maandag 1 oktober 2012

Alleen voor jou

Verlaten gespiegelde straten door hevige regenbuien op een late avond. Zit een man aan een tafel. Af en toe kijkt hij naar buiten en schrijft hij een enkele zin. Aan diegene waar hij zoveel van houdt. Geen brief. Die zou zijn bestemming missen. Schenkt om de zoveel tijd zijn glas vol. Drinkt en mijmert. De whisky galmt door zijn lichaam en maakt hem sterk als een prooi van het verval. Vanochtend is hij nog bij zijn geliefde langs geweest. In een buitensporig visioen. Liggend op een bank met het hoofd tegen een gekleurd kussen.

Het plafond bestond uit een hemelzee, waarbij de zon geen kans kreeg om door te breken. Met gesloten ogen liep hij naar het balkon. Vloeide langs de schuifdeur en ging zitten in een rietenstoel. Tegen de glazenrand van het stenenmuurtje zag hij ineens in spiegelbeeld vele mensen in de kamer. Het leek een ontspannersfeer van mensen, vrienden en kennissen.

Een samenzijn als een feest van herkenning. Er volgde tegelijkertijd vele schrijvende zinnen, die hij nauwelijks kon herlezen door zijn betraande gezicht. Hij stond op. Zigzagde door zijn kamer naar de keuken. Bleef daar even staan. Na enig besluit besloot hij iets te eten gaan maken.

Wonderwel viel niets uit zijn handen en bleek het bereiden van het etensmaal hem zelfs iets op te vrolijken. Niet dat het veel bijzonders was. Brood met gebakken ei en gesnipperde blokjes ui en wat groente. Hij besloot tijdens het eten zijn schrijverij nog eens nauwkeurig onder de loep te nemen.


Zijn glas dat half vol was lichtte hij op, keek door het glasvizier als een astronoom en zag de brandende lantaarnpaal in kleur. Er bleek toch duidelijk leven zichtbaar. Er zoemde van alles rond het licht. Zette zijn glas weer neer op tafel naast het beschreven papier, en at zijn bord verder leeg, schoof het gelijktijdig afwijzend opzij. Wat nu? Deze vraag dolde hem al maanden in het hoofd. Als bij een ster aan een heldere hemel zag hij haar.

De maan. Onze zorgzame moeder waakt. Hij bekeek nogmaals zijn geschreven woord.

Voelde ineens twee zachte handen op zijn schouders. Hij keek niet om, het voelde vertrouwd. Hoewel er verder niemand in zijn huis was, alleen hij, in al zijn verdwazing van levensgeluk en ontevredenheid voelde hij de laatste tikken van de klok naderbij.

Zonder enkele tegenzin, voelde het als een veer tegen de wang. Kwam het gebonden zeemanstouw als een tros aan de kade om zijn nek te hangen. Langzaam werd de luchtpijp aangetrokken. Zag hij de maan lachen en zijn letters op het papier dansen van geluk.

Hoorde kort daarna zijn eigen stem door de kamer eenmaal zeggen.

“Alleen Voor Jou”.

En zijn visioen werd uiteindelijk werkelijkheid!

Marcel R. van der Kwaak

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen