woensdag 22 februari 2012

Life. Keith Richards


The Rolling Stones maken ondertussen al ruim 40 jaar jaar een onderdeel van mijn leven uit, dus als de kans zich voordoet om het verhaal van binnenuit te lezen, dan is het tijd om met het boek in de hand in een hoekje te gaan zitten. Na ‘Stone alone’ van Bill Wyman uit de jaren 90 is ‘Life’ van Keith Richards de tweede Stone die een boekje open doet over zijn jaren in de band, die ooit de grootste rock and roll band op Aarde was.

De Stones ontdekte ik in 1969. In de top 40 kwam ‘Honky tonk woman’ binnen en werd natuurlijk veel op de radio gedraaid. Het was de eerste single zonder Brian Jones en met Mick Taylor. Niet dat ik dat wist. Mijn buurjongen Hans had een greatest hits elpee en zo leerde ik nog een aantal nummers kennen, waaronder ‘2.000 Light years from home’. Het verhaal heb ik recentelijk opgehaald in de Beatles vs. de Stones vraag voor WoNo Magazine (nog te publiceren). Hans deed zijn platen ook gewoon weg. Ik kocht ‘Street fighting man’ van hem voor ƒ0,85, als ik het me goed herinner. Mijn eerste Stones single. Het werd een band voor het leven. The Rolling Stones werden in de jaren 70 mijn band. In 1976 werd ‘Black and blue’ mijn eerste Stones elpee, heel snel gevolgd door ‘Goat’s head soup’. BnB kocht ik in Engeland voor £2,69. Nog steeds vind ik het een geweldige plaat. Sterker, ik heb hem, op cd, deze week nog gedraaid tijdens het koken. Heerlijk om mee te zingen.

‘Life’ boeide me vanaf de eerste regel. De directheid van de stijl maakte dat het voelde alsof ik werd toegesproken en dat sprak me aan. De beste omschrijving voor het boek is eigenlijk een schelmenroman, zoals ‘Scar tissue’ van Anthony Kiedis dat ook is. Een gedeelte van ‘Life’ beschrijft het leven van late tieners, vroege twintigers en jong volwassenen die in de jaren 60 geheel nieuwe dingen deden, grenzen opzochten en genoten van de mogelijkheden die de tijd hen bood. Dingen waar de gevestigde orde en het grootste deel van de maatschappij niet op zaten te wachten en dat gedrag moest en zou gecorrigeerd worden. Agenten sloegen er hier en daar wat op jongeren in, die bij concerten flink rebelleerden en de Stones werden de nucleus van de reactie tegen de insubordinatie van de jeugd. Keith beschrijft het zo: “The Beatles waren geadopteerd door de ouders, dus bleven wij over om gepakt te worden”, terwijl ze eigenlijk alleen maar bezig waren met doen waar ze goed in waren, geweldige muziek maken. En passant lieten zij alle geneugten die jong, beroemd en bemiddeld zijn zo met zich mee brengen niet links liggen. Richards voelt het nog steeds als onrecht dat de hele band is aangedaan. Hij fileert Jagger dan ook volkomen als deze jaren later een o.b.e.[1] aanneemt van datzelfde establishment, waar Richards hem niet accepteert. Nog steeds boos op de maatschappij van toen. Het boek toont op prachtige wijze het kromme aan, de paradox. The Stones braken een aantal regels en wetten, maar komen daar voor een groot deel mee weg omdat ze beroemd zijn en geld hebben (het bijna hilarische relaas van een arrestatie op het platte land van Arkanas in de proloog spreekt boekdelen), terwijl ze steeds weer opgepakt worden juist omdat ze beroemd zijn. De voorbeeldfunctie waar opsporende instanties naar op zoek zijn. De hoofdprijs. Een gevecht dat nu als een achterhoede gevecht bestempeld kan worden van oud tegen nieuw, jong tegen oud. En jongeren, als groep, deugen natuurlijk nog steeds niet.

Diegenen die meer willen weten over de totstandkoming van de muziek komen beslist aan hun trekken. Ik denk dat dit ongeveer zo dicht is als dat een buitenstaander via een boek in de buurt kan komen van zoiets ongrijpbaars als (het maken van) muziek. Richards deelt zijn liefde voor muziek met zijn lezers, vertelt met passie over zijn helden, wie hem beïnvloed hebben, te beginnen met zijn opa aan moeders kant en wie muziek met hem hebben gemaakt. Menig beroemdheid komt voorbij.

Dat geldt ook voor degenen die alles willen weten van de excessen en schandalen, die toch een flink portie van dit boek uitmaken. Zij komen volledig aan hun trekken, al is dat niet direct mijn kopje thee. Als ik er iets bij voel, dan is het medelijden met waar de eerste twee kinderen doorheen moesten. Vooral zoon Marlon die de wereld rond werd gesleept en voor zijn junkvader zorgde. (Het derde kind stierf als baby een wiegendood. Door verwaarlozing door junkie ouders? We zullen het nooit weten.)

Keith kan het niet laten naar Mick uit te halen. Er is iets wat mij zegt dat er sprake is van een verwijdering tussen de twee, wat nooit meer goed komt. Het komt mij toch voor als een vorm van jaloezie, wellicht zelfs een minderwaardigheidscomplex. Dat is jammer, als dat op zo ver gevorderde leeftijd nog steeds een rol moet spelen. Aan de andere kant laat Richards zien dat hij volledig menselijk is, door gevoelens van liefde, zorg en inleving te tonen die je niet direct achter de stoere pose van de rock en roll ster verwacht. Dit nam mij uiteindelijk toch voor hem in, maar wat ben ik blij dat ik niet met deze man hoef samen te leven.

Alles optellend is ‘Life’ een geweldig boek voor Stones fans, maar ook voor niet fans. Maar pas op, een waarschuwing is op zijn plaats. De riff-meister geeft zelf aan “Don’t try this at home”. Ik neem aan dat hij een uitzondering maakt voor de muziek.

Wo.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen