donderdag 29 maart 2012

Port of Morrow. The Shins


O, weer gewoon een The Shins album, dacht ik bij eerste beluistering. Mooi, hoor, maar ik heb dit in het vorige decennium wel eerder gehoord. Vooral en nooit beter op het prachtige, cerebrale en perfect gezongen ‘Saint Simon’ van het album ‘Chutes too narrow’. De band overtrof zichzelf naar mijn mening op ‘Wincing the night away’ in 2007, een album dat ik heel veel gedraaid heb, maar ergens in de jaren daarna opzij heb gelegd. Het werd stil rond de band. Voorman James Mercer kreeg het naar zeggen moeilijk met zichzelf, ontsloeg zijn band en maakte het album ‘Broken Bells’, met Brian “Danger Mouse” Burton.

Nu dus Port of Morrow. Inmiddels na meerdere luisterbeurten zit het album mij als gegoten. Als een oude vertrouwde jas, heeft het zich om mij heen genesteld en is een deel van mijn leven geworden. James Mercer heeft voor de plaat een duidelijk statement gemaakt: “Ik ben The Shins”. Het is mijn project. Dat schijnt wat rottig overgekomen te zijn bij een aantal nu ex-leden, die dachten dat The Shins een band was. Mercer is alleen voortgegaan en levert een nieuw album vol vertrouwde kwaliteit.

Hij is een muzikant die zoekt naar het perfecte popliedje. Naar die hemelse melodie, die net om de hoek van iedere akkoordenprogressie ligt. Naar de harmonie in de zang, die het van goed hemels maakt. Ik durf wel te zeggen dat dit hem een aantal malen is gelukt op Port of Morrow. Het woord “liedjessmid” is dan ook van toepassing op Mercer. Hij plaatst zijn liedjes in een band idioom, maar is in essentie een singer/songwriter, op zoek naar de oplossing, die de volle rijkdom van een nummer laat uitkomen. In ‘Bait and switch’ zitten stukjes die de rillingen over mijn rug laten lopen van pure schoonheid. Mercer's hoge stem scheert als het ware over de muziek heen, wat het nummer een doorschijnende kwaliteit geeft.

Qua zang hoort hij thuis in het rijtje Jeff Buckley en Thom Yorke, maar waar zij 100% op eigen kracht voorwaarts gaan, zoekt Mercer de harmonie en meerstemmigheid, zoals CSNY of The Eagles en uiteindelijk The Beatles. Het geeft The Shins dat beetje extra.

Port of Morrow klinkt overigens geregeld speelser dan de twee eerder genoemde platen. (Ik ken het debuut niet). Geregeld klinkt er vlottere percussie, wat het album minder gedragen maakt. Mercer’s stem gaat prima met deze speelsheid om en dat maakt Port of Morrow gevarieerder. Voor mij beslist een pluspunt in het voordeel van dit album.

Mijn beoordeling van het album toont aan dat herbeluistering na een eerste indruk beslist de moeite waard kan zijn. Niet iedere eerste indruk is juist. En zo krijgt u ook nog even een les voor het leven mee.
Wo.

P.S. Mocht u willen weten wat Port of Morrow is, het heeft zelfs een website. Niet noodzakelijkerwijs een plaats voor de vakantiebestemming deze zomer overigens. (Wel een afslag op de weg naar Mercer's huis.)

Zelf bijdragen aan WoNo Magazine blogspot? Dat kan, stuur een berichtje en we nemen contact met je op.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen