toevertrouwde. Hij was trots op zijn werk, wat veel inspanning vergde. Toen na een boekpresentatie bij hem de stoppen doorsloegen en hij één van de critici te lijf ging. Van het verplegend personeel kon hij slechts van één iemand alles velen. Ze was zijn mentor in alle opzichten. En zonder het tegen hem te durven zeggen zijn grootste bewonderaarster. Bij de eerste ontmoeting voelden zij zich sterk tot elkaar aangetrokken. Zuster Cora, een vijftien jaar jongere aantrekkelijke vrouw.  In alle opzichten geschikt en was voor velen als een zorgzame moeder. Het was voor Koenraad een zegen. Die hij als zijn zeldzame beschermengel beschouwde. Als Koenraad diep in de nacht onrustig door zijn kamer marcheerde kwam zuster Cora langs. En zong zij op zijn bed zittend. Streelde door zijn haar. Totdat hij zijn eigenzinnige werkelijkheid in dromen kon waarmaken. Zelfs wanneer zuster Cora geen dienst had ging zij naar de inrichting om voor Koenraad te zorgen. Ze gingen samen vaak wandelen in het bos, terwijl Koenraad haar verhalen vertelde. Tijdens een wandeling op een warme zomerse zondagdag middag bleven zij staan bij een hoogduin met in het riet een verscholen bunker. Ze kropen naar binnen. Zuster Cora had van thuis een fles van de beste kwaliteit sterke drank meegenomen waar Koenraad zoveel van hield. Ze had geen glazen meegenomen en dronken om beurten uit de fles. Doordat het de laatste dagen zo ontzettend warm weer was, was het in de bunker aangenaam. Toen de fles half leeg was, streelde ze elkaar hartstochtelijk. En kusten ze elkaar of het de laatste was vlak na een galgenmaal hangend in een strop. “Laten we gaan zwemmen”, fluisterde zuster Cora in zijn oor.

De twee kleden zich helemaal uit en liepen hand in hand over een leeg strand naar de zee. Voordat ze de zee ingingen keek Koenraad naar de lachende zuster Cora. In zijn lichaam ging het bloed in stroomversnelling. De voor de liefde bestemde hormonen vloeide door zijn gehele lichaam dat hem deed rillen. Ze liepen door de golven van de zee tot aan een zeebank. “Het is hier heerlijk”, gilde zuster Cora. In een hevige omstrengeling. Bij Koenraad ontwaakte spookachtige stemmen in zijn hoofd.

Hij raakte in paniek en hoorde hoe zuster Cora tegen hem sprak. “Ik heb je te pakken!” Hij keek verward over het lege strand, terwijl hij zuster Cora om de hals kneep. Het geluid van de schaterende zuster Cora sloeg als een echo tegen de duinrand terug. Slijm en maagzuur spoten door haar luchtpijp langs haar mondhoeken naar buiten. Terwijl zij langzaam een rood gezicht vertoonde en de ogen uit haar oogkassen vielen, voelde haar gezicht koud aan. Hoorde Koenraad ineens zuster Cora zingen. Ontving hij een prijs met veel gejuich uit het publiek. Koenraad was voor lange tijd een verloren ziel op aarde.

Marcel R. van der Kwaak

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen